Vierde Lateraans Concilie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Vierde Lateraans Concilie (het 12e algemene concilie, van 11 tot 30 november 1215) te Rome werd samengeroepen door paus Innocentius III. Het was het grootste concilie van de middeleeuwse Kerk en verenigde bijna 1500 bisschoppen en abten vanuit de gehele wereld, zelfs vanuit Constantinopel en Syrië. Dit twaalfde algemene concilie wordt gezien als het belangrijkste van de middeleeuwse concilies. Het was een groot succes voor Innocentius III. Het was het eerste concilie waar naast bisschoppen ook andere geestelijken en ook wereldlijke gezagdragers aanwezig waren, een teken dat het pauselijke gezag was toegenomen. In drie plenaire zittingen werden 71 decreten aangenomen[1]. Er werden harde woorden gesproken over het beperkte resultaat van de Derde Kruistocht en vooral het rampzalige verloop van de Vierde Kruistocht, die was uitgelopen op de inname van het Byzantijnse Constantinopel, hetgeen uiteindelijk alleen maar de moslims in de kaart speelde. De overige behandelde onderwerpen betroffen ketterijen, waaronder die der Albigenzen en Waldenzen en de triniteitsleer van Joachim van Fiore (2-3), de verkondiging en het onderwijs (10-11), nieuwe orden (13), de hervorming van de clerus (14-19), de jaarlijkse biecht- en communieplicht (21), het beneficiewezen (23-33 en 53-62), het huwelijk (50-51), maatregelen tegen joden en Saracenen (67-70) en de voor 1217 voorgenomen nieuwe kruistocht (71).

Het woord transsubstantiatie - als omschrijving van de verandering van brood en wijn tijdens de eucharistie - werd voor het eerst in een conciliedocument gebruikt. Het concilie voerde de jaarlijkse paasbiecht en paascommunie in. Het concilie was van mening dat er meer aandacht moest komen voor de priesterlijke taken van prediking en zielzorg. Het canoniek recht werd de wet van de Kerk. De bisschoppelijke inquisitie werd geautoriseerd. Het concilie nam ook politieke besluiten: keizer Frederik II werd er erkend.

Verder werden de verboden verwantschapgraden beperkt van zeven naar vier. Dat betekent dat men mocht trouwen met iedereen die verder verwant was dan achterachterneef of nicht.

Illustratief voor het belang van dit concilie is het feit dat twee middeleeuwse juristen, Vincentius Hispanus en Johannes Teutonicus, een speciaal commentaar schreven op de constituties ervan.

Andere besluiten van het Vierde Concilie van Lateranen:

  • Joden (geel insigne of jodenhoed) en moslims moeten onderscheidende tekenen gaan dragen
  • De kerktucht wordt strenger geregeld
  • De sacramenten worden vastgesteld.
  • De Vijfde Kruistocht wordt uitgeroepen.
  • Het verbod op godsoordelen.
  • Afwijzen van elk manicheïstisch, kathaars dualisme af, waarin engelen een bepaalde hogere emanatie tussen de materiële en goddelijke wereld zouden innemen.
  • Veroordeling van Katharen en Waldenzen
  • De misvierder moet voor het altaar staan met zijn rug naar de gelovigen. Dit heeft een groot gevolg gehad voor de ontwikkeling van het altaarstuk
  • Een nieuwe verkiezingsvorm voor de keuze van een paus (Latijn: per compromissum) door paus Innocentius III in 1215 vastgelegd in het decreet Compilationes. Dit had tot doel de sedisvacatie tot een minimum te beperken.
  • Christenen dienen op zijn minst een maal per jaar en dan vooral op Pasen de eredienst bij te wonen. Ook moesten zij biechten.

Voetnoten[bewerken]

  1. (en) Constitutions of the Fourth Lateran Council

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Concilie van Verona
Vierde Lateraans concilie
1215 - 1216
Opvolger:
Eerste concilie van Lyon