Brassband

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een brassband
Hoornse Brassband tijdens een
concert in "De Mantel" te Spierdijk

Een brassband is een orkestvorm met koperen blaasinstrumenten en een percussiesectie. De brassband komt oorspronkelijk uit het Verenigd Koninkrijk en wordt gekenmerkt door een strikte bezetting.

Samen met harmonie en fanfare vormt het het trio "harmonie, fanfare en brassband", ook wel genoemd hafabra. Dit zijn alle bands met een verschillende bezetting, maar zonder strijkers (uitgezonderd de harmonieën, waar vaak een contrabas aanwezig is). Een brassband bestaat echter enkel uit koperblazers en slagwerk. Anders dan de twee andere gebruikt de brassband geen trompetten maar kornetten. De kornet is ontwikkeld uit de posthoorn en ziet eruit als een kortere versie van de trompet, maar heeft een rondere, zachtere klank. Het traditionele model van de kornet wordt ook wel Shepherd's Crook genoemd. In een harmonie worden doorgaans Franse hoorns gebruikt, maar in een brassband is de althoorn in gebruik. De flügelhorn, althoorn, bariton(hoorn), eufonium en bastuba's zijn ontwikkeld door Adolphe Sax en deze familie wordt de saxhoorns genoemd.

Een Caribische brassband is een drumband, geen brassband. Koperen blaasinstrumenten kunnen deel uit maken van een dergelijke bezetting, maar het slagwerk vervult de hoofdrol.

Bezetting[bewerken]

De bezetting van de brassband is zeer strikt, en is als volgt:

  • E♭ sopraankornet
  • B♭ principal kornet
  • B♭ solokornet (3x)
  • B♭ repianokornet
  • B♭ 2de kornet (2x)
  • B♭ 3de kornet (2x)

Vervolgens komen we bij de althoorns. In tegenstelling tot fanfare en harmonie worden er geen waldhoorns gebruikt, maar de althoorn. Men heeft:

  • B♭ flügelhorn (buiten brassbands bugel genoemd)
  • E♭ soloalthoorn
  • E♭ 1ste althoorn
  • E♭ 2de althoorn

Samen met de flügel zetelen de althoorns in het middenblok van de brassband. Achter hen zitten de bassen. Merk op dat de flügelhorn geen 'echte' hoorn is, maar in de brassband wel veelal gebruikt wordt als verlengde van de soloalthoorn. Tevens vervult de flügel de rol van solist in de brassband.

Vervolgens zijn er de euphoniums en baritons:

  • B♭ solo euphonium
  • B♭ 2de euphonium
  • B♭ 1ste bariton
  • B♭ 2de bariton

Gevolgd door de trombones:

  • B♭ solotrombone
  • B♭ 2de trombone
  • B♭ bastrombone

En als laatste de bassen:

  • B♭-bas (2x)
  • E♭-bas (2x)

De euphoniums, baritons en trombones zetelen in het rechtergedeelte van het orkest (vanuit het oogpunt van de dirigent). Alle partijen worden traditioneel getransponeerd genoteerd. UItzonderingen hierop vormen de bastrombone en het slagwerk.

Vervolgens zijn er ook nog slagwerkers aanwezig, meestal één drummer, één paukenist en één voor xylofoon/bassdrum/klokkenspel.

Zie ook[bewerken]