Paard en wagen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Trekpaard voor een huifwagen
Paard en wagen in Polen
Vierspan voor postkoets
Enkelspan met haamtuig, Polen
Tweespan western stijl
Enkelspan met borsttuig, Polen

De term paard en wagen stamt uit de tijd waarin naast een stijgend aantal gemotoriseerde voertuigen ook nog veel met trekdieren aangespannen wagens en karren gebruikt werden in het verkeer.

Geschiedenis[bewerken]

Er waren verschillende beroepsgroepen die nog lange tijd (ongeveer tot 1970) met paard en wagen de straat op gingen. Naast boeren, die hun aangespannen boerenwagens bijvoorbeeld gebruikten om hun oogst naar de boerderij te halen, waren er melkboeren, groenteboeren en bakkers, die een eigen paard hadden en met een speciaal voor hun handel ingerichte wagen langs de deuren gingen om hun waren te bezorgen. Wagens waren in die jaren meestal voorzien van luchtbanden, een achteruitkijkspiegel en een rem.

Tegenwoordig ziet men steeds minder beroepsmatig gebruikte aanspanningen in het verkeer. Af en toe ziet men in een grote stad een koets met toeristen rondrijden. Op het platteland ziet men af en toe eens een zogenaamde huifkar (eigenlijk een zeilwagen) of een koets voorbijkomen. Het rijden met paard en wagen kan gedaan worden als (beroepsmatig) beoefenaar van de mensport of als liefhebber van mennen en authentiek gerij.

Verkeerswetgeving[bewerken]

In de Nederlandse verkeerswetgeving is de voerman of koetsier een "geleider van rij- en trekdieren en vee".

Verschillende manieren van aanspannen[bewerken]

Een voertuig kan eenspannig of meerspanning aangespannen zijn. De hoofdstellen van tuigpaarden zijn meestal voorzien van oogkleppen, waardoor de paarden minder schrik hebben voor achteropkomend verkeer en beter vooruit kijken.

Enkelspan[bewerken]

Bij het rijden met een enkelspan loopt het paard tussen het inspan of lamoen dat bestaat uit twee naar voren stekende balken. De wagen of koets is voorzien van een evenaar (zwengel), waaraan de strengen bevestigd zijn. Het deel van het tuig waar een paard mee trekt kan een gareel of haam zijn met hout, maar ook een borstblad geheel van leer. In Oost Europa komen nog aanspanningswijzen voor waarbij een enkel paard naast een dissel loopt.

Tweespan[bewerken]

Bij gebruik van twee paarden lopen de paarden meestal aan weerszijden van de dissel. De vier leidsels van de paarden kruisen elkaar vooraan en komen in het midden paarsgewijs samen.

Vierspan[bewerken]

Bij mennen van paarden in een vierspan lopen de paarden twee-aan-twee voor elkaar en heeft de koetsier in de basishouding vier leidsels in zijn linkerhand.

Overige[bewerken]

Overige aanspanningen zijn bijvoorbeeld zes- en achtspan. Minder gebruikelijke manieren om paarden in te spannen zijn tandem, trojka en quadriga.

Zie ook[bewerken]