Graafschap Loon
| Graafschap Loon | |||||
|
|||||
|
|
|||||
| Kaart | |||||
| Het Graafschap loon onstreeks 1350. | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Borgloon, Hasselt | ||||
| Talen | Oudnederlands, Diets (Middelnederlands), Waals | ||||
| Religie(s) | Rooms-katholiek | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Graafschap | ||||
| Dynastie | Huis Loon | ||||
| Staatshoofd | Graaf | ||||
| Geschiedenis | |||||
| - Ontstaan | 1040 | ||||
| - Inlijving door Prinsbisdom Luik | 1366 | ||||
Het Graafschap Loon (Frans: Comté de Looz) was een staat van het Heilige Roomse Rijk, gelegen ten westen van de Maas in het hedendaagse Vlaanderen, en ten oosten van het oude Hertogdom Brabant. Zijn grondgebied kwam ongeveer overeen met de hedendaagse Belgische provincie Limburg. Zoals andere gebieden die uiteindelijk toekwamen aan de prins-bisschop van Luik, had Loon politiek gezien niets te maken met de rest van België tot de Franse Revolutie, maar deze gebeurtenis bracht het graafschap tot een eind. Onder verscheidene nieuwe namen werd het eerst een deel van Frankrijk, en dan van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, totdat het toetrad tot het nieuwe koninkrijk België in 1839, negen jaar nadat de rest van België onafhankelijk werd van Nederland.
De aanvankelijke hoofdstad van dit graafschap voordat het zich uitbreidde was Borgloon, aanvankelijk gewoon Loon genaamd, in het zuidelijke deel van het graafschap. Dit deel van het graafschap ligt geografisch gezien in de heuvelachtige Belgische regio die bekendstaat als Haspengouw. Het breidde zich later noordwaarts uit naar de laaggelegen Kempen die bekendstond als Toxandrië in de vroege middeleeuwen.
Inhoud |
Steden van het graafschap [bewerken]
Bijna al deze steden dragen nog steeds de kleuren van Loon (gele en rode strepen) in hun wapenschild. Een bekende Loonse hofdichter was Hendrik van Veldeke, die in Spalbeek bij Hasselt in de 12e eeuw werd geboren.
Geschiedenis tot 1366 [bewerken]
Van de geschiedenis van dit graafschap zijn er weinig bronnen. Toch mag men aannemen dat het graafschap Loon in 1040 een leen van het Prinsbisdom Luik werd op het ogenblik dat het graafschap Haspinga, waarvan het op zijn beurt een leen was, aan bisschop Nithard van Luik werd afgestaan. Er is geen geschreven bewijs dat het graafschap vóór 1031 bestond.
Een graaf van Haspinga was Arnold, een broer van Giselbert, de eerste graaf van Loon. De leenrechtelijke band tussen hun beide ontstond hoogstwaarschijnlijk bij de regeling van de erfopvolging door hun vader Rodolf. Arnold en Giselbert hadden een broer, bisschop Balderik van Luik, die mogelijk een rol heeft gespeeld bij de afstand van Haspinga aan Luik.
De graaf bezat ook gebieden in Waals Haspengouw en op de rechteroever van de Maas. Voor de rechtspraak was hij een vazal van de keizer van het Heilige Roomse Rijk.
Borgloon was de eerste hoofdstad van het graafschap, later nam Hasselt dit over. Veel Limburgers noemen Borgloon in hun dialect nog altijd Loon. Loon maakte nooit deel uit van de Spaanse of Oostenrijkse Nederlanden en heeft daardoor een heel eigen geschiedenis.
Na het kinderloze overlijden van zijn graaf Lodewijk IV in 1336 eiste zijn neef, Diederik van Heinsberg de titel op. Pas in 1346 ging de prins-bisschop met deze dubieuze machtswissel akkoord. Toen ook Diederik kinderloos stierf en zijn neef, Godfried van Dalenbroek de titel opeiste, was de maat voor Luik vol en werd het graafschap, na een lange strijd in 1366, ingelijfd nadat een andere pretendent, Arnold van Rummen, zijn aanspraak op de titel verkocht aan Luik.
Geschiedenis na de annexatie door het Prinsbisdom Luik [bewerken]
De prins-bisschop, die nu ook de titel van graaf van Loon voerde, was wel zo wijs dat hij de bestaande rechts- en staatsstructuren behield. Op heel veel gebieden bestond er daardoor een ander stelsel in het eigenlijke prinsbisdom en het Land van Loon, en behield het graafschap een grote mate van autonomie. In 1522 werd die nog eens bevestigd. Zo kon de prins-bisschop niet zo maar belastingen innen of verhogen, en moest hij bij zijn aantreden de oude privileges van Loon erkennen.
Een bewijs van de gespannen sfeer die er heerste tussen het graafschap en het prinsbisdom werd geleverd door de arrestatie van de Hasseltse graaf de Geloes. Hij werd in 1675 beschuldigd van samenzwering tegen het prinsbisdom en acht maanden lang opgesloten in het kasteel van Stokkem. Een bekentenis kregen ze van hem niet los.
De situatie bleef zo tot in 1794 (zie slag bij Fleurus) het Prinsbisdom en met haar het vroegere Loon door Frankrijk werd geannexeerd en deel werd van het departement Nedermaas (Meuse-Infèrieure) met Maastricht als hoofdstad. Belgisch en Nederlands Limburg werden verenigd.
In 1830, bij de Belgische onafhankelijkheid, werd Loon vergeten en kreeg de provincie de naam Limburg. De hoofdplaats werd Hasselt, dat Borgloon in belang is voorbijgestoken onder meer door zijn centrale ligging in de provincie, en omwille van de aanwezigheid van de grafelijke burcht en de nabijgelegen Abdij van Herkenrode.
Het drossaardschap in het graafschap Loon [bewerken]
Loon was onderverdeeld in zes ambten of drossaardschappen: Hasselt, Bilzen, Stokkem, Montenaken, Horne en Pelt-Grevenbroeck. Aan het hoofd van ieder ambt stond een drossaard die in andere streken baljuw of seneschalk werd genoemd. Hij was door zijn heer belast met de ordehandhaving, het opsporen, vervolgen en eventueel terechtstellen van misdadigers. Het waren lieden van adel die zich lieten bijstaan door een luitenant-drossaard die dan zelf drossaard of drost werden genoemd.
Het ambt Stokkem had graaf de Geloes als drossaard met, vanaf 1790, Jan Matthijs Clercx als luitenant. Clercx, die een stevige reputatie had, slaagde er in de bende van de Bokkenrijders op te doeken.
Zie ook [bewerken]
Externe link [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|