Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland
Oud Gereformeerde Gemeente te Zoetermeer
Oud Gereformeerde Gemeente te Zoetermeer
Indeling
Hoofdstroming Protestantisme
Richting Gereformeerd calvinisme
Voortgekomen uit Samenvoeging van Oud Ger. Gem. en Fed. van Oud Ger. Gem in 1948
Afsplitsingen Oud Gereformeerde Gemeente buiten verband (2007)
Aard
Locatie 57 gemeenten en 3 afdelingen in Nederland, 1 gemeente in Canada
Aantal leden 18.000 in 2005[1]
Karakter bevindelijk gereformeerd
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Protestantisme

Titelpagina Statenvertaling

in Nederland

..Stromingen

Lutheranisme
Lutheranisme
Vrijzinnig-Protestantisme
Vrijzinnig-protestantisme
Midden-orthodoxie
Protestantse Kerk in Nederland
Modern-Gereformeerd
Voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland
Orthodox Protestantisme
Calvinisme
Gereformeerd Protestantisme
Orthodox-protestantisme
Orthodox Gereformeerd
Orthodox-gereformeerden
Bevindelijk Gereformeerden
Bevindelijk gereformeerden
Evangelisch
Evangelisch Christendom

Oud Gereformeerde Gemeente te Urk
Oud Gereformeerde Gemeente te Stavenisse
Oud Gereformeerde Gemeente te Amersfoort (De Muurhuizenkerk)

De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland (OGGiN) zijn een kerkgenootschap van bevindelijk gereformeerde signatuur. Het kerkverband is ontstaan in 1948 uit een fusie van de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten (Boone-gemeenten). Het meest kenmerkende voor dit kerkverband is de lossere kerkstructuur ten opzichte van andere kerkverbanden, waarmee zij het dichtst bij de Ledeboeriaanse traditie gebleven zijn. Predikanten van buiten het kerkverband kunnen op zondag ook voorgaan in een OGG. De kerkgebouwen zijn voornamelijk in eenvoudige stijl gebouwd als zijnde noodgebouwen, al is de betekenis van dit laatste wel wat vervaagd. Het tweede kenmerkende zijn de markante personen en voorgangers die tot dit kerkverband behoorden waaronder de predikanten Joh. van der Poel en E. du Marchie van Voorthuyzen en ouderling L.J. Potappel voor wie grote achting bestaat. Het derde kenmerkende is de minder strakke dogmatische profilering. Er bestaan geen eigen 'leeruitspraken'.

Organisatie[bewerken]

Het kerkverband telt 62 gemeenten en 3 afdelingen in Nederland. Er is 1 gemeente in Canada. Het kerkverband telt ongeveer 18.000 leden en doopleden. De grootste gemeenten zijn te vinden in Barneveld, Geldermalsen, Hardinxveld-Giessendam, Kinderdijk, Krimpen aan den IJssel, Stavenisse, Rijssen en Urk. Het kerkverband groeit volgens schattingen van het Reformatorisch Dagblad met ongeveer 50 leden per jaar.[2] Het ledenaantal kende de afgelopen decennia een ietwat grillig verloop, doordat regelmatig hele gemeenten zich afscheidden of juist aansloten. Predikanten van de Oud Gereformeerde Gemeenten zijn nu lerend ouderling R. Bakker (Barneveld), T. Klok (Urk), A. Kort (Krimpen aan den IJssel), A.F.R. van de Veen (Utrecht), P. van Veen (Benthuizen) en Th.L. Zwartbol (Stavenisse). G. Gerritsen is predikant in Salford, Canada.

Theologische opvattingen[bewerken]

De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland kennen geen eigen theologische opleiding voor hun toekomstige predikanten. Degenen die predikant willen worden in dit kerkverband, moeten studeren bij de predikanten van het kerkverband, thuis in de studeerkamer. Het kerkverband kent geen curatorium, maar een Commissie van Onderzoek die elk jaar vergadert in januari. Als er een man wordt toegelaten volgt hij een thuisscholing bij één of twee van de predikanten. De eerste twee jaar gaat hij door de gemeenten als proponent. Daarna is hij beroepbaar als lerend ouderling. Na twee jaar lerend ouderling te zijn geweest, wordt hij weer beroepbaar gesteld, nu als predikant. De prediking binnen de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland sluit aan bij de opvattingen in bevindelijk gereformeerde kring. In de kerkdiensten wordt de Statenvertaling gebruikt en psalmen worden op de wijze van 1773 en niet-ritmisch gezongen. In 16 gemeenten wordt de berijming van 1566 van Petrus Datheen gebruikt.

De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland vertonen qua opvattingen (leer en leven) overeenkomsten met de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Het kerkgenootschap is tegen het gebruik van televisie en het bezoeken van de bioscoop. Vaccinatie en verzekeringen worden afgewezen. Zaken als homoseksualiteit, (het gebruik van) anticonceptie, abortus en euthanasie worden gezien als ernstige zonden. Politiek gezien stemmen de leden op de SGP en het Reformatorisch Dagblad vormt de hoofdbron qua nieuwsvoorziening. De kinderen gaan naar reformatorische scholen. De meisjes en vrouwen dragen een jurk of rok en in de kerk ook een hoed.

Op tal van gebieden werkt men samen met andere kerkgenootschappen bijvoorbeeld binnen de GBS (Gereformeerde Bijbelstichting), Stichting Adullam en de Mbuma-Zending (zending die uitgaat van de Free Presbyterian Church of Scotland).

Geschiedenis[bewerken]

Onststaan van de verschillende stromingen in Nederland
Ontstaansgeschiedenis van kerken in Nederland
Nuvola single chevron right.svg Zie ook Protestantisme in Nederland

Rond de jaarwisseling van 1947/48 zocht ds. Mieras contact met ds. Joh. van der Poel. Mieras was predikant in de zogenaamde Boone-gemeenten en Van der Poel in de Federatie van Oud Gereformeerde Gemeenten. Hij nodigde de Giessendamse predikant uit de classisvergadering van zijn kerkverband, die op 7 januari 1948 te Den Haag gehouden werd, bij te wonen. Van der Poel voldeed aan dat verzoek. Tijdens die vergadering, zo zei Mieras later, heb ik ondervonden dat de liefde des Heeren zich kan verheffen boven persoonlijke gevoelens en zaken. Van de 57 afgevaardigden stemden er 43 voor vereniging, tien tegen en vier blanco. De volgende maand waren de predikanten Blaak,Van Leeuwen, Mieras, op 4 februari, te Utrecht aanwezig op de vergadering van de classis Utrecht van de Oud Gereformeerde Gemeenten (de Federatie). Op deze vergadering -onder voorzitterschap van Van der Poel- kreeg de vereniging uiteindelijk haar beslag. Met 29 stemmen voor en één blanco kwam de vereniging erdoor. Leerstellige geschillen behoefden niet opgelost te worden, daar de gescheidenheid van de beide kerkformaties vooral te maken had met de persoonlijke gebondenheid aan de eigen predikanten.

Geheel zonder wanklank verliep de vereniging van 1948 echter niet. Predikant C. van de Gruiter, die reeds wat weggegroeid was van de Oud Gereformeerde Gemeenten vanwege het niet meer verplicht stellen van het zogenaamde oude ambtsgewaad voor predikanten, maakte zich met de gemeenten Achterberg, Elst, Oostburg en Waddinxveen los uit het verenigde kerkverband. Hij was van mening dat het kerkelijk standpunt van ds. L. Boone losgelaten en de ledeboeriaanse traditie officieel opzij was gezet. Op de synode van 18 mei 1949 constateerde men: Ds. Van de Gruiter gaat niet mee met de vereniging, uit eerbied voor ds. Boone en ds. Blaak, en blijft alleen, omdat het oude verloren gaat. De vier gemeenten stonden tien jaar op zichzelf. In 1959 verzochten ze om toelating, hetwelk hun toegestaan werd.

De volgende predikanten werden toegelaten tot de ambtsbediening in de jaren 50 en '60: W. Kamp en E. du Marchie van Voorthuysen in 1952, L. Gebraad en B. Toes (1953), J. van Prooijen (1959), J. W. Slager (1962), A. van der Meer en G. Willemstein (1966) en J. Schinkelshoek in 1968. Verschillende van hen kwamen over uit andere kerkverbanden. In de jaren 70, '80 en '90 werden de volgende predikanten toegelaten: C. Smits (1971), L. Moerkerken (1973), A.P. van der Meer (1976), M. Pronk (1977), M. van de Ketterij (1978), A. D. Muilwijk (1982), T. Klok en D. Monster (1988), H. Molendijk (1996) en A. Kort in 1997. De laatste predikanten die tot de bediening werden toegelaten waren Th.L. Zwartbol, P. van Veen, J.A. van Houdt, A.F.R. van de Veen en R. Bakker. Een gevoelig verlies leden de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland rond 1980. Binnen een periode van ruim twee jaar ontvielen de gemeenten zes predikanten. Gezien het geringe aantal voorgangers onder de oud gereformeerden werden nogal eens predikers van buiten het kerkverband verzocht in de weekdiensten en soms zelf in de zondagse diensten voor te gaan. De vrije oud gereformeerde ds. G. van de Breevaart uit Hendrik-Ido-Ambacht, de christelijke gereformeerde ds. C. Smits, die later oud gereformeerd werd, en de hervormde ds. P.J. Dorsman hebben heel wat keren in Oud Gereformeerde Gemeenten gepreekt. Niet iedereen was het met het voorgaan van niet-aangesloten predikers eens; met een zekere regelmaat werd er op meerdere vergaderingen over gesproken. De teneur bij deze besprekingen was keer op keer dat men dit voorgaan weliswaar niet geheel wilde verbieden, maar toch wel wilde beperken tot het incidenteel vervullen van een spreekbeurt voor de SGP, de GBS of de zending.

De Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland zijn met name in de eerste decennia van hun bestaan, de jaren 50 en '60, sterk gegroeid. Het aantal gemeenten steeg van 38 in 1948 tot boven de zestig. In de latere jaren bleef dat aantal ongeveer gelijk. Tegenover de vorming en overkomst van een aantal gemeenten stond toen het tenietgaan en de onttrekking van een ongeveer gelijk aantal gemeenten.

De sterke groei in de jaren vijftig en zestig werd voornamelijk veroorzaakt door overkomst van gemeenten uit aanverwante kerkgenootschappen; ook een aantal vrije gemeenten verzocht om aansluiting. Zo kwam in 1952 ds. E. du Marchie van Voorthuysen met Leersum (159 zielen) over uit de CGK, in 1960 gevolgd door ds. W. Baaij met Doorn (209 zielen) en in 1977 door ds. M. Pronk met zo'n 300 leden van Dordrecht-Centrum. Daartegenover staat onder meer de breuk van de grote gemeente van Ede met de OGGN in 1986 en de overgang in 1981 van Doetinchem (een gemeente met 541 leden) naar de Gereformeerde Gemeenten.

In oktober 2007 ontstond er - naar aanleiding van het zich onttrekken aan het kerkverband van predikant A.P. van der Meer - een afsplitsing onder de naam Oud Gereformeerde Gemeenten buiten verband. Een deel van de gemeente van Sint Philipsland en de gemeente van Bolnes traden uit het kerkverband.[3] In maart 2010 onttrok de gemeente Goes zich aan het kerkverband.[4][5] In november 2009 verscheen het bericht in het Reformatorisch Dagblad dat voortzetting van de oud gereformeerde gemeente te Apeldoorn niet reëel meer was omdat het aantal kerkgangers op zondag gedaald was naar gemiddeld tien. Trouwe kerkgang onder oud-gereformeerden is nog steeds de norm. Maar de secularisatie gaat ook aan de oud-gereformeerden niet geheel voorbij. Ook bij oud-gereformeerden neemt de belangstelling voor de kerkgang af en dit veroorzaakt een teruggang van drie naar twee kerkdiensten op zondagen. Dit gebeurde in Oosterland. Hoofd van het kerkelijk bureau A.A. Klein schat dat in de afgelopen decennia ongeveer een op de zes gemeenten besloot te stoppen met de middagdienst[6]

Hieronder worden in een lijst alle Oud Gereformeerde Gemeenten vermeld, inclusief een geschat ledenaantal:

Markante personen[bewerken]

Leen Potappel[bewerken]

Leendert Johannes (Leen) Potappel werd geboren op 27 maart 1882. Hij werkte als landarbeider en was vanaf 1906 ouderling van de Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse tot zijn overlijden in 1953. Zijn leven lang bleef hij ongetrouwd. De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog grepen Potappel dermate geestelijk en mentaal aan dat hij niet meer in staat was te werken. Zijn tijd besteedde hij verder volledig aan het dienen van de Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse. Gemeenteleden en vrienden voorzagen in zijn levensonderhoud. Deze ouderling van Stavenisse maakte door zijn godzalige levenswandel grote indruk. Eenieder werd door hem aangesproken op de ernst van het leven en de noodzaak van bekering. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak kreeg hij een diepe indruk van de schuld van Nederland. In die worsteling kreeg hij te geloven dat het land buiten het oorlogsgeweld zou blijven. Daarop volgde een Ninevitische bekering. De Oud Gereformeerde Gemeente van Stavenisse was een verlopen kerkje maar in die tijd stroomden de mensen toe. In de Tweede Wereldoorlog moest Potappel in maart 1944 evacueren. Hij vertrok naar Barneveld, waar zijn boezemvriend ds. Jozias Fraanje (eveneens een markante persoon) predikant van de Gereformeerde Gemeente was. Na de capitulatie van Duitsland keerde hij weer naar Stavenisse terug.

Het einde van Potappel kwam in de rampnacht van 1 februari 1953. In deze nacht kwamen 153 personen in Stavenisse om. Pas op 10 februari werd zijn lichaam onder het aangespoelde dak van zijn verwoeste woning gevonden, met dat van zijn zuster en haar dochter. Na zijn dood ontstond er al snel legendevorming. Een week voor zijn heengaan zou Potappel de ramp hebben voorspeld. Die zondag werd door ouderling Slager een boetepredicatie van Smytegelt gelezen, die zich daartoe gedrongen voelde maar voor beide ouderlingen was het "een verzegeld oordeel". Hoewel Potappel geen enkele opleiding genoten had was hij bijzonder onderlegd in de 'oude schrijvers' vooral Justus Vermeer en de Erskines. Potappel was wars van theologische scherpslijperij als het bijvoorbeeld ging over het aanbod van genade. Kerkmuren bestonden voor hem niet. Hij verkeerde graag in het gezelschapsleven waarin men over de kerkmuren heen geestelijke herkenning zocht.

Ds. E. du Marchie van Voorthuysen[bewerken]

De prediking van Ds. E. du Marchie van Voorthuysen, die in 1952 overkwam vanuit de CGK kenmerkte zich door een grote mate van exclusiviteit. Hij verwierf binnen de Gereformeerde Gezindte zowel grote achting als afwijzing. Du Marchie was naar eigen zeggen vooral op Van der Groe georiënteerd. "Zien is nog geen hebben" was voor hem een gebezigde uitspraak. Daarmee wilde hij zeggen dat een "geopenbaarde Christus nog geen toegepaste Christus was". Onder de liefhebbers van zijn prediking zijn er die zich heden ten dage niet meer thuis voelen in het geestelijke klimaat van de gereformeerde gezindte, onder wie B. Florijn, oud-docent aan de hogeschool De Driestar in Gouda. Deze gaat sinds enkele jaren naar geen enkele kerk meer en leest preken van oudvaders als Van der Groe, Thomas Boston, Joos van Laren en anderen. In een RD-interview zegt Florijn: "Ik ben bang dat God ons land heeft verlaten, al zit hier en daar nog wel een kind van God verscholen. De mensen zijn zo blij met al hun nieuwe kerken en activiteiten die zij organiseren. Maar ik kan er niets mee."

Ds. M.A. Mieras[bewerken]

Marinus Abraham Mieras was behalve predikant in de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland ook Tweede Kamerlid voor de Staatkundig Gereformeerde Partij. Mieras was oorspronkelijk uit Zeeuws-Vlaanderen afkomstig en vertegenwoordigde de SGP zes jaar in de Tweede Kamer. Hij voelde zich meer predikant dan politicus en werd voornamelijk uit plichtsbesef jegens zijn partij Kamerlid. Hij liet vooral een streng-christelijk geluid horen bij debatten over cultuur en onderwijs. Ds. Mieras overleed in 1981 in Krimpen aan den IJssel. Het kerkgebouw van de Oud Gereformeerde Gemeente te Krimpen waarin hij jarenlang preekte wordt heden ten dage in de volksmond nog steeds de Mieraskerk genoemd.

Ds. J. van der Poel[bewerken]

Johannes van der Poel werd geboren in Hendrik-Ido-Ambacht op 26 april 1909. Hij was vele jaren predikant van de Oud Gereformeerde Gemeente van Ede. Van der Poel werd geboren als zoon van Pieter van der Poel en de Johanna Saartje (Janna) de Wit. Zijn moeder geloofde al snel dat haar zoon, een van elf kinderen, door God uitverkoren zou worden om "de Naam des Heeren te dragen." Hij werd op achttienjarige leeftijd bekeerd, en eind jaren dertig werd hij - ondanks veel tegenstand - dominee binnen het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Hij is tweemaal getrouwd geweest; zijn eerste vrouw stierf jong aan een hersentumor. Hij heeft tot 1955 in Giessendam gestaan, en vanaf 1955 tot zijn dood in 1981 in Ede.

Bekende leden[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties