Juk
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een juk is een houten balk, met een bepaalde pasvorm, die op de schouder wordt gedragen om een last te verplaatsen. Aan elk uiteinde zit een haak of een inkeping, waaraan een touw of een ketting met een mand of een emmer kan worden bevestigd. Een juk met twee emmers water is in Nederland het traditionele beeld. Jukken worden in Azië nog steeds gebruikt, bijvoorbeeld op het platteland voor de oogst en in de steden voor ambulante handel.
Een juk voor dieren wordt gebruikt om twee trekdieren, zoals twee ossen, paarsgewijs voor een voertuig zoals een kar of een wagen te spannen.
Afgeleide betekenissen [bewerken]
- Het woord yoga dat juk betekent, refereert aan het evenwicht tussen de last die aan beide uiteinden wordt gedragen.
- Het woord juk wordt vaak gebruikt om de last van een vreemde overheersing aan te duiden. Bijvoorbeeld: "het juk van de Duitse bezetter" of "het juk van de slavernij".
- Een juk was ook een oppervlaktemaat en was dan een stuk land dat in een dag kon worden geploegd door een span ossen, hetgeen ongeveer een halve hectare was, of -zoals men vroeger ook wel zei- ongeveer 240 tot 300 vierkante roeden.
- Een juk is ook de benaming voor een klapbrug met contragewichten bestaande uit twee stenen of flinten. Juk verwijst hier naar balans, evenwicht.
Afbeeldingen [bewerken]
-
Boerin met melkbussen, Denemarken
Zie ook [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Zie de categorie Yokes van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |