Theodor Herzl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Theodor Herzl

Binjamin Se'ev Ben Jaakob (Theodor) Herzl (Boedapest, 2 mei 1860 - Edlach, Reichenau an der Rax, 3 juli 1904) was een Oostenrijks-Joods ideoloog, journalist en publicist. Hij wordt als de vader van het moderne zionisme beschouwd.

Vroege leven en studie[bewerken]

In het Hongaarse gedeelte van de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije geboren, verhuisde hij in 1878 met zijn Duitssprekende familie naar Wenen. Hij kwam uit een welgestelde, verlichte familie, waarin godsdienst niet meer voorstelde dan een 'vrome familieherinnering'. Na zijn jeugd studeerde hij rechten, en als student werd hij zelfs lid van een sterk nationalistische Burschenschaft. In 1884 promoveerde hij tot doctor.

Na zijn studie begon Herzl een journalistieke loopbaan bij de Oostenrijkse krant Neue Freie Presse. Voor dit blad werkte hij eerst in Wenen en later in Parijs. In beide steden kwam hij onder de indruk van het felle antisemitisme dat er heerste. Vooral de rechtszaak van Dreyfus in Frankrijk waarvan hij verslag uitbracht, maakte diepe indruk op hem. Assimilatie van de Joden in Europa kwam hem daardoor voor als een illusie, de enige oplossing was volgens hem de oprichting van een eigen Joodse staat. Hij schreef: "Het beloofde land ligt daar waarheen wij het dragen. De Joden die het willen, zullen hun staat hebben, en zij zullen die ook verdienen."[1] Hiertoe publiceerde hij in 1896 het boek Der Judenstaat (= De Jodenstaat), waarin hij de aanzet gaf tot het georganiseerd zionisme (zie gelijknamig onderwerp). Hij argumenteerde dat het probleem dat Joden ondervonden een nationaal en geen individueel probleem was. Bovendien ging hij niet uit van een op de Joodse godsdienst geënt religieus zionisme, maar was zijn zionisme seculier van aard.

Theodor Herzl tijdens het Eerste Zionistische Congres in Bazel (1897)

Oprichting van de zionistische beweging[bewerken]

Weliswaar leek Herzl's boek in grote mate op dat van Leon Pinsker, die enige decennia daarvoor met zijn "Autoemanzipation" soortgelijke gedachten te berde had gebracht, maar het bijzondere van Herzl was daarin gelegen dat hij persoonlijk de stoot gaf tot de oprichting van de zionistische beweging en in de beginfase zo ongeveer de enige Joodse persoon was die de noodzakelijke maatregelen met betrekking tot de organisatie van de zionistische bijeenkomsten nam en contacten met staatshoofden uit het Duitse Rijk, het Turkse Rijk en het Verenigd Koninkrijk onderhield.

Zijn ideeën sloegen vrijwel meteen aan bij een minderheid onder de Joden in Europa, die veel te lijden hadden onder het aanhoudend racisme. Joden werden als groep en vaak ook als individuelen gediscrimineerd door een hoogtijvierend nationalisme, met name in Rusland. Vanuit Oost-Europa was inmiddels een lokaal georganiseerde, kleine emigratiestroom naar Palestina ontstaan - naast een grote emigratie naar Noord-Amerika - in verband met de pogroms die vrij frequent Joodse slachtoffers eisten en het verbranden van Joods bezit tot gevolg hadden.

Aanvankelijk was niet zeker waar de staat het beste gesticht zou kunnen worden. In Der Judenstaat (zie gelijknamig onderwerp) noemde Herzl twee mogelijkheden die hij als het meest reëel zag: Palestina en Argentinië. Diverse plaatsen, zoals Oeganda en Suriname, werden door koloniale heersers voorgesteld. Echter, al bij het Eerste Zionistische Congres, dat in 1897 in de Zwitserse stad Bazel werd gehouden (het congres kwam door zijn toedoen tot stand, en ook tegenwoordig worden deze congressen nog georganiseerd) werd besloten Palestina als plaats van vestiging te kiezen, waartoe vooral afgevaardigden uit Oost-Europa om religieuze redenen hadden verzocht. Herzl kon zich hierin vinden, zij het dat hij om tactische redenen een andere vestigingsplaats ook acceptabel zou gevonden hebben.

Der Judenstaat en Altneuland[bewerken]

Eind 1895 schrijft Herzl Der Judenstaat. Het kleine boek werd gepubliceerd op 14 februari 1896 in Leipzig (Duitsland) en Wenen (Oostenrijk) door M. Breitenstein's Verlags-Buchhandlung. Het heeft als ondertitel: "Versuch einer modernen Lösung der Judenfrage" (= "Voorstel tot een moderne oplossing voor de Joodse vraag").

Herzl's oplossing is de creatie van een Joodse staat. In zijn boek schetst hij zijn redenering voor de noodzaak om de historische Joodse staat te herstellen. Herzl's ideologie klinkt als volgt: "We zijn één land - één volk". In zijn boek is duidelijk te merken dat Herzl gefrustreerd is over het feit dat het Joodse volk nergens thuis hoort en verstoten wordt. Hij is dan ook zeer gedreven om te pleiten dat het Joodse volk recht heeft op het historische land waar zijn vandaan komen. De hiernavolgende passages zijn hier een duidelijk voorbeeld van:

"We hebben oprecht geprobeerd om samen te smelten met de gemeenschappen waarin we leven, met de enige bedoeling van het geloof van onze vaderen te behouden. Het is ons niet toegestaan. Tevergeefs zijn wij loyale patriotten, tevergeefs maken wij dezelfde opofferingen van leven en bezit zoals onze mede burgers, tevergeefs streven wij ernaar om de bekendheid van ons vaderland in de kunsten en wetenschappen te verbeteren. In ons vaderland waar wij eeuwen geleefd hebben worden wij nog steeds bestempeld als vreemdelingen, dikwijls door mannen van wie hun voorouders nog niet aanwezig waren in een tijd dat Joodse zuchten al lang gehoord waren in het land..."

"Palestina is ons onvergetelijk historisch thuisland..."

"De Joden die het echt willen zullen hun eigen staat krijgen. Zo zullen wij tenminste leven als vrije mensen op onze eigen grond, en vredig sterven in onze eigen woningen. De wereld zal bevrijd worden door onze vrijheid, verrijkt worden door onze rijkdom en versterkt worden door grootheid..."

Zijn laatste literair werk, Altneuland (= Het Oude Nieuwe Land), daterend uit 1902, is een roman gewijd aan het zionisme. Herzl besteedde drie jaar van zijn vrije tijd aan het schrijven van dit boek. Zijn boek is meer een voorspelling dan een roman en beschrijft wat kan worden verwezenlijkt binnen één generatie. De roman geeft de visie van Herzl voor een Joodse staat in Israël weer, en wordt daarmee een van de teksten die aan de basis staat van het zionisme. Altneuland is geschreven voor zowel Joden als niet-Joden: zo wilde Herzl de niet-Joodse opinie winnen voor het zionisme.

Herzl stelde zich een Joodse staat voor die een combinatie was van een moderne Joodse cultuur, gecombineerd met het beste van het Europese erfgoed. Herzl noemde zijn model "Mutualisme", en het was gebaseerd op een gemende economie, met publiek bezit van het land en natuurlijke bronnen, landbouwsamenwerkingen, sociale welvaart, wat overeenkwam met communistische of socialistische visies, hoewel ook privébezit werd aangemoedigd. Als echte modernist verwierp Herzl het Europese klassensysteem, maar bleef hij het Europese culturele erfgoed trouw. Hij ging er ook vanuit dat er meerdere talen zouden worden gesproken, maar Hebreeuws zou niet de hoofdtaal zijn. Voorstanders van een Joodse culturele wedergeboorte, zoals Ahad Ha'am waren kritisch ingesteld ten opzicht van Altneuland.

In het boek voorzag Herzl geen conflict tussen Joden en Arabieren. Eén van de hoofdpersonages erin is een ingenieur van Haifa, Reshif Bey geheten. Hij is één van de leiders van de 'Nieuwe Gemeenschap' en zeer dankbaar tegenover zijn Joodse buren voor het verbeteren van de economie van Palestina en ziet geen reden tot conflict: alle niet-Joden hebben immers gelijke rechten. De hoofdplot in de roman is dan ook de poging van een fanatieke rabbi om de niet-Joodse burgers te ontzetten uit hun rechten.

Activiteiten als zionistenleider[bewerken]

Theodor Herzl

Herzl trachtte internationaal steun te verwerven voor zijn zionistische beweging. Hij voelde zich een Weens Duits-nationalist en hij had altijd een grote bewondering gehad voor Bismarck, de stichter van het Duitse Keizerrijk. In zijn gedroomde Joodse staat in Palestina zou Duits dan ook de voertaal moeten zijn. De Duitse keizer Wilhelm II (bepaald geen filosemiet) was aanvankelijk wel voor het idee van een Joodse staat in Palestina te porren – enerzijds om "die Juden los zu werden" (= "van de Joden af te geraken"), anderzijds om op die manier de Duitse invloed in het Midden-Oosten te vergroten. In 1898, tijdens de reis van Wilhelm II naar Palestina, ontmoetten beide mannen elkaar daadwerkelijk voor overleg (driemaal). De 'Kaiser' gaf blijk van groot respect voor Herzls inzet om de zionistische droom te verwezenlijken. Van de aanvankelijke welwillendheid van de Kaiser bleef echter niets over toen bleek dat sultan Abdülhamit II geen duimbreed van zijn Ottomaanse Rijk wilde afstaan aan Herzls idee. Wilhelm II hechtte uiteindelijk meer waarde aan betrekkingen met de Turken dan aan de voorgestelde "Schirmherrschaft" (= "beschermheerschap").

In 1899 richtte Herzl in Londen de Jewish Colonial Trust op, met als doel geld beschikbaar te stellen voor grondaankopen in Palestina. Hij bleef onvermoeibaar lobbyen bij invloedrijke diplomaten en rijke Joodse bankiers, en zelfs het Vaticaan wilde hem beleefd te woord staan. Het netto resultaat van zijn inspanningen om Palestina voor de zionistische beweging te bemachtigen was op korte termijn echter nihil. Daarentegen had hij succes bij de Britse minister van koloniën, Joseph Chamberlain, die het voorstel deed de Britse kolonie Oeganda ter beschikking van de zionisten te stellen. Herzl voelde hier veel voor, en verdedigde op het zesde Zionistische Congres van 1903 het voorstel om de Joodse staat in Oeganda te vestigen. Een definitief besluit werd toen niet genomen, en het jaar daarop overleed Herzl onverwacht op 44-jarige leeftijd aan een hartaanval. Nog een jaar later besloot het zevende Zionistische Congres van 1905 definitief te kiezen voor Palestina als plek om de Joodse staat uit te roepen.

Na zijn dood[bewerken]

Uiteindelijk hebben het verder oplaaiende antisemitisme (uitmondend in de Holocaust) en het zionisme samen geleid tot de stichting van de moderne staat Israël. In 1949, vijfenveertig jaar na zijn dood, werd het gebeente van Theodor Herzl met de eerste vlucht van de Israëlische luchtvaartmaatschappij El Al overgebracht naar Israël om daar op de naar hem genoemde Herzlberg (een heuvelrug in Jeruzalem) te worden herbegraven. Op zijn steen staat de tekst: "Wenn ihr wollt, ist es kein Märchen" (= "Als u het wilt, is het geen sprookje").

Twee van zijn drie kinderen, Hans en Pauline, die jarenlang in Europa begraven lagen, werden op 20 september 2006 herbegraven op de Herzlberg, waar hun vader ook begraven ligt. Het derde kind van Theodor Herzl, zijn jongste dochter Trude, kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog om in een concentratiekamp, maar haar lichaam is nooit gevonden.

Het om zijn strandtoerisme, filmstudio's en ICT-industrie bekende stadje Herzliyya is naar hem vernoemd. De stadsnaam Tel Aviv (=lenteheuvel) herinnert aan de titel van Herzl's in het Hebreeuws vertaalde en hierboven besproken roman Altneuland. Daarin geeft hij een uitbundige toekomstvisie op Israël, vol van details die later tot werkelijkheid werden, zoals de ontwikkeling van het vissersdorpje Haifa tot een belangrijke havenstad compleet met een door kabels getrokken metrotrein. In Altneuland spreekt de visionair ook over een kanaal naar de Dode Zee en de daardoor mogelijke opwekking van elektriciteit, maar dit plan is nog niet uitgevoerd. Herzl is een populaire jongensnaam in Israël.

Joodse kritiek op Herzl en het zionisme[bewerken]

Niet alle Joden waarderen Herzl en het zionisme. Sommigen menen dat het fout was het door de Schepper bepaalde lot van de Joodse gemeenschap in eigen hand te nemen, en dat de Joden hadden moeten wachten tot de komst van de echte messias, die het volk naar Jeruzalem terug zou leiden. Met name vanwege het optreden van Sjabtaj Tzwi in de 17e eeuw, door wiens toedoen velen vol enthousiasme naar het tegenwoordige Israël verhuisden, hebben zij angst nogmaals voor de charmes van een "valse messias" te vallen. Een kleine groep van religieuze, maar fel antizionistische Joden, de Neturei Karta, gaat zelfs zover dat zij deelneemt aan pro-Palestijnse demonstraties tegen Israël en in 2006 prominent aanwezig is op de conferentie A World without Zionism in Teheran, waar zij sprekers leverden naast onder anderen de Holocaustontkenners David Duke, Robert Faurisson en Fredrick Töben.

Zaak-Dreyfus[bewerken]

De anti-Dreyfuspers schreef dagelijks over de perfide rol van 'het syndicaat', een groot complot van de Joden, vrijmetselaars, socialisten en buitenlanders, dat Frankrijk wilde verscheuren met list, bedrog, omkoping en vervalsing. Toen Dreyfus werd gedegradeerd, schreeuwde de menigte voor de hekken: À mort, à mort les juifs! (=Dood aan de Joden). Herzl was in die tijd in Parijs de Joodse correspondent voor de Weense krant Neue Freie Presse. Hij was zo geschokt dat hij naar huis ging en de eerste zinnen schreef van zijn traktaat Der Judenstaat: de Joden moesten een eigen staat krijgen. De allereerste kiem van het ontstaan van de staat Israël ligt hier, in de zaak-Dreyfus.[1]

Referenties[bewerken]

  1. a b Mak, Geert (2004) In Europa. Reizen door de 20e eeuw. Uitgeverij Atlas Contact

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Theodor Herzl op Wikisource