Politie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een politiebureau (in dit geval het hoofdbureau van de regiopolitie Gelderland-Zuid in Nijmegen)
Bord van een politiebureau; de ruit in het logo staat voor het wetboek en de daarop getekende vlam, voor waakzaamheid
Politie stopbord uit een LFL Liberty lichtbalk
Politieauto van de politie regio Noord- en Oost-Gelderland te Winterswijk-Kotten.
Politieauto van de politie regio Noord- en Oost-Gelderland met zwaailichten en stopbord aan.
Enkele motorrijders van de regiopolitie.
Politieharley voor showdoeleinden
Oude politiehelikopter van KLPD
Politie lichtbalk (FedSig Vama Vista Sputnik

Beluister

De politie in Nederland is een overheidsinstantie belast met het handhaven van de wetten van het land, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie van de Rechterlijke Macht.

Inhoud

[bewerken] Organisatie

Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie.

Sinds 1993 is de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD).

In 2012 zal een grote reorganisatie van de politie in Nederland plaatsvinden. De 25 regiokorpsen zullen opgaan in 1 landelijke politieregio (geheel Nederland) en opgedeeld worden in 10 kleinere gebieden.[1] In april 2011 werd door het Ministerie van Veiligheid en Justitie bekend gemaakt dat de reorganisatie geleid zal worden door mr. G. L. (Gerard) Bouman die tot dat moment hoofd was van de AIVD.

In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de met de politieregio overeenkomende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten.

De politie valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

[bewerken] De regiokorpsen

Elk regiokorps wordt geleid door een korpschef in de rang van hoofdcommissaris. De korpschef heeft de dagelijkse leiding binnen een regiokorps. Het dagelijks bestuur van de regio wordt gevormd door de zogenaamde Driehoek in die regio, met als voorzitter en tevens beheerder van het Korps de burgemeester van de grootste gemeente in die regio, en als overige leden de Korpschef van het betreffende politiekorps, en de (Hoofd)officier van Justitie.

Een regio bestaat uit een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestaat uit een aantal lokale eenheden (basiseenheden of teams).

Bepalend voor het aantal politie-agenten en andere politie-medewerkers (de "politiesterkte") binnen een regio is het aantal inwoners in die regio, en de hoeveelheid criminaliteit in de regio. In totaal zijn er in Nederland zo'n 55.000 politieambtenaren in dienst.

[bewerken] Korps landelijke politiediensten

Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft de volgende diensten:

Het KLPD houdt zich onder andere bezig met handhaving van de verkeersveiligheid op de autowegen, te water en in de lucht, bestrijding zware- en georganiseerde criminaliteit, handhaven van de veiligheid van het Koninklijk Huis en overige door de daartoe door de bevoegde minister aangewezen personen (bijvoorbeeld diplomaten en politici).

[bewerken] Korps Politie BES

Het Korps Politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba vormt de politiemacht in Caribisch Nederland. Het korps werd ingesteld op 10 oktober 2010. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is de korpsbeheerder.

In tegenstelling tot de andere Nederlandse politiekorpsen die onder de Politiewet 1993 vallen, valt dit korps onder de “Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba”.

[bewerken] Rangen

De Nederlandse politie kent de volgende rangen:

Rangen van de Nederlandse Politie:
Dutch Police Rank Hoofdcommissaris.png Hoofdcommissaris
Dutch Police Rank Commissaris.png Commissaris
Dutch Police Rank Hoofdinspecteur.png Hoofdinspecteur
Dutch Police Rank Inspecteur.png Inspecteur
Dutch Police Rank Brigadier.png Brigadier
Dutch Police Rank Hoofdagent.png Hoofdagent
Dutch Police Rank Agent.png Agent
Dutch Police Rank Surveillant.png Surveillant
Dutch Police Rank Aspirant.png Aspirant

Epauletten voorzien van het politielogo geven aan dat de persoon in dienst is bij de politie. Dit epaulet geeft aan dat die personen werkzaam zijn als niet executieve medewerker. Dat houdt in dat ze geen opsporingsbevoegdheid hebben en geen geweldsbevoegdheid hebben.

Uitzondering hierop zijn de medewerkers die een Buitengewoon Opsporingsambtenaar-certificaat hebben. Deze medewerkers hebben een beperkte opsporingsbevoegdheid welke staat beschreven in hun aanstellingsakte. BOA's kunnen afhankelijk van hun aanstelling bewapend zijn. BOA's worden ingezet waar de opsporingswerkzaamheden beperkt zijn. Dat varieert van baliemedewerkers tot kaartjescontroleurs.

Daarnaast werken er mensen in een 'civiele' taak. Denk hierbij aan facilitair medewerker, administratieve ondersteuning, enzovoorts. Deze personen dragen geen uniform en werken in burgerkleding. Ook bezitten zij geen opsporingsbevoegdheden en zijn daarom geen algemeen-, of buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor de herkenbaarheid is de "voorziening tot samenwerking Politie Nederland" (vtsPN, voorheen het KLPD dienst logistiek) bezig een standaard uniform voor burgerfuncties te ontwikkelen. Dit uniform zal niet lijken op het politie-uniform maar wel overeenkomsten kennen in de huisstijl. Hierdoor wil men de herkenbaarheid verhogen.

[bewerken] Uniform en uitrusting

Nieuwe uniformjassen (Bron: MinBZK).
Nieuwe gele uniformjassen (Bron: MinBZK).

De Nederlandse politie heeft tot 2006 een uniform gedragen dat een combinatie was van de uniformen van de Rijks- en Gemeentepolitie. Toen deze in 1994 tijdens een grote reorganisatie opgeheven werden zijn veel jassen voorzien van de nieuwe politielogo's. Niet veel later kwam er een grote veelzijdigheid aan uniformonderdelen; zoals een lederen jas, een parka, een regenjas, enzovoorts. In 1998 heeft de raad van hoofdcommissarissen besloten dat het toenmalige kledingpakket té groot was en de uniformiteit niet meer gewaarborgd was. De werkgroep Herziening Uniform Nederlandse Politie (HUNP) ging aan de slag om een nieuw uniform te ontwerpen.

In 2006 is het nieuwe uniform definitief ingevoerd. Voor de reguliere politie heeft men een blauwe broek met zwarte streep, een wit overhemd met politie emblemen op de mouwen en de blauwe pet. Ook alle truien werden voorzien van deze mouwemblemen. Voornaamste verandering was de overgang van blauwe overhemden naar witte.

Daarnaast draagt men een blauwe blouson (korte jas) óf parka (lange jas). Deze zien er verder hetzelfde uit: aan de voorzijde een retroreflecterend woord "Politie" op de linkerborstzak (wegklapbaar), op de achterzijde een retroreflecterende striping alsmede het woord "Politie" op een wegvouwbare flap. Op de mouwen zit hetzelfde embleem als op de overhemden en truien.

Voor diensten waarvoor extra zichtbaarheid gewenst is is zowel de parka als de blouson ook verkrijgbaar in fluorescerend geel.

Nu de oude uniformen niet meer verstrekt worden zullen langzaam maar zeker de oude uniformen verdwijnen uit het straatbeeld. Sommige politieregio's zijn al volledig over op het nieuwe uniform.

Januari 2010 werd besloten dat het in 2007 ingevoerde model uniformpantalon voor de politie weer zal worden aangepast omdat deze op straat niet aan de gestelde eisen voldeed. Een vernieuwde broek voor op straat moet meer bewegingsruimte bieden, beter zitten, beter bestand zijn tegen wind, water en vuil, en opzetzakken hebben op de bovenbenen. Er is een prototype gemaakt, maar hoe de broek er precies uit gaat zien moet blijken na draagproeven en definitieve goedkeuring in overleg met de vier politiebonden.

De uitrusting van de politie wordt meestal om het middel gedragen aan een koppel. Deze koppels zijn van het Franse GK Professional. De uitrusting die aan de koppel gedragen wordt omvat globaal :

  • Handboeien van het merk LIPS In de komende jaren zal de politie overstappen op een nieuw type boeien (S.P.E.);
  • Korte wapenstok (wordt echter meestal in de broek gedragen)
  • Pepperspray (Defence Technology MKII)
  • Dienstwapen Walther P5 in een holster van Safariland.
  • C2000-portofoon (Meestal Nokia, Motorola of Sepura)

Ook aspiranten en surveillanten die in opleiding zijn voor de rang van agent en hoger, mogen een vuurwapen dragen als zij hiertoe de benodigde trainingen met succes hebben afgelegd. Het huidige pistool van de Duitse fabrikant Walther is al sinds 1978 in gebruik bij de Nederlandse politie. Op 27 januari 2011 deelde het ministerie van Veiligheid en Justitie mee dat de firma SIG-SAUER een nieuw pistool, de SIG-SAUER PPNL (Politie Pistool Nederland), zal gaan leveren. Dit nieuwe pistool wordt specifiek voor de Nederlandse politie gemaakt, aldus het ministerie.

Op 8 november 2011 deelde minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) mee dat, na een serie negatieve testen de overeenkomst per direct te beëindigen. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) "het niet langer verantwoord" door te gaan met het pistool. "Dit levert een risico op voor de veiligheid van de agenten op straat"

De uitrusting kan verder bestaan uit o.a. een reanimatiemasker, handschoenen, draagring voor een zaklamp, mobiele telefoon, deurklem, enzovoorts. Een politieagent kan zelf kiezen welke van deze extra uitrustingsstukken hij of zij bij zich draagt.

[bewerken] Taken

In artikel 2 van de Nederlandse Politiewet staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken.

  • Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven)
  • Opsporen van misdrijven en overtredingen
  • Handhaving van de rechtsorde
  • Hulpverlening

Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig.

[bewerken] Meldkamer

Een tafel van de meldkamer. V.l.n.r: 'algemene-computer (voor uiteenlopende doeleinden te gebruiken) voorzien van een KVM switch om diverse andere systemen mee te bedienen (luchtalarm, gebouwbeveiliging, PANCRAS, etc)', GMS computer (3x), RABS. Op het bureau: toetsenbord 'algemene-pc', toetsenbord GMS pc, ARBI, toetsenbord RABS.

De meldkamer van de politie is onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer van de betreffende veiligheidsregio. De primaire taak van de politiemeldkamer is het aannemen en uitzetten van meldingen. Deze meldingen kunnen via diverse informatielijnen de meldkamer bereiken; zoals via de alarmcentrale 112, het landelijke politienummer 0900-8844, overige hulpdiensten (brandweer en ambulance bijvoorbeeld), eenheden op straat en overige partners (particuliere alarmcentrale's, rijkswaterstaat, gemeenten, etc).

Er is ook een nummer, de opsporingstiplijn, waar een persoon een tip omtrent een misdrijf kan doorgeven. Het telefoonnummer van deze tiplijn is 0800-6070. Als de persoon niet zijn naam wil noemen (wat verplicht is bij de gewone tiplijn), kan hij Meld Misdaad Anoniem bellen. Het telefoonnummer van Meld Misdaad Anoniem is 0800-7000. (Meld Misdaad Anoniem is eigenlijk geen politieonderdeel, maar de politie maakt er wel veel gebruik van.)

De medewerkers van de meldkamer beoordelen de melding en maken een inschatting hoe deze adequaat behandeld kan worden. De medewerker zal op basis van prioriteit bepalen welke politiemensen hij of zij naar welke melding(en) stuurt. De medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle eenheden op straat zijn, door middel van een voertuig-volg-systeem (meestal AVLS, automatisch voertuig locatie systeem genaamd)

De meldingen die binnenkomen bij de meldkamer wordt een specifieke prioriteit meegegeven aan de hand van een aantal criteria, de zogenaamde prioriteiten. Er is veelal een prioriteitstelling één t/m vier:

  • Prioriteit één: levensbedreigende situatie waarbij binnen 15 minuten een eenheid ter plaatse moet zijn. Prio 1 meldingen gaan vaak samen met het voeren van de optische- en geluidssignalen.
  • Prioriteit twee: Spoedeisende inzet nodig, echter dit is niet bij levensbedreigende situaties. Hierbij wordt uitgegaan van een reactietijd van 15 minuten.
  • Prioriteit drie: directe inzet van de politie nodig in minder ernstige zaken. De reactietijd hierbij is maximaal 45 minuten.
  • Prioriteit vier: noemt men een uitgestelde inzet. Dit betekent dat er een servicetijd wordt gehanteerd van maximaal 24 uur, of dat er een afspraak wordt gemaakt om de melding met de melder te bespreken.

Secundair heeft de politiemeldkamer de taak eenheden te voorzien van informatie ten behoeve van haar werkzaamheden op straat. Zo behandeld de centralist informatieverzoeken over kentekens, gezochte personen, belangrijke telefoonnummers, etc. Ook ontvangt de meldkamer de live camerabeelden van een politiehelikopter in haar gebied en regelt zij andere (hulp)diensten naar een incident (denk hierbij aan Rijkswaterstaat, sleepdiensten, technische recherche, dierenambulance en dergelijke).

Op de politiemeldkamer werken buitengewoon opsporingsambtenaren en ervaren agenten die voorheen op straat werkten maar ook combi-centralisten. Dat zijn agenten die zowel op straat en op de meldkamer werkzaam zijn.

[bewerken] Gebruikte systemen

Geïntegreerd Meldkamer Systeem Sinds een aantal jaren maken de meldkamers gebruik van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem, afgekort GMS. Dit programma kent vele mogelijkheden. Primair wordt GMS gebruikt om meldingen aan te nemen, te verwerken en uit te geven. GMS is zodanig ontwikkeld dat het op alle aangesloten werkstations dezelfde informatie toont, realtime. Terwijl de telefonist de melding aanneemt en verwerkt op zijn of haar betreffende werkstation, kan de centralist de melding meelezen en direct eenheden aansturen. De locatie, prioriteit en de informatie van de melder zijn voor de centralist direct terug te lezen. Wanneer er een multidisciplinair incident is kunnen de andere hulpdiensten worden aangevinkt waarna zij ook realtime kunnen mee lezen.

Daarnaast fungeert GMS als plotsysteem, waarbij alle eenheden te zien zijn die de centralist tot zijn of haar beschikking heeft. Ook kent het systeem een databasefunctie voor procedures en telefoonnummers die nodig zijn voor een correcte uitvoering van de werkzaamheden. Ook vormt het systeem een koppeling met het C2000 systeem, de Arbi (telefooncentrale) en het kaartensysteem. De huidige GMS versie in gebruik is 4.9.

Ook de terugkoppelingen van de eenheden op straat (zoals spraakaanvragen, informatie aanvragen, noodoproepen e.d.) worden door GMS verwerkt.

Kaartensysteem De meldkamer beschikt over een softwarepakket dat vergelijkbaar is met Google Maps. De meeste (maar niet alle) meldkamers maken gebruik van de suite CityGIS. De software stelt de gebruiker in staat huisnummers te zien, kadastrale gegevens, straatnamen, GPS coördinaten, locatie van de eenheden, luchtfoto's, en vele andere opties.

Communicatiesysteem C2000 is het digitale, niet afluisterbare communicatiesysteem waarmee de eenheden op straat in verbinding staan, zowel met elkaar als met de meldkamer. Aansturing via C2000 loopt middels het Radio BedieningsStation (RABS) waarop de software ElitePlus!Dispatch draait. Middels deze software beschikt elk werkstation over de voor haar relevante gespreksgroepen.

Daarnaast werkt de politie (beperkt) met het alarmeringssysteem P2000. Deze alarmering geschied rechtstreeks vanuit GMS, of bij uitval via PANCRAS. Ook wordt er gebruikt gemaakt van SMS-Alert/Burgernet, voor zowel alarmering van burgers als de alarmering van bepaalde eenheden.

Verder beschikt elke meldkamer tafel over een uitgebreid telefoniesysteem, meestal een computer verbonden aan een server die meerdere simultane telefonielijnen tegelijk kan verwerken (arbitragesysteem). Daarom wordt de telefoon intern ook vaak een arbi genoemd. Zowel de 112 telefonie komt hierop binnen; alsmede interne lijnen, 0900-8844 (bij drukte/gesloten servicecentrum), overloop 112 van de andere hulpdiensten, etc.

Boven op de meldkamer tafels is een z.g.n. "BusyLight" of soortgelijke constructie gemonteerd. Deze laat middels een gekleurd licht aan de andere centralisten zien wanneer de betreffende centralist in gesprek is.

Basis Voorzienings- & handhavingssysteem De politie maakt gebruik van het Basis Voorzienings- & handhavingssysteem, BVH voor de administratieve afhandeling van meldingen. Dit systeem is eenzijdig gekoppeld aan het GMS systeem, dat wil zeggen dat alle meldingen van de politie uit GMS in het BVH systeem worden opgeslagen voor verdere afhandeling. GMS meldingen zonder enige prioriteit (prio '0') worden echter nooit doorgezonden naar het BVH systeem. De meldkamer werkt zelf beperkt in dit systeem.

BlueView De meeste meldkamers beschikken over BlueView, een integrale bevragingsmodule die alle BVH's landelijk kan doorzoeken voor relevante informatie. Dit zorgt voor een zeer diepgaande informatie naslag voor de eenheden op straat.

P-Info De suite P-Info bevraagt in een handeling diverse politieregisters zodat de centralist in een oogopslag belangrijke informatie voor de eenheden op straat heeft. Zo bevraagt P-Info onder andere: CVI/HKS (simpel uitgelegd: strafrechtelijke geschiedenis van een persoon), RDW (technische- en tenaamstellingsgegevens van een voertuig), de WAM (Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen), OPS (opsporingsregister), PAPOS (ParketPolitieSysteem voor openstaande boete's), CRB (Rijbewijzenregister), GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) enzovoorts.

[bewerken] Basispolitiewerk

Het basispolitiewerk bestaat uit de volgende taken:

  • door het zichtbaar aanwezig zijn op straat van de politie, probeert men te voorkomen dat mensen overtredingen en misdrijven plegen; Steeds vaker gaan de politiemensen met een opdracht op straat, deze opdrachten komen voort uit eerdere opgedane zaken en aan de hand van cijfers.
  • noodhulp: de 24-uurs zorg ten behoeve van Prio 1 meldingen (binnen 15 minuten ter plaatse) waarbij direct een reactie nodig is van de politie, kan bijvoorbeeld zijn een aanrijding met gewonden, overvalmelding, conflicten, maar ook reanimaties tot inbraakmeldingen. Prio 2 is ook een melding waarbij het gewenst is dat de politie binnen 30 minuten ter plaatse is, echter is dit zonder gebruik te maken van de optische- en geluidssignalen. Prio 3 en 4 zijn meldingen met een lagere prioriteit.

Bij bepaalde A-meldingen kan men de opdracht krijgen om met spoed ter plaatse te gaan (met gebruikmaking van de optische- en geluidssignalen). Er zijn ook Prio 1 meldingen waarbij men geen gebruik maakt van deze signalen maar waarbij men wel spoedig ter plaatse dient te zijn, dat geeft wel eens een verwarrend beeld bij de burger, denk hierbij bijvoorbeeld aan een overvalmelding. Men dient wel snel ter plaatse te zijn maar maakt in principe geen gebruik deze signalen. Zo zijn er meerdere voorbeelden denkbaar.

  • politie bekeurt politie: Bij de zogenaamde 'automatische' bekeuringen zoals het geflitst worden tijdens het rijden door rood verkeerslicht of bij te hoge snelheid, gaat de bekeuring naar het betreffende onderdeel. De leiding van dat onderdeel dient vervolgens een gemotiveerd rapport op te stellen waarin de verantwoording van de verkeersovertreding. Komt dat rapport er niet dan komt de bekeuring terecht bij de chauffeur van de politieauto die zelf de bekeuring dient te betalen.
  • kleine, eenvoudige recherchewerkzaamheden waarbij een verdachte in principe binnen 6 uur na verhoor heengezonden kan worden bijvoorbeeld: kleine diefstallen en inbraken worden door het basispolitiewerk zelf onderzocht.

De schriftelijke afwerking kan langer duren (dossiervorming, aangiften opnemen) zeker als er nog getuigen gehoord moeten worden ter bijvoeging in het dossier en bewijsstukken nodig zijn welke opgemaakt moeten worden door bijv, technische recherche, vuurwapendeskundigen, drugsexpertise, verkeersdienstondersteuning etc. Vaak dient dit te gebeuren tijdens de noodhulpdienst of tussen de meldingen door. Als voor de medewerker basispolitiezorg de zaak te lang gaat duren (er dient bijvoorbeeld een inverzekeringstelling op te volgen), kan het werk worden overgenomen door de recherche;

  • geven van preventieadviezen: het basispolitiewerk geeft onder andere adviezen ter voorkoming van inbraken, adviezen naar de gemeente over verkeerszaken, voorlichting enz.;
  • verlenen van hulp: hulp wordt verleend aan mensen die daarom vragen, maar ook aan instanties zoals jachtopzichters en gemeente;
  • afhandeling verkeersproblemen: het houden van verkeerscontroles, het afhandelen van verkeersongevallen, adviseren aan mensen en gemeente, filebeveiliging;
  • controleren van bijzondere wetten en regelingen zoals controle of niet-Nederlanders beschikken over de benodigde documenten (visum, verblijfsvergunning, werkvergunning, en dergelijke) samen met iemand van de vreemdelingendienst.

[bewerken] Specialistische taken

Naast de basispolitiezorg kent de politie een aantal taken, die specifieke kennis vereisen. Deze taken worden uitgevoerd door gespecialiseerde diensten van de politie. Een voorbeeld van een gespecialiseerde dienst is de jeugd- en zedenpolitie.

Specialistische taken binnen het politiebestel omvatten bijvoorbeeld:

Bereden politie voorop een demonstratie in Utrecht tegen het kraakverbod.

[bewerken] Operationeel ondersteunende taken

Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de mobiele eenheid, het arrestatieteam en het observatieteam.

[bewerken] Bevoegdheden

De politie heeft bevoegdheden die burgers niet hebben. Zo kan een politieagent in bepaalde gevallen in een boodschappentas kijken voor gestolen spullen of (met een "machtiging tot binnentreding") in een woning onderzoek te verrichten naar bijvoorbeeld verboden wapenbezit.

Daarnaast heeft de politie de bevoegdheid geweld te gebruiken. De bevoegdheid om geweld te gebruiken wordt ook wel het 'geweldsmonopolie' genoemd. De politie is een van de weinige instanties die bevoegd is geweld te gebruiken. Het gebruik van geweld door de politie is aan veel regels en voorwaarden verbonden. Er mag alleen geweld worden gebruikt als er geen andere mogelijkheden zijn (subsidiariteit), en dan ook niet meer geweld dan noodzakelijk is voor het beoogde doel (proportionaliteit). In geen geval mag politiegeweld als straf worden toegepast.

Bevoegdheden van de politie zijn ook staandehouding en aanhouding.

De opsporingsbevoegdheden die de politie heeft zijn onder andere geregeld in de Politiewet, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering.

Deze bevoegdheden zijn aan zeer strenge regels gebonden. Sommige bevoegdheden mag de politieagent zelf toepassen. Zoals de eerder genoemde voorbeelden.

Zwaardere opsporingsbevoegdheden, zoals een telefoon tappen, iemand observeren of een woning doorzoeken (huiszoeking) voor drugs, mogen pas worden toegepast na toestemming van de officier van justitie of de Rechter-commissaris.

Zwaailichtenbediening politievoertuig (FedSig Vama)

Optische- en geluidssignalen De politie kan net als de andere hulpdiensten met optische- en geluidssignalen rijden. Het betreffende voertuig wordt hierdoor een voorrangsvoertuig.

Tijdens de uitvoering van haar taak heeft de politie echter vrijstelling van de (meeste) artikelen uit het Reglement Verkeersregels & Verkeerstekens (RVV). Dit betekent bijvoorbeeld dat een politieagent ten behoeve van haar functie door rood mag rijden zonder daarbij gebruik te maken van optische- en geluidssignalen.

Ook is afgesproken dat een politieagent geen optische- en geluidssignalen mag voeren zonder mondelinge toestemming van de meldkamer. Deze toestemming kan ook komen vervallen voordat de politie eenheid ter plaatse is, omdat bijvoorbeeld een andere hulpdienst reeds ter plaatse is. Zo kan het dus voorkomen dat een politievoertuig met optische- en geluidssignalen een kruising oversteekt, om bij de volgende kruising met de normale verkeersstroom verder te rijden.

Tot slot zijn er meldingsclassificaties waarbij de politie wel met spoed maar zonder optische- en geluidssignalen ter plaatse moet gaan. Denk hierbij aan gijzelingen, overvallen, inbraken, zelfdodingen, et cetera.

[bewerken] Samenwerking met andere diensten

Bij de hulpverlening werkt de politie samen met andere diensten. Bijvoorbeeld, bij een aanrijding met gewonden wordt samengewerkt met:

Daarnaast werken de politie en de Koninklijke Marechaussee in voorkomende gevallen samen. In vroeger jaren verleende de Koninklijke Marechaussee bijvoorbeeld jarenlang bijstand aan de gemeentepolitie van Amsterdam en Den Haag.

[bewerken] Slachtofferhulp

Voor de hulp aan slachtoffers werkt de politie samen met de Bureaus Slachtofferhulp. De mensen die daar werken zijn getraind om slachtoffers van ongevallen en misdrijven te helpen. Ze zorgen er voor dat de slachtoffers begeleid worden, maar ze helpen ook met het invullen van formulieren voor de verzekering of de advocaat.

[bewerken] Langduriger hulpverlening

De politie werkt nauw samen met hulpverleningsinstanties die verder kunnen gaan met helpen als de mogelijkheden van de politie ophouden. Dit zijn bijvoorbeeld:

[bewerken] Literatuur

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Referenties

  1. politiebestel.nl


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen