Hooi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1938 met opnames van hooien in de Wieringermeer.
Hooien op een hooiwagen aan het einde van de 19e eeuw. (The last load, Rudolf Eickemeyer, 1893).
hooibaal (gras)
Hooi in ronde balen. Wordt in Nederland hoofdzakelijk gebruikt bij bermgras
In natte natuurgebieden wordt nog manueel gehooid

Hooi bestaat hoofdzakelijk uit gedroogd gras, maar er zitten ook andere planten in die tussen het gras groeien. Ook is er luzernehooi dat uit gedroogde luzerne bestaat.

Hooi wordt gebruikt als voedsel voor dieren tijdens de winter of in droge perioden als er weinig grasgroei is. Vroeger werd het veel aan vee op boerderijen gevoerd, maar tegenwoordig veel meer aan de verschillende herbivoren die als huisdier, zoals paarden, schapen en geiten of in dierentuinen worden gehouden. Hooi wordt gemaakt door een weide te maaien en het gemaaide gras enige tijd te laten liggen om het te laten drogen in de zon. Wel moet het gras enkele malen geschud worden om het goed droog te krijgen. Hooi is gedroogd gras, stro gedroogde graanstengels.

Het drogestofgehalte van hooi is ongeveer 80%, terwijl gras een drogestofgehalte van 20% heeft.

Kwaliteit[bewerken]

Hoe jonger het gemaaide gras des te hoger is de voederkwaliteit. Als gras gaat doorschieten (bloemstengels gaat vormen) wordt het gras minder verteerbaar, waardoor het voor hoogproductieve melkkoeien minder geschikt wordt. Paarden daarentegen kunnen beter met hooi van later gemaaid gras gevoerd worden, omdat als ze geen zwaar werk hoeven te verzetten makkelijk vervetten. Daarnaast is er hooi van gras geteeld voor zaaizaad, het zogenaamde graszaadhooi, dat echter een lage voederwaarde heeft.

Schadelijke onkruiden[bewerken]

In hooi kan onder andere het voor dieren giftige jakobskruiskruid voorkomen. De giftige stoffen in jakobskruiskruid blijven in de plant en 'besmetten' de rest van het hooi niet. Het is wellicht toch verstandig om ook de rest van de hooibaal waarin deze plant werd aangetroffen niet als veevoer te gebruiken om uit te sluiten dat onherkenbare restjes van deze planten bij de dieren tot vergiftiging leiden.

Opslag[bewerken]

Hooi werd vroeger opgeslagen in een hooiberg, maar tegenwoordig geperst in hooibalen, die in een schuur opgestapeld worden. Het kan gebeuren dat als het hooi te vochtig is er later brand kan ontstaan in het hooi als gevolg van hooibroei. Om broei tegen te gaan, kan gebruik worden gemaakt van een hooiventilator. Tijdens de opbouw van het hooivak moet dan een ventilatiekanaal worden vrijgehouden, waarvoor de hooiventilator wordt geplaatst. Het voordeel is dat het hooi iets minder goed gedroogd naar binnen kan worden gehaald. Hooi kan machinaal naar het hooivak worden getransporteerd met behulp van een hooiblazer of een hooi-elevator. Een hooi-elevator kan ook worden gebruikt om hooibalen naar het hooivak te transporteren.

De typerende geur van hooi wordt vooral veroorzaakt door de aanwezigheid van coumarine samen met een aantal verwante stoffen. Bij het drogen van de planten komt de stof vrij uit de suikerketens waar het in de levende plant aan gebonden is. Coumarine komt voor in vele soorten planten, zoals gewoon reukgras, veenreukgras, akkerhoningklaver, rolklaver.

In de moderne veeteelt is de functie van hooi vervangen door kuilgras.

Uitdrukkingen met hooi[bewerken]

  • te hooi en te gras (op willekeurige tijden)
  • te veel hooi op de vork nemen (meer doen dan je aankan)
  • zoeken naar een speld in een hooiberg (zoeken naar iets dat bijna onvindbaar is)
  • wat een zak hooi (wat een minkukel)

Zie ook[bewerken]