Pantocrator

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit artikel past in de serie over de
Orthodoxie

Ook bekend als
"Oosters christendom"

Orthodoxie

De belangrijkste concilies
Nicea I
Constantinopel I
Efeze
Chalcedon
Constantinopel II
Constantinopel III
Nicea II

Theologie
Athanasius
Basilius de Grote
Johannes Chrysostomus
Efrem de Syriër
Gregorius van Nazianze
Gregorius van Nyssa

Patriarchaten
Constantinopel
Alexandrië
Antiochië
Jeruzalem
Moskou
Servië
Roemenië
Bulgarije
Georgië

Autocefale Kerken
Griekenland
Cyprus
Polen
Albanië
Tsjechië en Slowakije

Tradities
Oriëntaals-orthodoxe Kerken
Oosters-orthodoxe Kerken
Syrisch christendom

Liturgie
Alexandrijnse liturgie
Antiocheense liturgie
Byzantijnse liturgie
Chaldeeuwse liturgie
Iconenverering

Personen
Patriarch
Pope
Katholikos

Kerkinterieur
Icoon
Iconostase

Liturgische gewaden
Phelonion
Epitrachelion · Podriaznik
Zona · orarion

Pantokrator komt uit het Grieks: παντοκρατωρ. Παντο betekent "alle(s)"; en κρατωρ "heerser". De term is afkomstig uit de Griekse vertaling van de joods-christelijke Bijbel, het Oude Testament en het Nieuwe Testament en is een aanduiding voor God. De nadruk ligt op de universaliteit en de almacht die aan God worden toegeschreven.

Pantocrator, mozaïek uit de Aya Sofia, Istenbul

In het theologische debat over de goddelijkheid van de bijbelse Jezus gebruikten de Griekse kerkvaders deze term eveneens voor Christus. Hiermee verzetten ze zich - tegen het in hun ogen - ketterse standpunt van Arius.

Iconografie[bewerken]

De eerste afbeeldingen van de Pantokrator worden gevonden op Byzantijnse munten uit de tijd van keizer Justinianus (527 - 565). Op deze wijze wordt de idee uitgedrukt dat de keizer de 'vicaris van Christus' is. In de strenge blik van de 'Pantokrator' komt niet alleen de universeel-kosmische heerschappij van Christus tot uitdrukking; als Soeverein van de Byzantijnse keizer geeft Hij ook deze de volmachten van een heerser.

De Pantokrator wordt in Byzanthium eveneens afgebeeld op mozaïeken. Deze vindt men onder meer in de Aya Sofia en de Verlosser-in-Chorakerk in Constantinopel (Istanbul.). In de basiliek van Monreale is een groot (7m x 13m) mozaïek op de wanden en plafonds in de centrale apsis geplaatst. In de iconenkunst komt dit beeldtype meestal later voor in de loop van de middeleeuwen.

Christus wordt als Pantocrator (Παντοκράτωρ, al-beheerser), frontaal weergegeven, met een open of gesloten Evangelieboek in de linkerhand. Met de rechterhand maakt hij een zegenend of vermanend gebaar. De pink en de ringvinger raken de duim, de wijsvinger en de middelvinger zijn licht gekromd in een V. Dit wordt ook het gebaar van de leraar genoemd. In de aureool rond het hoofd staan dikwijls de letters Ο ΩΝ ("de zijnde" of "Hij, die Is"), naar de eigennaam waarmee God zich aan Mozes kenbaar maakte in de brandende braamstruik (Exodus 3:14). Ook de afkorting ΙС ХС van Ιησους Χριστος(Jezus Christus) wordt veelvuldig aangebracht.

Christus Pantocrator, icoon uit het Katharinaklooster in de Sinaï.

Interpretatie[bewerken]

De gouden achtergrond symboliseert het goddelijke: het is de voorstelling van het hemelse licht. Jezus draagt een rood of goudkleurig onderkleed en een blauwe mantel. Rood of goud is de kleur van de hemel, van de hemelse liefde, blauw is de kleur van de aarde. Jezus is dus in de eerste plaats goddelijk, maar door zijn menswording heeft God hem met het aardse bekleed.

Met de rechterhand maakt de Pantokrator een gebaar, dat op verschillende manieren kan worden verklaard:

  • het is een waarschuwend teken: een vermaning tot luisteren, en tegelijk
  • een zegenend gebaar: wijsvinger en middelvinger vormen de letters IC, duim en ringvinger de letter X, de pink weer een C: samen vormt dat dus het Christusmonogram IC XC

Het open evangelieboek laat meestal de tekst lezen "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" (Johannes 14:6) of "Ik ben het Licht der Wereld; wie in mij gelooft zal in de Duisternis niet verdwalen" (Johannes 12:46).

In sommige Pantocratoriconen heeft Christus een asymmetrisch gezicht. Dit is een verwijzing naar zijn dubbele natuur (Hij is tegelijk God én mens), en een uitgesproken stellingname tégen de officieel verworpen theorie van het monofysitisme, die stelde dat Jezus géén menselijke natuur had.

De voorstelling van de Pantocrator is erg populair: zij komt voor in de centrale koepel van bijna alle Oosters-orthodoxe Kerken en in de iconostase-wanden van deze kerken.