Negende Kruistocht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Negende kruistocht
Onderdeel van de Kruistochten
Datum 1270 - 1274
Locatie Midden-Oosten (Levant)
Resultaat De Mamelukken winnen met overmacht waardoor het kruisvaartleger zich terug moet trekken, het zou resulteren in de laatste kruistocht in het Midden-Oosten.
Strijdende partijen
Kruisvaarders:
Koninkrijk Engeland
Anjou
Mamelukken
Commandanten
Eduard I van Engeland
Karel van Anjou
Sultan Baibars

Paus Gregorius X riep in 1274 het Tweede concilie van Lyon bijeen en kondigde de Negende Kruistocht aan. Deze kruistocht wordt gezien als de laatste middeleeuwse kruistocht tegen de moslims in het Heilige Land.

Prins Eduard I van Engeland was te laat gearriveerd in Tunis om bij te dragen aan de Achtste Kruistocht van Lodewijk IX van Frankrijk, maar samen met diens broer Karel van Anjou ging hij toch door tot Akko, de hoofdstad van de overblijfselen van het Koninkrijk Jeruzalem. Ze arriveerden aldaar in 1271, net nadat de Mamelukse sultan Baibars Tripoli had belegerd. In 1269 had deze sultan ook al Antiochië belegerd, de laatst overgebleven stad van het vorstendom Antiochië.

Sultan Baibars was ook de eerste sultan die een soort van Mammelukse marine oprichtte. Hiermee probeerde hij in 1271 Cyprus binnen te vallen, waarmee hij Hugo III van Cyprus, ook koning van Jeruzalem, wilde weglokken, maar zijn vloot werd vernietigd. Eduard van Engeland deed niet veel meer in zijn tijd in Akko dan onderhandelen met Hugo en de niet erg enthousiaste ridders van de Ibelinfamilie uit Cyprus. Ook onderhandelde hij met Baibars, en zo ontstond de elfjarige wapenstilstand met deze sultan. Baibars probeerde echter Eduard niet lang daarna te vermoorden door een groep mannen te sturen die zich voordeden als christenen die gedoopt wilden worden. Verzwakt door een dolksteek keerde Eduard keerde terug naar Sicilië in 1272, waar hij de dood van zijn vader Hendrik III vernam.

route-map van Eduard

Eduard was tijdens zijn reis naar het "Heilige Land" begeleid door Theobald Visconti, die in 1271 als Gregorius X paus was geworden. Gregorius riep in 1274 op voor een nieuwe kruistocht, tijdens het Tweede concilie van Lyon in 1274, maar zijn oproep werd niet beantwoord. Karel van Anjou wilde wel, en hij greep voordeel uit een ruzie tussen Hugo III van Cyprus, de Tempeliers en de Venetianen over het wel of niet heroveren van Akko. Hij kocht de rechten van Maria van Antiochië op het Koninkrijk van Jeruzalem, en viel Hugo III aan, die ook rechten op het koninkrijk had. In 1277 veroverde Hugo van San Severino Akko in de naam van Karel van Anjou.

Venetië had ondertussen gepleit voor een kruistocht tegen Constantinopel, waar Michaël VIII Palaiologos recent het Byzantijnse Rijk nieuw leven had ingeblazen. In 1281 gaf paus Martinus IV hier toestemming voor; de Fransen namen de landroute langs Durrës, en de Venetianen gingen over zee. Maar na de opstand in Sicilië (Siciliaanse Vespers) op 31 maart 1282, opgezet door Michael VIII, was Karel gedwongen om terug te keren.

Deze kruistocht was de laatste actie die werd ondernomen tegen de Byzantijnen of de moslims. Hoewel de Mongoolse heersers van het Il-kanaat vertwijfeld probeerden een Franco-Mongools bondgenootschap tot stand te brengen en gezamenlijk de machtsuitbreiding van de Mamelukken een halt toe te roepen werd er alleen maar beleefd maar ontwijkend gereageerd op de vier gezantschappen die Arghun naar het westen stuurde. In 1291 veroverden de Mammelukken de laatste van de gebieden van de kruisvaarders, de stad Akko.