Abdij van Averbode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
deel van de serie over
Kloosters

en het christelijke monastieke leven

Monnik
Abbey averbode 1 big.jpg
Averbode: abdijkerk
Averbode: voorzijde abdijkerk
Abdijgebouw

De Abdij van Averbode werd in 1134 gesticht op initiatief van Arnold II, graaf van Loon.

Het is een abdij van de Premonstratenzers, ook Norbertijnen of Witheren genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Eggebertus van Rolingen, een kasteelheer van het huidige Rullingen was getuige bij de stichting van de Abdij in 1134. In de beginjaren overleefde de kloostergemeenschap, die oorspronkelijk uit mannen en vrouwen bestond, door landbouw waarbij de Norbertijnen hulp kregen van lekenbroeders. Oorspronkelijk was het een dubbelklooster. De zusters verhuisden aan het begin van de 13e eeuw naar een eigen abdij (Keizerbos). Deze gemeenschap bleef tot 1796 bestaan.

In 1154 schonk graaf Lodewijk I van Loon de Bolderbergwinning, nu gekend als domein Bovy aan de kloostergemeenschap. Het bleef in hun bezit tot de Franse revolutionairen het domein verbeurd verklaarden en verkochten.

De Norbertijnen van Averbode hielden zich in de late middeleeuwen meer met pastoraal werk bezig. De kerk en het abdijgebouw werden in 1499 door blikseminslag zwaar beschadigd. Tijdens de 16e eeuw moesten de Norbertijnen verscheidene keren een veilig onderkomen zoeken in hun refugehuis van Diest en later Averbode verlaten om zich eerst in Sint-Truiden, daarna in Diest te vestigen. In 1604 lieten de omstandigheden het toe om terug te keren.

In 1648 voltooiden Norbertijnen de bouw van een bedevaartskapel in Kortenbos bij Sint-Truiden die later uitgroeide tot de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Kortenbos. Tussen 1664 en 1672 werd een nieuwe abdijkerk in barokstijl in Averbode gebouwd.

De vier-klaviers speeltafel van het Loret-orgel

De Fransen schaften in 1796 bijna alle kloosters en abdijen af; de abdij werd verkocht en het klooster afgebroken. Het monumentale pijporgel van Guillaume Robustelly uit 1772 werd gekocht door de Sint-Lambertuskerk te Helmond (Nederland), waar het nog steeds te bewonderen en te beluisteren valt. In 1802 verwierven de Norbertijnen de abdij opnieuw en na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het kloosterleven in Averbode hervat. In 1858 werd het op dat moment grootste romantische kerkorgel van België in de abdij in gebruik genomen, gebouwd door Hippolyte Loret. Dit orgel is momenteel onbespeelbaar. Een kleiner tweede orgel, gemaakt door Bernard Pels (junior), verscheen in 1979. De orgelbouwer Verschueren bouwde in 2001-2002 een nieuw derde orgel voor de abdijkerk.

Op het einde van de 19e eeuw vertrokken ook de eerste missionarissen naar Brazilië. Toen legden de broeders zich toe op drukkers- en uitgeversactiviteiten en het aantal leden van de gemeenschap nam in die periode sterk toe. In 1920 werd onder impuls van pater Basiel Vanmaele de Eucharistische Kruistocht opgericht. Vanaf 1920 gaf de abdij een kindertijdschrift uit: Zonneland. In 1930 volgden de Vlaamse Filmpjes, waarin de jeugd kon kennismaken met de literatuur, en in 1958 ontstond Zonnekind. De drukkerij, die zich op het terrein van de abdij bevond, werd in 1996 verkocht aan een privéonderneming, deze is intussen failliet. De plaats van de drukkerij wordt momenteel omgebouwd.

In 1942 telde de gemeenschap 230 leden. In hetzelfde jaar werd het hele complex behalve de kerk, de kapittelzaal en de sacristie door brand vernield.

In de jaren vijftig van de 20e eeuw waren de Norbertijnen actief in het onderwijs door het stichten van colleges voor middelbaar onderwijs (o.a. het Sint-Michielscollege van Brasschaat en het Sint-Michielscollege van Schoten).

Het passieretabel[bewerken]

Het passieretabel van Averbode

Dit retabel (zie foto) vertelt het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth. Het linkerluik toont zijn kruisiging, het houten gedeelte de bewening en het rechterluik zijn verrijzenis. Het is niet zeker door wie de luiken zijn geschilderd en ze kunnen zelfs van verschillende kunstenaars zijn. Het retabel maakt deel uit van de collectie van het Vleeshuis te Antwerpen en is anno 2010 tijdelijk tentoongesteld in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in de Scheldestad. Tegenwoordig maakt het deel uit van de tentoonstelling van het MAS (Museum aan de Stroom) in Antwerpen.

De abdij bestelde het werk en op 4 december 1514 werd zevenendertig rijnsgulden betaald aan Jacob van Cothem, een beeldsnijder, die in de Antwerpse Kammenstraat woonde. De merken en handjes op de luiken verwijzen naar Antwerpen. De stad kocht het retabel in 1874 van de abdij.

De schenker, norbertijn Nicolaas Huybs, wordt voorgesteld op de predella (beschilderd voetstuk). Hij verwierf de fondsen door bijen te telen (zie bijenkorf op het voetstuk). Geknield richt hij zich tot drie vrouwen, die staan voor Geloof, Hoop en Liefde. Het wapenschild aan de rechterkant is van abt Gerard vander Scaeft.

Huidige activiteiten[bewerken]

De gemeenschap telt 78 leden waarvan er ongeveer 45 in de abdij wonen en werken. De huidige abt is Jos Wouters. Hij volgde in februari 2006 abt Ulrik Edward Geniets op die in november 2005 onverwacht stierf.

In de abdij was een drukkerij die de deuren sloot in 1996, maar de omvattende uitgeverij van de jeugdtijdschriften bestaat nog steeds. Men treft er ook een gastenkwartier, een bibliotheek en een bezinningscentrum aan.

Vroeger was een in de abdij een brouwerij, kaasmakerij, wijngaard, visvijver, boomgaard en abdijhoeve. De abdijhoeve is, anno 2013, nog steeds actief. In 2013 werd een overeenkomst gesloten met Belgomilk en Milcobel om kaas te maken en brouwerij Huyghe om het abdijbier opnieuw leven in te blazen.

Bekende Norbertijnen uit de abdij van Averbode[bewerken]

Externe link[bewerken]