Wet wapens en munitie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet wapens en munitie is een Nederlandse wet, die onderdeel vormt van de wapenwetgeving in Nederland. De wet is bedoeld om de schadelijke effecten van wapens in de samenleving terug te dringen. Van oorsprong was het verbod op vuurwapens in Nederland (zoals vervat in de Vuurwapenwet 1919) bedoeld om de positie van de overheid veilig te stellen.

Geschiedenis[bewerken]

Tot 1896 had Nederland nauwelijks wapenwetgeving. In dat jaar werd een verbod op het dragen van wapens (alle wapens) afgekondigd om de mogelijkheid te creëren stroperij aan te pakken. Van oorsprong was het verbod op vuurwapens in Nederland (zoals vervat in de Vuurwapenwet 1919) bedoeld om de positie van de overheid veilig te stellen. Die maakte zich in 1918 grote zorgen over de vele wapens die door vluchtelingen uit het oorlogsgebied werden meegenomen, vooral toen Pieter Jelles Troelstra in die periode de revolutie predikte. De Nederlandse overheid was bang voor een bolsjewistische revolutie. Men besloot daarom maatregelen te nemen om de vuurwapens "die revolutiewapens bij uitstek" uit de handen van het volk te halen. In de notulen van de behandeling in de Tweede Kamer in 1918 kan men lezen dat deze wet bedoeld was om "vuurwapens te houden uit de handen van vuile socialisten". Toen twee jaar daarna het volk de trouw aan de regering toonde door op Prinsjesdag de paarden van de gouden koets uit te spannen en de koets zelf te trekken, was dat geen aanleiding om die wet in te trekken.

Beschrijving van de wet[bewerken]

De Wet wapens en munitie maakt onderscheid tussen het voorhanden hebben van een wapen en het dragen van een wapen. Dat is als volgt gedefinieerd:

  • 'Voorhanden hebben' betekent dat iemand over een wapen kan beschikken. Dat is ook het geval als hij het opgeborgen heeft in een bergplaats waar hij de sleutel van heeft.
  • 'Een wapen dragen' betekent het 'voor het grijpen hebben', terwijl iemand zich op een openbare plaats bevindt.

Het bezit van een wapen van de lichtste categorie (IV), bijvoorbeeld een sabel, is legaal voor burgers van 18 jaar en ouder. Het is verboden om met dit soort wapens over straat te lopen.

Categorieën voor wapens[bewerken]

De Wet wapens en munitie onderscheidt vier categorieën wapens.

Het gaat om de volgende categorieën:

  • Categorie I. De wapens in deze categorie zijn niet-vuurwapens, waarvan de overheid het bezit door iedereen buiten de overheid zelf heeft verboden.
    Voorbeelden: ballistische messen, ploertendoders, wurgstokjes, boksbeugels, nabootsingen van vuurwapens.
  • Categorie II. Tot de wapens in deze categorie behoren wapens waarvan het gebruik en bezit door de overheid wettelijk beperkt wordt tot haarzelf (de krijgsmacht en de politie) en een selectieve groep gespecialiseerde verzamelaars die aan bepaalde door de overheid gestelde voorwaarden voldoen.
    Voorbeelden: automatische vuurwapens, pepperspray, stroomstootwapens, etc. Daarnaast "voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik" [Bron: Wet wapens en munitie, artikel 2.1, categorie II, 7e].
  • Categorie III. Deze categorie bevat wapens waarvan de overheid het bezit wettelijk beperkt tot zichzelf en iedereen die zij daarvoor een vergunning toekent.
    Voorbeelden: wapens ten behoeve van jagers, sportschutters, wapenverzamelaars etc.
  • Categorie IV. Tot deze categorie behoren de wapens die niet door de overheid verboden zijn om in huis te hebben, maar wel om deze publiekelijk te dragen. Voor luchtwapens geldt ook de regel dat ze geen gelijkenis mogen hebben met een vuurwapen, anders vallen ze onder Categorie I. Ook hier maakt de overheid voor zichzelf een uitzondering - dit verbod geldt niet voor de krijgsmacht en de politie.
    Voorbeelden: degens, zwaarden, sabels, wapenstokken, kruisbogen, harpoen, paintballmarkers, alarmpistolen, luchtwapens.

Sommige wapens zijn vrijgesteld van de verboden die voor de categorie waar zij in vallen gelden. Dit betreft vooral antieke wapens. Welke wapens dat zijn is te vinden in artikel 18 van de Regeling Wapens en Munitie.

Categorieën voor munitie[bewerken]

Voor munitie bestaan twee categorieën: II en III. Munitie valt in de categorie van het vuurwapen waar het voor bedoeld is, hoewel het wel mogelijk is om bepaalde categorie II munitie met een categorie III vuurwapen te verschieten of vice versa. Aangezien categorie I en IV geen munitie gebruiken omdat vuurwapens niet in die categorieën behoren, valt het dus onder categorie II en III.

Wapenvergunning[bewerken]

Mensen die een legitieme reden hebben om een (vuur)wapen te bezitten, zoals sportschutters, kunnen een wapenvergunning, in officiële termen een wapenverlof genoemd, aanvragen voor een wapen uit categorie III. Die vergunning moet bij de korpschef van de politie worden aangevraagd, met daarbij de motivatie. Bij jagers wordt het wapen bijgeschreven op de jachtakte. In alle gevallen wordt gekeken of de aanvrager misschien een strafblad heeft.

Voor zeegaande schepen kan in uitzonderingsgevallen verlof worden gegeven voor de aanwezigheid van één handvuurwapen (pistool of revolver) en één geweer.[1]

In Nederland zijn ongeveer 70.000 wapenvergunningen afgegeven, grofweg 40.000 daarvan zijn afgegeven aan sportschutters, de resterende 30.000 zijn grotendeels afgegeven aan jagers.

Eind 2007 startte de overheid een campagne om het wapengebruik onder jongeren terug te dringen. Volgens het ministerie van Justitie dragen jongeren een wapen omdat zij zich dan veiliger voelen. [2] Politieagenten onder verantwoordelijkheid van het ministerie van veiligheid en justitie zijn zelf bewapend met pepperspray, een wapenstok en een Walther P5 semiautomatisch vuurwapen. Politieagenten en militairen die zelf in dienst zijn van de overheid hebben geen vergunning nodig voor het bezitten van een vuurwapen, hierop is aparte regelgeving van toepassing.

Vanaf 1 mei 2012 gelden verscherpte regels voor het bezitten van steekwapens.[3]

Maximumstraffen[bewerken]

Sinds 15 november 2000 zijn de straffen voor illegaal wapenbezit en illegale wapenhandel fors verhoogd. Zo is bijvoorbeeld:

  • De maximumstraf voor het illegaal voorhanden hebben van een stiletto negen maanden gevangenisstraf of een geldboete van € 4500,-. (Tot 1 februari 2006 was het maximum drie maanden gevangenisstraf.)
  • De maximumstraf voor het illegaal voorhanden hebben van een geweer, een gevangenisstraf van vier jaar of een geldboete van € 45.000,-.
  • De maximumstraf voor het beroepsmatig illegaal handelen in pistolen is acht jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 45.000,-.

Het belang van de Wet wapens en munitie[bewerken]

Ieder voorwerp kan in principe als wapen gebruikt worden, van keukenmes tot automobiel. Tegenstanders van het wapenbezit zeggen dat door het bezit van vuurwapens te beperken, sommige gevallen van doodslag voorkomen kunnen worden. De statistieken die gehanteerd worden om dit aan te tonen, nemen alle gevallen in aanmerking, ook afrekeningen in het criminele milieu en moorden begaan door misdadigers.

De praktijk leert dat de overheid niet kan voorkomen dat harde criminelen verboden wapens in handen krijgen. Als het Openbaar Ministerie er niet in slaagt te bewijzen dat een verdachte een geweldsdelict of drugssmokkel heeft gepleegd, kan het voorhanden hebben van een vuurwapen vaak wèl bewezen worden. Een veroordeling op basis van de Wet wapens en munitie komt dan ook regelmatig voor.

Voor legaal vuurwapenbezit wordt een vergunningenbeleid gevoerd waarbij personen die na een degelijk antecedentenonderzoek verlof hebben verkregen nog aan allerlei beperkingen onderworpen worden. De beslissing wie in aanmerking komt om een vuurwapen te bezitten wordt is, in het geval van verzamelaars en sportschutters, neergelegd bij diverse particuliere organisaties.

Airsoft[bewerken]

Ook airsoftspelers krijgen via de wet beperkingen opgelegd. Aangezien de 'wapens' die hierbij gebruikt worden nabootsingen van echte wapens zijn vallen ze onder de Wet wapens en munitie. De overheid staat op het standpunt dat deze wapens geschikt zijn voor be- en afdreiging en daarom gevaar kunnen opleveren.[4] Daarom zijn sinds 14 januari 2013 regels van kracht die het slechts onder strenge voorwaarden legaal maken een dergelijk airsoftapparaat te bezitten. Hiervoor is onder andere een lidmaatschap vereist van een erkende airsoft-vereniging (zoals het NABV) en een V.O.G.

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties