Koperblazer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Onder koperblazers (ook wel brass genoemd) worden de bespelers van de zogenaamde koperen blaasinstrumenten verstaan.

Instrumenten[bewerken]

In de wereld van de klassieke muziek wordt de groep wel aangeduid en aangesproken als het koper.

Plaats in een partituur[bewerken]

Hoewel de trompetten de hoogste instrumenten in deze groep zijn, worden in een partituur de hoorns altijd tussen de houtblazers en de koperblazers genoteerd (en derhalve onder de fagot en boven de trompet), omdat hun zeer boventoonrijke klank de beide instrumentgroepen qua klank verbindt.

Materiaal[bewerken]

De meeste koperblaasinstrumenten zijn van messing gemaakt. De benaming betreft echter niet het materiaal waarvan het instrument is gemaakt, maar de wijze waarop de toon wordt gevormd. Bij een koperblazer is dat door lucht te blazen door de gespannen lippen van de bespeler, die tegen een mondstuk gehouden worden dat grofweg de vorm heeft van een trechter. Daarom valt de (grotendeels houten) serpent toch onder de koperinstrumenten. Voor een musicologisch verantwoorde indeling zie de Sachs-Hornbostel indeling waar ze onder trompetinstrumenten (412) gerangschikt worden.

Scherp en zacht koper[bewerken]

Koperen blaasinstrumenten kunnen verder worden ingedeeld in 'zacht' en 'scherp' koper. Het 'zachte koper' heeft een zachtere, ronde klank. 'Scherp koper' heeft een scherpere, schellere klank. Het verschil in klank wordt veroorzaakt door een verschil in bouw van het instrument. Zachte koperen blaasinstrumenten bestaan uit een buis die steeds wijder wordt (conisch). Voorbeelden zijn de bugel, de eufonium en de tuba's. Scherpe koperen blaasinstrumenten bestaan uit een buis die tot aan de beker niet in diameter verandert (cilindrisch). Voorbeelden zijn de trombones en de trompetten. De hoorns en de en kornetten behoren tot een derde groep, die zowel cilindrische als conische buis bevat.

Andere indeling[bewerken]

Er is nog een andere indelingen voor de instrumenten: Klein koper-groot koper. Hierbij wordt gekeken naar de grootte en dus ook het bereik van het instrument. De indeling wordt dan als volgt:

Klein koper:

  • Trompet
  • Bugel
  • Cornet
  • Alle variaties op bovenstaande instrumenten (dus: piccolotrompet, enz.)

Middengroep:

  • (F-, Es-Hoorn)
  • Althoorn

Groot koper:

  • Bariton
  • Eufonium
  • Trombone
  • Bas/Tuba/Bastuba

In deze indeling zijn de trombone en de bariton verschoven van groep. De kornet is nu ondergebracht naar het klein koper, maar de (alt)hoorn is nog steeds een middengroep omdat ze een bereik hebben dat zowel dat van het groot koper als dat van het klein koper omvat. Deze indeling wordt meestal ook aangehouden in muziekstukken, het klein koper heeft meestal de melodie of tegenmelodie en het groot koper de tegenmelodie of begeleiding. Het klein koper kan ook de begeleiding hebben, maar dit is vooral bij de bugels vanwege hun ronde klank, alsmede de melodie bij het groot koper meestal in de bariton/eufoniumpartijen te vinden is.

Zie ook[bewerken]