Suezkanaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Suezkanaal
Het Suezkanaal / foto: NASA
Het Suezkanaal / foto: NASA
Lengte 163 km
Jaar ingebruikname 1869
Van Port Said (Middellandse Zee)
Naar Suez (Rode Zee)
Loopt door Landengte van Suez (Egypte)
Suezkanaal bij de El Ferdan spoorbrug
Suezkanaal bij de El Ferdan spoorbrug
Vliegdekschip USS America (CV-66) in het Suezkanaal
Vliegdekschip USS America (CV-66) in het Suezkanaal
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

Het Suezkanaal (Qanâ el Suweis) is een 163 km lang kanaal in de landengte van Suez in Egypte, geopend in 1869. Het verbindt Port Said (Bûr Sa' îd) aan de Middellandse Zee en Suez aan de Rode Zee en begrenst het schiereiland Sinaï, dat ten oosten ervan ligt. Het is tevens de scheiding tussen Afrika en Azië.

Het kanaal heeft geen sluizen omdat geen hoogteverschil overwonnen hoeft te worden en beide zeeën hetzelfde niveau hebben. Het kanaal bestaat uit een noordelijk deel en een zuidelijk deel die door de Bittermeren met elkaar worden verbonden. Er zijn verschillende passeermogelijkheden en aanlegplaatsen. Ieder jaar ondernemen ongeveer 15.000 schepen de elf tot zestien uur durende tocht door het Suezkanaal. Dat was in 2000 ongeveer 14% van het totale tonnage van de wereldscheepvaart.

Het belang van het kanaal is zeer groot. Schepen tussen de noordelijke Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan moesten voorheen om het continent Afrika heenvaren, langs Kaap de Goede Hoop. Sinds het Suezkanaal bestaat is dat niet meer nodig, behalve toen het kanaal gesloten was; de langste periode dat dat het geval was was van 1967 tot 1975.

Ontwerp en bouw[bewerken]

De Perzen onder Darius de Grote begonnen in 500 v.Chr. aan het graven van een kanaal tussen de beide zeeën. Darius liet een kanaal graven van de Nijl tot de Rode Zee, zodat Perzische handelaars van Persis tot de Middellandse Zee konden varen. Door dit kanaal kon hij relaties met Carthago onderhouden en de kusten van Sicilië en Italië verkennen. Volgens het verslag van Herodotos (Boek 2 par.158), was het echter farao Necho II die begon met de aanleg van het kanaal en werd het project voltooid door koning Darius.

Aan het graven van het nieuwe kanaal is onverbrekelijk de naam van Ferdinand de Lesseps verbonden. Om geld bijeen te krijgen had hij de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez opgericht. Dit bedrijf bestaat nu nog steeds onder de naam SUEZ. Het ontwerp was van Alois Negrelli, een Oostenrijkse ingenieur. Het kanaal heeft geen sluizen. Het hoogteverschil tussen eb en vloed is slechts 65 centimeter in het noorden van het kanaal en 1,9 meter in het zuiden. Het kanaal was aanvankelijk in bezit van de Egyptische en Franse overheid. Naar schatting hebben 1,5 miljoen Egyptische arbeiders meegewerkt aan dit project. 30.000 arbeiders stierven tijdens het project, grotendeels als gevolg van cholera.

Bij het kolossale project werd op grote schaal met stoomkracht gewerkt, waarbij het totale vermogen bijna 18.000 pk bedraagt. Voor de bediening van de machinerie waren 15.000 arbeiders uit Frankrijk, Italië en van de Balkan aangesteld. Bij het baggeren werden 60 drijvende stoommachines ingezet, voor de afvoer van het slib zijn stoomelevators gebruikt. Waar geen water was werden stoomexevateurs toegepast, een nieuw werktuig waarmee een sleuf kon worden gegraven in de zandbodem van de woestijn. Al deze werktuigen waren speciaal voor het project ontworpen. De bodembreedte van het nieuwe kanaal was bij de opening 22 meter.

Lange tijd is de mogelijkheid overwogen om een kanaal te graven van de Rode Zee naar de Nijl, bij de 26e breedtegraad. De te doorgraven afstand is ongeveer gelijk. De Lesseps heeft hiervan afgezien, omdat hiermee Caïro (en dus de Egyptische staat) relatief veel invloed zou krijgen. In plaats daarvan werd het kanaal dus gegraven in de woestijn, ten noorden van de Golf van Suez. Om de honderdduizenden arbeiders te kunnen verzorgen is eerst een zoetwaterkanaal aangelegd vanaf de Nijl.

De stad Port Said aan de Middellandse Zee is nieuw aangelegd voor het kanaal. De stad is genoemd naar de Egyptische heerser Said Pasja, die De Lesseps toestemming gaf om het kanaal aan te leggen.

Het eerste schip voer op 17 februari 1867 door het kanaal. De hele reis nam ongeveer twee dagen in beslag. Het kanaal is officieel geopend op 17 november 1869 met een stoet schepen, voorop die van de Franse keizerin Eugénie de Montijo. De tocht duurde drie dagen. Met de opening van het kanaal werd de afstand tussen Jeddah en Rotterdam met 40% verkort; via het Suezkanaal is de afstand 6337 zeemijl in vergelijking tot 10.743 mijl via Kaap de Goede Hoop.

Koloniale tijd[bewerken]

De opening van het kanaal had een onmiddellijk effect op de wereldhandel. Het droeg in belangrijke mate bij tot het verder doordringen van de Europese koloniale machten in Afrika. Met name het oosten van Afrika werd dankzij het Suezkanaal snel door hen ingepalmd.

Egypte kreeg schulden door het moderniseren door leider Ismail (onder het bewind van sultan Abdul Hamid II) die uiteindelijk leidden tot verkoop van hun aandeel in dit project aan het Verenigd Koninkrijk. In 1882 trokken Britse troepen het gebied binnen om hun belang in het kanaal te beschermen. Zij kregen zo het land en het voor het Britse Imperium uiterst belangrijke kanaal onder controle. De gegarandeerd vrije doorgang van het kanaal werd in 1888 geregeld in de Conventie van Constantinopel. Deze toestand bleef tot 1952 gehandhaafd. Tijdens de politionele acties werden de Nederlandse troepen via het Suezkanaal naar Indonesië gevaren.

Het Suezkanaal speelde een belangrijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Groot-Brittannië, als toegangsweg naar de Arabische olievelden en Brits-Indië. Het kanaal werd beschouwd als de 'luchtpijp van het Britse Rijk'. Meer dan 200.000 Italiaanse troepen vielen op 13 september 1940 Egypte binnen waardoor de asmogendheden controle dreigden te krijgen over het Suezkanaal. Uiteindelijk slaagden de geallieerden erin om het te behouden. In de Eerste slag om El Alamein werd de opmars van het Afrika Korps onder leiding van Erwin Rommel gestuit, en na de Tweede slag om El Alamein moest het Afrika Korps terugtrekken om uiteindelijk in 1943 in Tunesië te capituleren.

Nationalisering door Egypte[bewerken]

Het Suezkanaal aan de Middellandse Zee / Foto: NASA

Op 26 juli 1956 werd het Suezkanaal genationaliseerd door de regering van president Gamal Abdel Nasser en onder beheer gebracht van de Suez Canal Authority. Dit gebeuren leidde tot een oorlog tussen Egypte en een coalitie van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël. De oorlog, die een week duurde, wordt de Suezcrisis genoemd. Het gevolg van de oorlog was dat het kanaal enige maanden gesloten was. De Verenigde Naties zegden later Egypte het alleenrecht op het kanaal toe.

Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het kanaal de grens tussen de door Israël bezette Sinaï en de rest van Egypte en als gevolg hiervan bleef het kanaal gesloten voor scheepvaart tot 5 juni 1975. Op het moment dat de Zesdaagse Oorlog begon lagen er vijftien schepen in het kanaal. Deze kwamen vast te zitten doordat Egypte beide zijden van het kanaal blokkeerde. Door de kleur die het woestijnzand veroorzaakte kwam zij bekend te staan onder de naam [{Gele Vloot]]. Een VN-vredesmacht, UNEF II, was van oktober 1973 tot juli 1979 gestationeerd op het schiereiland Sinaï. In 1979 sloten Israël en Egypte vrede. Deze vrede is vastgelegd in de akkoorden van Camp David. Als gevolg hiervan werd een vredesmacht gestationeerd in de Sinaï. Daar de VN niet in staat was deze vredesmissie samen te stellen, is op initiatief van Amerika een vredesmacht samengesteld, de Multinational Force and Observers (MFO). De vredesmacht is actief vanaf begin 1982. Nederland heeft in de vorm van Verbindingsdienst- en Politietaken vanaf het begin tot 1995 een bijdrage geleverd aan de MFO.

Afmetingen van het kanaal[bewerken]

Sinds de opening is er continu gegraven om steeds grotere schepen veilig en snel doorvaart te verlenen. In 1869 konden schepen met een tonnenmaat van 5.000 ton het kanaal passeren, een gangbare grootte voor die tijd, maar tegenwoordig kunnen grote tankers van 240.000 ton door het kanaal. Op circa de helft van het kanaal is uitsluitend eenrichtingsverkeer mogelijk. De aanleg van passeerlanen maakt het passeren van schepen en tweerichtingverkeer op deeltrajecten mogelijk.

De tabel hieronder toont een overzicht van de ontwikkeling van het kanaal sinds de opening[1]:

Omschrijving 1869 1956 1962 1980 1994 1996 2001 2010
Lengte (in kilometer) 164 175 175 189,8 189,8 189,8 191,8 193,3
Lengte passeerlanen (in km) 27,7 27,7 77 77 77 79 80,5
Breedte bij 11 meter diepte (in meters) 60 89 160/175 170/190 180/200 195/215 205/255
Diepte kanaal (in meters) 8 14 15,5 19,5 20,5 21 22,5 24
Maximale diepgang schip (in feet) 22 35 38 53 56 58 62 66
Maximale grootte schepen (geladen, DWT) 5.000 30.000 60.000 150.000 170.000 185.000 210.000 240.000

Vervoersstromen[bewerken]

In het Suezkanaal wordt in konvooi gevaren. Er zijn dagelijks drie konvooien, waarvan twee van noord naar zuid en één van zuid naar noord. De schepen varen met een snelheid tussen de 11 en 16 kilometer per uur, afhankelijk van het type en de omvang van het schip. De reistijd door het kanaal ligt tussen de 12 en 16 uur.

Het Suezkanaal is een belangrijke verkeersader. In 2010 maakten bijna 18.000 schepen gebruik van het kanaal, dit zijn gemiddeld 50 schepen per dag. Het zijn veelal geladen schepen, slechts 15% van de schepen heeft alleen ballast aan boord. Containerschepen varen het vaakst door het kanaal, in 2010 waren dit er 6852, gevolgd door tankers, droge-ladingschepen en vrachtschepen voor algemeen gebruik. In de onderstaande tabel blijkt dat het aantal schepen dat door het kanaal vaart een stijging laat zien, met uitzondering van 2009. De daling in dat jaar werd veroorzaakt door de grote financiële crisis die de wereldhandel deed dalen[2].

Jaar Aantal schepen Netto tonnage
(in 1000 ton)
Vervoerde lading
(in 1000 ton)
Tolgelden
($ miljoen)
1975[3] 5.579 50.441 n.b.
1980 20.795 281.305 n.b.
1985 19.791 352.579 n.b.
1990 17.664 410.322 n.b.
1995 15.051 360.372 n.b.
2000 14.142 439.041 n.b.
2001 13.986 456.113 372.400
2002 13.447 444.786 368.800
2003 15.667 549.381 457.900
2004 16.850 621.253 521.219 3.077,5
2005 18.224 671.951 571.105 3.453,7
2006 18.664 742.708 628.635 3.815,8
2007 20.384 848.163 710.098 4.601,7
2008 21.415 910.059 722.984 5.381,9
2009 17.228 734.450 559.245 4.289,5
2010 17.993 846.389 646.064 4.768,9
2011 17.799 928.880 691.800 n.b.
2012 17.225 928.452 739.911 n.b.

Het Suezkanaal speelde in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw een belangrijke rol bij het transport van aardolie van het Midden-Oosten naar Europa. Ongeveer 10% van de internationaal verhandelde olie werd door het kanaal getransporteerd. Na de blokkade van het kanaal in 1967 namen reders grotere olietankers in de vaart die niet meer beperkt werden door de afmetingen van het Suezkanaal. Het kanaal werd in 1975 weer voor scheepvaartverkeer geopend, maar veel tankers zijn niet teruggekeerd waardoor het belang van het kanaal voor de olietankvaart afnam. In 2009 werden circa 1,9 miljoen vaten olie per dag door het kanaal vervoerd, bijna gelijk verdeeld over oliestromen noordwaarts en zuidwaarts. Het aandeel van ruwe aardolie was ongeveer 0,6 miljoen vaten per dag en die van olieproducten, veelal vervoerd in kleinere tankers, ongeveer 1,3 miljoen vaten[4]. Het vervoer van lng door het kanaal is sterk gestegen sinds 2008; voeren in 2008 nog circa 430 lng-tankers door het kanaal, in 2010 was dit gestegen tot 885. In deze periode is het transport van lng noordwaarts verviervoudigd vanwege het gereedkomen van grote lng-faciliteiten in Qatar en het vervoer naar klanten in Europa. Bij een eventuele blokkade van het kanaal kan de aardolie nog via de Sumed-pijplijn worden vervoerd, maar dergelijke faciliteiten ontbreken voor het transport van lng.[5]

Bestuurders[bewerken]

Presidenten van de Suez Canal Company (1855-1956)[6]:

  • Ferdinand de Lesseps (1855 - december 1894)
  • Jules Guichard (december 1894 - juli 1896)
  • Auguste Louis Alberic - Prince d'Arenberg (augustus 1896 -1913)
  • Charles Jonnart (mei 1913 - 1927)
  • Louis de Vogue (april 1927 - 1 maart 1948)
  • Francois Charles-Roux (april 1948 - 26 juli 1956)

Na de nationalisatie van het kanaal in 1956 waren de voorzitters van de Suez Canal Authority (vanaf 1956):

  • Dr. Mohamed Helmy Bahgat Badawy (26 juli 1956 - 9 juli 1957)
  • Ir. Mahmoud Younis (10 juli 1957 - 10 oktober 1965)
  • Ir. Mashhour Ahmed Mashhour (14 oktober 1965 - 31 december 1983)
  • Ir. Mohamed Ezzat Adel (januari 1984 – december 1995)
  • Admiraal Ahmed Ali Fadel (januari 1996 - augustus 2012)
  • Admiraal Mohab Mameesh (augustus 2012 - nu)

Piraten[bewerken]

Schepen die door het kanaal varen, komen ook langs Somalië, waar de zee door piraten onveilig wordt gemaakt. Reders veranderen hun route en maken minder gebruik van het kanaal dat de Middellandse Zee en de Indische Oceaan verbindt, om Somalische piraten rond de Golf van Aden te vermijden. In plaats daarvan varen ze helemaal om Afrika heen.

Het Suezkanaal is voor Egypte een belangrijke bron van inkomsten. De Suez Canal Authority, de uitbater van het Suezkanaal, overweegt om passerende schepen een korting te verlenen op de tol voor de doorvaart. Dat heeft Ahmed Ali Fadel, voorzitter van de Suez Canal Authority, verklaard.

Trivia[bewerken]

  • Het Suezkanaal staat bij de zeelieden ook bekend als 'Marlboro Channel', omdat schepen die een sleepboot nodig hebben voor de doortocht er geen krijgen, tenzij ze enkele sloffen sigaretten van het merk Marlboro aan de bemanning van de sleepboot geven[7].
  • De Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi deed in 1867 een voorstel voor een impressionante vuurtoren in de vorm van een beeld. Deze zou op de noordelijke ingang van het kanaal komen. De toenmallige Pasja van Egypte keurde dit voorstel echter af om financiële redenen. Het beeld werd alsnog gemaakt, maar werd door Frankrijk aan de Verenigde Staten van Amerika geschonken, ter herinnering aan het eeuwfeest van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de vriendschap tussen de beide landen. Het beeld staat nu bekend als het Vrijheidsbeeld in de New York Bay.

Naslagwerk[bewerken]

(en) Parting the Desert - The creation of the Suez Canal, Zachary Karabell, 2004, Uitgeverij: Vintage Books, New York; ISBN - 0 375 70812 X

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Afmetingen van het kanaal sinds de opening Geraadpleegd op 2011-02-08
  2. (en) Vervoersstatistieken Suezkanaal Geraadpleegd op 2011-02-08
  3. Kanaal gedurende het jaar heropend voor verkeer
  4. (en) IEA Facts on Egypt, Oil and Gas Geraadpleegd op 2011-03-05
  5. (en) Energy Information Administration: Geografische knelpunten bij olievervoer
  6. (en) Bestuurders van het Suezkanaal Geraadpleegd op 2011-02-08
  7. (en) Suez Canal Transit circa 1993; hierin wordt melding gemaakt van deze gewoonte Geraadpleegd op 2011-03-05