Kruistocht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kruistochten noemt men:
- in ruime zin alle middeleeuwse religieus gemotiveerde militaire ondernemingen vanuit het westerse christendom tegen niet-christenen of ketters (vijandelijke groepen waren bijvoorbeeld katharen of Albigenzen, moslims en hussieten);
- in engere zin de verschillende heroveringstochten die westerse legers van de 11e tot de 13e eeuw ondernamen tegen de islamitische invasies, voor de herovering en het behoud van de voor christenen heilige plaatsen in Palestina.
De kruistochten (in engere zin) waren een serie militaire campagnes die plaatsvonden tijdens de 11e, 12e en 13e eeuw. Ze begonnen als een poging van de christenen om Jeruzalem, de heiligste plaats in het christendom, op de moslims te heroveren.
Inhoud
|
[bewerk] Historische achtergrond
[bewerk] De tijd vóór de kruistochten
De oorspronkelijke verovering van Palestina door islamitische strijdmachten had nauwelijks een storende werking op de pelgrimage of bedevaart naar de heilige plaatsen van de christenen, zoals Jeruzalem, Bethlehem en Nazareth. In het jaar 1009 echter liet de fatimidische kalief van Caïro, Hakem, de H. Grafkerk vernietigen. Zijn opvolger stond het Byzantijnse Keizerrijk toe om de kerk te herbouwen en pelgrimage werd weer toegestaan. In 1056 werden 300 Christenen verbannen uit Jeruzalem en werd het Europese christenen verboden om de H. Grafkerk binnen te gaan. [1]
[bewerk] Oorzaak van de kruistochten
Het beslissende verlies van het Byzantijnse leger tegen de Seltsjoekse Turken in de Slag bij Manzikert in 1071 zorgde voor de eerste bedes om hulp en troepen uit het westen. Het was dus niet alleen het heroveren van Jeruzalem, maar ook het bijstaan van het Byzantijnse leger tegen de Turken, het voorkomen van gebiedsuitbreiding van de islam, en het vergroten van de invloed van het westen in het oosten, waar op gemikt werd. De bede om hulp die keizer Alexius I van Byzantium in 1095 naar het westen stuurde was overigens eerder bedoeld als een verzoek om meer huurlingen en zeker niet om wat er door de paus en vele landhongerige edelen van gemaakt werd. De keizer zat dan ook flink met de kruisvaarders in zijn maag.
Vanuit het westen zelf was de voornaamste reden voor de kruistochten waarschijnlijk het feit dat de Seltsjoeken, nadat ze Palestina veroverd hadden, christelijke pelgrimages naar Jeruzalem en andere steden moeilijk of zelfs onmogelijk maakten. Dit was in de voorgaande tijd wel mogelijk geweest, alhoewel het gebied onder islamitisch bestuur stond.
[bewerk] Motivaties voor de kruistochten
- Bevrijding van Jeruzalem.
- De islamitische macht buiten Europa houden
- De Oosterse Kerk herenigen met de Rooms-Katholieke Kerk.
- Uitbreiding van de wereldse macht naar het oosten (economisch).
De kruistochten verschaften ook een goede uitlaatklep voor de interne problematiek van Europa. Voor de kerkelijke macht was het een uitstekende manier om bepaalde elementen, die anders voor ongewenste agressie zouden zorgen binnen Europa, te verplaatsen en in te zetten voor wat men als een goede zaak beschouwde. Sommige nobelen en ridders gingen uit puur eigenbelang, om land of geld te verkrijgen. Veel ridders bezaten immers zelf geen land meer. Ook handelaars gingen mee om zo de handelsrouten tot stand te brengen.
[bewerk] Overzicht van de verschillende kruistochten naar Jeruzalem
[bewerk] Eerste Kruistocht (1096 - 1099)
Toen Klein-Azië in 1074 in handen van de Seltsjoekse Turken viel, had paus Gregorius VII reeds plannen voor een oorlog tegen de "ketters", met als secundaire doel de hereniging van de Rooms-Katholieke met de Oosterse Kerk. Het plan werd naar de achtergrond verdrongen door de Investituurstrijd, de strijd om het gezag tussen paus Gregorius VII en keizer Hendrik IV. De keizer en zijn Duitse bisschoppen riepen een synode bijeen waar de Duitse geestelijken hun vertrouwen in de paus opzegden. Als reactie deed de paus de keizer in de ban. Het conflict eindigde in 1084 met de aanstelling van een nieuwe paus.
Urbanus II, paus van 1088 tot 1099, nam het oorspronkelijke plan weer op. Zijn motivatie was minder politiek dan die van Gregorius, maar eerder religieus. De Kerk zou voorzien in de sterke motivering terwijl de seculiere machten de daadwerkelijke uitvoering van het plan zouden verzorgen. Voorafgaand hadden de Normandische ridders al strijd tegen de "ongelovigen" gevoerd en het idee van een kruistocht tegen de saracenen was dus geen nieuwigheid voor de westerse landen.
Keizer Alexius was zich hiervan goed bewust toen hij Urbanus om huurlingen tegen de Turken vroeg. Hij trof in het Westen een ambitieuze Kerk, een algemeen (en onverwacht) religieus enthousiasme en een zin in avontuur en verovering.
Toen de Byzantijnse ambassadeurs aankwamen, was Urbanus bezig het Concilie van Clermont voor te bereiden. Daar, voor een grote massa mensen, preekte de paus op 26 november 1095 voor het eerst over de kruistocht in woorden die niet meer bekend zijn, maar die de massa tot een uitzinnig enthousiasme bewogen. Meer dan 300.000 mensen verlieten huis en haard om Jeruzalem te heroveren.
De Eerste Kruistocht, geleid door de Fransen (waaronder heel wat Vlamingen) van Godfried van Bouillon, was ook de succesvolste.
Veroveringen in Klein-Azië werden overgedragen aan de Byzantijnse keizer. De kruisvaarders veroverden ook Antiochië waar zij een koninkrijk stichtten waar 60.000 man deel van uit maakte. 40.000 man trok daarna door naar Jeruzalem en heroverden deze stad op de Saracenen in 1099. De leider van de kruisridders, Godfried van Bouillon, wilde hier geen koningskroon dragen en kreeg de titel Advocatus Sancti Sepulchri, de beschermer van het Heilige Graf. Hij werd het eerste hoofd van het Koninkrijk Jeruzalem.
Onafhankelijk van de georganiseerde kruistocht, trok tussen april en oktober 1096 reeds een spontane, chaotische, volks-, boeren- en armenkruistocht door Europa. Deze zou grotendeels stranden in de Balkan en Klein-Azië.
[bewerk] Tweede Kruistocht (1147 - 1149)
De als eerste opgerichte kruisvaardersstaat, Edessa, was ook de eerste die weer viel. In 1144 werd Edessa veroverd door de Seltsjoekse Turken. Als reactie riep de monnik Bernard van Clairvaux in opdracht van paus Eugenius II op tot een nieuwe kruistocht. De Tweede Kruistocht begon in 1147, en eindigde in 1149 voor Damascus.
Reynauld van Châtillon viel in 1181, ondanks het verdrag van 1180 tussen Saladin en Boudewijn IV van Jeruzalem, moslimkaravanen aan. Saladin trok ten strijde tegen de christelijke heersers, veroverde in 1187 Jeruzalem en had binnen de drie maanden heel het "Heilige Land" in handen.
[bewerk] Derde Kruistocht (1189 - 1192)
Toen het nieuws van de veroveringen van Saladin werd vernomen in Europa, riep Paus Clemens III op tot een nieuwe kruistocht. Deze kruistocht stond onder leiding van de Engelse koning Richard Leeuwenhart, de Duitse keizer Frederik Barbarossa en de Franse koning Filips II. Om deel te kunnen nemen aan deze Derde Kruistocht staakten de Franse en Engelse koning tijdelijk hun vijandelijkheden. Ook graaf Willem I van Holland nam deel aan de kruistocht.
Het eerste doel was om Akko in Palestina te veroveren. De Duitse keizer reisde over land naar Akko maar verdronk onderweg in de rivier Selef op 10 juni 1190, waarna het Duitse leger uiteenviel en grotendeels huiswaarts keerde. Richard en Filips daarentegen gingen per schip. Kort na zijn vertrek uit Sicilië werd Richards vloot getroffen door een hevige storm en enkele afgedreven schepen werden geplunderd door Comnenus, de keizer van Cyprus. Beide partijen kwamen tot een overeenkomst, die Comnenus echter al spoedig weer verbrak. Daarop veroverde Richard Cyprus. De Franse en Engelse koningen veroverden ook Akko in 1191. Tijdens het beleg stierf de Graaf van Vlaanderen Filips I van de Elzas op 1 juni 1191.
Wegens aanhoudende wrijvingen met Richard trok Filips van Frankrijk zich terug. Daarna kon de koning van Engeland niet echt meer een vuist maken tegen Saladin. Hij slaagde er niet in Jeruzalem te heroveren en verkreeg van Saladin slechts vrije toegang voor christelijke pelgrims tot de heilige plaatsen. Richard veroverde wel een deel van de kuststreek, dat later het koninkrijk Akko zou vormen.
[bewerk] Vierde Kruistocht (1202 - 1204)
De Vierde Kruistocht, met als doel het veroveren van het Heilige Land via Egypte, werd in 1202 in gang gezet door paus Innocentius III. Door een gebrek aan middelen haalde men Palestina niet eens; in plaats daarvan veroverden de kruisvaarders Constantinopel, de hoofdstad van het Byzantijnse Rijk. Daar stichtten ze het Latijnse Keizerrijk, met Boudewijn van Vlaanderen als eerste keizer. De Kerk kwam onder die van Rome te staan.
Deze kruistocht zorgde ervoor dat de reeds weinig vriendschappelijke relatie tussen de Oosterse en Westerse christenen nog verslechterde. In 1261 kon de keizer van Nicea Constantinopel heroveren, maar het Oost-Romeinse Rijk was danig verzwakt.
[bewerk] Vijfde Kruistocht (1218–1221)
De vijfde Kruistocht werd in 1215 door paus Innocentius III uitgevaardigd, omdat hij met de toestand in het Heilige Land geen genoegen nam. Hollanders en Friezen speelde een grote rol op zee tijdens deze kruistocht. De Vijfde Kruistocht werd door de bemoeienis van het Vaticaan een volledige mislukking.
[bewerk] Zesde Kruistocht (1228–1229)
In 1225 trouwde de Duitse keizer Frederik II met Isabelle van Brienne. Hij beloofde paus Honorius III een kruistocht te ondernemen. Frederik wilde op een vreedzame manier de heilige plaatsen openstellen voor het Westen. Zijn kruistocht begon in 1228. In 1229 sloot hij een tienjarige vrede met de Egyptische sultan. Met veel machtsvertoon en diplomatie bereikte hij dat de sultan hem Jeruzalem, Bethlehem, Nazareth en de kuststreek afstond. Hij gaf christenen ruimte in Palestina, en kroonde zichzelf in 1229 tot koning van Jeruzalem.
Frederiks vrouw was op zestienjarige leeftijd overleden bij de geboorte van haar zoon. Daardoor zou niet hij, maar zijn zoon recht hebben op de troon. Daardoor kreeg Frederik ruzie met de kruisvaarders, vooral de Tempeliers. De Tempeliers waren vooral Fransen en Frederik wilde Duitse ridders. Als laatste verliet Frederik Akko (de plaats waar hij toen was) en keerde terug naar Sicilië. Jeruzalem viel in 1244 weer in de handen van de sultan van Egypte.
[bewerk] Zevende Kruistocht (1248–1254)
De Franse koning Lodewijk IX de Heilige probeert de staatjes van de kruisvaarders te helpen. Hij valt Cyprus, Egypte en Syrië aan, doch zonder succes. Voor de Zevende Kruistocht liet Lodewijk de Heilige in Zuid-Frankrijk een haven aanleggen: Aigues-Mortes.
[bewerk] Achtste Kruistocht (1270)
In 1270 was het weer Lodewijk IX die het voortouw nam in een nieuwe kruistocht. Onderweg naar het Heilige Land werd hem echter gevraagd om zijn broer te helpen met zijn strijd tegen Tunis. Uiteindelijk gaf hij hieraan gehoor, maar toen het leger bij Tunis zijn tenten had opgeslagen brak de pest uit, waarbij Lodewijk stierf samen met een groot deel van zijn leger. Zijn dood heeft het einde betekend van de grote kruistochten.
[bewerk] Negende Kruistocht (1271–1272)
Eduard I van Engeland was al op weg om zich bij het leger van Lodewijk IX te voegen. Samen wilden zij optrekken voor de Negende Kruistocht naar het Heilige Land. Na de dood van Lodewijk IX trok Eduard I zelf op naar het Heilige Land, om te strijden tegen sultan Baibars.
Na 1270 waren het alleen nog kleine legertroepen die zo nu en dan een stad veroverden op de Turken. Maar die aanvallen hadden weinig succes en de Turken rukten steeds verder op. Zo ver zelfs dat in 1453 de stad Constantinopel viel.
[bewerk] Otranto
In 1481 was er een kruistocht in Otranto.
[bewerk] Na de kruistochten
Het Byzantijnse Keizerrijk wist uiteindelijk in 1261 Constantinopel terug te veroveren, maar zijn macht keerde nooit volledig terug en het rijk viel uiteindelijk in 1453 in handen van de islamitische Turken, de Ottomanen.
De kruisvaardersstaten zijn langzamerhand allen weer verloren gegaan, de laatste was Akko in 1291.
[bewerk] Gevolgen
De gevolgen van de kruistochten waren onder meer:
| Er wordt getwijfeld aan de feitelijke juistheid van dit gedeelte Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan. |
- De kruistochten ging gepaard met zeer veel Jodenvervolgingen in heel Europa.
- Er vielen veel slachtoffers aan beide zijden.
- Bestendiging van het Westers Schisma van 1054 tussen Orthodoxe en Rooms-Katholieke Kerk, vooral wegens de plundering van Constantinopel door Latijnse kruisvaarders en Venetianen.
- Veel streken in Europa bleven tot zelfs tweehonderd jaar na dato volledig ontvolkt doordat de vorige bewoners in Jeruzalem bleven wonen of stierven op de slagvelden.
- Dankzij de kruistochten konden christenen sinds lange tijd weer naar Jeruzalem reizen.
- De kruistochten gaven de West-Europese christenheid een afleiding van haar binnenlandse problemen en een gemeenschappelijke doelstelling.
- Door de kruistochten kwam er een grotere eenheid wegens de oorlogsverdragen en was er een tijd van relatief weinig oorlog.
[bewerk] Trivia
- In juli 2006 heeft de UNESCO de kruisvaarderskastelen Krak des Chevaliers en Qalat Salah El-Din in Syrië toegevoegd aan de lijst van werelderfgoed.
[bewerk] Gerelateerde onderwerpen
- Orde van de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo (Tempeliers)
- Orde van het Gulden Vlies
- Duitse Orde
- Middeleeuwse oorlogvoering
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Crusades van Wikimedia Commons. |
[bewerk] Referenties
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|



