Slag bij Varna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Varna
Conflict
Datum 10 november 1444
Plaats Nabij Varna, Bulgarije
Resultaat Osmaanse overwinning
52,000
Betrokken partijen
Hongarije, Polen
en anderen
Osmaanse Rijk
Bevelhebbers
Władysław III
Johannes Hunyadi
Murad II
Troepensterkte
55.000
Verliezen
meer dan 45.000 Onbekend

De Slag bij Varna vond plaats op de 10e november 1444 nabij de stad Varna in Oost-Bulgarije. In deze slag versloeg het Osmaanse leger onder leiding van Sultan Murat II de Poolse en Hongaarse legers onder leiding van Władysław III van Polen en Johannes Hunyadi.

Voorgeschiedenis[bewerken]

De slag bij Varna, zoals afgebeeld door Jan Matejko (1879)

Na een veldtocht tegen Belgrado (in 1441 en 1442) sloot de Osmaanse sultan Murad II in 1444 vredesverdrag met Hongarije. Hetzelfde jaar sloot hij ook een vredesverdrag af met de Karamanli’s, de rivaliserende Turkse vorstendom in Anatolië. Oorlogsmoe en in de overtuiging dat hij de vrede in de oostelijke en westelijke grenzen van het Osmaanse rijk had verzekerd, deed sultan Murad II troonsafstand ten gunste van zijn twaalfjarige-zoon Mehmed II en trok zich terug naar Manisa in Anatolië.

Ondanks het vredesverdrag wist kardinaal Juliano Cesarini namens paus Eugenius IV de Hongaarse koning ervan te overtuigen om een nieuwe kruistocht te organiseren, argumenterend dat een eed aan een ongelovige geen waarde had.[1] De Hongaren verbraken het vredesakkoord en voegden zich bij de West-Europese en Byzantijnse christelijke alliantie. Ook de lokale dynastieën in de Balkan namen de wapens op tegen de Osmanen. De jonge sultan Mehmed II was niet in staat om de gebeurtenissen te controleren. Verder werd hij meegesleurd door de conflict tussen de grootvizier Çandarlı Halil Paşa en zijn tutor, lala Zağanos Paşa. In grote paniek werd de Osmaanse hoofdstad Edirne geëvacueerd toen de kruisvaarders de stad tot heel dichtbij hadden benaderd. De grootvizier Halil Paşa riep sultan Murad II terug uit Anatolië. Ondanks de blokkade van de Bosporus door de Venetianen, stak Murad met het leger de Bosporus over onder het spervuur van de Genueze vloot. In 1444 ontmoette Murad II de geallieerde kruisvaarders in de buurt van Varna, waar deze slag eindigde met de dood van de Hongaarse koning Ladislas en met de nederlaag van de Europees-Byzantijnse alliantie.

De slag[bewerken]

Een gemengd christelijk leger, dat vooral uit Hongaren en Polen bestond, maar ook Bourgondiërs, Engelsen, Tsjechen, Pauselijke ridders, Bosniërs, Kroaten, Bulgaren, Roemenen en Roethenen vochten op 11 november tegen het kleinere Osmaanse leger. De Hongaren waren goed bewapend en de beloofde hulp uit Walachije en Constantinopel kwam ook opdagen. Anderzijds kon de beloofde steun van de Albanezen onder Skanderbeg het slagveld niet bereiken, omdat zij door de Serviërs van George Branković (tevens Murad's schoonvader) werd onderschept. De kruisvaarders leden ondanks hun numerieke aantal een verpletterende nederlaag door het Osmaanse leger.

Resultaat[bewerken]

De zware nederlaag verzekerde de Osmaanse positie in Oost-Europa voor de komende vier eeuwen. In de slag sneuvelde koning Władysław. Hij werd na een kort interregnum in Polen opgevolgd door zijn broer Casimir. In Hongarije regeerde Johannes Hunyadi na Władysław' dood als regent in naam van de zeer jonge Ladislaus Posthumus.

Noten[bewerken]

  1. Edwin E. Jacques (1995), The Albanians: an ethnic history from prehistoric times to the present, p. 180.