Slag bij Harran

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Harran
Onderdeel van kruisvaardersoorlogen
Ruïnes van Harran
Ruïnes van Harran
Datum 7 mei 1104
Locatie twee dagen van Harran
Resultaat Seltsjoekse overwinning
Strijdende partijen
Vorstendom Antiochië
Graafschap Edessa
Seltsjoeken
Commandanten
Boudewijn II van Edessa
Bohemund I van Antiochië
Tancred van Galilea
Jocelin de Courtenay
Jikirmish van Mosoel
Sokman ibn Artuq van Mardin
Troepensterkte
onbekend ca.10.000
Verliezen
zware verliezen onbekend
Kruisvaart Veldslagen in de Levant (1096-1303)

Eerste Kruistocht
Xerigordon · Civetot · Nicea · 1ste Dorylaeum · 1ste Antiochië · Ma'arrat · 1ste Jeruzalem · 1ste Ashkelon


Inter-Kruisvaart periode
Melitene · Kruisvaart van 1101 · Harran · Artah · Ramla · 1ste Tripoli · Sidon · 1ste Shaizar · Al-Sannabra · Sarmin · Ager Sanguinis · Hab · Slag bij Yibna · Azaz · Marj es-Suffar · Ba'rin · 2de Shaizar · Edessa · Bosra


Tweede Kruistocht
2de Dorylaeum · Ephesus · Meander · Mont Cadmus · Damascus


Inter-Kruisvaart periode
Inab · Aintab · 2de Ashkalon · Kruisvaardersinvasie van Egypte · Meer van Huleh · al-Buqaia · 1ste Bilbeis · Harim · al-Babein · 2de Bilbeis · 1ste Damietta · Montgisard · Marj Ayyun · Jakobs Voorde · kasteel Belfort · Al Fule · Kerak · Cresson · Hattin · 2de Jeruzalem · Tyrus


Derde Kruistocht
Iconium · 1ste Akko · Arsuf · Jaffa


Vijfde Kruistocht
3de Jeruzalem · 2de Damietta


Nasleep van de Zesde Kruistocht
4de Jeruzalem · La Forbie


Zevende Kruistocht
3de Damietta · Al Mansurah · Fariskur


Late Kruisvaart Periode
Caesarea · Haifa · 2de Arsuf · 2de Antiochie · Krak des Chevaliers · 2de Tripoli · 3de Tripoli · 2de Akko · Ruad ·

De Slag bij Harran vond plaats op 7 mei 1104 tussen de kruisvaardersstaten Antiochië en het Edessa enerzijds en de Seltsjoeken anderzijds. Het was de eerste grote veldslag nadat de nieuwe kruisvaardersstaten waren gesticht in de nasleep van de Eerste Kruistocht. Het gevecht verliep desastreus voor de kruisvaarders, een terugslag voor de expansiedrift van de nieuwe westerse heersers.

Achtergrond[bewerken]

In 1104 had Boudewijn II van Edessa een aanval ingezet op Harran, en belegerde daarop de stad. Voor steun toog hij naar Bohemund I van Antiochië en Tancred van Galilea. Bohemund en Tancred marcheerden daarop naar Edessa om zich bij Boudewijn en diens rechterhand Jocelin van Courtenay aan te sluiten, samen met Bernard van Valence, patriarch van Antiochië, Dagobert van Pisa, patriarch van Jeruzalem, en Benedict, aartsbisschop van Edessa.

De Seltsjoeken, onder leiding van Jikirmish, gouverneur van Mosoel, en Sokman, de Artuqidische emir van Mardin, kwamen bij elkaar in het stroomgebied van de rivier Khabur. In mei 1104 vielen zij Edessa aan, mogelijk als afleiding in de hoop dat de kruisvaarders Harran zouden verlaten, maar mogelijk ook om de stad te veroveren omdat de kruisvaarders ergens anders bezig waren.

De slag[bewerken]

Volgens de kroniekschrijver Ibn al-Qalanisi arriveerden Tancred en Bohemund tijdens de belegering, maar volgens een document uit 1234 kwamen zij aan bij de poorten van Harran zonder dat er iets gebeurde. In beide gevallen gingen de Seltsjoekse Turken het gevecht niet aan, maar trokken ze zich voor de schijn terug en de kruisvaarders volgden hun zuidwaarts. De kroniekschrijver Mattheus van Edessa meldt dat deze achtervolging twee dagen duurde, terwijl Ralf van Caen het op drie dagen houdt. Volgens Ibn al-Athir werd de slag uiteindelijk uitgevochten op twaalf kilometer van Harran.

Boudewijn en Jocelin gaven leiding aan de Edessaanse linkervleugel, terwijl Bohemund en Tancred de rechtervleugel commandeerden. Ralf van Caen beschrijft dat de kruisvaarders verbaasd waren, toen de Seltsjoekse Turken zich plots omkeerden en het gevecht aangingen. Het was zo erg dat zowel Boudewijn en Bohemund hun wapenuitrusting verloren.

Gedurende de slag zelf raakten Boudewijns troepen ongegroepeerd, waardoor Boudewijn en Jocelin gevangen werden genomen. De Antiochiërs konden onder leiding van Bohemund vluchten richting Edessa. Vervolgens konden de Seltsjoeken zegevieren. Jikirmish had maar weinig buit, en daarom nam hij Boudewijn als krijgsgevangene. Er werd na verloop van tijd wel een borgsom neergeteld voor Boudewijn, maar hij kwam pas rond 1108 vrij.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Bernard S. Bachrach and David S. Bachrach, 2005. The Gesta Tancredi of Ralph of Caen: A History of the Normans on the First Crusade. The first English translation. ISBN 0-7546-3710-7
  • Beaumont, André Alden. "Albert von Aachen and the County of Edessa", in Louis J. Paetow, ed. The Crusades and Other Historical Essays. Presented to Dana C. Munro by His Former Students. New York, 1928, pp. 101-138, esp. 124-127.
  • Fulcher of Chartres, A History of the Expedition to Jerusalem, 1095-1127, trans. Frances Rita Ryan. University of Tennessee Press, 1969.
  • Heidemann, Stefan. Die Renaissance der Städte in Nordsyrien und Nordmesopotamien: Städtische Entwicklung und wirtschaftliche Bedingungen in ar-Raqqa und Harran von der beduinischen Vorherrschaft bis zu den Seldschuken. Islamic History and Civilization: Studies and Texts 40, Leiden, 2002, p. 192-197.
  • Armenia and the Crusades, Tenth to Twelfth Centuries: The Chronicle of Matthew of Edessa. Trans. Ara Edmond Dostourian. National Association for Armenian Studies and Research, 1993.
  • Nicholson, Robert Lawrence. Tancred: A Study of His Career and Work in Their Relation to the First Crusade and the Establishment of the Latin States in Syria and Palestine. Chicago, 1940, pp. 138-147.
  • Willem van Tyrus, A History of Deeds Done Beyond the Sea, trans. E.A. Babcock and A.C. Krey. Columbia University Press, 1943.
  • Dit artikel of een eerdere versie ervan is (gedeeltelijk) vertaald vanaf de Engelstalige Wikipedia, die onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.