Zaro Agha

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zaro Agha in Istanboel

Zaro Agha (Koerdisch: Zaro Axa, Türkçe: Zaro Ağa), (Bitlis, 1774 of 1777? - Istanboel, 29 juni 1934), was een Koerdische Turk die tot de Sharif Mirza-stam behoorde. Volgens zijn overlijdensakte zou Zaro Agha op het moment dat hij stierf 157 jaar oud zijn geweest. Daarmee zou hij de langstlevende persoon van Turkije zijn geweest.

Zaro Agha maakte naar eigen zeggen 10 Ottomaanse sultans (van Abdülhamit I tot Mehmet VI), 1 president en 6 oorlogen mee en zou daarmee in drie eeuwen geleefd hebben. Volgens sommige bronnen zou hij 7 keer zijn getrouwd, terwijl andere bronnen 13 en 29 huwelijken weergeven. Hij had 13 kinderen, onder wie 5 dochters, en in totaal 29 kleinkinderen.

Leven[bewerken]

Zaro Agha werd volgens verschillende bronnen in 1774 dan wel 1777 geboren in het dorp Meydan, bij de stad Moetki in de provincie Bitlis, in het oosten van Turkije. Naar eigen zeggen nam hij in 1799 deel aan de belegering van Akko door Napoleon door te dienen in het leger van Jezzar Ahmed Pasha. In 1826 zou hij ternauwernood aan de dood zijn ontsnapt, toen hij zich als Janitsaar in een ondergrondse tunnel nabij de Hagia Sophia had verschuild nadat de elite-eenheid der janitsaren voorgoed was opgeheven. In 1828 zou hij deel hebben genomen aan de oorlog tegen Rusland en daarbij gewond zijn geraakt aan zijn been.

Tegen het einde van de 18e eeuw zou hij zijn vertrokken naar Istanboel en zou daar onder andere hebben gewerkt aan de bouw van het Dolmabahçepaleis en de Ortaköy- en Tophanemoskee hebben gewerkt. Hij werkte naar eigen zeggen meer dan een eeuw als portier en ging uiteindelijk met pensioen als conciërge. Rond 1900 trok zijn hoge leeftijd ook internationaal aandacht en op uitnodiging bezocht hij in 1925 Italië. Vervolgens bezocht hij in 1930 op uitnodiging van een anti-alcohol organisatie via Griekenland de Verenigde Staten en vervolgens in 1931 ook Engeland.

Hij zou 2 keer Mustafa Kemal Atatürk hebben ontmoet en hem met "sultan" hebben aangesproken. Zaro Agha zou hem daarbij hebben bedankt voor zijn grote inzet voor het land, maar hem hebben bekritiseerd omdat hij vond dat Atatürk de vrouwen te veel vrijheid had gegeven.

Zaro Agha werd naar eigen zeggen op zijn 95ste vader en op het moment dat hij stierf in 1934, was alleen zijn jongste kind en dochter, de 65 jarige Güllü nog in leven.

Dood[bewerken]

Sommige bronnen vermelden dat Zaro Agha in 1933 in de Verenigde Staten is overleden, dit komt vermoedelijk doordat hij daar enige tijd heeft gewoond, alsmede dat zijn lichaam na overlijden voor onderzoek naar de VS werd gezonden. Turkse bronnen geven aan dat hij in 1934 in Istanboel is overleden.

Zaro Agha zou gestorven zijn aan de gevolgen van prostaatkanker. Autopsie wees echter uit dat hij, ondanks zijn hoge leeftijd, aan veel gezondheidsproblemen leed, waaronder tuberculose, aderverstopping in de hersenen en een vergroot hart.

Het is niet bekend waaraan Zaro Agha zijn hoge leeftijd te danken had. Hij stond bekend als een vrolijke man die nooit alcohol dronk, niet rookte en ook geen vlees at. Wel was hij een liefhebber van (geiten)yoghurt.

Zaro Agha ligt begraven in Eyüp.