Openbare weg
Een openbare weg is een weg waar iedereen, altijd gebruik van mag maken.
De eigenaar van een eigen weg, kan ook vrije toegang tot die weg geven. Voorbeelden hiervan zijn de paden in bossen. Men spreekt dan van wegen met een openbaar karakter. De wegenwet regelt wanneer een weg openbaar is. De openbaarheid van wegen wordt vastgelegd in de wegenlegger die op grond van de wegenwet door een gemeente opgesteld wordt.
Inhoud |
Nederland [bewerken]
In Nederland worden de meeste openbare wegen beheerd door de overheid, zijnde het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap. Ook kan een particulier of een bedrijf een openbare weg in beheer hebben. Een voorbeeld is de Westerscheldetunnel. Dit is een openbare weg, hoewel deze wordt beheerd door de NV Westerscheldetunnel.
Op de openbare wegen is de landelijke verkeersregelgeving (in Nederland Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens) van toepassing.
In Nederland is er in totaal 132.397 km aan openbare wegen (2003) die door de overheid wordt beheerd. Daarvan is:
- 119.437 km gemeentelijke en waterschapsweg
- 7856 km provinciale weg
- 5107 km rijksweg.
Openbaarheid in Nederland [bewerken]
De openbaarheid van een weg is in Nederland geregeld in de wegenwet die in 1930 vastgesteld is:
| Nederlandse Wet | |
|---|---|
| Wet(boek): | Wegenwet |
| Artikel: | 4 |
| Omschrijving: |
1.Een weg is openbaar:
2.Het onder I en II bepaalde lijdt uitzondering wanneer, loopende den termijn van dertig of van tien jaren, gedurende een tijdvak van ten minste een jaar duidelijk ter plaatse is kenbaar gemaakt, dat de weg slechts ter bede voor een ieder toegankelijk is. |
| Nederlandse Wet | |
|---|---|
| Wet(boek): | Wegenwet |
| Artikel: | 7 |
| Omschrijving: |
Een weg heeft opgehouden openbaar te zijn: |
Externe link [bewerken]
België [bewerken]
In België worden wegen onder andere beheerd door de gewesten, provincies en de gemeenten.
Zie ook [bewerken]
| Vervoermiddelen en andere gebruikers van de openbare weg |
|---|
|
auto · vrachtauto · autobus (stadsbus · streekbus · touringcar) · motorfiets · trike · quad · tractor · wagen (bespannen · onbespannen) · ruiter · geleider van rij- en trekdieren en vee · brommobiel · gehandicaptenvoertuig · bromfiets · snorfiets · elektrische fiets · fiets · bakfiets · voetganger · aanhangwagen (oplegger · caravan · fietskar) |