Mondstuk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het mondstuk is het deel van een (blaas)muziekinstrument waar de toon gevormd wordt door het laten trillen van lippen of het (enkel/dubbel) riet.

De rest van het muziekinstrument zorgt voornamelijk voor versterking van het geluid en de verandering in toonhoogte.

Soorten mondstukken[bewerken]

Een dubbelriet van een hobo
Het mondstuk van een trompet

Er zijn verschillende soorten mondstukken.

Komvormig metalen mondstuk[bewerken]

Op veel koperblaasinstrumenten (trompet, trombone, tuba) staat een komvormig metalen mondstuk, waartegen de lippen moeten trillen om een toon voort te brengen. Als men alleen zou blazen, zou er geen toon ontstaan, het laten trillen van de lippen is dus essentieel. Ook op de hoorn staat een dergelijk mondstuk, maar dit is iets meer trechtervormig, waardoor de toon van de hoorn wat minder fel klinkt dan die van bijvoorbeeld een trompet.

Blaasgat[bewerken]

Ook de didgeridoo heeft een mondstuk maar meer nog een blaasgat echter is deze van bijenwas en moet je bij deze bij het aanblazen je lippen als het ware laten flapperen waardoor een staande geluidsgolf ontstaat die door de buis (didgeridoo) naar buiten komt. Het monotone geluid dat een beetje op gebrom lijkt is dan hoorbaar. Een aparte techniek die op onder andere didge.nl duidelijk omschreven staat.

Labium[bewerken]

Een dwarsfluit en een piccolo hebben een heel ander mondstuk (labium genoemd). Op deze instrumenten zit een blaasgat. Er moet tegen de rand van dit blaasgat geblazen worden om de lucht in trilling te brengen.

Bij de blokfluit is het mondstuk (labium) van hout of plastic. De lucht wordt daarin tegen een vlakke houten rand in het mondstuk geblazen, waardoor de lucht zich splitst en in trilling komt. Een deel van de lucht ontsnapt door de opening boven op het labium zelf en een deel gaat door de blokfluit zelf heen en zet de luchtkolom in de blokfluit in trilling.

Rieten[bewerken]

Een ander soort mondstuk is dat van rietblazers. Er is in de rietblazers een verdere onderverdeling te maken, men maakt namelijk onderscheid tussen een enkel- en een dubbelriet.

Instrumenten met een enkelriet zijn bijvoorbeeld de klarinet en de saxofoon. De rieten van deze instrumenten staan op een mondstuk, dat is vervaardigd van glas, kristal, hout, metaal, kunststof of eboniet, en dat makkelijk in de mond te nemen is. Het riet wordt op zijn plaats gehouden door een soort metalen band (rietklem) of koord. Door op het mondstuk te blazen ontstaat de toon bij deze instrumenten. Dit komt doordat het riet trilt tegen het mondstuk. De vorm, het materiaal en de holling van het mondstuk bepalen naast het speelgemak ook een deel van het timbre. Vaak kiest men in jazzmuziek voor metalen mondstukken, bij klassiek meestal voor houten of ebonieten versies. Enkelrieten worden meestal kant-en-klaar gekocht bij een muziekwinkel.

Dan nog de instrumenten met een dubbelriet. Dit zijn de hobo en de fagot. Bij deze instrumenten is het zo dat de lucht in trilling wordt gebracht doordat er op twee rieten die tegen elkaar aan staan wordt geblazen. Men moet de lucht hierdoorheen persen, waardoor de toon ontstaat. De meeste dubbelrietspelers vervaardigen hun rieten zelf.

Omdat riet vrij snel slijt en onder invloed van vocht (speeksel) verzadigd raakt, worden de rieten regelmatig vervangen.