EuroNCAP

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

EuroNCAP of kortweg NCAP (New Car Assessment Programme) is een standaard van crashtests voor auto's.

Het instituut, opgericht in 1997 is min of meer de standaard geworden om aan te geven hoe veilig (of onveilig) een auto is in geval van een botsing. De EuroNCAP-organisatie bestaat onder andere uit de overheden van zes landen (Spanje, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en Zweden). De automobielclubs worden vertegenwoordigd door de FIA met de ADAC als individuele partner. Daarnaast zijn er veel consumentenorganisaties vertegenwoordigd door de International Consumer Research and Testing (ICRT). Door dit brede samenwerkingsverband is het mogelijk om veel auto's te testen en de kwaliteit van de botsproeven te verbeteren.

Nederland is betrokken bij EuroNCAP door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als deelnemer. De ANWB neemt deel als lid van de FIA en de Consumentenbond als lid van de ICRT.

Testmethode[bewerken]

Om de verkeersveiligheid tussen auto’s onderling en met andere modaliteiten te vergroten is er gekozen om botsproeven met auto’s te houden. Hier is op ingespeeld door het instituut EuroNCAP. Er zijn 3 verschillende soorten botsproeven bij EuroNCAP, te weten de frontale botsing, de zijdelingse botsing en de paaltest. Een variant daarop is de botsing met de voetganger of fietser.

Werkwijze[bewerken]

EuroNCAPwerkt op een andere manier dan overige testinstituten. De snelheid waarmee EuroNCAP werkt is 64km/h, bij andere testinstituten is dat 56 km/h. Door deze verschillen worden bij EuroNCAP auto’s alleen in één klasse onderling getest. Bij de test wordt er gewerkt met dummy’s, deze zitten op de plaats van de bestuurder en de voorpassagier. Op de achterbank wordt met kinderzitjes gewerkt. De beoordeling van de crashes wordt verwerkt met gekleurde poppetjes. De kleuren met daaraan de beoordeling zijn: groen is goed, geel is gemiddeld en rood is slecht.

Frontale botsing[bewerken]

De frontale botsing wordt uitgevoerd met een snelheid van 64 km/h met een overlap van 40% aan de voorzijde, dit betekent dat de auto voor 40% frontaal wordt geraakt. Er wordt bij de frontale botsing gesimuleerd dat ongeveer 2 even zware auto’s op elkaar botsen.

Zijdelingse botsing[bewerken]

De zijdelingse botsing houdt in dat de auto stilstaat en er een slede met daarop een vervormbare barrière tegenaan wordt gereden. Dit gebeurt aan de bestuurszijde, in het midden met een snelheid van gemiddeld 50 km/h.

Paaltest[bewerken]

In de paaltest rijdt een slede met daarop de auto dwars tegen een paal aan. Dit gebeurt met een snelheid van 30 km/h. Wanneer een auto niet beschikt over een hoofd- of zijairbag slinken de overlevingskansen enorm. De paal dringt namelijk een halve meter de auto binnen.

Botsing met voetganger of fietser[bewerken]

Met de test van de botsing met voetganger of fietser worden er gedeeltes van de dummy’s gebruikt. De gedeeltes worden met een snelheid van 40 km/h tegen de motorkap geschoten. Meetapparatuur in de dummy’s kijkt naar de hardheid van de botsing.

Uitslagen[bewerken]

De tests worden in sterren en punten uitgedrukt. De punten worden gebruikt om de relatieve veiligheid van de frontale en zijimpact te meten. Aan de hand van de punten worden sterren uitgedeeld. Een erg botsveilige auto zal vijf sterren krijgen. Hoe minder veilig een auto is bij een botsing, hoe minder sterren deze krijgt.

Onder invloed van de resultaten van de Euro NCAP-tests worden door de autofabrikanten ook structurele veranderingen aan hun voertuigen doorgevoerd wat leidt tot veiliger voertuigen op de weg.

Vergelijkbare organisaties[bewerken]

Wereldwijd zijn er meerdere organisaties die de veiligheid van auto's, onafhankelijk, testen. Dit zijn onder andere:

Externe links[bewerken]

Beschrijving testmethode EuroNCAP bij anwb.nl