V1 (wapen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
V1
V1 bij het museum te Peenemünde
V1 bij het museum te Peenemünde
Algemeen
Type onbemand straalvliegtuig
Maten
Lengte 7,90 m
Hoogte: 1,42 m
Spanwijdte: 5,37 m
Gewicht geladen 2150 kg
Snelheid 656 km/uur
Bereik 240 km later 420km
Max. hoogte 3050 m
Specificaties
Aandrijving 1x Argus As-014
pulserende straalmotor
stuwkracht: 2,9 kN
Springkop 830 kg

De V1 (ook wel V-1) was het eerste Duitse zogenaamde V-wapen uit de Tweede Wereldoorlog en tevens het eerste onbemande straalvliegtuig ter wereld. Het was de voorloper van de latere kruisvluchtwapens, hoewel deze meestal met een raketmotor werden uitgerust. In totaal zijn er meer dan 30.000 V1's geproduceerd. Het merendeel werd vanuit Nederland afgeschoten.

De naam V1 (Duitse afkorting) of V-1 (Engelse afkorting) was een afgeleide van Vergeltungswaffe 1 (Vergeldingswapen). Eigenlijk was de aanduiding Fieseler Fi 103 of FZG-76 (FZG betekende Flakzielgerät ofwel luchtafweerdoelapparaat).

De V1 wordt wel aangeduid met 'raket', maar is dit niet omdat hij gebruik maakt van vliegtuigvleugels voor zijn draagvermogen en geen raketmotor heeft. Het is dus een onbemand vliegtuig. De V2 was wel een raket.

Ontwikkeling[bewerken]

De V1 werd ontworpen door Robert Lüsser van de Duitse vliegtuigfabriek Fieseler en Frits Gosslau van de Argus-motorenfabriek. De V1 had vliegtuigvleugels en staartvlakken. Hij werd voortgestuwd door een Argus AS-014 pulserende straalmotor, een variant van de reeds in 1932 door Paul Schmidt ontworpen straalmotor. Hij kon een stuwkracht produceren van 290 kilonewton en gebruikte een normale auto-bougie als ontsteking.

In technisch opzicht was de V1 eigenlijk een onbemand straalvliegtuig. Hij kon een maximumsnelheid van 656 km/h bereiken en had een bereik van 240 km (later werd dit 420 km). De lengte was 7,90 meter en de spanwijdte 5,37 meter. Een V1 woog 2150 kilogram en had een springkop van 830 kilogram. De motor van de V1 liep op gewone kerosine.

Het toestel was uitgerust met een explosieve lading in de neus en vloog door middel van een primitieve straalmotoraandrijving (pulserende straalmotor) en een simpel geleidingssysteem op eigen kracht naar zijn doel.

De eerste testvluchten vonden eind 1941 en begin 1942 plaats vanaf Peenemünde. Op Kerstdag 1942 vond de eerste gemotoriseerde proefvlucht plaats vanaf een lanceerhelling, de eerste in een reeks testvluchten, nog alle zonder springlading. In juni 1944 hebben zelfs bemande testvluchten plaatsgevonden om de mogelijkheid van zelfmoordmissies te onderzoeken, maar die zijn niet in praktijk gebracht. De meeste lanceringen vonden plaats vanuit Frankrijk en West-Nederland. Later, in december 1944, plaatste men nog een aantal installaties in Oost-Nederland. Deze waren gericht op Antwerpen vanwege het Ardennenoffensief.

Als een V1 overkwam, was zijn sputterende geluid duidelijk hoorbaar. Op een vooraf ingesteld tijdstip werd de brandstoftoevoer gestopt en dook het vliegtuig omlaag waarna bij de inslag de springkop explodeerde. Vanwege het kenmerkende pruttelende geluid dat de motor maakte kreeg hij van de Amerikanen de bijnaam buzz-bomb. De Britten noemden hem doodlebug naar een groot zoemend Australisch insect.

Geleidingssysteem[bewerken]

Het V1-geleidingssysteem was erg simpel en bestond uit een automatische piloot gekoppeld aan een gyrokompas. Deze stuureenheid regelde alleen de hoogte en de snelheid. De door het vliegen opgewekte luchtstroom liet een propellertje in de neus draaien, waardoor bij benadering bekend was welke afstand afgelegd was. Een op dit propellertje aangesloten teller liep na elke 30 omwentelingen van de propeller één tik terug. De afstand naar het doel werd grofweg ingeschat – nauwkeurigheid was geen vereiste – en het telwerk werd zodanig ingesteld dat het boven het ingeschatte doel op 0 zou komen te staan. Als de teller op 0 kwam, werd de luchtslang naar de servomotor van het hoogteroer automatisch verbroken, waarna het roer door middel van een continu gespannen veer omlaag werd geklapt en de V1 omlaag dook. De teller stelde het wapen in de vlucht ook op scherp; dit gebeurde na ca. 60 km.

Met dit mechaniek was slechts een naar het westen wijzende lanceerrail nodig; de rest gebeurde automatisch.

Productie[bewerken]

De V1's werden voornamelijk geproduceerd door gevangenen die als dwangarbeiders werden ingezet. Na de grote aanval op Peenemünde door de Britse RAF in de nacht van 17 op 18 augustus 1943 werd de productie verplaatst naar Mittelbau-Dora, een reusachtige ondergrondse fabriek onder het Kohnstein-massief bij Nordhausen, waar duizenden gevangenen onder onmenselijke omstandigheden moesten werken. Sommigen onder hen zagen kans om met gevaar voor eigen leven sabotage te plegen aan de door hen geproduceerde V1's. In 1944 werden er maandelijks zo'n 2000 V1 geproduceerd tegen een prijs van 3500 Reichsmark met slechts 280 manuren.[1]

Lancering[bewerken]

De V1’s werden gelanceerd vanaf een soort katapult-installatie; de Abschussrampe. Met een generator werd druk opgebouwd en een bougie ontstak de straalmotor waarna een toestel door middel van perslucht over een 46 meter lange hellende rails onder een hoek van 6° de lucht in werd geschoten.

Volgens Duitse gegevens zijn 8564 V1’s naar Engeland en de haven van Antwerpen verschoten. Hiervan trof circa 57% zijn doel; de overigen werden door de luchtafweer, sperballonnen of jagerinzet vernietigd. Ook gingen er veel verloren door defecten bij de lancering of tijdens de vlucht.

Puttershoek[bewerken]

Een van de lanceerinstallaties, richting Antwerpen, stond op het terrein van de Coöperatieve Suikerfabriek in Puttershoek in de Zuid-Hollandse Hoeksche Waard en was onzichtbaar vanaf de straat die langs de fabriek liep. De V1-onderdelen werden per schip over de Oude Maas aangevoerd en bij de fabriekskade gelost. De V1's werden in de fabriekshallen geassembleerd door een speciale eenheid die verder niets te maken had met de Wehrmachteenheid die in het dorp gestationeerd was.

In Puttershoek is de Abschußrampe slechts kort in gebruik geweest, maar in die korte tijd had hij ook in de directe omgeving slachtoffers geëist. Door sabotage bij de productie in Nordhausen stortten in ieder geval drie V1's kort na de lancering in de nabijheid van de suikerfabriek neer. Twee ontploften niet en verdwenen in de kleibodem bij Puttershoek en werden pas in 1975 door de Explosieven Opruimingsdienst van de Koninklijke Landmacht uitgegraven en onschadelijk gemaakt. Eén exemplaar viel op een huis in het twee kilometer zuidelijker gelegen Maasdam en ontplofte bij de inslag. Daarbij kwam een bewoner om het leven.

Een vanuit het intussen bevrijde Noord-Brabant overgekomen waarnemer betrok een boerderij aan de Kromme Elleboog, op anderhalve kilometer van de lanceerbaan. Van daaruit meldde hij over de radio de lanceringen aan Londen.

Op 24 februari 1945 bleef de V1-installatie in Puttershoek schadevrij na een geallieerd bombardement. Dit is te zien op een luchtfoto gemaakt op 26 februari 1945 door een vliegtuig van de Britse Royal Air Force. De bommen werden afgeworpen en vielen op het land om de fabriek en verwoeste het ketelhuis en de woning van de directeur van de fabriek. Een van de bommen miste op enkele tientallen meters twee kleuters die op dat moment op de dijk bij de fabriek aan het spelen waren. Tot zeker 60 jaar na dato was deze bomkrater na zware regenval nog te zien als waterplas in de akker naast een opslagsilo van de fabriek. Deze mislukte actie leidde tot woede bij het plaatselijk verzet, waarbij een van de verzetsleden gezegd zou hebben: "Als het zo moet, blazen we ze zelf wel op!" Zover hoefde het niet te komen, want op 12 maart 1945 werd de V1-lanceerbaan door de Duitse bezetter ontmanteld. Op een luchtfoto, gemaakt op 21 maart 1945 door een Engels vliegtuig van de R.A.F., is de lanceerinrichting niet meer te zien.

Overijssel[bewerken]

Oorlogsmonument Lettele

Eind 1944 werden ook in Oost-Nederland een aantal Abschussrampen in gebruik genomen. De vliegende bommen die daar werden gelanceerd waren bedoeld voor de toen al bevrijde, voor de geallieerden zeer belangrijke, havenstad Antwerpen. In de bossen van het landgoed Oostermaet ten oosten van Lettele bij Deventer en op het landgoed de Biesterije ten zuiden van Rijssen zijn betonnen fundamenten blootgelegd en voor het publiek te bezichtigen. Bij het dorpsplein van Lettele staat een oorlogsmonument waarin de funderingsblokken van een V1-lanceerinrichting zijn opgenomen. In Enschede op het landgoed "De Helmer" zitten ook nog funderingen van een Abschussrampe in de grond, deze is echter nooit operationeel geweest. Het landgoed/boerderij is gedurende het laatste jaar van de oorlog door de Duitsers geconfisqueerd om deze basis op te bouwen.

Verdediging[bewerken]

Een jageronderschepping gebeurde letterlijk. Als men V1’s boven Het Kanaal of de Noordzee waarnam, vlogen er jagers op af. Aanvankelijk probeerden die de V1's neer te schieten. De explosie van de springkop was echter zeer gevaarlijk voor de achter de V1 aan vliegende piloten. Daarom bedachten Engelse piloten een simpele truc. Een snel jachtvliegtuig vloog naast de V1 en tikte met zijn vleugeltip onder de vleugeltip van de V1. De V1 begon hierdoor rond te tollen en viel vervolgens stuurloos in Het Kanaal of dook de grond in. Naast de P-51 Mustang en de Tempest was de Spitfire Mk XIV het enige type dat hier snel genoeg voor was. Deze tactiek raakte echter bekend bij de Duitsers die vervolgens detonators aan de vleugels monteerden die explodeerden bij aanraking tijdens de vlucht. Dit maakte een eind aan de toepassing van deze simpele truc.

In augustus 1944 waren de tegenmaatregelen van de geallieerden zo georganiseerd dat bijna alle V1-wapens werden neergehaald voordat ze hun doel hadden bereikt. De V1 werd daarna opgevolgd door de V2, een raket die na de lancering de motor uitschakelde en vanaf grote hoogte met zeer hoge snelheid in vrije val op zijn doel afvloog.

Aanvallen[bewerken]

De eerste gedocumenteerde V1-aanval op Londen vond plaats op 13 juni 1944, een week na de landing in Normandië. Tijdens het V1-offensief vielen per uur 100 V1’ s op Londen. Over een periode van 80 dagen werden meer dan 6000 personen gedood, meer dan 17.000 gewond en werden in zuidwest Engeland 80.000 gebouwen vernietigd en beschadigd[bron?].

Op Antwerpen vielen in de periode van 7 oktober 1944 tot en met 30 maart 1945 2448 V1's.

Als gevolg van de aanvallen met V1’s vielen in geheel Europa ongeveer 40.000 gewonden, voornamelijk onder de burgerbevolking. De V1’s werden onder alle weersomstandigheden en op willekeurige tijden van de dag gelanceerd en kwamen vaak midden in woonwijken terecht. Hierdoor zaaiden ze veel angst onder de bevolking.

Na de oorlog[bewerken]

Aan het einde van de oorlog in Europa wisten de Amerikanen en Sovjets een aantal V1's te bemachtigen. De Amerikanen wilden ze gebruiken in de strijd op de Stille Oceaan tegen de Japanners. Dit is echter niet gebeurd; de V1's die in beslag genomen waren hebben, net als de latere V2, dienst gedaan als testobject voor hun eigen wapenontwikkelprogramma's.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Blikopener; De bevrijding pag 6