Oecumenische concilies

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord concilie (Latijn: concilium, samenkomst, vergadering) wordt gebruikt in de zin van een kerkelijke bijeenkomst. Het woord oecumene komt van het Grieks Οικουμένη (oikumene), dat letterlijk bewoond betekent, oftewel 'alle plaatsen die door levende wezens bewoond worden', dat wil zeggen "wereldwijd" of "algemeen". Een oecumenisch concilie is dus een samenkomst van de wereldwijde kerk.

Het Griekse woord voor synode (σύνοδος) is afgeleid van syn (samen) en odos (weg). Synode betekent dus eigenlijk hetzelfde als concilie. Doorgaans wordt het woord synode gebruikt voor een samenkomst met een beperktere geografische reikwijdte.

Oecumenisch[bewerken]

"De bewoonde wereld" wordt in deze context door de meeste oosters-orthodoxe christenen opgevat als alle jurisdicties die de Oosterse Orthodoxie omvatten en die in volle communie met elkaar zijn. Daar hoort de Rooms-katholieke Kerk niet bij. Waar een klein deel van de orthodoxen een concilie pas volledig oecumenisch beschouwd als alle oorspronkelijke patriarchaten vertegenwoordigd zijn (inclusief Rome), is dit niet de mening van de hoofdstroom van de Orthodoxie.

Op soortgelijke wijze zien rooms-katholieken de "bewoonde wereld" als alleen die kerken die in volle communie zijn met de (rooms-)katholieke Kerk. Ook hier zijn er enkele katholieken die vinden dat alleen mét de Oosters-orthodoxe Kerken werkelijk sprake kan zijn van een oecumenisch concilie. Zoals Paus Johannes Paulus II het vaak zei, de Kerk zou met twee longen moeten ademhalen.

Beide kerken erkennen alle vroege concilies die plaatsvonden vóór het Grote Oost-West Schisma als oecumenisch, met uitzondering van het Vierde Concilie van Constantinopel, dat plaatsvond in 869-870 of in 879-880 afhankelijk van of je resp. rooms-katholiek bent of orthodox.

Concilie documenten[bewerken]

Kerkconcilies waren vanaf het begin bureaucratische aangelegenheden. Geschreven documenten werden rondgestuurd, toespraken werden gehouden en beantwoord; er werd gestemd en de einddocumenten werden gepubliceerd en rondgestuurd. Een groot deel van wat we weten over de denkbeelden van zogenaamde "ketters" komt uit documenten die tijdens concilies werden aangehaald om ze te kunnen weerleggen of zelfs alleen maar van deducties op basis van die weerleggingen. Voor alle concilies werden Canons (Grieks: κανονες (kanones), regels of uitvaardigingen) gepubliceerd, die tot op heden bewaard zijn gebleven. In sommige gevallen zijn ook nog andere documenten bewaard gebleven.

Het bestuderen van de canons van de kerkconcilies is de fundering van de ontwikkeling van het kerkrecht en in het bijzonder het met elkaar in harmonie brengen van schijnbaar tegenstrijdige canons of het vaststellen van welke canons prioriteit moeten krijgen. Canons bestaan uit doctrinaire verklaringen en disciplinaire maatregelen. De meeste kerkconcilies en lokale synodes hielden zich met disciplinaire zaken bezig, maar ook wel met grote doctrinaire problemen. De Oosterse Orthodoxie ziet over het algemeen de doctrinaire uitspraken als bindende dogma’s en vindt dat ze tot in eeuwigheid van toepassing moeten blijven op de gehele kerk, terwijl de disciplinaire canons de toepassingen van die dogma's vormen voor één bepaalde plaats en tijd, maar niet altijd voor andere situaties.

Overzicht van de eerste zeven oecumenische concilies[bewerken]

325 Nicea I[bewerken]

Hier speelde de triniteit. Besloten werd dat de Zoon van hetzelfde wezen is als de Vader. Homo-ousios. Het Arianisme werd verworpen en de Geloofsbelijdenis van Nicea werd aangenomen. Dit concilie en alle volgende concilies worden niet erkend door de niet-trinitaire kerken: Unitariërs en Jehova's getuigen

381 Constantinopel I[bewerken]

Dit concilie heeft de zgn. Niceens-Constantinopolitaanse belijdenis vastgelegd. De Heilige Geest werd gelijkgesteld aan de Vader en de Zoon. Op deze wijze ontstond de nu nog gebruikte geloofsbelijdenis van het christendom. Het arianisme en het apollinarisme werden veroordeeld.

431 Efeze[bewerken]

Dit concilie verwierp het Nestorianisme en verklaarde dat er in Christus geen twee personen naast elkaar stonden - God en een mens die Jezus heette - maar dat de godheid en de mensheid hypostatisch, d.w.z. in een één persoon verenigd waren, de persoon van het Woord, Zoon van God. Daarom is Maria de moeder van Jezus. De maagd Maria werd tot Moeder van God uitgeroepen (Grieks: Η Θεοτόκος;). En de naam Theotokos werd definitief goedgekeurd. Dit concilie en alle volgenden worden niet erkend door de Oost-Syrische Kerk of Nestoriaanse Kerk.

451 Chalcedon[bewerken]

Dit Concilie verwierp de monofysitische doctrine van Eutyches. De monofysieten wilden geen onderscheid maken tussen de persoon (hypostasis) en de natuur (physis): als Christus één persoon is, zo beweerden zij, dan kan Hij geen twee naturen hebben maar slechts één, de goddelijke. Het concilie held staande dat er twee naturen in de ene persoon van het Woord zijn en dat deze twee naturen verenigd zijn "zonder in elkaar over te gaan, elkaar te wijzigen, te verdelen of te scheiden". Uitgesproken werd dat Jezus twee naturen heeft in één persoon verenigd, een menselijke en een goddelijke. De naturen zijn onvermengd en onveranderd (tegen Eutyches) en ongedeeld en ongescheiden (tegen Nestorius). De Chalcedonische geloofsbelijdenis wordt aangenomen. Dit concilie en de volgenden worden niet erkend door de Oriëntaals-orthodoxe Kerken, zij scheidden zich toen van de Kerk af en namen miofysitische geloofsbelijdenissen aan, waarin uitgesproken werd dat Jezus één natuur heeft, een gemengd goddelijk-menselijke.

553 Constantinopel II[bewerken]

Behandeld werd de dogmatische leer over de persoon van Christus. De keizer wilde deze leer ook aan het Westen opleggen. Keizer Justianus wilde aan de monofysieten, die hij tot de Kerk wilde terugbrengen, bewijzen dat het Concilie van Chalcedon niet in het nestorianisme vervallen was en daarom haalde hij dit nieuwe concilie over om drie theologen uit de 5e eeuw te veroordelen (de `Drie Kapittels') die verdacht waren van Nestoriaanse neigingen. Paus Vigilius keurde dit concilie pas goed nadat hij zich overtuigd had dat de leer van Chalcedon niet was gewijzigd. Het concilie bekrachtigde aldus Chalcedon en de eerdere concilies.

680-681 Constantinopel III[bewerken]

Het monotheletisme werd besproken. Het monotheletisme, een afwijkende vorm van het monofysitisme, werd door de paus veroordeeld. Volgens het monotheletisme heeft Christus wel twee naturen maar slechts één wil: de goddelijke wil. Het concilie stelde daar tegenover dat de mensheid in Jezus Christus geen abstracte werkelijkheid is, maar dat deze zich uit in een eigen wil die vrij en in alles aan de goddelijke wil onderworpen is. Christus heeft dus twee willen. Er werd besloten: Christus is werkelijk God én werkelijk Mens. Het Monotheletisme werd wel overgenomen door de Maronitische Kerk.

787 Nicea II[bewerken]

Het iconoclasme (beeldenstrijd) werd behandeld. De verering van de beelden werd bestreden door verschillende "iconoclastische" byzantijnse keizers. Het concilie sprak zich uit over de rechtgelovige leer over de beelden iconen die Christus en de heiligen voorstellen; de Zoon van God is werkelijk vlees en een echte mens geworden: Hij kan dus uitgebeeld worden. Evenals de heiligen. De vraag was: Mag men wel beelden vereren of niet? Deze beelden moeten vereerd worden, want het werkelijk voorwerp van de verering is degenen die ze voorstellen; maar ze kunnen niet het voorwerp worden van aanbidding (latreia) omdat men deze alleen voor God mag verrichten. Uitspraak: Geen latreia, wel dulia. (Geen aanbidding wel verering). De eerste kerkelijke wetten werden uitgevaardigd.

Overige concilies[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Concilie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Acceptatie van de concilies[bewerken]

Mormonisme: accepteren geen enkel concilie[bewerken]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen verwerpt de vroege oecumenische concilies omdat zij ze zien als misplaatste pogingen om zonder bijstand van God te beslissen over doctrines die zijn overgeleverd door middel van democratisch overleg en politiek in plaats van door middel van openbaring. Dat het bijeen roepen van dergelijke concilies zelfs maar overwogen is, is volgens deze kerk genoeg bewijs dat de originele kerk reeds afvallig was geworden en niet langer direct door goddelijke autoriteit geleid werd. Zij zien het uitroepen van dergelijke concilies door ongedoopte (laat staan belijdende) Romeinse Keizers als belachelijk en beweren dat de keizers de concilies gebruikten om door middel van hun politieke invloed het instituut van de Christelijke Kerk vorm te geven en naar hun hand te zetten.

Niet-trinitaire kerken: accepteren geen enkel concilie[bewerken]

Het eerste en de daarop volgende concilies worden niet erkend door de niet-trinitaire kerken: Unitariërs en de Jehova's getuigen

De Oost-Syrische Kerk of Nestoriaanse Kerk[bewerken]

De Oost-Syrische Kerk aanvaardt alleen het Eerste Concilie van Nicaea en het Eerste Concilie van Constantinopel.

Oriëntaalse Orthodoxie[bewerken]

De Oriëntaals-orthodoxe Kerken aanvaardt alleen Nicaea I, Constantinopel I en het Concilie van Efeze.

Protestantisme: sommigen aanvaarden #1 - #7 met voorbehoud[bewerken]

Veel Protestanten (vooral de Lutheranen en de Anglicanen) aanvaarden de leringen van de eerste zeven concilies, maar wijzen ze niet dezelfde autoriteit toe als de katholieken en de Oosters-orthodoxen.

In de Protestantse Kerk in Nederland spelen de concilies hoegenaamd geen rol. De kerkorde stelt slechts het volgende:

  • Het belijden van de kerk geschiedt in gemeenschap met de belijdenis van het voorgeslacht, zoals die is verwoord in de Apostolische geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius - waardoor de kerk zich verbonden weet met de algemene christelijke Kerk -,

Na de komma volgen dan vervolgens veel latere ontwikkelingen, namelijk uit de tijd van de reformatie.

Sommige Protestanten, waaronder enkele fundamentalistische en niet-trinitaire kerken, veroordelen de oecumenische concilies om andere redenen. Onafhankelijke kerken zoals Anabaptisten, Baptisten, Pinkstergemeenten en andere autonome kerken verwerpen iedere betrokkenheid van welke regering of bindende autoriteit dan ook bij zaken van hun eigen plaatselijke gemeenten. Het wel of niet conformeren met de beslissingen van deze concilies wordt bij hen als een volledig vrijwillige aangelegenheid beschouwd en de concilies worden alleen dáár bindend geacht waar ze zich direct op de Schrift beroepen. Veel van deze kerken verwerpen het idee dat iemand anders dan de auteurs van de Bijbel andere christenen met beroep op goddelijk gezag direct zouden mogen leiden. Zij houden vol dat ná het Nieuwe Testament de deuren van de openbaring zijn dicht gegaan. Ze beschouwen nieuwe doctrines die niet van de verzegelde canon van de Bijbelse geschriften afkomstig zijn, als onmogelijk en onnodig of ze nu worden voorgesteld door kerkconcilies of door meer recente profeten. Zij die de concilies steunen, stellen daar tegenover dat de concilies geen nieuwe doctrines gemaakt hebben, maar slechts doctrines die al in de Schrift stonden hebben verduidelijkt, die door ketterse christenen verkeerd waren geïnterpreteerd.

Oosterse Orthodoxie: aanvaarden #1 - #7; sommigen aanvaarden ook #8 en #9[bewerken]

Volgens een deel van de Oosterse Orthodoxie, is er na het Zevende Oecumenische Concilie geen synode of concilie meer bijeen geweest met dezelfde draagwijdte als welke van de Oecumenische concilies dan ook. Lokale bijeenkomsten van de hiërarchie zijn "pan-Orthodox" genoemd, maar dit waren zonder uitzondering gewone bijeenkomsten van lokale hiërarchen van een Oosters-orthodoxe jurisdictie die betrokken waren bij een specifieke, lokale zaak. Op deze wijze bezien, zijn er sinds 787 geen volledige "pan-Orthodoxe" (Oecumenische) concilies meer geweest.

Anderen daarentegen, waaronder de 20ste-eeuwse theologen Metropoliet Hierotheos (Vlachos) van Nafpaktos, Fr. Johannes S. Romanides en Fr. George Metallinos (die herhaaldelijk spreken over het "Achtste en Negende Oecumenische Concilie"), Fr. George Dragas en de Encykliek van de Oosterse patriarchen uit 1848 (die nadrukkelijk spreekt over het "Achtste Oecumensische Concilie" en dat werd ondertekend door de patriarchen van Constantinopel, Jeruzalem. Antiochië en Alexandrië zowel als door de synoden van de eerste drie), beschouwen andere concilies ná het Zevende Oecumenische Concilie als oecumenisch. Zij die deze concilies als oecumenisch beschouwen, karakteriseren de beperking van het aantal concilies tot slechts zeven als het resultaat van de invloed van Jezuïeten in Rusland, als onderdeel van de zogenaamde "Westerse Gijzeling van de Orthodoxie".

Rooms-Katholicisme: aanvaarden #1 - #21[bewerken]

Zowel de katholieken als de Oosters-orthodoxen erkennen de zeven concilies uit de vroege jaren van de kerk, maar katholieken aanvaarden nóg eens veertien concilies die in latere tijden door de Paus zijn bijeen geroepen. Deze worden volledig verworpen door de Oosterse Orthodoxie omdat zij ervan uitgaan dat Rome nog altijd in een schisma met de kerk verkeert.

Met het oog op de Katholiek-Orthodoxe verzoening zal de status van deze concilies afhangen van het al dan niet erkennen van de Rooms-Katholieke kerkleer, met als essentieel punt het pauselijk primaatschap, dan wel het uitsluitend aanvaarden van de Orthodoxe kerkleer waarin het college van autocefale kerken het laatste woord heeft.

In het eerste geval zouden de additionele concilies (vanaf het achtste) de status van Oecumenisch worden toegekend. In het andere geval, zouden ze beschouwd moeten worden als lokale synodale besluiten zonder autoriteit over de autocefale Oosters-orthodoxe Kerken.

De eerste zeven concilies (vanaf Nicea 325) werden door de keizers van Constantinopel bijeen geroepen. De meeste geschiedkundigen zijn het erover eens dat de keizers op deze wijze de christelijke bisschoppen dwongen hun conflicten bij te leggen en tot een consensus te komen. De bedoeling was via het handhaven van de eenheid in de Kerk de eenheid in het Rijk te bewaren.

Wereldraad van Kerken[bewerken]

Bijeenkomsten van de Wereldraad van Kerken kunnen in taalkundige zin beschouwd worden als oecumenische concilies. Echter, geen van de deelnemende kerken kent aan deze bijeenkomsten dezelfde status toe als aan de zeven oecumenische concilies in het verleden. De Wereldraad van Kerken is ook niet bevoegd om enigerlei beslissing aan de deelnemers op te leggen, dit in tegenstelling tot de concilies.