Etienne Lenoir
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jean Joseph Étienne Lenoir (Mussy-la-Ville, 12 januari 1822 - La Varenne-Saint-Hilaire , 4 augustus 1900) was een Belgische uitvinder die de eerste commerciële verbrandingsmotor ontwierp en bouwde. Toen Lenoir voor in de dertig was emigreerde hij naar Frankrijk waar hij zich in Parijs vestigde. Hij verbeterde de telegraaf en ontwierp in 1859 de eerste motor met inwendige verbranding, waar hij in november 1859 een octrooi Nr. 43624 voor 15 jaar voor verwierf.
Inhoud |
[bewerken] Tweetakt gasmotor
Tot dan werden voornamelijk stoommachines gebruikt. Deze waren groot en duur en alleen geschikt voor grote fabrieken. Lenoir produceerde kleine motoren welke werken op het steenkoolgas en stads- of lichtgas dat in de lichtstad Parijs overal beschikbaar was. Het principe was een stoommachine waarbij in de eerste helft van de eerste slag (takt komt pas later met Otto) het 6% stadsgas en de 94% lucht werden aangezogen. Halverwege de eerste slag werd het niet gecomprimeerde mengsel met een bougie (ook een uitvinding en octrooi van Lenoir) in brand gestoken. Het verbrande gasmengsel zette uit en duwde de zuiger met grote druk verder. Tijdens de ingaande tweede slag werd het verbrande gasmengsel uitgedreven. In Lenoirs machine komt diverse kennis uit zijn tijd samen: de stoommachine; de recent uitgevonden bobine van Ruhmkorff voor de ontsteking; de bougie, zijn eigen uitvinding. Zij gebruikt de gepatenteerde zuiger van Street. Zij heeft inwendige verbranding en dubbelzijdige actie zoals de machine van Lebon. Zij is vonkontstoken zoals de machine van de Zwitser Isaac de Rivaz. De eerste motor met inwendige verbranding, dubbelzijdige werking, tweetakt en zonder voorafgaandelijke compressie was uitgevonden.
De benaming in het in november 1859 voor een duur van 15 jaar aangevraagde octrooi nr. 43624 luidt : brevet d'un moteur à gaz et à air dilaté (octrooi voor een motor op gas en op uitgezette lucht). De motor woog ongeveer 100 kg, zijn cilinderinhoud was 2,5 liter, zijn toerental 100 tr/min met een vermogen van 440 Watt. Het verbruik was 3166 liter gas per uur per pk. Lenoirs' motor was niet zo efficiënt; hij bereikte in het begin slechts 5 procent rendement. Rond 1885 perfectioneerde Lenoir zijn motor en bereikte dan een rendement van 15%. De motoren liepen langzaam (100 tr/min) en werkten op 6% gas en 94% luchtmengsel. Zij gingen lang mee, sommige machines waren na 20 jaar gebruik nog in perfecte conditie. Rond 1885 waren er meer dan 400 in gebruik in Frankrijk, voornamelijk in de eerste motorschepen op de Seine.
[bewerken] Boot
In 1861 bouwde Lenoir een boot met een motor van 2 pk die werkte op een nieuwe brandstof op basis van petroleum, uitgevonden door Laslo Chandor.
In 1865 bouwde hij een boot met een lengte van 12 meter met een motor Lenoir van 6 pk voor Mr. Dalloz, eigenaar van het Parijse tijdschrift " Le monde illustré" Deze boot voer dikwijls op de Seine op zondagmorgen gedurende meer dan 2 uur.
[bewerken] Auto
In september 1863 reed zijn Hippomobile, met een op waterstofgas aangedreven gasmotor van 1,5 pk aangepast voor een automobiel, een traject van 18 km van zijn atelier in Rue de la Roquette, Parijs naar Joinville-le-Pont en terug, in drie uur met pauzes.
[bewerken] Viertakt
De tweetakt gasmotor vormde een inspiratiebron voor de Ottomotor van Nikolaus Otto in 1876. In 1884 bouwde Lenoir zijn eerste viertakt motor gebaseerd op het principe van de Cyclus van Beau de Rochas.
Miljoenen auto's die vandaag rondrijden danken hun bougies, kopkleppen, ontsteking en tuimelaar aan Lenoir. Lenoir wordt gezien als één van de 100 grootste uitvinders aller tijden.
[bewerken] Andere uitvindingen
Lenoir deed nog andere uitvindingen. Hij vroeg verschillende octrooien aan:
- een productieprocedé voor witte email (1847)
- verbetering van de galvanoplastiek (galvanisatie) (1851)
- elektrische remmen voor treinen (1855)
- signalisatie voor de spoorwegen (1856)
- vertinning van glas (1857)
- een methode om leer te looien met ozon (1880)
- de bougie in 1876.
Hij overleed op 78-jarige leeftijd op 4 augustus 1900. Lenoir kreeg op 16 juli 1900 als eerbetoon een plaquette van de automobielclub van Frankrijk (ACF) in het Musée des Arts et Métiers te Parijs. "ter erkenning van de grote verdiensten als uitvinder van de gasmotor en constructeur van de eerste automobiel ter wereld"
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Bronnen
Artikel "Etienne Lenoir, un moteur en héritage" (Jean-Pierre Monhonval).

