Verificatiebeginsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het verificatiebeginsel, soms ook wel het verificatieprincipe genoemd, is een demarcatiecriterium dat een van de pijlers was van het logisch positivisme. Volgens dit beginsel is het zinvol zegbare beperkt tot dat wat empirisch (uit ervaring) te verifiëren is. Een theorie die niet tot de onmiddellijke zintuiglijke indrukken (sense data) kan worden herleid, is derhalve zinloos. Immers, wij kunnen nooit weten of ze waar is of niet. De wetenschap wordt door dit beginsel beperkt tot natuurwetenschappen, wiskunde en logica.

Een belangrijke opmerking hierbij is dat uitspraken die in principe verifieerbaar zijn, ook waar kunnen zijn. Een voorbeeld zijn de theorieën van Albert Einstein, die pas tientallen jaren na hun ontstaan getoetst konden worden en krachtens die latere toetsing waar bleken te zijn. Hij doet dan een beroep op het falsificatiebeginsel geformuleerd door Karl Popper.