Slag bij Ain Jalut

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Ain Jalut
Onderdeel van het Mongoolse Rijk
Datum 3 september, 1260
Locatie Ain Jalut, Palestina
Resultaat Overwinning van de Egyptische Mamlukken
Strijdende partijen
Egyptische Mamlukken Mongolen
Georgiërs
Cilicische Armeniërs
Commandanten
Saif ad-Din Qutuz,
Baibars
Kitbuqa
Troepensterkte
ca. 20.000[1] ca. 20.000[1]
Verliezen
groot groot
oorlog tussen de Mamelukken en de Kruisvaarders (1260-1291)

Ain Jalut · Akko · Arsoef · Antiochie · Chastel Blanc · Krak des Chevaliers · Tripoli · Tyrus · Akko

De Slag bij Ain Jalut (of Ayn Jalut, in het Arabisch: عين جالوت, het "oog van Goliath" of de "Goliathsbron") vond plaats op 3 september 1260 tussen de Mamelukken, onder aanvoering van Baibars, en de Mongolen in Palestina, op de Vlakte van Jizreël in Galilea, juist ten noorden van Samaria, nabij Jenin

Deze slag wordt door vele historici van groot historisch belang geacht, omdat hij plaatsvond op het hoogtepunt van de Mongoolse veroveringen, en het de eerste keer was dat de Mongolen werkelijk verslagen werden. Na vorige nederlagen waren de Mongolen altijd teruggekeerd om het verlies te wreken, maar na de Slag van Ain Jalut waren ze daartoe niet meer in staat of bereid. De Mongoolse leider van Il-kanaat Hulagu Khan was niet in staat Egypte in te lijven, en het Kanaat dat hij in Perzië had gevestigd was slechts in staat zich te verdedigen tegen de Mamelukken in latere expedities, dat in 1300 Syrië en delen van Palestina heroverde in een paar maanden tijd.

Aanloop[bewerken]

Toen Möngke Khan in 1251 Grootkan werd, begon hij onmiddellijk met het uitvoeren van het plan van zijn grootvader Dzjengis Khan om de wereld te veroveren. Hij gaf zijn broer, een andere kleinzoon van Dzjengis Khan: Hulagu Khan, de taak om de westelijke naties te onderwerpen.

Het duurde vijf jaar om het leger samen te stellen, en het was pas in 1256 dat Hulagu voorbereid om de invasie te beginnen. Terwijl hij in zijn basis in Perzië bleef, gaf Hulagu bevel om naar het zuiden te gaan. Möngke Khan had bevolen om degenen die zich zonder verzet overgaven goed te behandelen, en zij die dit niet deden te vermoorden. Op die manier had Hulagu en zijn leger sommige van de machtigste naties en oude dynastieën van die tijd veroverd. Andere landen sloten zich aan bij het Mongoolse rijk, onderwierpen zich aan de Mongoolse autoriteit en leverden troepen aan het Mongoolse leger. Toen de Mongolen Bagdad bereikten, hadden Cilicische Armeniërs en zelfs Frankische troepen van het Vorstendom Antiochië zich bij het leger aangesloten. De Assassijnen in Perzië werden vernietigd waarna ook de 500 jaar oude Abbasidische hoofdstad Baghdad aan de beurt kwam (zie Slag om Bagdad (1258)). Op dezelfde manier werd de Ajjoebidische dynastie in Damascus onderworpen. Hulagu's plan was om daarna zuidwaarts te gaan door Palestina naar Egypte, om de laatste grote Islamitische macht uit te dagen, het sultanaat van de Mamelukken.

De Mongoolse gezanten reizen naar Egypte[bewerken]

A View in Cairo door David Roberts, Bab Zuweyla in 1840. Op deze poort werd het hoofd van de gezant tentoongesteld, the Royal Collection, Windsor Castle.

In 1260 zond Hulagu zes gezanten naar Qutuz in Caïro, om naar zijn overgave te vragen:[bron?]

Aanhalingsteken openen

Van de Koning der Koningen van het Oosten en het Westen, De Grootkan. Aan Qutuz the Mameluk, Die vlucht om aan onze zwaarden ontsnappen. Jij zou moeten denken aan wat andere landen is overkomen en je aan ons overgeven. Jij hebt gehoord hoe wij een enorm rijk hebben veroverd en de aarde hebben gezuiverd van de wanorde die haar tartte. Wij hebben enorme gebieden veroverd en er alle mensen afgeslacht. Je kunt niet ontsnappen aan de terreur van onze legers. Waarheen kan je vluchten? Welke weg zal je gebruiken om aan ons te ontsnappen? Onze paarden zijn snel, onze pijlen scherp, onze zwaarden als de blikseminslag, onze harten zijn hard als bergen, we hebben evenveel soldaten als het zand. Noch een vesting, noch een leger zal ons tegenhouden. Jouw gebeden aan God zullen geen effect hebben op ons. Wij worden niet beïnvloed door tranen of geraakt door klaagzangen. Enkel zij die om onze bescherming smeken zullen veilig zijn. Haast u met uw antwoord voor de vuren van de oorlog worden ontstoken. Bied weerstand en je zult lijden onder de grootste catastrofes. Wij zullen je moskees vernielen en de zwakheid van je God laten zien en we zullen je kinderen en je oude mensen doden. Momenteel ben jij de enige vijand naar wie wij moeten marcheren.

Aanhalingsteken sluiten

Qutuz antwoordde, door de zes gezanten te vermoorden en zette hun hoofden op Bab Zuweyla, een poort van Caïro.

De Campagne[bewerken]

Troop movements leading up to the Battle of Ain Jalut

De machtsverhoudingen veranderden echter toen De Grootkan Möngke Khan overleed, wat Hulahu en andere prominente Mongolen verplichtte om terug naar huis te keren om te beslissen wie zijn opvolger zou worden. Als potentiële Grootkan nam Hulahu het grootste deel van zijn leger met zich mee en liet een veel kleiner leger, slechts één of twee tumens ( 10.000 tot 20.000 man) achter onder het bevel van zijn beste generaal, een Nestoriaanse Turk[2] Kitbuqa Noyan[3].

In het einde van augustus trokken Kitbuqa's troepen naar het zuiden vanuit hun basis in Baalbek, ze gingen ten oosten van het Meer van Tiberias naar Palestina.

De Sultan van de Mamelukken Qutuz sloot een verbond met een bevriende Mameluk, Baibars, die de Islam wilde verdedigen nadat de Mongolen Damascus en het grootste deel van Syrië veroverd hadden.

De Mongolen, van hun kant, aanvaarden een Frankisch-Mongoolse alliantie met de overblijfselen van het Koninkrijk Jeruzalem, nu bestuurd vanuit Akko, maar Paus Alexander IV verbood dit, en Julian van Sidon veroorzaakte hierdoor een vechtpartij die de dood van één van Kitbuqa's kleinkinderen veroorzaakte. Woedend ontsloeg Kitbuqa Sidon. De Baronnen van Akko, die de Mamelukken nog steeds als een bedreiging beschouwden, zagen de Mongolen nu als een nog grotere dreiging, dus namen ze een meer veiligere neutrale positie tussen de twee legers in.[4] Met een ongewoon besluit gaven ze de Egyptische Mamelukken toestemming om naar het noorden door hun landen te marcheren en zij bevoorraadden hun kamp vlakbij Akko. Vanuit Akko ging Qutuz, bij het begin van de lente, zuidwaarts naar Ain Jalut in de Vlakte van Jizreël.

De slag[bewerken]

Het grootste deel van het Mamelukse leger was speciaal getraind om Mongoolse tactieken aan te kunnen. Velen van hen waren Turken of Caraciaanse clanmannen, gekocht van Constantinopel door de Sultan van Egypte en getraind in het hoofdkwartier van de Mamelukken op een eiland in de Nijl. Het waren niet alleen goede ruiters ze waren ook bekend met de oorlogsvoering van de steppe en met de tactieken en de wapens van de Mongolen.

De oprukkende troepen stonden op 3 september tegenover elkaar in Ain Jalut, beide partijen waren met ongeveer 20.000 man[1]. De Mamelukken versloegen de Mongoolse cavalerie met een geveinsde terugtrekking waarna de vijand uit opstelling kwam en veel kwetsbaarder was, maar ze waren bijna onder de voet gelopen door de wilde Mongoolse aanval. Qutuz verzamelde zijn troepen voor een succesvolle tegenaanval, tegelijk met de terugtrekkende cavalerie die zich verscholen had in de valleien die vlakbij het slagveld lagen. De Mongolen waren gedwongen zich terug te trekken, en Kitbuqa werd gevangengenomen en geëxecuteerd. De zware cavalerie van de Mamelukken was duidelijk in staat de Mongolen te verslaan in man-tegen-man-gevechten, iets wat niemand ooit eerder had gedaan.

De Slag bij Ain Jalut is ook noemenswaardig omdat het een van de eerste bekende gevechten is waarin handkannonen (ontwikkeld in Arabië) werden gebruikt. Deze kanonnen werden gebruikt door de Egyptische Mamelukken om de Mongoolse paarden en cavalerie schrik aan te jagen en wanorde in hun linies te veroorzaken. De samenstelling van het explosieve buskruit van deze kanonnen werd later in Arabische handboeken over chemie en oorlogsvoering beschreven in het begin van de 14de eeuw.[5].

Gevolgen[bewerken]

Na de overwinning bij Ain Jalut werd Qutuz op de terugweg naar Caïro vermoord, door verscheidene emirs onder leiding van Baibars.[6]. Baibars werd de nieuwe Sultan. Zijn opvolgers gingen door met het veroveren van de overgebleven kruisvaarderstaten in 1291. De Mongolen werden minder dan een jaar later opnieuw verslagen in de Eerste Slag bij Homs en werden aldus voorgoed uit Syrië verdreven.

Interne conflicten weerhielden Hulagu Khan ervan zijn volledige macht tegen de Mamelukken te keren om de nederlaag bij Ain Jalut te wreken. Berke Khan, de Khan van de Gouden Horde in Rusland, werd bekeerd tot de Islam, en keek met angst toe toen zijn neef de Kalief van de Abbasiden, het geestelijke hoofd van de Islam, doodde en daarmee een einde maakte aan dit kalifaat. De Moslim geschiedkundige Rashid-al-Din Hamadani beschreef hoe Berke de volgende boodschap naar Möngke Khan stuurde, waarin hij protesteerde tegen de aanval op Baghdad (hij wist niet dat Möngke in China overleden was): "hij heeft al de steden van de Moslims verwoest, en heeft voor de dood van de Kalief gezorgd. Met de hulp van God zal ik hem te verantwoording roepen voor al het onschuldige bloed dat hij heeft doen vloeien."[7]. De Mamelukken kwamen dankzij spionnen te weten dat hij een Moslim was en dat hij het niet eens was met zijn neef; zij aarzelden niettemin om de banden met hem en zijn Kanaat aan te halen.

Nadat de Mongoolse troonopvolging eindelijk was geregeld, met Kunlai als de laatste Grootkan, keerde Hulagu terug naar zijn landen in het Midden-Oosten in 1262, en groepeerde zijn legers om de Mamelukken aan te vallen en Ain Jalut te wreken. Berke Khan viel zijn macht echter aan met een reeks van aanvallen die Hulagu naar het noorden, weg van Levant, lokten om hem te ontmoeten. Hulagu leed verscheidene nederlagen bij een mislukte invasie ten noorden van de Kaukasus in 1263. Dit was de eerste open oorlog bij de Mongolen onderling, en signaleerde het eind van het verenigde rijk.

Hulagu was daarna slechts in staat een klein leger van twee tumens, dit was na Ain Jalut zijn enige poging de Mamelukken aan te vallen. Hulagu Khan stierf in 1265 en werd opgevolgd door zijn zoon Abaqa.

'Voetnoten
  1. a b c Cowley, p.44, verklaart dat beide kanten op 20.000 man werden geschat. Cline zegt „in het kort... de legers die in 'Ayn Jalut moesten samenkomen waren waarschijnlijk ongeveer even groot, met elk tussen de tienduizend en twintigduizend man. “, p.145. Fage & Oliver verklaren echter dat de „Mongoolse kracht in Ayn Jalut niet meer dan een detachement was, dat door het enorme leger Mamlukken in aantal werd overtroffen.“, p.43. .
  2. Encyclopædia Britannica Online - Battle of 'Ayn Jalut
  3. Histoire des Croisades II, René Grousset, p593
  4. Morgan, p. 137.
  5. Ahmad Y Hassan, Gunpowder Composition for Rockets and Cannon in Arabic Military Treatises In Thirteenth and Fourteenth Centuries
  6. Although medieval historians give conflicting accounts, modern historians assign responsibility for Qutuz's assassination to Baibars. See Perry (p. 150), Amitai-Preiss (p. 47, "a conspiracy of amirs, which included Baybars and was probably under his leadership"), Holt et al. (Baibars "came to power with [the] regicide [of Qutuz] on his conscience"), and Tschanz. For further discussion, see article on "Qutuz"
  7. The Mongol Warlords quotes Rashid al Din's record of Berke Khan's pronouncement; this quote is also found in Amitai-Preiss's The Mamluk-Ilkhanid War.
  1. a b c Cowley, p.44, verklaart dat beide kanten op 20.000 man werden geschat. Cline zegt „in het kort... de legers die in 'Ayn Jalut moesten samenkomen waren waarschijnlijk ongeveer even groot, met elk tussen de tienduizend en twintigduizend man. “, p.145. Fage & Oliver verklaren echter dat de „Mongoolse kracht in Ayn Jalut niet meer dan een detachement was, dat door het enorme leger Mamlukken in aantal werd overtroffen.“, p.43. .
  2. Encyclopædia Britannica Online - Battle of 'Ayn Jalut
  3. Histoire des Croisades II, René Grousset, p593
  4. Morgan, p. 137.
  5. Ahmad Y Hassan, Gunpowder Composition for Rockets and Cannon in Arabic Military Treatises In Thirteenth and Fourteenth Centuries
  6. Although medieval historians give conflicting accounts, modern historians assign responsibility for Qutuz's assassination to Baibars. See Perry (p. 150), Amitai-Preiss (p. 47, "a conspiracy of amirs, which included Baybars and was probably under his leadership"), Holt et al. (Baibars "came to power with [the] regicide [of Qutuz] on his conscience"), and Tschanz. For further discussion, see article on "Qutuz"
  7. The Mongol Warlords quotes Rashid al Din's record of Berke Khan's pronouncement; this quote is also found in Amitai-Preiss's The Mamluk-Ilkhanid War.