Bezetting (militair)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Britse bezettingstroepen in Istanbul, 1919-1920

Van bezetting is sprake wanneer het grondgebied van een land geheel of deels wordt bestuurd door een ander land, meestal in situaties van oorlog. Wanneer het bezettende land het bezette land formeel aan zijn grondgebied toevoegt, spreekt men van annexatie.

Er zijn verschillende soorten bezetting, zoals een militaire bezetting of een bezetting onder civiel bestuur.

Bij een militaire bezetting heeft het bezettingsleger de macht, maar blijft daarnaast het bestaande civiele bestuur in functie. Dit houdt in dat op civiel gebied men de eigen zaken mag behartigen en veel bij het oude blijft, terwijl het bezettingsleger de (militaire) orde handhaaft en zich tot die taak beperkt. De hoogste civiele ambtenaar is in een dergelijk geval wel ondergeschikt aan het militaire bestuur. Het is mogelijk dat er een nominaal staatshoofd is, maar ook dit staatshoofd is in ieder geval de facto ondergeschikt aan de bezettingsmacht of slechts bevoegd in civiele aangelegenheden. Het doel van de bezetting is hier primair militair, en de bezetter heeft geen politieke agenda. Wel wordt in veel gevallen de economie dienstbaar gemaakt aan de bezettingsmacht door bijvoorbeeld onttrekkingen of het plaatsen van orders bij het lokale bedrijfsleven. Vaak zal de bezetter zich terugtrekken wanneer het militaire conflict is beslecht. Een voorbeeld was de Duitse militaire bezetting van België en Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog.

Dit is anders bij een civiel bestuur. Hierbij stelt de bezetter zelf burgerlijke ambtenaren aan in het civiele bestuur, of creeert een eigen bestuur of aanvullende bestuursorganen en -posten, in het kader van een politieke agenda. Behalve met het bestuur is het ook mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat de bezetter zich met de wetgeving en rechtspraak bemoeit. De economie wordt hier eveneens in de meeste gevallen dienstbaar gemaakt aan de bezetter, wat deze door de grip op het ambtelijke apparaat zelfs nog effectiever kan doorvoeren dan bij een zuiver militair bestuur. Dit gaat vaak samen met zuivering, herorganisatie en censuur. De bezetter grijpt hier meestal diep in in het dagelijks leven. De bezetting is hier mede of grotendeels politiek gemotiveerd: men wil een gehoorzame vazalstaat creeren of de bezette gebieden inlijven. Een voorbeeld hiervan was de Duitse bezetting van onder andere Nederland, Luxemburg en Oostenrijk in de Tweede Wereldoorlog. De politieke component van het civiele bestuur kwam hier tot uiting in verhoudingsgewijs hogere onttrekkingen aan de economie, pogingen tot annexatie, stimulatie van plaatselijke nazi- en fascistische partijen, fanatiekere doorvoering van nationaalsocialistische maatregelen, zoals gelijkschakeling en jodenvervolging.

In Nederland en België wordt dit begrip vooral gebruikt voor de bezetting van deze landen tijdens de Tweede Wereldoorlog. België was van 28 mei 1940 tot de bevrijding omstreeks 17 september 1944 door nazi-Duitsland bezet, Nederland van 15 mei 1940 tot 6 mei 1945. Nederlands-Indië was van 1942 tot 15 augustus 1945 door Japan bezet.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Duitsland door de geallieerde landen (Sovjet-Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten) bezet en opgedeeld in bezettingszones. Hier kan men door de ingrijpende maatregelen en denazificatie eveneens spreken van een bezetting onder civiel bestuur.