Materialisme (filosofie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Materialisme is de filosofie die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het idealisme of het spiritualisme. Het 'zijn' brengt uiteindelijk het 'denken' voort. Bij kentheoretisch materialisme worden de objecten vanuit wetenschappelijk perspectief gereduceerd tot materie, zonder dat de filosofische uitspraak wordt gedaan dat deze objecten niets anders zijn dan materie.

Algemeen[bewerken]

In de geschiedenis komen meerdere denkers voor die gezien worden als vertegenwoordigers van het materialisme. In de oudheid was dit bijvoorbeeld de Griekse filosoof Democritus. Veel later wordt het materialisme steeds meer onderdeel van de discussie over de verhouding tussen lichaam en ziel, zoals dit met name in het dualisme van Descartes was geformuleerd. Belangrijke vertegenwoordigers van dit nieuwere materialisme waren de Franse arts La Mettrie en Duitse filosoof Feuerbach. In hun beider visie is de ziel geen hogere substantie maar nauw vervlochten met de menselijke lichamelijkheid. Zowel La Mettrie als Feuerbach blijken echter omzichtig in hun omschrijving van het wezen van de menselijke ziel, en zien het materialisme slechts als een aanzet om de complexiteit of 'geheim' van de ziel te doorgronden. Vermoedelijk is de ziel als uitdrukking van het lichaam, een soort illusie die voorkomt uit de subjectieve beleving zelf. Het materialisme is niet alleen een thema uit de filosofie of wijsgerige antropologie maar leidde ook tot een sterkere benadrukking van de methoden van de natuurwetenschappen in beschouwingen over en onderzoek naar de mens en menselijke geest. Deze ontwikkeling had zijn wortels in de Renaissance, toen men zich los begon te maken van de dogma's van de katholieke kerk. Zij sloot ook aan bij het denken van de Verlichting, waarin de menselijk rede centraal stond. Langzaam werden de mensen vrij om de wereld te onderzoeken en te interpreteren, en bij dit nieuwe onderzoeken, dat zou uitgroeien tot de empirische wetenschap, bleek al snel dat men heel goed kon zonder termen als God of ziel (waarvan het bestaan ook niet te bewijzen was) om bepaalde verschijnselen te verklaren. Vanuit de empirische wetenschappen bleek het ook mogelijk de menselijke ziel of geest vanuit een meer objectief perspectief te onderzoeken. Het bestaan van een onstoffelijke of hogere ziel wordt erkend noch ontkend; ze vallen simpelweg buiten het onderzoeksgebied en er worden geen uitspraken over gedaan.

Materialisme-idealisme[bewerken]

De tegenstelling materialisme-idealisme is een fundamentele scheiding der geesten. De wetenschap accepteert alleen de materie (objecten en energieën) als werkelijk (enige oorzaak) en beschouwt de subjectieve verschijnselen als niet-objectieve bijverschijnselen van de materie, terwijl de idealistische wereldbeschouwing van het standpunt uitgaat dat de verschijnselen in de materiële wereld veranderlijk, tijdelijk en afhankelijk van interpretatie zijn, en dus niet werkelijk, maar een gevolg van onze waarneming.

Het probleem is moeilijk op te lossen, omdat alle kennis die we hebben over de wereld via de zintuigen tot ons komt en dus automatisch subjectief is. De vraag is: zien we de wereld zoals ze is of zien we alleen een idee van de wereld?

De vraag komt vooral naar voren in het onderzoek naar het ontstaan van het leven (bijv: evolutietheorie ←→ creationisme (of intelligent design)) en in de vraag of het lichaam een noodzakelijke voorwaarde is voor psychische faculteiten (en andersom).

Eventuele middenposities zijn:

  • dualisme: er bestaan zowel materiële als mentale eigenschappen, gescheiden van elkaar.
  • panpsychisme: de fundamentele onderdelen van de wereld hebben zowel fysische als mentale eigenschappen.

Materialisme en spiritualisme[bewerken]

Het materialisme ontkent niet alleen het bestaan van een onsterfelijke ziel, maar ook het bestaan van een god die zich buiten de tijd, ruimte en materiële werkelijkheid bevindt. God bestaat niet a priori, omdat elk natuurverschijnsel onderhevig is aan de objectieve werkelijkheid die vaststelt dat deze op een bepaalde plaats in de ruimte, op een bepaald tijdstip in de tijd en als een bepaalde entiteit of massa aanwezig moet zijn. Een variant hierop die o.a. door La Mettrie is verwoord, is dat ook als er een opperwezen zou bestaan, dit nooit te doorgronden is, en daarom ook geen directe betekenis heeft voor het handelen van de mens. De basis hiervan ligt in het bestaan van de mens zelf.

George Berkeley

Het spiritualisme tracht daarentegen vanuit een louter geestelijk perspectief de hele werkelijkheid te verklaren. Waarbij de materie c.q. het menselijk lichaam en hersenen geen rol van betekenis spelen. De tegenstelling materialisme-spiritualisme is te herleiden tot Berkeleys Treatise (1710). Berkeley zet zich af tegen het idealisme omdat dit teveel leidt tot abstracte begripsvorming. In plaats daarvan gaat hij uit van de directe beleving van de zintuiglijke waarneming. Volgens Berkeley zijn zintuiglijke indrukken louter ideeën: een boom is bijvoorbeeld mijn indruk van een boom zonder dat daarachter een boom als object hoeft schuil te gaan. De dingen bestaan dus uitsluitend in hun waargenomen zijn (esse est percipi). Er zijn geen werkelijke voorwerpen buiten de geest. Wél schuilt volgens Berkeley buiten de door mij persoonlijk waargenomen natuur, een natuur die onafhankelijk van mij blijft bestaan, niet alleen in de geest van andere mensen maar ook de vorm van een goddelijke geest. Ook het bestaan van een universele taal wijst volgens hem op een onafhankelijke geest die boven de mens uitstijgt, kortom God als schepper van de natuur.

Wetenschap en materialisme[bewerken]

Het materialisme lijkt beter aan te sluiten bij een natuurwetenschappelijke benadering van het mens-zijn dan het spiritualisme (cfr ook naturalistische benadering van de werkelijkheid). Materialisme is immers de tendens om dit vanuit het stoffelijke aspect te verklaren.[1] Volgens het materialisme zijn alle ideeën (associatievermogens, beeldvorming, fantasie, enzovoort) tot materiële dragers (het brein) terug te brengen. De ziel heeft in deze visie dus geen eigen bestaan buiten het lichamelijke. Deze opvatting kreeg in de loop van de recente ontwikkeling van de wetenschappen meer en meer gewicht, onder andere door filosofen als Feuerbach en La Mettrie, maar ook door het modern hersenonderzoek. Het bestaan van fysieke dragers is immers bewezen en operationaliseerbaar; ideeën of denkpatronen die daaruit voortspruiten zijn dat op zich niet - zij het indirect: ook voor fenomenen als liefde, goedheid, vriendschap, schoonheid geldt dat deze verwijzen naar relaties tussen mensen onderling, tussen mensen en objecten. Het zogenaamde reductionisme dat gepaard gaat met het verklaren vanuit materialistisch perspectief gebeurt dan ook indirect of stapsgewijs op verschillende verklaringsniveaus tot men belandt bij de materiële basismechanismen of dragers.

Historisch materialisme[bewerken]

Een belangrijke variant van het materialisme is tenslotte het historisch materialisme ook wel aangeduid als dialectisch materialisme zoals dat door Karl Marx en Friedrich Engels is ontwikkeld. Hierin staan vooral de cultuur en maatschappelijke-economische processen zoals menselijke arbeid centraal, die bepalend zijn voor de menselijke geest en samenleving. De menselijke geest is hierin geen aparte hogere substantie maar omvat zowel subjectieve elementen (zoals ik-besef) als objectieve elementen (arbeid, werktuigen etc.)

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. C.A. van Peursen. Lichaam, ziel, geest: inleiding tot een wijsgerige antropologie (Utrecht: Bijleveld, 1978; zesde editie) ISBN 978-9061316442.