Mahmoud Abbas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mahmoud Abbas
Mahmoud Abbas 2007.jpg
Geboren 26 maart 1935
Safed, Mandaatgebied Palestina
Politieke partij Fatah
Partner Amina Abbas
President van de Palestijnse Autoriteit
Huidige functie
Aangetreden 15 januari 2005
Voorganger Rauhi Fattouh (interim)
Premier van de Palestijnse Autoriteit
Aangetreden 19 maart 2003
Einde termijn 6 september 2003
Opvolger Ahmed Qurei
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Mahmoud Abbas (Arabisch: ‏محمود عباس , Maḥmūd ʿAbbās; Safed, 26 maart 1935), ook bekend als Abu Mazen (أبو مازن , Abū Māzin), is de huidige leider van de Palestijnse Autoriteit en een voormalige premier van de Autoriteit. Hij werd verkozen als president, maar zijn mandaat eindigde formeel op 9 januari 2009. Hij verlengde eigenhandig zijn regeringstermijn met een jaar en ook na het verstrijken van nog eens een jaar is hij nog steeds in functie. Als gevolg van deze situatie heeft de belangrijkste rivaal van Fatah, de politieke beweging Hamas, aangekondigd dat het de verlenging niet erkent en dat Abbas niet als rechtmatige president gezien kan worden.[1][2][3]

Biografie[bewerken]

Abbas werd geboren in het Britse mandaatgebied Palestina in Safed, niet ver van Syrië en Libanon. Tijdens de Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 vluchtte hij met zijn familie toen de vijandelijkheden Safed naderden. Later studeerde hij rechten in Egypte en promoveerde in Moskou, aan de voor buitenlandse studenten opgerichte Patrice Lumumba Universiteit van de Sovjet-Unie. Zijn proefschrift over de Geheime relaties tussen de Nazi's en de Zionisten leidde in 2003 bij zijn aantreden als premier tot een controverse omdat hij in die studie onder verwijzing naar Robert Faurisson en Raul Hilberg, kampstatistieken van het Rode Kruis en de Franse politicoloog Paul Rassinier, stelde dat er geen zes miljoen, maar "hooguit" 890.000 Joden omgebracht zouden zijn tijdens De Holocaust. Hij kwam door latere controverse als Holocaust-revisionist bekend te staan. Hoewel Abbas de inhoudelijke argumentatie van zijn proefschrift niet terugnam, zei hij in een vredesinterview met Haaretz, dat hij de moord op Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog niet geheel ontkent, en elke moord op onschuldige burgers uitdrukkelijk veroordeelt.

In de jaren '50 werd hij in Qatar lid van een groep gevluchte Palestijnse onafhankelijkheidsstrijders. Hij rekruteerde diverse personen die later een leidende rol binnen de PLO zouden krijgen en was in 1957 betrokken bij de oprichting van al-Fatah. Gedurende de volgende decennia nam hij deel aan de leiding van de PLO. Hoewel hij weinig aandacht in de media kreeg, klom hij op tot secretaris van het dagelijks bestuur, en daarmee tot tweede man naast Yasser Arafat. Hij behoorde tot de gematigden, en wordt geacht een van de belangrijkste verantwoordelijken te zijn voor de Oslo-akkoorden in 1993.

Bloedbad op de Olympische Spelen van 1972[bewerken]

Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München, werden atleten van het Israëlische Olympische team gegijzeld door een Palestijnse terroristische organisatie: De Zwarte September. Er wordt gezegd dat deze 'Zwarte September' een dekmantel was van de Fatah-beweging van Yasser Arafat. Bij het gijzelingsdrama kwamen uiteindelijk 11 Israëlische atleten, 5 terroristen en een Duitse politieagent om het leven.

Abu Daoud, die de aanslag heeft gepland maar zelf verder niet bij de uitvoering betrokken is geweest, heeft in zijn autobiografie 'Memoires of a Palestinian Terrorist' geschreven dat Mahmoud Abbas verantwoordelijk is geweest voor de financiering van deze aanslag. Deze beschuldiging is overigens niet bevestigd door andere bronnen.

Minister-president[bewerken]

In 2003 verklaarden Israël en de Verenigde Staten niet langer bereid te zijn met Yasser Arafat te onderhandelen en een andere vertegenwoordiger voor de Palestijnen te zoeken. Zij noemden de naam van Abbas, als secretaris van de PLO de rechterhand van voorzitter Arafat. Abbas stond bekend als een pragmatische en tot onderhandelingen bereid zijnde Palestijn. Onder deze druk stelde Arafat op 30 april 2003 Abbas aan als de eerste premier van de Palestijnse Autoriteit.

Gedurende de volgende maanden onderhandelde Abbas met Israël en de Verenigde Staten over de door de Verenigde Staten opgestelde routekaart naar vrede (roadmap to peace), met als hoogtepunt de top van Aqaba in juni, waar Israël beloofde een groot aantal nederzettingen te ontruimen en Abbas beloofde te proberen de zelfmoordaanslagen te beëindigen. Toen ook sommige Palestijnse terroristische organisaties, zoals Hamas, een bestand aankondigen, leek de weg naar onderhandelingen open te liggen. Dat hield echter niet lang stand. Slechts enkele weken later waren Israël en Hamas opnieuw in acties en aanslagen verwikkeld.

Abbas lag ondertussen van diverse kanten onder vuur. Israël was het niet eens met zijn politiek om door middel van onderhandelingen (in plaats van daadwerkelijke actie) de terroristische aanslagen te stoppen; de Palestijnen waren daarentegen van mening dat hij te toegeeflijk was ten opzichte van Israël zonder genoeg terug te krijgen. Daarnaast waren er doorlopend problemen met Arafat over de machtsverhoudingen tussen Arafat als president en Abbas als premier.

Op 4 augustus 2003 werd een motie van wantrouwen ingebracht in het Palestijnse parlement, maar op 6 augustus, toen deze in stemming zou komen, nam Abbas reeds zelf ontslag. Reden was de ruzie met Arafat: Abbas wilde dat Arafat de controle over de veiligheidsdiensten zou overgeven aan zijn regering, maar Arafat weigerde dit.

Presidentsverkiezingen 2005[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Voor het hoofdartikel, zie Palestijnse presidentsverkiezingen 2005

Op 11 november 2004 overleed Yasser Arafat, en men besloot nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Op 9 januari 2005 zouden die presidentsverkiezingen gehouden worden. Abbas werd door de PLO gekozen als hun presidentskandidaat. Op 14 december riep Abbas op tot het einde van de al-Aqsa Intifada en tot vrede met Israël. De grootste politieke rivaal van Fatah, Hamas, besloot de verkiezingen te boycotten, waardoor Abbas' overwinning verzekerd was. Abbas won de overigens rustig verlopen presidentsverkiezingen met 62,3% van de stemmen bij een opkomst van 66%, en volgt daarmee Arafat ook als president op. Abbas kondigt direct aan met Israël en andere landen te willen onderhandelen over het vredesproces.

Crisis tussen Hamas en Fatah[bewerken]

Palestijnse Autoriteit
Palestinian National Authority COA.svg
Politiek in de
Palestijnse Autoriteit


Portaal  Portaalicoon  Politiek

In januari 2006 werden er parlementsverkiezingen gehouden, en tot grote verbazing was de radicale beweging Hamas de grote winnaar van de verkiezingen. Ze behaalde zelfs een meerderheid in het parlement. Toen bleek dat geen enkele partij met Hamas een regering wilde vormen, besloot Hamas zelf een regering te vormen. Deze regering trad aan in maart 2007, onder leiding van Ismail Haniya. Omdat Hamas wordt gezien als een terroristische organisatie, besloot de internationale wereld de contacten met deze regering te verbreken, en het zou ook geen hulp meer leveren aan de regering. Hierdoor kwam de Palestijnse Staat al gauw in economische problemen, die werden verergerd door Operation Summer Rains in de zomer van 2006. Door dit offensief van Israël werd de infrastructuur van de Palestijnse gebieden ernstig beschadigd. Omdat de ambtenaren geen geld meer kregen, besloten ze te gaan staken, waardoor de crisis alleen nog maar erger werd.

Vanwege de grote onenigheid tussen Hamas en Fatah kondigde Abbas op 16 december 2006 vervroegde verkiezingen aan, zowel parlementaire- als presidentsverkiezingen. Dit leidde tot een grote crisis tussen Fatah en Hamas, die aan bijna 100 mensen het leven kostte, en waarbij meer dan 300 mensen gewond raakten. In februari 2007 werd er een akkoord gesloten tussen de partijen in Mekka, Saoedi-Arabië. Er werd een regering van nationale eenheid gevormd, die op 17 maart 2007 aantrad. Deze regering werd echter op 14 juni 2007 al ontbonden door Abbas, die tevens de noodtoestand afkondigde, in verband met de verovering van de Gazastrook door Hamas. Dit gebeurde na dagen van gevechten tussen aanhangers van Fatah en Hamas, waarbij tientallen mensen om het leven kwamen.[4] Een dag later benoemde Abbas de voormalige minister van Financiën Salam Fayyad als de nieuwe minister-president. Fayyad is niet lid van Fatah of Hamas, en geldt als een gematigd persoon. Hij was als minister van Financiën verantwoordelijk voor de bestrijding de corruptie. Haniya zei hierop dat hij de beslissing van Abbas om de regering te ontbinden, niet aanvaardt. Daarom zal hij niet aftreden. Ook verklaardde hij dat hij zich niets zal aantrekken van de noodtoestand die president Abbas uitriep. Wel benadrukte hij dat Hamas er niet op uit is om een eigen staat op de Gazastrook te stichten. "De Gazastrook is een onafscheidelijk deel van het thuisland en een integraal deel van het Palestijnse volk."[4]

De benoeming van Fayyad als vervanger van Haniya heeft voor veel discussie gezorgd, want in de Palestijnse Grondwet staat dat een president een premier wel mag ontslaan, maar geen nieuwe premier mag benoemen zonder de goedkeuring van de Palestijnse Wetgevende Raad. Volgens de wet is de oude premier gewoon nog de premier, totdat een nieuwe premier is benoemd. Aangezien de Palestijnse Wetgevende Raad nooit zijn goedkeuring heeft gegeven voor de benoeming van Fayyad, besloot Haniya om verder te regeren als de premier van de Palestijnse Autoriteit. Hij werd ook door vele Palestijnen erkend als de legitieme premier.

Op 18 juni besloot de internationale gemeenschap, waaronder de Europese Unie en de Verenigde Staten, weer goederen te leveren aan de Palestijnse Autoriteit. Dit was een middel om Abbas' positie te versterken op de Westelijke Jordaanoever. Een dag later werden alle connecties tussen Fatah en Hamas verbroken, door de overname van de Gazastrook door Hamas.

Met de gematigde leiders van de Palestijnse Autoriteit, te weten Abbas en Fayyad, viel voor de Israëlische regering wel te praten. Olmert en Abbas hielden vele malen besprekingen over een mogelijke vrede tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit.

In juni 2008 besloot Abbas een gezant naar de Gazastrook te sturen om de weg te plaveien voor verzoeningsoverleg met Hamas. De gezant was de eerste vertegenwoordiger van Abbas die Gaza bezoekt sinds Hamas de troepen van Abbas' Fatah-partij onder de voet liep en het gebied bezette. De gezant zei niet met Hamas te zullen praten, maar overleg te zullen voeren met Fatah-leiders in de Gazastrook. Velen van hen zijn gekant tegen verzoening met Hamas. Eerder in de maand juni riep Abbas op tot verzoening, maar stelde ook dat Hamas de macht over Gaza zou moeten opgeven. Hamas verwelkomde de oproep voor een dialoog, maar gaf geen tekenen dat de beweging bereid is de macht over het gebied op te geven. Het voormalige hoofd van de veiligheidsdienst van Fatah in de Gazastrook, Mohammed Dahlan, noemde nationale verzoening voor de Palestijnen eerder al 'een noodzaak'. Dahlan zei geen aanwijzingen te hebben dat Hamas bereid is de greep op Gaza op te geven. Hij zei dat Abbas het initiatief tot toenadering dient te nemen.[5]

Conferentie van Annapolis[bewerken]

Logo van de Annapolis Conferentie

Op 27 november 2007 was in de Verenigde Staten de Annapolis Conferentie, georganiseerd door president George W. Bush. Tijdens deze conferentie maakte premier Olmert bekend, dat hij bereid is concessies te doen met de Palestijnen. "Pijnlijke concessies zelfs", zei hij na een eerste gesprek in Annapolis met de presidenten Bush en Abbas. Er is geen moslimstaat waar Israël geen vrede mee wil sluiten, zei Olmert. Hij noemde Egypte als voorbeeld van een Arabisch land waarmee Israël goede contacten onderhoudt. President Abbas zei dat vrede met Israël alleen mogelijk is als dat land zich terugtrekt uit alle bezette gebieden, dus ook uit Oost-Jeruzalem en van de Golanhoogte in Syrië. Verder moet worden onderhandeld over vluchtelingen, grenzen, nederzettingen, water en veiligheid, zei Abbas. Zijn woorden werden in Gaza door de radicale Hamas met hoongelach begroet. Hamas noemde de conferentie tijdverspilling. "Het is niet meer dan een afscheidsfeestje voor Bush en een hopeloze poging hem als gezaghebbend leider te presenteren", zei een Hamaswoordvoerder.

President Bush vond dat de tijd rijp is voor een vredesakkoord tussen Israëli's en Palestijnen, maar waarschuwt dat de weg ernaartoe heel moeilijk kan worden. Dat zei hij voor het begin van de Midden-Oostentop in Annapolis tegen de Israëlische en Palestijnse delegaties. Voor de opening van de conferentie voerde Bush eerst nog gesprekken met premier Olmert van Israël en de Palestijnse president Abbas. Uitgangspunt van Bush was dat de conferentie geen doorbraak hoeft op te leveren, maar het begin moet zijn van nieuwe onderhandelingen tussen Israëli"s en Palestijnen. "Dit is het begin van een proces" aldus Bush. "Niet het einde en er moet nog veel gebeuren."

Olmert, Bush en Abbas schudden elkaar de hand

Vijftig landen, inclusief Syrië en Saoedi-Arabië, deden aan een conferentie mee. Doel was het vastgelopen vredesproces tussen Israël en de Palestijnen weer op gang te brengen. In de Verenigde Staten waren de verwachtingen van de top laag gespannen. Sommige sceptici spraken zelfs van de "duurste groepsfoto" aller tijden. Maar gastheer George Bush was optimistisch. Ook premier Olmert was gematigd optimistisch. De brede internationale steun voor het gemeenschappelijk doel, twee onafhankelijke staten, vond hij hoopgevend. Maar hij waarschuwde ook meteen dat een vredesakkoord onmogelijk is, zolang de beschietingen op Israël vanuit Gaza doorgaan. Een element waar de conferentie weinig invloed op heeft, omdat Gaza onder controle staat van de terreurbeweging Hamas die niet aan de conferentie deelneemt. Ook bij de andere deelnemers was de algemene verwachting niet dat de top tot een doorbraak zal leiden, maar dat het een startpunt kan zijn voor nieuw overleg tussen Israëli's en Palestijnen.

In de Gazastrook gingen tienduizenden Palestijnse betogen tegen de deelname van hun president Abbas aan de Midden-Oostentop. Ze riepen leuzen als "Dood aan Israël, dood aan Amerika". Op de Westelijke Jordaanoever waren betogingen verboden. In Ramallah sloeg de politie een demonstratie uit elkaar, in Hebron kwam één demonstrant om.[4]

Onderhandelingen met Israël[bewerken]

Kort na de Annapolis Conferentie gingen Abbas en Olmert weer met elkaar onderhandelen. Afgesproken was dat tegen het einde van 2008 een akkoord moest worden bereikt tussen Israël en de Palestijnen. Maar de onderhandelingen verlopen tot nu toe stroef. De onderhandelingen zijn gestruikeld omwille van de Joodse kolonisatie in Cisjordanië en het oosten van Jeruzalem. Daarom besloot Abbas om een versnelling van de vredesonderhandelingen te vragen tijdens zijn ontmoeting met Olmert in Parijs, op 13 juli 2008. "President Abbas zal met Olmert spreken over het verdere verloop van de onderhandelingen en de noodzaak van een versnelling want de tijd dringt", verklaarde de woordvoerder, Nabil Abou Roudeina. "President Abbas zal een vraag stellen over de kolonisatie en zal Israël opnieuw vragen die te beëindigen, vooral in het oosten van Jeruzalem", bevestigde Abou Roudeina. Een belangrijke Palestijnse vertegenwoordiger, Yasser Abed Raboo, bevestigde dat Palestina de vredesonderhandelingen met Israël wil verbreken als protest tegen de aanhoudende kolonisatie.[6]

Olmert zei die dag dat Israël en de Palestijnen nog nooit zo dicht bij vrede waren als momenteel. Hij sprak zich ook uit voor directe vredesgesprekken met Syrië. Onduidelijk is nog of hij een ontmoeting zal hebben met de Syrische president Bashar al-Assad in Parijs.[7]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties