Oslo-akkoorden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Yitzchak Rabin, Bill Clinton en Yasser Arafat tijdens de Oslo-akkoorden, 13 september 1993.
Palestijnse Autoriteit
Palestinian National Authority COA.svg
Politiek in de
Palestijnse Autoriteit


Portaal  Portaalicoon  Politiek

De Oslo-akkoorden, officieel de Declaratie van Principes over de Reglementen van Interim Zelfbestuur, die op 20 augustus 1993 in Oslo, Noorwegen waren samengesteld en vervolgens op 13 september 1993 officieel ondertekend tijdens een ceremonie in Washington D.C., hadden het doel de eerste aanzet te zijn om het Palestijnse vraagstuk op te lossen.

Geschiedenis[bewerken]

Mahmoud Abbas tekende voor de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en Simon Peres tekende voor de regering van Israël. De getuigen waren Warren Christopher namens de Verenigde Staten en Andrei Kozyrev namens Rusland. De ondertekening gebeurde in aanwezigheid van Bill Clinton, president van de Verenigde Staten, Yitzchak Rabin, minister-president van Israël en Yasser Arafat, voorzitter van de PLO.

De Oslo-akkoorden waren het resultaat van een serie geheime besprekingen in Noorwegen. De Israëliër Yossi Beilin en de Noor Terje Larsen dachten dat een geheime onderhandeling, buiten het oog van de pers, tot meer resultaat zou kunnen leiden dan de officiële onderhandelingen die in 1991 in Madrid waren begonnen. De aanzet tot de besprekingen werd in december 1992 gegeven door Terje Larsen, die in Londen de Israëlische hoogleraar geschiedenis Yair Hirschfeld in het geheim met het PLO-lid Abu Ala in contact bracht. (In die tijd was contact met PLO-leden voor Israëliërs nog bij wet verboden.) Tijdens deze ontmoeting bleek er aan beide kanten meer onderhandelingsruimte te zijn dan op dat moment bij de officiële conferentie in Madrid het geval was. Beide heren besloten elkaar opnieuw te ontmoeten in Noorwegen. Terje Larsen en zijn vrouw Mona Juul verzorgden bij deze tweede ontmoeting alle faciliteiten en zorgden voor een dekmantel om de ontmoeting geheim te kunnen houden. De ontmoeting werd in tegenstelling tot de besprekingen in Madrid in een huiselijke sfeer verzorgd, waarbij de delegaties gezamenlijk een woning betrokken. Drie Palestijnen en twee Israëliërs kwamen bij deze serie ontmoetingen tot een nieuwe kijk op elkaars standpunten en zo ontstond een eerste versie van een principe-akkoord.[1]

Na dit succes besloot de Israëlische regering een officiële afvaardiging te sturen (Aan Palestijnse kant was reeds sinds het begin een officiële afgevaardigde - Abu Ala was destijds penningmeester en derde in lijn van de PLO). De informele sfeer viel deels weg nadat de Israëlische delegatie deel moest maken voor Uri Savir, onderminister van Shimon Peres en Joel Singer, een militair opgeleid advocaat. Met grote inspanning van de Noorse Larsen en Juul kwam uiteindelijk een akkoord op tafel, dat in een hotelkamer in Oslo in het geheim ondertekend werd door Mahmoud Abbas en Shimon Peres. Hierna werd de pers en ook de officiële delegatie van de "Madridconferentie", waar op de hoogte gesteld van het bereikte akkoord. Een vooruitgeschoven deel van het akkoord, waarin Israël de PLO erkent als vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en de PLO het bestaansrecht van Israël erkent en geweld en terrorisme afzweert, werd in Parijs afgerond, vlak voor de ondertekeningen in Washington.[1]

Tijdens de publieke ceremonie aarzelde Yitzhak Rabin even Yasser Arafat de hand te schudden en president Bill Clinton gaf hem een schouderklopje om hem over de eerste drempel heen te helpen.

Er waren grote verwachtingen in de Oslo-akkoorden en de daaropvolgende overleggen en er was hoop dat er een zekere normalisering tussen Israël en de Arabische wereld plaats kon vinden, echter tot op heden is er weinig resultaat geboekt.

Principes[bewerken]

De inhoud van de akkoorden waren de terugtrekking van het Israëlische leger uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever en het recht op zelfbestuur van de Palestijnen door de vorming van de Palestijnse Autoriteit. Het zelfbestuur zou een interim-periode van vijf jaar in beslag nemen en gedurende die periode moest over een nieuw verdrag, bekend als Oslo II, worden onderhandeld. Bepaalde onderwerpen zoals Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen en grenzen waren nadrukkelijk uitgesloten in de akkoorden. Het zelfbestuur zou in fases worden uitgevoerd.

De Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever werden in drie gedeeltes verdeeld:

  • Zone A - Onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit.
  • Zone B - Palestijnse Autoriteit maar onder Israëlisch militair bewind
  • Zone C - Onder bestuur van de regering van Israël

Tevens werden de Brieven van wederzijdse erkenning getekend waarin beide partijen elkaar erkenden als de wettelijke vertegenwoordigingen en de PLO het recht van de staat Israël om te bestaan erkende en het gebruik van terrorisme, geweld en het vernietigen van Israël afzwoer.

Oslo II[bewerken]

Oslo II was een interimregeling over de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Dit akkoord gaf de Palestijnen zelfbestuur in Bethlehem, Hebron, Jenin, Nablus, Qalqilya, Ramallah, Tulkarm, en ongeveer 450 dorpen.

Dit akkoord werd op 24 september 1995 in Taba (Sinaï, Egypte) getekend door Israël en de PLO en op 28 september bekrachtigd door premier Yitzchak Rabin en PLO voorzitter Yasser Arafat in Washington D.C.. Als getuigen waren president Bill Clinton en afgezanten van Rusland, Egypte, Jordanië, Noorwegen en de Europese Unie aanwezig.

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b De Oslo Connectie - Jane Corbin