Kerkdienst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel In dit artikel wordt de protestantse kerkdienst beschreven. Voor de belangrijkste Rooms-katholieke en orthodoxe eredienst zie: Mis.
Een reformatorische kerkdienst. Foto genomen in de HHK van Doornspijk tijdens een zendingsdienst

Een kerkdienst is een religieuze bijeenkomst waar volgens protestanten het woord van God wordt verkondigd. Een kerkdienst (of: eredienst) vindt meestal plaats in een kerk. Sommige kerkdiensten worden via de radio of (gedeeltelijk) via de tv uitgezonden, bijvoorbeeld op Nederland 2 door de IKON en is bedoeld voor onder andere zieken, ouderen en mensen die om een of andere reden niet in staat zijn hun eigen kerkdienst bij te wonen.

Personen rondom een kerkdienst[bewerken]

Een kerkdienst wordt doorgaans op zondagochtend georganiseerd. Er is iemand verantwoordelijk voor het gebouw. Hij of zij zorgt voor licht en verwarming in de kerk en dat alle spullen klaar staan. Deze persoon wordt de koster genoemd.

In een kerkdienst wordt gezongen. Dit kan zonder begeleiding zijn, maar meestal is dit met begeleiding van muziek. In de traditionele protestantse kerken bestaat deze begeleiding meestal uit orgelmuziek, gespeeld door een organist. Ook andere soorten instrumenten kunnen dienstdoen als begeleiding van zang. In sommige kerken speelt er ter begeleiding naast een organist ook een pianist, soms aangevuld met koperblazers. Een enkele keer speelt er een hele band of zingt er een koor. In de traditionele protestantse kerk worden er meestal psalmen en gezangen gezongen, binnen de charismatische protestantse kerken zingt men over het algemeen opwekkingsliederen, begeleid door een praiseband.

De man of vrouw die een traditionele protestantse kerkdienst leidt, heet een dominee, predikant of voorganger. In de traditionele kerken dragen sommige dominees een toga over hun kleding. Oorspronkelijk is de betekenis dat de drager geleerd is, maar heden ten dage maakt het duidelijk wie tijdens de kerkdienst de Bijbel uitlegt. De meeste dominees dragen daarentegen een zwart pak. Die keus kan elke dominee voor zichzelf maken. Bij sommige kerken hebben de voorgang(st)ers een wit gewaad aan met verschillende kleuren sjerpen erbij. Welke kleur gedragen wordt, heeft met de periode van het kerkelijk jaar te maken.

De dominee is ambtsdrager. Dat betekent dat hij officieel is aangesteld voor zijn werk. Hij is echter niet de enige die een taak heeft binnen de kerkdienst. De diakenen halen geld op (en zijn er verantwoordelijk voor dat mensen financieel worden geholpen, binnen en buiten de Kerk) en de ouderlingen (ook wel "oudsten" genoemd) zijn eigenlijk verantwoordelijk voor de zorg voor alle gemeenteleden. Voor die taak zijn zij door de gemeente gekozen. Dan zijn er nog de kerkrentmeesters. Zij regelen de financiën rond de kerk, behalve het helpen van mensen, want dat doen de diakenen.

Binnen evangelische kerken is dit eender, alleen is er geen dominee, maar spreekt men van een voorganger. Deze ambtsdrager functioneert als dominee tijdens de dienst, maar heeft over het algemeen geen academische opleiding in theologie gevolgd. In deze kerken zijn er geen kledingvoorschriften voor ambtsdragers.

De indeling van een kerkdienst[bewerken]

Internationaal en tussen verschillende kerkverbanden is er veel variatie in de indeling van een kerkdienst. Vaste elementen zijn een groet of zegen voor en na de dienst, schriftlezing, gebed voor en na de prediking, een preek, meermalen samenzang en inzameling van gaven. Enkele malen op een jaar zijn er diensten met de bediening van de sacramenten (Heilig Avondmaal en doop).

In veel reformatorische kerken in Nederland verloopt de eredienst volgens een vast stramien. Ter illustratie de indeling van een kerkdienst zoals die in een Gereformeerde gemeente gebruikelijk is.

  1. Inleidend orgelspel
  2. Kerkenraad komt binnen, stil gebed
  3. votum en groet, waarmee de dienst officieel wordt begonnen
  4. zingen van een psalm
  5. voorlezing van de Tien geboden
  6. zingen van een vers uit de berijming van de tien geboden of uit psalm 119
  7. voorlezing van een gedeelte van de Heilige Schrift
  8. gebed
  9. zingen van een psalm, collecte
  10. bediening van het Woord (preek). Het eerste gedeelte van de preek is vaak uitleg van het gelezen Schriftgedeelte
  11. tussenzang: een psalm die fungeert als "antwoord" op de preek
  12. vervolg van de preek. Het tweede gedeelte van de preek is vaak gericht op de persoonlijke toepassing van het verkondigde Woord
  13. zingen van een psalm
  14. dankgebed
  15. zingen van een (slot)psalm
  16. zegen, waarmee de dienst officieel beëindigd wordt
  17. uitleidend orgelspel.

In veel verwante kerkverbanden (zoals Hersteld Hervormde Kerk en Christelijke Gereformeerde Kerken) zijn de erediensten doorgaans op zeer vergelijkbare wijze ingedeeld. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland is er meer variatie.

De gemeente gaat staan uit eerbied voor God en krijgt een moment van stilte om in zichzelf tot God te keren. Bij de aanvang van de dienst spreekt de voorganger als eerste het votum en de groet uit. Hiermee spreekt hij een eenvoudige geloofsbelijdenis uit en groet de gemeenteleden namens God.

Vervolgens is het in veel kerken gebruikelijk om de Tien Geboden voor te lezen. Ook wordt vaak de samenvatting van de wet gegeven, die volgens het Evangelie volgens Matteüs 22:37-40 door Jezus zelf werd uitgesproken. Dan volgt een gebed waarin men vraagt om vergeving en vervolgens om hulp van Gods Geest bij het lezen van de Bijbel, waarna een Bijbellezing volgt, de zogenaamde Schriftlezing.

Niet alle kerken gebruiken dezelfde Bijbelvertaling. Er zijn verschillende vertalingen van de Bijbel. De oudste is uit de 17e eeuw en heet de Statenvertaling; de nieuwste Bijbelvertaling is uitgekomen in oktober 2004 en heet de Nieuwe Bijbelvertaling.

De Schriftlezing is meestal een kort verhaal. De dominee legt dit verhaal daarna in de prediking of preek uit. De dominee of voorgang(st)er maakt hiervoor gebruik van een kansel, een preekstoel. De kansel staat hoog, omdat men er van uit gaat dat de spreker niet namens zichzelf, maar namens God het woord doet. Na de preek worden er liederen gezongen die qua inhoud meestal aansluiten bij de prediking en bij de tijd van het kerkelijk jaar.

Na het zingen volgt zoals dat heet 'de dienst der gebeden'. Tijdens een kerkdienst wordt dit meestal door de dominee gedaan. Vooraf mogen de gemeenteleden gebedsverzoeken aan hem doorgeven. De dominee bidt voor de zieke mensen in de gemeente, voor zaken die in het landelijke of wereldnieuws spelen en voor troost voor alle mensen die het moeilijk hebben. Er wordt ook gedankt voor het goede in dit leven. Vaak bidt men tenslotte hardop met alle aanwezigen in de kerk het Onzevader.

Tijdens een kerkdienst probeert men steeds duidelijk te maken dat mensen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de ander moeten zorgen. Door middel van een collecte, ook offerande genaamd, moeten de aanwezigen dit in de praktijk brengen. Zakjes met een stokje eraan (collectezak) gaan langs de rijen met mensen. De gevulde zakjes worden door kerkvoogden opgehaald.

Aan het einde van de kerkdienst gaan de aanwezigen staan. De dominee stuurt de mensen naar huis met de opdracht om wat geleerd is in praktijk te brengen. Hij of zij heft zijn of haar armen en zegent met gespreide handen de gemeente, waardoor symbolisch de handen van God op de mensen wordt gelegd. De zegening en tevens de kerkdienst wordt afgesloten met het woord amen.

Zie ook[bewerken]