Hussieten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes Hus

De hussieten zijn een verzameling van protestantse groeperingen, die zich door de theoloog Johannes Hus geïnspireerd zagen. De belangrijkste hussitische facties waren die van de calixtijnen (later ook utraquisten) en taborieten. De hussieten streefden zowel religieuze als maatschappelijke hervormingen na. De hervormingsbeweging beïnvloedde de latere reformatie en stond aan de wieg van het Tsjechische nationale bewustzijn.

Dood van Hus[bewerken]

Johannes Hus werd verschillende malen aangehouden en uiteindelijk veroordeeld tot de brandstapel in 1415. De Tsjechen uit Bohemen en Moravië waarschuwden de keizer, Sigismund van Luxemburg, om Hus vrij te laten. Deze weigerde en het vonnis werd voltrokken.

Toen het nieuws van zijn dood bekend werd op het Concilie van Konstanz, raakten de gemoederen oververhit. Er werd een hussitische liga gevormd, die gesteund werd door het volk en de adel. Enkel de Boheemse koning Wenceslaus, die aanvankelijk zijn ongenoegen had geuit over de behandeling van Hus en wiens vrouw openlijk de kant koos van de hussieten, trad niet toe, maar koos de kant van de katholieke liga, aan de zijde van zijn broer Sigismund in 1418. Deze laatste overtuigde hem van het idee dat een godsdienstoorlog onvermijdelijk was als de hussieten verdere bescherming kregen. De hussieten werden verbannen uit Bohemen.

Wenceslaus kreeg in 1419 een beroerte en stierf. Zijn broer Sigismund volgde hem op als koning van Bohemen. Dit was voor de hussieten de druppel die de emmer deed overlopen. Spoedig zouden de Hussitische Oorlogen uitbreken.

De vier artikelen van Praag[bewerken]

Het programma van de meer conservatieve hussieten, de calixtijnen, werd vastgelegd in juli 1420 in Praag en kan samengevat worden in 4 punten:

  1. vrijheid om het woord van God te preken, ook voor leken;
  2. het laatste avondmaal vieren onder de gedaante van brood en wijn, ook voor leken;
  3. het opgeven van wereldlijke macht en rijkdom door de clerus;
  4. het streng straffen van iedereen, die een doodzonde begaat.

De taborieten, voornamelijk gesteund door de arme bevolking, ging het Praagse programma niet ver genoeg. Zij eisten de afschaffing van de institutionele Kerk en kerkelijke gebruiken. Dat zou het begin zijn van de gewapende verwerkelijking van Gods Rijk op aarde. Omdat de taborieten daarmee ook de feodale orde problematiseerden, werden de taborieten en hun leider Martin Húska in 1421 door de conservatievere hussieten onder leiding van Jan Žižka uit de stad Tábor verdreven. Jan Žižka achtervolgde de taborieten en liet hen doden; de leider Martin Húska werd door Žižka en de calixtijnen aan de aartsbisschop van Praag overgedragen, om hem op de brandstapel te laten verbranden.

De Hussitische Oorlogen[bewerken]

Na de dood van Wenceslaus (Vaclav) heerste er revolutie in Bohemen. Kerken en kloosters werden vernield en hun bezittingen ingenomen door hussitische edellieden. Sigismund moest zijn erfrechten militair laten gelden. Paus Martinus V riep de christenheid op om de ketters in Tsjechië te gaan bestrijden, zijn Kruistochtsbul van Maart 1420 leidde ertoe dat de opstand een oorlog werd. Aanvankelijk waren de hussieten in het defensief, maar de katholieke coalitie verloor rond 1427 het initiatief, dat de hussieten overnamen.

Zelfs Jeanne d'Arc dreigde tegen de hussieten te komen vechten, maar werd kort daarna gevangen genomen Bourgondiërs en verkocht aan de Engelsen.

Naar de vrede[bewerken]

In 1432 werd gewerkt naar een vredesakkoord. Op het Concilie van Bazel werd gepraat over een compromis. Zo werden eerst de vier artikelen van Praag besproken. Geen akkoord werd bereikt. Uiteindelijk werd op 30 november 1433 een akkoord bereikt met de Compacta van Praag. Dat akkoord liet de 4 artikelen grotendeels toe, voor zover die artikelen de macht van de clerus niet inperkten.

De radicale groep verwierp het, de gematigde groep aanvaardde het compromis en ging samen met de katholieken. Deze laatste unie bond de strijd aan met de radicalen en versloeg die ook met de Slag bij Lipany op 30 mei 1434.

Naspel[bewerken]

In 1462 verklaarde paus Pius II de Compacta van Praag nietig. De hussieten kwamen meer en meer in de marge terecht. Met de opkomst van het lutheranisme werden zij gedeeltelijk opgeslokt. Een deel bleef bij de katholieke doctrine en keurde de Reformatie af. De genadeslag voor de hussieten kwam met de Slag op de Witte Berg op 8 november 1620.