Opwekkingslied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boekje met opwekkingsliederen, uitgave 1999

Een Opwekkingslied is een lied uit de bundel Opwekkingsliederen van de Stichting Opwekking. Aanvankelijk werd deze bundel alleen gebruikt binnen de Pinksterkerken, maar tegenwoordig wordt er ook in veel andere christelijke kerken in Nederland uit gezongen. Opwekkingsliederen kennen alledaags taalgebruik, een melodie die de mogelijkheid geeft om het lied te laten begeleiden door een praiseband in plaats van een orgel, een goed in het gehoor liggend ritme en meestal een vrolijk karakter. Hierdoor spreken de Opwekkingsliederen de moderne en/of jonge kerkganger vaak meer aan dan de oudere kerkmuziek zoals psalmen en gezangen. De bundel wordt jaarlijks uitgebreid met twaalf tot zestien liederen.

Geschiedenis[bewerken]

Het initiatief tot de eerste opwekkingsbundels werd ooit genomen door Wiesje Hoekendijk. Zij constateerde dat de bestaande bundels (Johannes de Heer en Glorieklokken), waar in evangelische en pinksterkringen uit gezongen werd, slechts weinig aanbiddingsliederen bevatte, en wilde dit gemis met een aanvullende bundel compenseren. De opwekkingsbundel bleek echter zodanig succesvol dat de beide oudere bundels in veel charismatische gemeenten voor een groot deel uit beeld verdwenen. Later werden in de bundel Opwekkingsliederen weer meerdere liederen van Johannes de Heer en Glorieklokken opgenomen.

De bundels met opwekkingsliederen worden uitgegeven door Stichting Opwekking. Ieder jaar worden gemiddeld zestien of zeventien nieuwe liederen gepresenteerd op de Pinksterconferentie die georganiseerd wordt door de Stichting Opwekking en plaats vindt tijdens het pinksterweekend. Deze liederen worden aan de bundel toegevoegd. De nummers zijn niet noodzakelijk voor de conferentie geschreven, zoals bijvoorbeeld een serie kerstliederen. De meeste ervan bestaan al wel, maar waren nog niet eerder in een algemeen bekende bundel samengevoegd.

De liederen in de bundel Opwekkingsliederen zijn voornamelijk Nederlandstalig. Het grootste deel daarvan is vertaald uit het Engels, maar er is ook een aantal van Nederlandse bodem. Alle nieuwe liederen verschijnen jaarlijks ook op cd. Vonden de cd-opnamen lange tijd plaats tijdens de opwekkings-pinksterconferentie, sinds de vroege jaren 90 werden de opnames gedaan in maart in congreshotel De Bron in Dalfsen (thans Mooirivier) en sinds maart 2009 op congrescamping de Kroeze Danne in Ambt Delden, zodat de cd al tijdens de conferentie verkocht kan worden en de opnames geen druk op het conferentieprogramma meer leggen. Tegenwoordig geeft Stichting Opwekking ook een cd-rom uit, waarop naast alle liederen (volwassenen, tieners en kinderen) ook de nodige software staat.

Anno 2013 bevat de bundel 758 nummers. Naast de "gewone" opwekkingsliederen zijn er voor kinderen en tieners speciale liederen uitgebracht. Sinds enkele jaren wordt het kinderwerk gedaan door stichting Timotheüs, die is overgenomen door Stichting Opwekking. Voor de tieners zijn er zo'n 200 opwekkingsliederen. Hiervan is een groot deel in het Engels.

Er ontstond de laatste jaren ophef over het naderende opwekkingsnummer 666 in verband met 666 als getal van het beest (de antichrist). In 2003 wilde de Stichting Opwekking nog gewoon het Opwekkingsnummer 666 in de liedbundel opnemen, maar in 2007 besloot men opwekkingslied 666 over te slaan in de opwekkingsbundel van dat jaar die tot en met nummer 667 ging. Dit vooral omdat het anders het laatste nummer van die uitgave zou zijn en daardoor prominent op alle bijbehorende materialen vermeld zou staan.

Bezwaren[bewerken]

De twee grootste bezwaren die wel gehoord worden over de opwekkingsliederen – zowel de bundel als geheel als elk lied op zich – ontstaan in de vergelijking met de meer traditionele christelijke liedbundels; de tekst zou te eenvoudig en niet statig genoeg zijn, en de liederen zijn eenzijdig; God wordt vooral geprezen, er zijn te weinig nummers die gaan over twijfel, angst of gebed; er zou sprake zijn van te veel 'snelle emotie'.

Meerdere initiatieven worden genomen om de balans terug te vinden tussen liederen die aanspreken en liedbundels met een gevarieerde inhoud. Hieronder vallen onder meer de Evangelische Liedbundel (waarin ook een aantal opwekkingsliederen zijn opgenomen) van het Evangelisch Werkverband binnen de PKN, en het project Psalmen voor Nu. Tevens zou er - naar verluidt - de laatste jaren door de samenstellers van de opwekkingsbundel beter gelet worden op een evenwichtiger verdeling van de liederen, zodat naast de aanbiddingsliederen ook andere inhoudelijke genres aan bod komen.

Naast bezwaren over de inhoud van opwekkingsliederen wordt er in de meer traditionele kerken - met name onder de oudere kerkgangers - bezwaar geuit tegen de vorm waarin de muziek tot uitdrukking komt. Door het gebruik van een praiseband in plaats van een orgel zou de muziek te "werelds" zijn en daarom niet tot eer zijn van God. In sommige meer traditionele kerken waarin opwekkingsliederen gezongen worden, worden de muziekinstrumenten dan ook sober gehouden, of is er in veel gevallen slechts orgelbegeleiding. Christenen die geen bezwaar hebben tegen een meer uitbundige muzikale omlijsting bij de opwekkingsliederen beroepen zich hierbij vaak op psalm 150, de laatste van het Bijbelboek Psalmen:

"Loof God in zijn heilige woning, loof hem in zijn machtig gewelf,
2 loof hem om zijn krachtige daden, loof hem om zijn oneindige grootheid.
3 Loof hem met hoorngeschal, loof hem met harp en lier,
4 loof hem met dans en tamboerijn, loof hem met snaren en fluit.
5 Loof hem met klinkende bekkens, loof hem met slaande cimbalen.
6 Alles wat adem heeft, loof de HEER.
Halleluja!"

Volgens deze christenen is er geen bezwaar voor het bespelen van allerlei muziekinstrumenten als begeleiding bij de opwekkingsliederen. In veel – met name charismatische – gemeenten is er tevens ruimte om met de muziek mee te klappen, te dansen en/of te zwaaien met vlaggen.