Edward Said

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edward Said (rechts) en zijn zuster (1940, Egypte)

Edward Wadie Said, achternaam ook wel Saïd (Arabisch: إدوارد سعيد , Idwārd Wadīʿ Saʿīd) (Jeruzalem, 1 november 1935New York, 25 september 2003) was een Palestijns-Amerikaans literatuurwetenschapper en voorvechter van de Palestijnse zaak.

Said is vooral bekend om zijn kritiek op de Westerse perceptie van het Oosten, en met name van de Arabische wereld; zie oriëntalisme, postkolonialisme. Said heeft veel geschreven over cultuur, macht en politiek, maar het bekendst is zijn veel geprezen, veel geciteerde, maar ook veel bekritiseerde boek Orientalism uit 1978. Hierin schetst Said het oriëntalisme als een invloedrijke, effectieve, Europees-ideologische creatie, waarvan de wortels zelfs tot de oudheid zouden zijn te herleiden. Schrijvers, filosofen en koloniale bestuurders stelden de beeldvorming van het 'andere' van de oosterse cultuur, van de daar voorkomende gewoonten en godsdienstige overtuigingen in dienst van de macht.

Orientalism is pas in 2005 in het Nederlands vertaald (Nederlandse titel: Oriëntalisten). Achterin staat zijn nawoord uit 1994, waarin hij weer probeert uit te leggen wat hij wel en niet heeft willen zeggen. Zowel in het Oosten als in het Westen zou hij vaak verkeerd begrepen zijn; vooral zijn aartsopponent Bernard Lewis wordt weer heftig bestreden. Er is ook een voorwoord uit 2003, dus kort voor zijn dood, waarin hij ingaat op kritiek die sinds 1978 is losgekomen en geeft commentaar op recente ontwikkelingen, zoals de 'regime change' in Irak. Hij betreurt het dat de beeldvorming over de Arabisch-Islamitische wereld er in het Westen eerder op achteruit dan vooruit is gegaan, waarvan de inval in Irak en de daarvoor gehanteerde argumenten de ernstigste symptomen zouden zijn. Bernard Lewis zou met zijn adviserende rol in het Witte Huis en zijn goede contacten met Amerikaanse neo-conservatieven precies illustreren wat Said bedoelt met academische kennis die in dienst staat van de machthebbers. De beeldvorming van het Westen in de Arabische wereld, vindt hij echter nauwelijks beter. Er is ook een nabeschouwing van de Nederlandse journalist Sjoerd de Jong.

Saids gedachtegoed blijft onderwerp van discussie; zijn meest spraakmakende werk Orientalism (1978) wordt nog steeds goed verkocht in de Arabische wereld. Op zijn werk zijn sterk uiteenlopende kritieken geschreven.

Saids autobiografie Ontheemd (2009), over de jeugdjaren van de schrijver en daarmee over de complexiteiten en tegenstellingen tussen de Oosterse en Westerse wereld, verscheen in Nederlandse vertaling binnen de reeks Privé-domein.

In 1999 werd Said onderscheiden met de Spinozalens.

Kritiek[bewerken]

De afgelopen jaren is veel kritiek losgekomen over de desastreuze effecten die Said's Orientalisme heeft gehad op studies als Oriëntalistiek en Islamologie:
Prof. Herbert Berg stelde dat Said's werk ertoe heeft geleid "dat er een angst is ontstaan om pijnlijke vragen te stellen en te beantwoorden die mogelijk gevoelig liggen bij Moslims"[1].
De Britse arabist Robert Irwin publiceerde in 2006 een lijvig boekwerk, Lust for knowing, ter verdediging van de oriëntalistiek als academische discipline, waarvan Said een zeer selectief en slordig beeld zou geven.
De islamoloog prof. Montgomery Watt stelde dat Said's werk toonde dat hij onvoldoende bekend was met de Islam. Dit zou onder meer blijken uit de stellingname van Said dat de historicus Sir Hamilton A.R. Gibb fout zou zijn met de stelling dat de hoofdwetenschap van de Islam wetgeving zou zijn in plaats van theologie en zijn onbekendheid met regels zoals dat niet-moslims geen moslim-vrouwen mogen huwen[2].
Prof. R.Stephen Humphreys stelt dat Said's analyse van Oriëntalisme overtrokken is, op een bepaalde wijze misleidend en zijn werk `Oriëntalisme` als intellectuele geschiedenis zeker een gemankeerd werk is. Humphreys argumenteert dat nog meer te veroordelen is dat Said's werk zelfs het idéé van modernisering van de Midden Oosterse samenlevingen ontmoedigd. "Op een ironische wijze moedigde het islamitische activisten en militanten aan die op dat moment net begonnen de politieke arena te betreden."[3]
Ook een aantal academici die door Said expliciet geprezen werden hebben kritiek op Said's analyse, argumenten en conclusies:
Maxime Rodinson noemde Said's werk "polemisch en in Stalinistische stijl"[4] en P.J. Vatikiotis schreef dat "Said McCarthyisme in de Midden-Oosterse studies heeft geïntroduceerd"[5]. De engelse historicus (van India) Clive Dewey stelde dat Said een karikatuur van de Westerse kennis van de Oriënt gemaakt heeft, gedreven door een openlijk politieke agenda. Dit heeft de (Amerikaanse) academische wereld vergaand en diepgaand doordrongen met een geest van vulgaire vooroordelen[6].

Bibliografie[bewerken]

  • Literature and society, Johns Hopkins University Press, 1980
  • Een profiel van het Palestijnse volk, Arabische Liga: PLO-office; 1989
  • After the last sky: Palestinian lives, Faber, 1986
  • The world, the text, and the critic, HUP, 1983
  • Cultuur & imperialisme, Atlas, 1994
  • Cultural readings of imperialism: Edward Said and the gravity of history, 1997
  • Power, politics and culture: interviews with Edward W. Said, Bloomsbury, 2004
  • Blaming the victims: spurious scholarship and the Palestinian question, Verso, 1988
  • Oriëntalisten, met een nawoord van Sjoerd de Jong, Mets & Schilt, Amsterdam 2005 ISBN 90-5330-396-0
  • Ontheemd, Arbeiderspers, 2009

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Herbert Berg, "The Implications of, and Opposition to, the Methods and Theories of John Wansbrough." Method and Theory in the Study of Religion, 1997
  2. William Montgomery Watt, Mulsim-Christian Encounters, Uitg. Routledge, Londen 1991, pag. 110
  3. R.Stephen Humphreys, Tradition and Innovation in the Study of Islamic History: The evolution of North American Scholarship since 1960, Lezing/college gegeven aan het Institute of Oriental Culture, University of Tokyo, Oktober 1997
  4. Interview met Maxime Rodinson in Approaches to th History of the Middle East, ed. Nancy Elizabeth Gallagher, Uitg. Ithaca Press, Londen 1994, pag. 124
  5. P.J. Vatikiotis, Among Arabs and Jews: A Personal Experience, 1936-1990, Uitg. Weidenfelt and Nicholson, Londen 1991, Pag. 105
  6. Clive Dewey, "How the Raj Played Kim's Game", Times Literary Supplement, 17 april 1998, pag. 10