Politie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Een politiebureau (in dit geval het hoofdbureau van de regiopolitie Gelderland-Zuid in Nijmegen)
Bord van een politiebureau; de ruit in het logo staat voor het wetboek en de daarop getekende vlam, voor waakzaamheid
Politieauto van de politie regio Noord- en Oost-Gelderland te Winterswijk-Kotten.
Politieauto van de politie regio Noord- en Oost-Gelderland met zwaailichten en stopbord aan.
Enkele motorrijders van de regiopolitie.
Politieharley voor showdoeleinden
Politiehelikopter van KLPD

De politie in Nederland is een overheidsinstantie belast met het handhaven van de wetten van het land, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie van de Rechterlijke Macht.

Inhoud

[bewerken] Organisatie

Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie.

Sinds 1993 is de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD). In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de met de politieregio overeenkomende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten.

De politie valt onder de verantwoordelijkheid van twee ministeries: Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister Guusje ter Horst) en het ministerie van Justitie (minister Ernst Hirsch Ballin).

[bewerken] De regiokorpsen

Elk regiokorps wordt geleid door een korpschef. De korpschef heeft de dagelijkse leiding binnen een regiokorps. Het dagelijks bestuur van de regio wordt gevormd door de zogenaamde Driehoek in die regio, met als voorzitter en tevens beheerder van het Korps de burgemeester van de grootste gemeente in die regio, en als overige leden de Korpschef van het betreffende politiekorps, en de (Hoofd)officier van Justitie.

Een regio bestaat uit een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestaat uit een aantal lokale eenheden (basiseenheden of teams).

Bepalend voor het aantal politie-agenten en andere politie-medewerkers (de "politiesterkte") binnen een regio is het aantal inwoners in die regio, en de hoeveelheid criminaliteit in de regio. In totaal zijn er in Nederland zo'n 55.000 politieambtenaren in dienst.

[bewerken] Korps landelijke politiediensten

Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft dertien operationele diensten, waaronder:

Het KLPD houdt zich onder andere bezig met handhaving van de verkeersveiligheid op de autowegen, te water en in de lucht, bestrijding zware- en georganiseerde criminaliteit, handhaven van de veiligheid van het Koninklijk Huis en overige door de daartoe door de bevoegde minister aangewezen personen (bijvoorbeeld diplomaten en politici).

[bewerken] Rangen

De Nederlandse politie kent de volgende rangen:

Rangen van de Nederlandse Politie:
Hoofdcommissaris
Commissaris
Hoofdinspecteur
Inspecteur
Brigadier
Hoofdagent
Agent
Surveillant
Aspirant

Epauletten voorzien van het politielogo geven aan dat de persoon in dienst is bij de politie. Dit epaulet geeft aan dat die personen werkzaam zijn als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA), dit geldt niet voor de bovenstaande rangen. De bovenstaande rangen zijn algemene opsporingsambtenaren en zijn zogenaamde executieve politieambtenaren. Buitengewoon Opsporingsambtenaren zijn niet executief. Dat houdt in dat ze niet wapendragend zijn en ook andere geweldsmiddelen niet in kunnen zetten. BOA's worden ingezet voor alle werkzaamheden, waarbij de inzet van geweldsmiddelen niet noodzakelijk is. Dat varieert van baliemedewerkers tot allerlei specifieke recherchewerkzaamheden. Veel experts op bijvoorbeeld financieel of milieugebied zijn aangesteld als buitengewoon opsporingsambtenaar. Daarnaast werken er mensen in een 'civiele' taak. Denk hierbij aan facilitair medewerker, administratieve ondersteuning, enzovoorts. Deze personen dragen geen uniform en werken in burgerkleding. Ook bezitten zij geen opsporingsbevoegdheden en zijn daarom geen algemeen-, of buitengewoon opsporingsambtenaar. Voor de herkenbaarheid is de Voorziening tot Samenwerking Nederlandse Politie (vtsPN, voorheen het KLPD dienst logistiek) bezig een standaard uniform voor burgerfuncties te ontwikkelen. Dit uniform zal niet lijken op het politie-uniform maar wel overeenkomsten kennen in de huisstijl. Hierdoor wil men de herkenbaarheid verhogen.

[bewerken] Uniform en uitrusting

Nieuwe uniformjassen (Bron: MinBZK).
Nieuwe gele uniformjassen (Bron: MinBZK).

De Nederlandse politie heeft tot 2006 een uniform gedragen dat een combinatie was van de uniformen van de Rijks- en Gemeentepolitie. Toen deze in 1994 tijdens een grote reorganisatie opgeheven werden zijn veel jassen voorzien van de nieuwe politielogo's. Niet veel later kwam er een grote veelzijdigheid aan uniformonderdelen; zoals een lederen jas, een parka, een regenjas, enzovoorts. In 1998 heeft de raad van hoofdcommissarissen besloten dat het toenmalige kledingpakket té groot was en de uniformiteit niet meer gewaarborgd was. De werkgroep Herziening Uniform Nederlandse Politie (HUNP) ging aan de slag om een nieuw uniform te ontwerpen.

In 2006 is het nieuwe uniform definitief ingevoerd. Voor de reguliere politie heeft men een blauwe broek met zwarte streep, een wit overhemd met politie emblemen op de mouwen en de blauwe pet. Ook alle truien werden voorzien van deze mouwemblemen. Voornaamste verandering was de overgang van blauwe overhemden naar witte.

Daarnaast draagt men een blauwe blouson (korte jas) óf parka (lange jas). Deze zien er verder hetzelfde uit: aan de voorzijde een retroreflecterend woord "Politie" op de linkerborstzak (wegklapbaar), op de achterzijde een retroreflecterende striping alsmede het woord "Politie" op een wegvouwbare flap. Op de mouwen zit hetzelfde embleem als op de overhemden en truien.

Voor diensten waarvoor extra zichtbaarheid gewenst is is zowel de parka als de blouson ook verkrijgbaar in fluorescerend geel.

Nu de oude uniformen niet meer verstrekt worden zullen langzaam maar zeker de oude uniformen verdwijnen uit het straatbeeld. Sommige politieregio's zijn al volledig over op het nieuwe uniform.

De uitrusting van de politie wordt meestal om het middel gedragen aan een koppel. Deze koppels zijn van het Franse GK Professional. De uitrusting die aan de koppel gedragen wordt omvat globaal :

  • Handboeien van het merk LIPS
  • Korte wapenstok (wordt echter meestal in de broek gedragen)
  • Pepperspray (Defence Technology MKII)
  • Pistool Walther P5 in een holster van Safariland.
  • Portofoon (Meestal Nokia, Motorola of Sepura)

Ook aspiranten en surveillanten die in opleiding zijn voor de rang van agent en hoger, mogen een vuurwapen dragen als zij hiertoe de benodigde trainingen met succes hebben afgelegd. Het huidige pistool van de Duitse fabrikant Walther is al sinds 1978 in gebruik bij de Nederlandse politie. Op dit moment loopt er een aanbesteding voor een nieuw pistool voor de politie. Welk pistool dit wordt is tot op heden nog niet bekend.

De uitrusting kan verder bestaan uit o.a. een reanimatiemasker, handschoenen, draagring voor een zaklamp, mobiele telefoon, deurklem, enzovoorts. Een politieagent kan zelf kiezen welke van deze extra uitrustingsstukken hij of zij bij zich draagt.

[bewerken] Taken

In artikel 2 van de Nederlandse Politiewet staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken.

  • Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven)
  • Opsporen van misdrijven en overtredingen
  • Handhaving van de rechtsorde
  • Hulpverlening

Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig.

[bewerken] Meldkamer

De meldkamer wordt wel eens het hart van het politiebedrijf genoemd. Via het alarmnummer en het landelijke politienummer komen daar 24 uur per dag alle telefoontjes binnen. Het Nederlandse alarmnummer voor de politie is 112 voor directe hulp en 0900-8844 voor niet-spoedeisende hulp.

De mensen van de meldkamer moeten de meldingen zo beoordelen dat er snel en op een goede manier iets aan wordt gedaan. Als het een serieuze melding is, moet de medewerker in de meldkamer direct kiezen welke politiemensen hij of zij naar het adres stuurt. De medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle politiemensen op straat zijn.

De meldingen die binnenkomen bij de meldkamer worden uitgegeven aan de hand van een aantal criteria, de zogenaamde prioriteiten. Er is een prioriteitstelling één t/m vier:

  • Prioriteit één: levensbedreigende situatie waarbij binnen 15 minuten een eenheid ter plaatse moet zijn. Prio 1 meldingen gaan vaak samen met het voeren van de optische- en geluidssignalen.
  • Prioriteit twee: Spoedeisende inzet nodig, echter dit is niet bij levensbedreigende situaties. Hierbij wordt uitgegaan van een reactietijd van 15 minuten.
  • Prioriteit drie: directe inzet van de politie nodig in minder ernstige zaken. De reactietijd hierbij is maximaal 45 minuten.
  • Prioriteit vier: noemt men een uitgestelde inzet. Dit betekent dat er een servicetijd wordt gehanteerd van maximaal 24 uur, of dat er een afspraak wordt gemaakt om de melding met de melder te bespreken.

[bewerken] Gebruikte systemen

Sinds een aantal jaren maken de meldkamers gebruik van het Gemeenschappelijk Meldkamer Systeem, afgekort GMS. Dit programma kent vele mogelijkheden. Allereerst fungeert het als plottingscherm, waarbij alle eenheden te zien zijn die ingemeld staan. Daarnaast kent het systeem een databasefunctie voor procedures en telefoonnummers die nodig zijn voor een correcte uitvoering van de werkzaamheden. Ook vormt het systeem een koppeling met het C2000 systeem en het Sherpa Meldkamer GIS systeem.

C2000 is het digitale, onafluisterbare communicatiesysteem en in Sherpa Meldkamer GIS zijn de auto's op een kaart te volgen met behulp van GPS, dat via een navigatiesysteem aan de meldkamer wordt doorgegeven.

Daarnaast heeft een gemiddeld meldkamerstation een telefoongids openstaan en een bedrijfsprocessysteem voor handhaving waarin de meldingsgeschiedenis terug te vinden is.

Om de kennis- en informatieuitwisseling te optimaliseren, harmoniseert de Nederlandse politie haar bedrijfsprocessensystemen. Door landelijk met dezelfde systemen te gaan werken kan de politie criminaliteit en overlast beter bestrijden en beteugelen. In de politiekorpsen worden nu verschillende softwaresystemen gebruikt ter ondersteuning van de operationele bedrijfsprocessen. Vanaf medio 2008 worden de huidige systemen BPS, Xpol en Genesys vervangen door de Basisvoorziening Handhaving (BVH). Alle politieregio's zullen eind 2009 zijn overgestapt naar de BVH. Binnen de BVH worden bijvoorbeeld meldingen geregistreerd, aangiftes verwerkt en incidenten afgehandeld. De Basisvoorziening Opsporing is het systeem dat eind 2009 landelijk in gebruik wordt genomen ter ondersteuning van het opsporingsproces. De BVH is eigenlijk het oude systeem XPOL, echter met nieuwere functie's en een andere lay-out. De "DOS" lay-out is vervangen door een website lay-out.

Voormalig politie-insigne (Rijkspolitie) in steen, voor de ingang van het Nederlands Politiemuseum

[bewerken] Basispolitiewerk

Het basispolitiewerk bestaat uit de volgende taken:

  • door het zichtbaar aanwezig zijn op straat van de politie, probeert men te voorkomen dat mensen overtredingen en misdrijven plegen; Steeds vaker gaan de politiemensen met een opdracht op straat, deze opdrachten komen voort uit eerdere opgedane zaken en aan de hand van cijfers.
  • noodhulp: de 24-uurs zorg ten behoeve van Prio 1 meldingen waarbij direct een reactie nodig is van de politie, kan bijvoorbeeld zijn een aanrijding met gewonden, overvalmelding, conflicten, maar ook reanimaties tot inbraakmeldingen. Prio 2 is ook een melding waar de politie binnen 15 minuten ter plaatse moet wezen, echter is dit zonder optische- en geluidssignalen, en is niet levensbedreigend. Prio 3 en 4 zijn meldingen met een lagere prioriteit.

Bij bepaalde A-meldingen kan men de opdracht krijgen om met spoed ter plaatse te gaan (met gebruikmaking van de optische- en geluidssignalen). Er zijn ook Prio 1 meldingen waarbij men geen gebruik maakt van deze signalen maar waarbij men wel spoedig ter plaatse dient te zijn, dat geeft wel eens een verwarrend beeld bij de burger, denk hierbij bijvoorbeeld aan een overvalmelding. Men dient wel snel ter plaatse te zijn maar maakt in principe geen gebruik deze signalen. Zo zijn er meerdere voorbeelden denkbaar.

  • politie bekeurt politie: Bij de zogenaamde 'automatische' bekeuringen zoals het geflitst worden tijdens het rijden door rood verkeerslicht of bij te hoge snelheid, gaat de bekeuring naar het betreffende onderdeel. De leiding van dat onderdeel dient vervolgens een gemotiveerd rapport op te stellen waarin de verantwoording van de verkeersovertreding. Komt dat rapport er niet dan komt de bekeuring terecht bij de chauffeur van de politieauto die zelf de bekeuring dient te betalen.
  • kleine, eenvoudige recherchewerkzaamheden waarbij een verdachte in principe binnen 6 uur na verhoor heengezonden kan worden bijvoorbeeld: kleine diefstallen en inbraken worden door het basispolitiewerk zelf onderzocht.

De schriftelijke afwerking kan langer duren (dossiervorming, aangiften opnemen) zeker als er nog getuigen gehoord moeten worden ter bijvoeging in het dossier en bewijs stukken nodig zijn welke opgemaakt moeten worden door bijv, technische recherche, vuurwapendeskundigen, drugsexpertise, verkeersdienstondersteuning, etc. Vaak dient dit te gebeuren tijdens de noodhulpdienst of tussen de meldingen door. Als voor de medewerker basispolitiezorg de zaak te lang gaat duren (er dient bijvoorbeeld een inverzekeringstelling op te volgen), kan het werk worden overgenomen door de recherche;

  • geven van preventieadviezen: het basispolitiewerk geeft onder andere adviezen ter voorkoming van inbraken, adviezen naar de gemeente over verkeerszaken, voorlichting enz.;
  • verlenen van hulp: hulp wordt verleend aan mensen die daarom vragen, maar ook aan instanties zoals jachtopzichters en gemeente;
  • afhandeling verkeersproblemen: het houden van verkeerscontroles, het afhandelen van verkeersongevallen, adviseren aan mensen en gemeente, filebeveiliging;
  • controleren van bijzondere wetten en regelingen zoals controle of niet-Nederlanders beschikken over de benodigde documenten (visum, verblijfsvergunning, werkvergunning, en dergelijke) samen met iemand van de vreemdelingendienst.

[bewerken] Specialistische taken

Naast de basispolitiezorg kent de politie een aantal taken, die specifieke kennis vereisen. Deze taken worden uitgevoerd door gespecialiseerde diensten van de politie. Een voorbeeld van een gespecialiseerde dienst is de jeugd- en zedenpolitie.

Specialistische taken binnen het politiebestel omvatten bijvoorbeeld:

[bewerken] Operationeel ondersteunende taken

Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de mobiele eenheid, het arrestatieteam en het observatieteam.

[bewerken] Bevoegdheden

De politie heeft bevoegdheden die burgers niet hebben. Zo kan een politieagent iemand staande houden als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat dat diegene zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. Ook mag een politieagent in bepaalde gevallen in een boodschappentas kijken voor gestolen spullen of (met een "machtiging tot binnentreding") in een woning onderzoek te verrichten naar bijvoorbeeld verboden wapenbezit.

Daarnaast heeft de politie de bevoegdheid geweld te gebruiken. De bevoegdheid om geweld te gebruiken wordt ook wel het 'geweldsmonopolie' genoemd. De politie is een van de weinige instanties die bevoegd is geweld te gebruiken. Het gebruik van geweld door de politie is aan veel regels en voorwaarden verbonden. In het kort komt het er op neer dat steeds de proportionaliteit en de subsidiariteit in acht moeten worden genomen. Dat betekent dat alleen geweld mag worden gebruikt als er geen andere mogelijkheden zijn, en dan ook niet meer geweld dan noodzakelijk is voor het beoogde doel. In geen geval mag politiegeweld als straf worden toegepast.

De bevoegdheid om iemand staande te houden wordt vaak verward met de bevoegdheid iemand aan te houden. Staande houden is de bevoegdheid van de politie om een verdachte naar zijn NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats, etc.) te vragen art. 52 Wetboek van Strafvordering). Deze bevoegdheid geldt alleen ten aanzien van een verdachte. Dat is volgens art. 27 Sv. iemand "te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit". Dit dient objectiveerbaar te zijn. Een onguur uiterlijk kan geen "redelijk vermoeden" opleveren. Ook is principieel slechts strafbaar wat wettelijk strafbaar is gesteld. Het opgeven van een valse naam is strafbaar, het weigeren om antwoord te geven is dat traditioneel niet. Sinds de Wet op de Identificatieplicht kan iemand zijn naam niet meer verborgen houden, maar het opgeven van een adres mag nog steeds geweigerd worden.

Aanhouden is iets anders: dat is het ophouden van een verdachte teneinde hem naar een plaats van verhoor te leiden of te doen leiden (art. 53 e.v. Sv.). Dat is als regel een politiebureau. Aanhouden is de wettelijke term voor wat in de volksmond "arresteren" heet, een term die de wet niet kent. In het Wetboek van Strafvordering, artikel 53, lid 1 staat: In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd een verdachte aan te houden. De term "op heterdaad" betekent, "als het feit zich voor de ogen van de toeschouwer voltrekt of als het feit zojuist gebeurd is". Doet een burger een aanhouding, dan dient hij de verdachte zo spoedig mogelijk over te dragen aan de politie. En gemiddelde burger zal misschien niet zo gauw iemand aanhouden, maar bijvoorbeeld beveiligingsbeambten maken bij de aanhouding van winkeldieven ook gebruik van deze bevoegdheid. Zij hebben geen andere bevoegdheden dan een willekeurige burger.

De opsporingsbevoegdheden die de politie heeft zijn onder andere geregeld in de Politiewet, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering.

Deze bevoegdheden zijn aan zeer strenge regels gebonden. Sommige bevoegdheden mag de politieagent zelf toepassen. Zoals de eerder genoemde voorbeelden.

Zwaardere opsporingsbevoegdheden, zoals een telefoon tappen, iemand observeren of een woning doorzoeken (huiszoeking) voor drugs, mogen pas worden toegepast na toestemming van de officier van justitie of de Rechter-commissaris.

[bewerken] Samenwerking met andere diensten

Bij de hulpverlening werkt de politie samen met andere diensten. Bijvoorbeeld, bij een aanrijding met gewonden wordt samengewerkt met:

Daarnaast werkten de politie en de Koninklijke Marechaussee in voorkomende gevallen samen. In vroeger jaren verleende de Koninklijke Marechaussee bijvoorbeeld jarenlang bijstand aan de gemeentepolitie van Amsterdam en Den Haag.

[bewerken] Slachtofferhulp

Voor de hulp aan slachtoffers werkt de politie samen met de Bureaus Slachtofferhulp. De mensen die daar werken zijn getraind om slachtoffers van ongevallen en misdrijven te helpen. Ze zorgen er voor dat de slachtoffers begeleid worden, maar ze helpen ook met het invullen van formulieren voor de verzekering of de advocaat.

[bewerken] Langduriger hulpverlening

De politie werkt nauw samen met hulpverleningsinstanties die verder kunnen gaan met helpen als de mogelijkheden van de politie ophouden. Dit zijn bijvoorbeeld:

  • de verslavingszorg bijvoorbeeld het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs, Novadic-Kentron;
  • de Geestelijke Gezondheidszorg (bijvoorbeeld bij mensen die zelfmoord willen plegen of een gevaar zijn voor anderen);
  • de Reclassering Nederland;
  • de jeugdreclassering;
  • de Raad voor de Kinderbescherming;
  • maatschappelijk werk (bijvoorbeeld bij huiselijk geweld).

[bewerken] Literatuur

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links


 
Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen