V1 (wapen)
| V1 | ||
| V1 in het Koninklijk Legermuseum, Brussel | ||
| V1 bij het museum te Peenemünde | ||
| Algemeen | ||
| Type | onbemand straalvliegtuig | |
| Maten | ||
| Lengte | 7,90 m Hoogte: 1,42 m Spanwijdte: 5,37 m |
|
| Gewicht | geladen 2150 kg | |
| Snelheid | 656 km/uur | |
| Bereik | 240 km later 420km | |
| Max. hoogte | 3050 m | |
| Specificaties | ||
| Aandrijving | 1x Argus As-014 pulserende straalmotor Stuwkracht: 2,9 kN |
|
| Springkop | 830 kg | |
De V1 was het eerste zogenaamde V-wapen en een Duitse uitvinding uit de Tweede Wereldoorlog. In feite was de V1 de eerste aanzet voor het latere kruisvluchtwapen. In totaal zijn er meer dan 30 000 V1's geproduceerd.
De naam V1 (Duitse afkorting) of V-1 (Engelse afkorting) was een afgeleide van Vergeltungswaffe 1 (Vergeldingswapen). Eigenlijk was de aanduiding Fieseler Fi 103 of FZG-76 (FZG betekende Flak Ziel Gerät ofwel luchtafweerdoelapparaat).
Inhoud |
[bewerken] Ontwikkeling
De V1 werd ontworpen door Robert Lüsser van de Duitse vliegtuigfabriek Fieseler en Frits Gosslau van de Argus-motorenfabriek. De V1 had vliegtuigvleugels en staartvlakken. Ze werd voortgestuwd door een Argus AS-014 pulserende straalmotor, een variant van de reeds in 1932 door Paul Schmidt ontworpen straalmotor. Hij kon een stuwkracht produceren van ca 300 kilogram en gebruikte een normale auto-bougie als ontsteking.
In technisch opzicht was de V1 eigenlijk een onbemand straalvliegtuig. Hij kon een maximumsnelheid van 656 km/h bereiken en had een bereik van 240 km (later werd dit 400 km). De lengte was 7,9 meter en de spanwijdte 5,3 meter. Een V1 woog 2180 kilogram en had een springkop van 850 kilogram. De motor van de V1 liep op gewone kerosine.
Het toestel was uitgerust met een explosieve lading in de neus en vloog door middel van een primitieve straalmotoraandrijving (pulserende straalmotor) en een simpel geleidingssysteem op eigen kracht naar zijn doel.
De eerste testvluchten vonden eind 1941 en begin 1942 plaats vanaf Peenemünde. Op Kerstdag 1942 vond de eerste gemotoriseerde proefvlucht plaats vanaf een lanceerhelling, de eerste in een reeks testvluchten, nog alle zonder springlading. In juni 1944 hebben zelfs bemande testvluchten plaatsgevonden om de mogelijkheid van zelfmoordmissies te onderzoeken, maar die zijn niet in praktijk gebracht. De meeste lanceringen vonden plaats vanuit Frankrijk en West-Nederland. Later, in december 1944, plaatste men nog een aantal installaties in Oost-Nederland. Deze waren gericht op Antwerpen vanwege het Ardennenoffensief.
Als een V1 overkwam, was zijn sputterende geluid duidelijk hoorbaar. Op een vooraf ingesteld tijdstip werd de brandstoftoevoer gestopt en dook de raket omlaag waarna bij de inslag de springkop explodeerde. Vanwege het kenmerkende pruttelende geluid dat de motor maakte kreeg hij van de Amerikanen de bijnaam buzz-bomb. De Britten noemden hem doodlebug naar een groot zoemend Australisch insect.
[bewerken] Geleidingssysteem
Het V1-geleidingssysteem was erg simpel en bestond uit een automatische piloot gekoppeld aan een gyrokompas. Deze stuureenheid regelde alleen de hoogte en de snelheid. De afstand naar het doel werd slechts grofweg ingeschat - nauwkeurigheid was geen vereiste – en een door een propellertje in de neus aangedreven teller bepaalde wanneer deze afstand was bereikt.
Voor de lancering werd de teller zodanig ingesteld dat deze boven het ingeschatte doel op 0 kwam te staan. Tijdens de vlucht dreef de luchtsnelheid het propellertje aan en na elke 30 omwentelingen liep de teller één tik terug. De teller stelde de raket in de vlucht ook op scherp; dit gebeurde na ca. 60 km. Als de teller op 0 stond, werd de luchtslang naar de servomotor van het hoogteroer automatisch verbroken waarna het roer door middel van een continu gespannen veer omlaag werd geklapt en de raket omlaag dook.
Met de ingestelde teller was slechts een naar het westen wijzende lanceerrail nodig; de automatische instelling deed de rest.
[bewerken] Productie
De V1's werden voornamelijk geproduceerd door gevangenen die als dwangarbeiders werden ingezet. Na de grote aanval op Peenemünde door de Britse RAF in de nacht van 17 op 18 augustus 1943 werd de productie verplaatst naar Mittelbau-Dora, een reusachtige ondergrondse fabriek onder het Kohnstein-massief bij Nordhausen, waar duizenden gevangenen onder onmenselijke omstandigheden moesten werken. Sommigen onder hen zagen kans om met gevaar voor eigen leven sabotage te plegen aan de door hen geproduceerde V1's. In 1944 werden er maandelijks zo'n 2000 V1 geproduceerd tegen een prijs van 3500 Duitse Mark met slechts 280 manuren.[1]
[bewerken] Lancering
De V1’s werden gelanceerd vanaf een soort katapult-installatie; de Abschussrampe. Met een generator werd druk opgebouwd en een bougie ontstak de straalmotor waarna een toestel door middel van perslucht over een 46 meter lange hellende rails onder een hoek van 6° de lucht in werd geschoten.
Volgens Duitse gegevens zijn 8564 V1’s naar Engeland en de haven van Antwerpen verschoten. Hiervan trof circa 57% zijn doel; de overigen werden door de luchtafweer, sperballonnen of jagerinzet vernietigd. Ook gingen er veel verloren door defecten bij de lancering of tijdens de vlucht.
[bewerken] Puttershoek
Een van de lanceerinstallaties, richting Antwerpen, stond op het terrein van de Coöperatieve Suikerfabriek in Puttershoek in de Zuid-Hollandse Hoeksche Waard en was onzichtbaar vanaf de straat die langs de fabriek liep. De V-1 onderdelen werden per schip over de Oude Maas aangevoerd en bij de fabriekskade gelost. De V-1's werden in de fabriekshallen geassembleerd door een speciale eenheid die verder niets te maken had met de Wehrmachteenheid die in het dorp gestationeerd was.
In Puttershoek is de Abschußrampe slechts kort in gebruik geweest, maar in die korte tijd had hij ook in de directe omgeving slachtoffers geëist. Door sabotage bij de productie in Nordhausen stortten in ieder geval drie V-1's kort na de lancering in de nabijheid van de suikerfabriek neer. Twee ontploften niet en verdwenen in de kleibodem bij Puttershoek en werden pas in 1975 door de Explosieven Opruimingsdienst van de Koninklijke Landmacht uitgegraven en onschadelijk gemaakt. Eén viel op een huis in het twee kilometer zuidelijker gelegen Maasdam en ontplofte bij de inslag. Daarbij kwam een bewoner om het leven.
Een vanuit het intussen bevrijde Noord-Brabant overgekomen waarnemer betrok een boerderij aan de Kromme Elleboog, op anderhalve kilometer van de lanceerbaan. Van daaruit meldde hij over de radio de lanceringen aan Londen.
Op 24 februari 1945 bleef de V-1 installatie in Puttershoek schadevrij na een geallieerd bombardement. Dit is te zien op een luchtfoto gemaakt op 26 februari 1945 door een vliegtuig van de Engelse R.A.F. De bommen werden afgeworpen en vielen op het land om de fabriek en verwoeste het ketelhuis en de woning van de directeur van de fabriek. Één van de bommen miste op enkele tientallen meters twee kleuters die op dat moment op de dijk bij de fabriek aan het spelen waren. Tot zeker 60 jaar na dato was deze bomkrater nog te zien na zware regenval als waterplas in de akker naast een opslagsilo van de fabriek. Deze mislukte actie leidde tot woede bij het plaatselijk verzet, waarbij één van de verzetsleden gezegd zou hebben: "Als het zo moet, blazen we ze zelf wel op!" Zover hoefde het niet te komen,want op 12 maart 1945 werd de V-1 lanceerbaan door de Duitse bezetter ontmanteld. Op een luchtfoto, gemaakt op 21 maart 1945 door een Engels vliegtuig van de R.A.F., is de "afschietinrichting" niet meer te zien.
[bewerken] Overijssel
Eind 1944 werden ook in Oost-Nederland een aantal Abschussrampen in gebruik genomen. De vliegende bommen die daar werden gelanceerd waren bedoeld voor de toen al bevrijde, voor de geallieerden zeer belangrijke, havenstad Antwerpen. In de bossen van het landgoed de Oostermaat ten oosten van Lettele bij Deventer en op het landgoed de Biesterije ten zuiden van Rijssen zijn betonnen fundamenten blootgelegd en voor het publiek te bezichtigen. Bij het dorpsplein van Lettele staat een oorlogsmonument waarin de funderingsblokken van een V1-lanceerinrichting zijn opgenomen.
[bewerken] Verdediging
Een jageronderschepping gebeurde letterlijk. Als men V1’s boven Het Kanaal of de Noordzee waarnam, vlogen er jagers op af. Aanvankelijk probeerden die de V1's neer te schieten. De explosie van de springkop was echter zeer gevaarlijk voor de achter de V1 aan vliegende piloten. Daarom bedacht men een simpele truc. Een snel jachtvliegtuig vloog naast de V1 en tikte met zijn vleugeltip onder de vleugeltip van de V1. De V1 begon hierdoor rond te tollen en viel vervolgens stuurloos in Het Kanaal of dook de grond in. Naast de P-51 Mustang en de Tempest was de Spitfire Mk XIV het enige type dat hier snel genoeg voor was. Deze tactiek raakte echter bekend bij de Duitsers die vervolgens detonators aan de vleugels monteerden die explodeerden bij aanraking tijdens de vlucht. Dit maakte een eind aan de toepassing van deze simpele truc.
In augustus 1944 waren de tegenmaatregelen van de geallieerden zo georganiseerd dat bijna alle V1-wapens werden neergehaald voordat ze hun doel hadden bereikt. De V1 werd daarna opgevolgd door de V2, een raket die na de lancering de motor uitschakelde en vanaf grote hoogte met zeer hoge snelheid in vrije val op zijn doel afvloog.
[bewerken] Aanvallen
De eerste gedocumenteerde V1-aanval op Londen vond plaats op 13 juni 1944, een week na de landing in Normandië. Tijdens het V1-offensief vielen per uur 100 V1’ s op Londen. Over een periode van 80 dagen werden meer dan 6000 personen gedood, meer dan 17 000 gewond en meer dan één miljoen gebouwen[bron?] verwoest.
Op Antwerpen vielen in de periode van 7 oktober 1944 tot en met 30 maart 1945 2448 V1's.
Als gevolg van de aanvallen met V1’s vielen in geheel Europa ongeveer 40 000 gewonden, voornamelijk onder de burgerbevolking. De V1’s werden onder alle weersomstandigheden en op willekeurige tijden van de dag gelanceerd en kwamen vaak midden in woonwijken terecht. Hierdoor zaaiden ze veel angst onder de bevolking,
[bewerken] Na de oorlog
Aan het einde van de oorlog in Europa wisten de Amerikanen en Sovjets een aantal V1's te bemachtigen. De Amerikanen wilden ze gebruiken in de strijd op de Stille Oceaan tegen de Japanners. Dit is echter niet gebeurd; de V1's die in beslag genomen waren hebben, net als de latere V2, dienst gedaan als testobject voor hun eigen wapenontwikkelprogramma's.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe link
V1 op Abschussrampe op YouTube- Museum Vliegbasis Deelen n open gewerkte V1
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina V-1 op Wikimedia Commons. |
Referenties
|