Haam

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een paard met een haam in Polen
Een verzameling houten hamen in Zweden

Een haam is een houten, vaak tweedelig halsjuk dat om de nek van een trekdier wordt geplaatst om een voetuig of landbouwwerktuig te kunnen trekken.

De functie is vergelijkbaar met die van een gareel dat echter gewoonlijk uit één stuk is en van leer gemaakt wordt. Aan een haam kan met behulp van een tuig een slee, kar, koets, ploeg of andere landbouwwerktuig bevestigd worden om door het trekdier te worden voortgetrokken. Een haam is grosso modo ellipsvormig, maar het aanzicht verschilt naargelang het soort trekdier: er zijn hamen voor paarden, ossen, ezels, honden en ook regionale tradities spelen hierbij een rol.

De uitvinding van het haam is in de middeleeuwen gedaan. Tot dan trok het paard de ploeg of kar met een lus van touw die rond de hals werd gelegd, wat natuurlijk de zuurstoftoevoer afsneed en het dier veel ongemak bezorgde. Met de uitvinding van het haam kwam de druk op de borstkas te liggen en kon het land een stuk sneller geploegd worden. Het was dus een echte agrarische uitvinding.

Het woord haam in de betekenis van houten halsband of omhulling zien we terug in het woord lichaam dat samengesteld is uit het gotische leik (waaruit het Nederlandse lijk en lijf) komt en haam als omhulling. Verwante woorden zijn hemd, als omhulling rond het lichaam en hemel, als omhulling van onze wereld.

De benaming 'haam' wordt soms ook gebruikt voor een juk om twee emmertjes water te halen of een visnet te verslepen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]