Wet wapens en munitie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Nederlandse Wet wapens en munitie is onderdeel van de wapenwetgeving en is bedoeld om de schadelijke effecten van wapens in de samenleving terug te dringen.
Inhoud |
[bewerken] Beschrijving van de wet
De Wet wapens en munitie maakt onderscheid tussen het voorhanden hebben van een wapen en het dragen van een wapen. Dat is als volgt gedefinieerd:
- 'Voorhanden hebben' betekent dat iemand over een wapen kan beschikken. Dat is ook het geval als hij het opgeborgen heeft in een bergplaats waar hij de sleutel van heeft.
- 'Een wapen dragen' betekent het 'voor het grijpen hebben', terwijl iemand zich op een openbare plaats bevindt.
Het bezit van een wapen van de lichtste categorie, bijvoorbeeld een sabel, is legaal voor burgers van 18 jaar en ouder. Het is verboden om met dit soort wapens over straat te lopen. Wat wel toegestaan wordt is het bijvoorbeeld ophangen van dergelijke wapens aan de muur.
[bewerken] Categorieën voor wapens
De Wet wapens en munitie onderscheidt vier categorieën wapens.
Het gaat om de volgende categorieën:
- Categorie I. De wapens in deze categorie zijn niet-vuurwapens, waarvan de aanwezigheid onder geen enkele omstandigheid kan worden aanvaard.
Bijv: ballistische messen, ploertendoders, wurgstokjes, boksbeugels, replica's van vuurwapens. - Categorie II. Tot de wapens in deze categorie behoren wapens waarvan het gebruik en bezit is voorbehouden aan overheidsinstanties, zoals de krijgsmacht en de politie.
Bijv. automatische vuurwapens, pepperspray, stroomstootwapens, etc. - Categorie III. De categorie bevat wapens waarvan ongecontroleerd bezit ongewenst is, maar waarvoor een vergunning kan worden verkregen.
Bijv. wapens ten behoeve van jagers, schietverenigingen etc. - Categorie IV. Tot deze categorie behoren de wapens die men thuis mag hebben, maar waarvan het verboden is deze publiekelijk te dragen. Tevens mogen deze wapens niet voorhanden zijn aan personen onder de 18 jaar. Voor luchtwapens geldt ook de regel dat ze geen gelijkenis mogen hebben met een vuurwapen, anders vallen ze onder Categorie 1.
Bijv: degens, zwaarden, sabels, wapenstokken, kruisbogen, harpoen, paintballmarkers, luchtwapens.
[bewerken] Categorieën voor Munitie
Munitie valt in de categorie van het wapen waar het voor bedoeld is. Aangezien alleen Categorie I geen munitie gebruikt, valt het dus onder categorie II, III of IV
[bewerken] Maximumstraffen
Sinds 15 november 2000 zijn de straffen voor illegaal wapenbezit en illegale wapenhandel fors verhoogd. Zo is bijvoorbeeld:
- De maximumstraf voor het illegaal voorhanden hebben van een stiletto negen maanden gevangenisstraf of een geldboete van € 4500,-. (Tot 1 februari 2006 was het maximum drie maanden gevangenisstraf.)
- De maximumstraf voor het illegaal voorhanden hebben van een geweer een gevangenisstraf van vier jaar of een geldboete van € 45.000,-.
- De maximumstraf voor het beroepsmatig illegaal handelen in pistolen acht jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 45.000,-.
[bewerken] Wapenvergunning
Mensen die een legitieme reden hebben om een wapen te gebruiken, zoals sportschutters kunnen een wapenvergunning aanvragen voor een wapen uit categorie III. Die vergunning moet bij de korpschef van de politie worden aangevraagd, met daarbij de motivatie. Bij jagers wordt het wapen bijgeschreven op de jachtakte. In alle gevallen wordt gekeken of de aanvrager misschien een strafblad heeft.
Dit vergunningsysteem geldt niet voor politiemensen en militairen. De Wet is niet van toepassing op die groepen personen. Dat wordt door andere wetten geregeld.
[bewerken] Het belang van de Wet wapens en munitie
Uit onderzoek is gebleken dat doodslag vaak optreedt, doordat mensen bij een plotselinge ruzie een wapen of een ander voorwerp grijpen wat toevallig voorhanden is[bron?]. De tegenstanders van het wapenbezit beweren dat door het bezit van vuurwapens terug te dringen, sommige gevallen van doodslag voorkomen kunnen worden. De statistieken die gehanteerd worden om dit aan te tonen nemen alle gevallen in aanmerking, ook afrekeningen in het milieu en moorden begaan door misdadigers.
Het is gebleken dat de overheid onmogelijk kan voorkomen dat harde criminelen toch verboden wapens in handen krijgen. Als het Openbaar Ministerie er niet in slaagt te bewijzen dat een verdachte een geweldsdelict of drugssmokkel heeft gepleegd, kan het voorhanden hebben van een vuurwapen vaak wèl bewezen worden. Een veroordeling op basis van deze wet komt dan ook regelmatig voor.
Er is ook tegenstand tegen deze wet door airsoftspelers. Aangezien de wapens die hierbij gebruikt worden replica's van echte wapens zijn, kunnen zij nu alleen over de grens hun sport beoefenen. De overheid blijft echter achter haar standpunt staan dat deze wapens gevaarlijk zijn.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en referenties |

