Politie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bord van een politiebureau; de ruit in het logo staat voor het wetboek en de daarop getekende vlam voor waakzaamheid
Politie-stopbord uit een LFL Liberty-lichtbalk
Standaard-Volkswagen Touran-politiewagen
Enkele motorrijders van de regiopolitie
Politieharley voor showdoeleinden
Een politiehelikopter van KLPD

De politie in Nederland is een overheidsinstantie belast met het handhaven van de wetten van het land, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie.

Organisatie[bewerken]

De politie is per 1 januari 2013 gereorganiseerd ten gevolge van het in werking treden van de nieuwe Politiewet. Per die datum is begonnen met de Nationale Politie en zijn alle 26 politiekorpsen opgegaan in één korps. Met dit initiatief van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie werd een discussie van enkele decennia over de organisatie van de politie beslecht.

Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie.

Van 1993 tot 2013 was de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD).

Op 1 januari 2013 gingen de 26 huidige politiekorpsen op in 1 landelijk politiekorps dat bestaat uit 10 regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie wordt gevestigd in Den Haag. De plannen hiervoor werden in april 2011 door het ministerie van Veiligheid en Justitie bekendgemaakt. De reorganisatie wordt geleid door mr. G.L. (Gerard) Bouman, die tot dat moment hoofd was van de AIVD.

In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de met de politieregio overeenkomende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten.

De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing).

De regiokorpsen[bewerken]

Tot 1 januari 2013 kende Nederland een politiebestel waarbij elk regiokorps wordt geleid door een korpschef in de rang van hoofdcommissaris. De korpschef heeft de dagelijkse leiding binnen een regiokorps. Het dagelijks bestuur van de regio wordt gevormd door de zogenaamde Driehoek in die regio, met als voorzitter en tevens korpsbeheerder de burgemeester van de grootste gemeente in die regio, en als overige leden de korpschef van het betreffende politiekorps, en de (hoofd)officier van Justitie. Daarnaast heeft in principe ieder gemeente recht op een eigen driehoeksoverleg met daarin de eigen burgemeester (Politiewet 1993, art. 14).

Een regio bestaat uit een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestaat uit een aantal lokale eenheden (basiseenheden of teams).

Bepalend voor het aantal politie-agenten en andere politie-medewerkers (de "politiesterkte") binnen een regio is het aantal inwoners in die regio, en de hoeveelheid criminaliteit in de regio. In totaal zijn er in Nederland zo'n 64.000 politieambtenaren in dienst, waarvan ongeveer 51.000 'op straat' werken.

Korps landelijke politiediensten[bewerken]

Tot 1 januari 2013 kende de Nederlandse Politie het Korps landelijke politiediensten (KLPD), vanaf 1 januari gingen delen van taken over naar de Landelijke Eenheid van de Nationale Politie.

Het KLPD bestond uit de volgende diensten:

Het KLPD hield zich onder andere bezig met handhaving van de verkeersveiligheid op de autowegen, op het spoor, te water en in de lucht, bestrijding zware- en georganiseerde criminaliteit, handhaven van de veiligheid van het Koninklijk Huis en overige door de daartoe door de bevoegde minister aangewezen personen (bijvoorbeeld diplomaten en politici).

Korps Politie BES[bewerken]

Het Korps Politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba vormt de politiemacht in Caribisch Nederland. Het korps werd ingesteld op 10 oktober 2010. De minister van Veiligheid en Justitie is de korpsbeheerder.

In tegenstelling tot de andere Nederlandse politiekorpsen die onder de Politiewet 2012 vallen, valt dit korps onder de “Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba”.

Rangen[bewerken]

De Nederlandse politie kent de volgende rangen:

Rangen van de Nederlandse Politie:
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Eerste Hoofdcommissaris.png Eerste Hoofdcommissaris
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdcommissaris.png Hoofdcommissaris
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Commissaris.png Commissaris
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdinspecteur.png Hoofdinspecteur
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Inspecteur.png Inspecteur
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Brigadier.png Brigadier
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdagent.png Hoofdagent
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Agent.png Agent
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Surveillant.png Surveillant
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Aspirant.png Aspirant

Epauletten voorzien van alleen het politielogo geeft aan dat de persoon in dienst is bij de politie. Dit epaulet geeft aan dat die persoon werkzaam is als niet-executieve medewerker. Executieve medewerkers zijn in het bezit van het politiediploma en zijn algemeen Opsporingsambtenaar op basis van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, in tegenstelling tot de niet-executieve politiemedewerker.

Niet-executieve politiemedewerkers zijn veelal in bezit van een Buitengewoon Opsporingsambtenaar-certificaat. Deze medewerkers hebben een beperkte opsporingsbevoegdheid die staat beschreven in hun aanstellingsakte. BOA's kunnen afhankelijk van hun aanstelling bewapend zijn.

Niet-executieve politiemedewerkers hebben andere taken dan executieve politiemedewerkers, denk hierbij aan facilitair medewerker, administratieve ondersteuning, financieel-, technisch- en forensisch onderzoekers, enzovoorts. Het hangt van de taak van de medewerker af of deze een uniform draagt.

Uniform en uitrusting[bewerken]

Operationeel Politieuniform (Bron: Publicatiecampagne nationale politie)

Het uniform van de politie bestaat uit twee versies, namelijk het operationele uniform en het reguliere/ceremoniele uniform. Het operationele uniform wordt op straat gedragen door de executieve agenten en word sinds medio 2014 uitgerold over Nederland. Het operationele uniform bestaat uit de volgende onderdelen:

Cap Een cap gebaseerd op Spaans model, voorzien van :::politie::: aan weerszijden en een geel logo op het voorpand.

Polo Donkerblauw poloshirt met lange- of korte mouw voorzien van gele strepen en politielogo's.

Operationele broek Een donkerblauwe 'worker' met opzetzakken op beide bovenbenen. De broekzakken zullen zijn voorzien van het politielogo.

Hoge operationele schoen Dragers van het politieuniform kunnen kiezen uit schoenen van de merken Meindl of Haix.

Veiligheidsvest De politie draagt het veiligheidsvest over de kleding. Dit vest is voorzien worden van drie verschillende hoezen; een fluor gele met reflecterende strepen en het politiebeeldmerk op voor- en achterzijde. Deze hoes zal gedragen worden wanneer extra zichtbaarheid gewenst is. Een blauwe hoes met gele strepen en het politiebeeldmerk op voor- en achterzijde voor de reguliere politiediensten en ten slotte nog een witte hoes om het vest desgewenst onder de kleding te kunnen dragen.

Als jas is een z.g.n. 'softshell' beschikbaar om ónder het veiligheidsvest te dragen, en een all-weather-jacket om óver het veiligheidsvest te dragen.

De uitrusting van de politie wordt meestal om het middel gedragen aan een koppel. Deze koppels zijn van het Franse GK Professional. De uitrusting die aan de koppel gedragen wordt omvat globaal :

  • Handboeien van het merk LIPS. In de komende jaren zal de politie overstappen op een nieuw merk boeien (S.P.E.), het uiterlijk zal nagenoeg onveranderd blijven.;
  • Korte wapenstok (wordt echter meestal in een zijzak van de broek gedragen)
  • Pepperspray (Defence Technology MKII)
  • Dienstwapen Walther P5 of Walther P99
  • C2000-portofoon (Meestal Nokia, Motorola of Sepura)

Ook aspiranten en surveillanten die in opleiding zijn voor de rang van agent en hoger, mogen een vuurwapen dragen als zij hiertoe de benodigde trainingen met succes hebben afgelegd. Vanaf mei 2013 wordt het huidige pistool P5 van de Duitse fabrikant Walther geleidelijk vervangen door de P99. In 2015 zullen alle vuurwapendragende agenten van het nieuwe model zijn voorzien.

De uitrusting kan verder bestaan uit onder andere een reanimatiemasker, handschoenen, draagring voor een zaklamp, mobiele telefoon, deurklem, enzovoorts. Een politieagent kan zelf kiezen welke van deze extra uitrustingsstukken hij of zij bij zich draagt.

Voertuigen[bewerken]

Momenteel gebruikt de Nederlandse politie 4 verschillende voertuigen: De Volkswagen Transporter, vaak gebruikt voor het transport van verdachten naar het politiebureau, de Touran, welke meestal gebruikt wordt bij noodhulp-diensten en twee motoren van BMW.

In 2011 is de Volkswagen Touran ondervonden aan een grote upgrade, de volgende onderdelen zijn aan de nieuwe Touran's toegevoegd:

  • De mogelijkheid om vanuit de auto, zonder de inzet van de meldkamer iemands NAW-gegevens, kenteken etc. na te trekken.
  • Een ANPR (Automatic Number Plate Reader) systeem, dit systeem leest elke nummerplaat van auto's die de politieauto van rechts of links inhaalt, alsmede het tegemoetkomende verkeer. Het ANPR systeem kan de dienders op de hoogte brengen als een auto bijvoorbeeld staat gemarkeerd als gestolen, of als de eigenaar van de auto in het verleden is aangehouden wegens alcohol of drugsgebruik tijdens het rijden.
  • Nieuw mobilofoon-systeem, waar de diender(s) direct kunnen schakelen tussen vooraf ingestelde kanalen. Eventueel kunnen er ook statusberichten naar de meldkamer worden gestuurd, om zo de etherdiscipline beter te waarborgen.
  • Dienders hebben vanuit de auto direct toegang tot het BVA systeem, als ze bijvoorbeeld naar een adres worden gestuurd, kunnen ze in dit systeem kijken wat er op dat verleden al precies is voorgevallen en of de dienders rekening moeten houden met andere zaken zoals agressiviteit of andere dingen.

Met deze nieuwe "technische snufjes" worden de auto's nu mobiele werkplekken, agenten krijgen in hun voertuig toegang tot informatie waar ze tot verkort de meldkamer voor nodig hadden.

Alle handelingen worden nu uitgevoerd in één overzichtelijk aanraakscherm. In de loop van de jaren zullen volgens Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie 13.000 van dit soort politievoertuigen komen.

Taken[bewerken]

In artikel 3 van de Politiewet 2012 staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken.

  • Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven)
  • Opsporen van misdrijven en overtredingen
  • Handhaving van de rechtsorde
  • Hulpverlening

Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig.

Meldkamer[bewerken]

De meldkamer van de politie is onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer van de betreffende veiligheidsregio. De primaire taak van de politiemeldkamer is het aannemen en uitzetten van meldingen. Deze meldingen kunnen via diverse informatielijnen de meldkamer bereiken; zoals via de alarmcentrale 112, het landelijke politienummer 0900-8844, overige hulpdiensten (brandweer en ambulance bijvoorbeeld), eenheden op straat en overige partners (particuliere alarmcentrale's, rijkswaterstaat, gemeenten, etc).

Er is ook een nummer, de opsporingstiplijn, waar een persoon een tip omtrent een misdrijf kan doorgeven. Het telefoonnummer van deze tiplijn is 0800-6070. Als de persoon niet zijn naam wil noemen (wat verplicht is bij de gewone tiplijn), kan hij Meld Misdaad Anoniem bellen. Het telefoonnummer van Meld Misdaad Anoniem is 0800-7000. (Meld Misdaad Anoniem is eigenlijk geen politieonderdeel, maar de politie maakt er wel veel gebruik van.)

De medewerkers van de meldkamer beoordelen de melding en maken een inschatting hoe deze adequaat behandeld kan worden. De medewerker zal op basis van prioriteit bepalen welke politiemensen hij of zij naar welke melding(en) stuurt. De medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle eenheden op straat zijn, door middel van een voertuig-volg-systeem (meestal AVLS, automatisch voertuig locatie systeem genaamd)

De meldingen die binnenkomen bij de meldkamer wordt een specifieke prioriteit meegegeven aan de hand van een aantal criteria, de zogenaamde prioriteiten. Er is veelal een prioriteitstelling één t/m vier:

  • Prioriteit één (Prio 1): levensbedreigende situatie waarbij binnen 15 minuten een eenheid ter plaatse moet zijn. Prio 1 meldingen gaan vaak samen met het voeren van de optische- en geluidssignalen.
  • Prioriteit twee (Prio 2): Spoedeisende inzet nodig, echter dit is niet bij levensbedreigende situaties. Hierbij wordt uitgegaan van een reactietijd van 15 minuten.
  • Prioriteit drie (Prio 3): directe inzet van de politie nodig in minder ernstige zaken. De reactietijd hierbij is maximaal 45 minuten.
  • Prioriteit vier (Prio 4): noemt men een uitgestelde inzet. Dit betekent dat er een servicetijd wordt gehanteerd van maximaal 24 uur, of dat er een afspraak wordt gemaakt om de melding met de melder te bespreken.

Secundair heeft de politiemeldkamer de taak eenheden te voorzien van informatie ten behoeve van haar werkzaamheden op straat. Zo behandeld de centralist informatieverzoeken over kentekens, gezochte personen, belangrijke telefoonnummers, etc. Ook ontvangt de meldkamer de live camerabeelden van een politiehelikopter in haar gebied en regelt zij andere (hulp)diensten naar een incident (denk hierbij aan Rijkswaterstaat, sleepdiensten, technische recherche, dierenambulance en dergelijke).

Op de politiemeldkamer werken buitengewoon opsporingsambtenaren en ervaren agenten die voorheen op straat werkten maar ook combi-centralisten. Dat zijn agenten die zowel op straat en op de meldkamer werkzaam zijn.

Gebruikte systemen[bewerken]

  • Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS)

Sinds een aantal jaren maken de meldkamers gebruik van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem, afgekort GMS. Dit programma kent vele mogelijkheden. Primair wordt GMS gebruikt om meldingen aan te nemen, te verwerken en uit te geven. GMS is zodanig ontwikkeld dat het op alle aangesloten werkstations dezelfde informatie toont, realtime. Terwijl de telefonist de melding aanneemt en verwerkt op zijn of haar betreffende werkstation, kan de centralist de melding meelezen en direct eenheden aansturen. De locatie, prioriteit en de informatie van de melder zijn voor de centralist direct terug te lezen. Wanneer er een multidisciplinair incident is kunnen de andere hulpdiensten worden aangevinkt waarna zij ook realtime kunnen mee lezen.

Daarnaast fungeert GMS als plotsysteem, waarbij alle eenheden te zien zijn die de centralist tot zijn of haar beschikking heeft. Ook kent het systeem een databasefunctie voor procedures en telefoonnummers die nodig zijn voor een correcte uitvoering van de werkzaamheden. Ook vormt het systeem een koppeling met het C2000 systeem, de Arbi (telefooncentrale) en het kaartensysteem. De huidige GMS versie in gebruik is 4.9.

Ook de terugkoppelingen van de eenheden op straat (zoals spraakaanvragen, informatie aanvragen, noodoproepen e.d.) worden door GMS verwerkt.

  • Kaartensysteem

De meldkamer beschikt over een softwarepakket dat vergelijkbaar is met Google Maps. Alle meldkamers maken gebruik van meldkamer GIS software suites van CityGIS of Tensing. De software stelt de gebruiker in staat huisnummers te zien, kadastrale gegevens, straatnamen, GPS coördinaten, locatie van de eenheden, luchtfoto's, en vele andere opties.

  • Communicatiesysteem

C2000 is het digitale, niet afluisterbare communicatiesysteem waarmee de eenheden op straat in verbinding staan, zowel met elkaar als met de meldkamer. Aansturing via C2000 loopt middels het Radio BedieningsStation (RABS) waarop de software ElitePlus!Dispatch draait. Middels deze software beschikt elk werkstation over de voor haar relevante gespreksgroepen.

Daarnaast werkt de politie (beperkt) met het alarmeringssysteem P2000. Deze alarmering geschied rechtstreeks vanuit GMS, of bij uitval via PANCRAS. Ook wordt er gebruikgemaakt van Burgernet, voor zowel alarmering van burgers als de alarmering van eenheden.

Verder beschikt elke meldkamer tafel over een uitgebreid telefoniesysteem, meestal een computer verbonden aan een server die meerdere simultane telefonielijnen tegelijk kan verwerken (arbitragesysteem). Daarom wordt de telefoon intern ook vaak een 'arbi' genoemd. Zowel de 112 telefonie komt hierop binnen; alsmede interne lijnen, 0900-8844 (bij drukte/gesloten servicecentrum), overloop 112 van de andere hulpdiensten, etc.

Boven op de meldkamer tafels is een zogenaamde "BusyLight" of soortgelijke constructie gemonteerd. Deze laat middels een gekleurd licht aan de andere centralisten zien wanneer de betreffende centralist in gesprek is.

  • Basis Voorziening Handhaving (BVH)

De politie maakt gebruik van de Basis Voorziening Handhaving (BVH) voor de administratieve afhandeling van meldingen en incidenten. Dit systeem is een doorontwikkeling van voormalige 'Xpol' dat een aantal korpsen als registratiesysteem gebruikten. BVH is eenzijdig gekoppeld aan het GMS systeem, dat wil zeggen dat alle meldingen van de politie uit GMS in het BVH systeem worden opgeslagen voor verdere afhandeling. De BVH bestaat uit een aantal 'satellieten' waaronder BosZ (Betere Opsporing door Sturing op Zaken). BosZ wordt gebruikt om overzicht te houden op de lopende onderzoeksdossiers. BosZ speelt verder een belangrijke rol in het afhandelen van een verdachte via ZSM waar intensief met het OM wordt samengewerkt.

  • BlueView

De meeste meldkamers beschikken over BlueView, een integrale bevragingsmodule die op trefwoord alle BVH's van alle politie-eenheden en het BPS (Bedrijfsprocessensysteem) van de Koninklijke Marechaussee kan doorzoeken voor relevante informatie. BlueView zorgt voor een zeer diepgaande informatie naslag voor de eenheden op straat. Je kunt BlueView zien als een soort 'Google Search'.

  • Integrale Bevraging (BVI-IB)

Oudere bevragingssystemen binnen de Nederlandse politie worden gemoderniseerd en samengevoegd. Een recent ingevoerd (2011) landelijk bevragingssysteem is 'Integrale Bevraging'. Op trefwoord doorzoekt dit systeem meerdere bronnen (CVI/HKS (simpel uitgelegd: strafrechtelijke geschiedenis van een persoon), RDW (technische- en tenaamstellingsgegevens van een voertuig), de WAM (Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen), OPS (opsporingsregister), PAPOS (ParketPolitieSysteem voor openstaande boete's), CRB (Rijbewijzenregister), GBA (Gemeentelijke Basis Administratie)) en toont de resultaten op het scherm. Integrale Bevraging vervangt onder andere 'P-Info'. Integrale Bevraging is ook beschikbaar als mobiele app op het BlackBerry-platform binnen de politie, om snel op straat een bevraging te kunnen doen.

Basispolitiewerk[bewerken]

Het basispolitiewerk bestaat uit de volgende taken:

  • door het zichtbaar aanwezig zijn op straat van de politie, probeert men te voorkomen dat mensen overtredingen en misdrijven plegen; steeds vaker gaan de politiemensen met een opdracht op straat, deze opdrachten komen voort uit eerdere opgedane zaken en aan de hand van cijfers.
  • noodhulp: de 24-uurs zorg ten behoeve van Prio 1 meldingen (binnen 15 minuten ter plaatse) waarbij direct een reactie nodig is van de politie, kan bijvoorbeeld zijn een aanrijding met gewonden, overvalmelding, conflicten, maar ook reanimaties of inbraakmeldingen. Prio 2 is ook een melding waarbij het gewenst is dat de politie binnen 30 minuten ter plaatse is, echter zonder gebruik te maken van de optische en geluidssignalen. Prio 3 en 4 zijn meldingen met een lagere prioriteit.

Bij bepaalde A-meldingen kan men de opdracht krijgen om met spoed ter plaatse te gaan (met gebruikmaking van de optische en geluidssignalen). Er zijn ook Prio 1 meldingen waarbij men geen gebruik maakt van deze signalen maar waarbij men wel spoedig ter plaatse dient te zijn, dat geeft wel eens een verwarrend beeld bij de burger, denk hierbij bijvoorbeeld aan een overvalmelding. Men dient dan wel snel ter plaatse te zijn maar maakt in principe geen gebruik van deze signalen. Zo zijn er meerdere voorbeelden denkbaar.

  • politie bekeurt politie: Bij de zogenaamde 'automatische' bekeuringen zoals het geflitst worden tijdens het rijden door rood verkeerslicht of bij te hoge snelheid, gaat de bekeuring naar het betreffende onderdeel. De leiding van dat onderdeel dient vervolgens een gemotiveerd rapport op te stellen waarin de verantwoording van de verkeersovertreding. Komt dat rapport er niet dan komt de bekeuring terecht bij de chauffeur van de politieauto die zelf de bekeuring dient te betalen.
  • kleine, eenvoudige recherchewerkzaamheden waarbij een verdachte in principe binnen 6 uur na verhoor heengezonden kan worden bijvoorbeeld: kleine diefstallen en inbraken worden door het basispolitiewerk zelf onderzocht.

De schriftelijke afwerking kan langer duren (dossiervorming, aangiften opnemen) zeker als er nog getuigen gehoord moeten worden ter bijvoeging in het dossier en bewijsstukken nodig zijn welke opgemaakt moeten worden door bijv. technische recherche, vuurwapendeskundigen, drugsexpertise, verkeersdienstondersteuning etc. Vaak dient dit te gebeuren tijdens de noodhulpdienst of tussen de meldingen door. Als voor de medewerker basispolitiezorg de zaak te lang gaat duren (er dient bijvoorbeeld een inverzekeringstelling op te volgen), kan het werk worden overgenomen door de recherche;

  • geven van preventieadviezen: het basispolitiewerk geeft onder andere adviezen ter voorkoming van inbraken, adviezen naar de gemeente over verkeerszaken, voorlichting enz.;
  • verlenen van hulp: hulp wordt verleend aan mensen die daarom vragen, maar ook aan instanties zoals jachtopzieners en gemeente;
  • afhandeling verkeersproblemen: het houden van verkeerscontroles, het afhandelen van verkeersongevallen, adviseren aan mensen en gemeente, filebeveiliging;
  • controleren van bijzondere wetten en regelingen zoals controle of niet-Nederlanders beschikken over de benodigde documenten (visum, verblijfsvergunning, werkvergunning, en dergelijke) samen met iemand van de vreemdelingendienst.

Specialistische taken[bewerken]

Naast de basispolitiezorg kent de politie een aantal taken, die specifieke kennis vereisen. Deze taken worden uitgevoerd door gespecialiseerde diensten van de politie. Een voorbeeld van een gespecialiseerde dienst is de jeugd- en zedenpolitie.

Specialistische taken binnen het politiebestel omvatten bijvoorbeeld:

Bereden politie voorop een demonstratie in Utrecht tegen het kraakverbod.

Operationeel ondersteunende taken[bewerken]

Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de Mobiele Eenheid (ME, oproerpolitie), het arrestatieteam en het observatieteam.

Bevoegdheden[bewerken]

De opsporingsbevoegdheden van de politie zijn aan regels gebonden en bij de Wet geregeld, zoals bv in de Politiewet, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor heeft een agent bevoegdheden die andere burgers niet hebben, zoals staandehouding, aanhouding (overigens in geval van heterdaad wel toegestaan aan burgers), inbeslagname, inzage in ID vorderen etc. Daarnaast heeft de politie het geweldsmonopolie: de bevoegdheid om indien nodig geweld te gebruiken. Ook dit is aan wettelijke regels gebonden. Er mag alleen geweld worden gebruikt als er geen andere mogelijkheden zijn (subsidiariteit), en dan ook niet meer geweld dan noodzakelijk is voor het beoogde doel (proportionaliteit). Elk gebruik van geweld wordt achteraf getoetst, d.w.z er wordt door het Openbaar Ministerie beoordeeld of het gebruik geweld rechtmatig was. Bijzondere opsporingsbevoegdheden, zoals bv. stelselmatige observatie, infiltratie, pseudokoop, een telefoon tappen , mogen pas worden toegepast na toestemming van de officier van justitie of de rechter-commissaris.

De politie kan net als de andere hulpdiensten met optische en geluidssignalen rijden. Het betreffende voertuig wordt hierdoor een voorrangsvoertuig.

Tijdens de uitvoering van haar taak heeft de politie echter vrijstelling van het gehele Reglement Verkeersregels & Verkeerstekens (RVV). Dit betekent bijvoorbeeld dat een politieagent ten behoeve van zijn functievervulling door rood mag rijden zonder daarbij gebruik te maken van optische en geluidssignalen. Een ander voorbeeld van het geoorloofd overtreden van het RVV, is de zogenaamde 'inhalende surveillance', vaak toegepast door politieambtenaren belast met verkeerstoezicht. Zij mogen het overige verkeer inhalen, zelfs de snelheidslimiet enigszins overschrijden. De achterliggende gedachte is dat: 1. men over het algemeen geneigd is geen verkeersovertredingen te begaan tijdens of kort na het zien van een politievoertuig; en 2. de politieambtenaren meer weggebruikers kunnen zien en controleren op hun gedrag.

Er is afgesproken dat een politieagent geen optische en geluidssignalen mag voeren zonder mondelinge toestemming van de meldkamer. Deze toestemming kan ook komen te vervallen voordat de politie-eenheid ter plaatse is, omdat bijvoorbeeld een andere hulpdienst reeds ter plaatse is. Zo kan het dus voorkomen dat een politievoertuig met optische- en geluidssignalen een kruising oversteekt, om bij de volgende kruising met de normale verkeersstroom verder te rijden.

Tot slot zijn er meldingsclassificaties waarbij de politie wel met spoed maar zonder optische en geluidssignalen ter plaatse moet gaan. Denk hierbij aan gijzelingen, overvallen, inbraken, zelfdodingen, et cetera.

Samenwerking met andere diensten[bewerken]

Bij de hulpverlening werkt de politie samen met andere diensten. Bijvoorbeeld, bij een aanrijding met gewonden wordt samengewerkt met:

Daarnaast werken de politie en de Koninklijke Marechaussee in voorkomende gevallen samen. In vroeger jaren verleende de Koninklijke Marechaussee bijvoorbeeld jarenlang bijstand aan de gemeentepolitie van Amsterdam en Den Haag.

Slachtofferhulp[bewerken]

Voor de hulp aan slachtoffers werkt de politie samen met de Bureaus Slachtofferhulp. De mensen die daar werken zijn getraind om slachtoffers van ongevallen en misdrijven te helpen. Ze zorgen er voor dat de slachtoffers begeleid worden, maar ze helpen ook met het invullen van formulieren voor de verzekering of de advocaat.

Hulpverlening[bewerken]

De hulpverlening die de politie biedt is niet alomvattend en beperkt zich tot gevallen die dringend zijn en waarbij op dat moment geen ander specialistisch bedrijf of instantie beschikbaar is. Het betreft meestal de eerste opvang in noodsituaties, waarna wordt doorverwezen naar andere partijen die primair zijn aangewezen om op een bepaald terrein hulpverlening te bieden. Dit zijn bijvoorbeeld:

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Beluister

(info)