Entiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een entiteit is iets wat een bestaan heeft. De term beklemtoont van ditgene de hoedanigheid dat het er is. In het Latijn is een ens een "zijnde" en is de entitas het "het er zijn van een zijnde".

Filosofisch entiteitsbegrip[bewerken]

Binnen de filosofie wordt zeer verschillend gedacht over de ontologie: de vraag wat er nu eigenlijk allemaal bestaat en dus als entiteit erkend wordt. Historisch belangrijke tegenstellingen zijn die tussen het immanentisme en het transcendentalisme en die tussen het naturalisme en het idealisme.

Immanent tegenover transcendent[bewerken]

Volgens immanentistische filosofieën, zoals het materialisme, zijn er alleen concreta: concrete objecten die een materiële existentie hebben ofwel bestaan. De term "materieel" is hier een andere dan die uit de tegenstelling "materieel - ideëel": ook gedachten, gevoelens of bewustzijn hebben — als dergelijke zaken bestaan — materiële existentie.

Volgens transcendentalistische filosofieën, zoals het platonisme, zijn er ook abstracta. Abstracties (abstracte objecten zoals getallen, logische en conditionele waarheden, ethische en esthetische waarden en normen) hebben in strikte zin geen bestaan maar ze zijn wel.

De meeste immanentistische filosofieën beweren dat de entiteiten die transcendentalistische filosofieën als abstracta aanduiden op enigerlei wijze bestaan ofwel materiële existentie hebben. Een getal bijvoorbeeld zou dan geen abstractum zijn maar een concrete gedachte (mentalisme) of een concrete sociale institutie (sociologisme) of een concrete hoeveelheid concrete objecten (objectivisme) etc. Dit herleiden tot een ander ontologisch niveau is een vorm van reductionisme.

Naturalisme tegenover idealisme[bewerken]

Volgens naturalistische filosofieën zijn alle entiteiten, concreet of wellicht abstract, objectieve entiteiten. Een objectieve entiteit is een entiteit waarvan het bestaan en de natuur niet afhangen van het feit of iemand zich ervan bewust is. Een tafel waaraan je zit, zou "objectief" bestaan, in de zin dat zij zou bestaan ook al zou niemand zich ervan bewust zijn.

Volgens idealistische filosofieën, zoals die van Berkeley, Fichte en Hegel, heeft alle zijn (mede) een bewustzijnskarakter. Het zou dus niet waar zijn dat een tafel ook zonder waarnemer zou bestaan aangezien dat wat wij met "tafel" aanduiden slechts de ervaring van een — concrete of mogelijke — tafel kan zijn. Zonder die ervaring zou niets kenbaar of zelfs maar aanduidbaar zijn. De betekenis van "object" zou dus zijn: "dat wat een subject ervaart".

Dat subject hoeft echter geen extern concreet individu te zijn. Als alles bewustzijnskarakter heeft, kan de hele werkelijkheid als één grote samenhangende ervaring geduid worden: de Alziel of Het Absolute (objectief idealisme). In sommige theologieën wordt dit Absolute aan God gelijkgesteld, de Hoogste Entiteit. Daarbij kan de nadruk liggen op de transcendentie of juist op een synthese van individuele subjecten, deelentiteiten van God.

Toepassing van entiteitsbegrip[bewerken]

Zie ook[bewerken]