Amphipolis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Amphipolis location.jpg
Nuvola single chevron right.svg Zie voor de moderne stad het artikel Amfipoli.

Amphipolis (Oudgrieks: Ἀμφίπολις, Amphípolis) was een oude handelsstad, gebouwd op de oostelijke oever van de rivier de Strimon, ongeveer vijf kilometer van de monding.

Geschiedenis[bewerken]

Plan van het oude Amphipolis

Het belang van de stad in de oudheid kwam door de nabijheid van natuurlijke hulpbronnen. In het nabijgelegen Pangaeus-gebergte lagen goud- en zilvermijnen, en uit de beboste omgeving kon hout worden aangevoerd (strategisch belang voor de bouw van oorlogsschepen). De stad beheerste ook de brug over de Strimon op de landroute van Griekenland naar de Hellespont.

Oorspronkelijk was er een stad van de Thracische stam der Edoniërs, Ennea Odoi ("Negen Wegen") genaamd. De Perzische koning Xerxes I passeerde er tijdens Tweede Perzische Oorlog. Na een mislukte koloniseringspoging onder Aristagoras van Milete (497 v.Chr.) en opnieuw in 465 v.Chr., slaagden de Atheners er uiteindelijk in om de Thraciërs te verdrijven.[1] Het was Hagnon die in 437 v.Chr. de kolonie stichtte vanuit het naburige Eion.

Nauwelijks dertien jaar later, in 424 v.Chr., gaf de stad zich zonder strijd over aan Spartaanse invallers, onder leiding van Brasidas. De Atheense vlootaanvoerder Thucydides kon Eion nog redden maar kwam te laat voor Amphipolis. Hij werd voor twintig jaar verbannen en trok er dan maar op uit om historisch onderzoek te verrichten. Cleon leidde in 422 v.Chr. een onsuccesvolle heroveringexpeditie. In deze Slag bij Amphipolis kwamen Brasidas en hijzelf allebei om. Een jaar later werd de vrede van Nicias afgesloten. Als onderdeel daarvan ging de stad terug over in Atheense handen, maar voortaan zou ze een meer onafhankelijke koers varen.

Overblijfselen geschetst door E. Cousinéry (1831)

Philippus van Macedonië vond de stad zo belangrijk, dat hij een speciale expeditie uitzond om ze te veroveren in 357 v.Chr.. Onder de Macedoniërs was Amphipolis een belangrijke militaire haven. Onder meer de grote admiraal Nearchos had er zijn uitvalsbasis.

Later kwam de stad in Romeinse handen. Van 168 tot 148 v.Chr. was het de hoofdstad van Macedonia Prima.[2] De belangrijke Via Egnatia passeerde er. Tijdens het vroege keizerrijk was het paleis van de Romeinse propraetor er gevestigd. De christelijke apostel Paulus deed de stad aan op weg naar Thessaloniki (Hand. 17, 1).

Het oude Amphipolis werd verlaten in de 8e eeuw n.Chr.[3]

Bekende inwoners[bewerken]

Archeologie[bewerken]

Britse soldaten poserend met opgegraven schedels (1916)

Sedert de jaren 20 worden er opgravingen verricht. Er zijn grafvelden aangetroffen en resten van een heiligdom gewijd aan Clio en van vroeg-christelijke basilieken.

In het tegenwoordige Amfipoli is een museum gevestigd waar de opgegraven schatten uit de oude stad zijn tentoongesteld.

Fortificaties langs de Strimon

Kastatombe[bewerken]

In 2009 begonnen Griekse archeologen met opgravingen in een grafheuvel die uit een eerdere archeologische campagne (1965-85) bekend stond als de Kasta Graftombe (Τύμβος Καστά). Het is een tholosgraf dat zou dateren uit het laatste kwart van de 4e eeuw voor Christus,[4] dus omstreeks de glorieperiode van het Macedonische rijk.

Vondsten[bewerken]

De grafheuvel is omgeven door een kolossale, getrapte muur (peribolos), van kalksteen bekleed met Thasisch marmer. Hij is drie meter hoog en heeft een omtrek van 497 meter.[5] Het wordt geschat dat de tumulus wel 80 meter hoog kan zijn geweest. Het is in elk geval de grootste graftombe die ooit in Griekenland is blootgelegd, groter dan de koningsgraven die Manolis Andronikos in 1977 ontdekte in Vergina (waarvan hij er één toeschreef aan Philippus).

De site zou de handtekening dragen van Dinocrates, een bekende architect van Alexander de Grote. Voor het blootleggen van de ingang moest een verzegelingsmuur worden weggehaald. Van daaruit loopt een trap naar beneden. Het begin van de 4,5 meter brede toegangsweg (dromos) wordt gemarkeerd door een beschilderde Ionische poort. Erachter bevindt zich een tongewelftunnel bestaande uit drie achtereenvolgende kamers. Onder de boog boven de toegangspoort staan twee sfinxen met afgebroken hoofd en vleugels. In anticipatie op wat erachter zou worden gevonden, heeft de Griekse premier Andonis Samaras de site bezocht (12 augustus 2014). De archeologen moesten zich langzaam een weg banen doorheen de opeenvolgende toegangskamers, die met zandgrond zijn opgevuld om grafrovers weg te houden. Het opvullen gebeurde door gaten bovenaan in de scheidingswanden. Bij het leeggraven moesten ze instortingen door de druk van de opgehoopte aarde vermijden.

In de eerste voorkamer werd een mozaïekvloer aangetroffen van witte marmerstukjes in rode cement.[6] Op 7 september werd de vondst van twee kariatiden aangekondigd naast de toegang tot de tweede kamer.[7] De marmeren beelden zijn fijn geciseleerd (plooien van de chiton, oorringen, gevlochten haar dat over de schouders valt) en houden elk één (afgebroken) arm opgeheven voor de doorgang. Ze dragen sporen van rode en blauwe pigmenten. Van één kariatide ontbreekt het gezicht. Vóór de levensgrote beelden staat een volgende verzegelingsmuur die ongeveer tot borsthoogte komt.

Erachter, in de tweede kamer, is een massief marmerblok aangetroffen waarop aan de onderzijde rozetten zijn geschilderd. Het ligt tegen de linkermuur 4,5 meter boven de grond.[8]

Interpretatie[bewerken]

Gelet op de datering en de monumentaliteit van de tombe, bestaat de verwachting dat er een belangrijke historische figuur uit Alexanders tijd begraven ligt. Volgens sommigen zou het kunnen gaan om Roxane van Bactrië en haar zoon Alexander IV van Macedonië, resp. de eerste vrouw en de posthume zoon van Alexander de Grote. Diodoros van Sicilië beschreef hoe de 12-jarige en zijn moeder rond 311 v.Chr. vermoord werden door Kassander. Anderen denken aan een cenotaaf (leeg graf) voor Alexander de Grote. Een echte begraafplaats is onwaarschijnlijk aangezien antieke auteurs vermelden dat hij na tussenkomst van Ptolemaeus I Soter in Alexandrië ter aarde werd besteld.[9]

Bescherming[bewerken]

De fel gemediatiseerde site wordt permanent bewaakt en is ook beschermd tegen de natuurelementen. De Griekse overheid is al bezig met het voorbereiden van een aanvraag om de tombe te laten erkennen als Unesco Werelderfgoed.

Leeuw[bewerken]

Leeuw die op de tumulus stond.

De Romeinen zouden in de 2e eeuw n.Chr. een deel van de steenblokken uit de tombe gebruikt hebben om de rivieroevers te versterken. Bij die gelegenheid zou de vijf meter hoge leeuw die waarschijnlijk de tumulus bekroonde, in de Strimonrivier zijn gedumpt. Hij werd er in elk geval uit opgevist in de jaren 10. Na een mislukte poging van Britse soldaten om hem het land uit te smokkelen (1916), werd hij opgesteld bij de rivier.[10]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

  • (fr) N. Zikos (1989), Amphipolis paléochrétienne et byzantine
  • (en) A. Dunn (1992), "From Polis to Kastron in Southern Macedonia: Amphipolis, Khrysoupolis, and the Strymon Delta", in: Archéologie des espaces agraires méditerranéens au Moyen Âge, p. 399-413
Noten
  1. AMPHI'POLIS, in: William Smith (1854), Dictionary of Greek and Roman Geography, illustrated by numerous engravings on wood
  2. Amphipolis, Stilus.nl, bezocht op 19 augustus 2014
  3. Ancient Amphipolis: 5000 years of history, Newsbomb.gr, 14 augustus 2014
  4. Hebben archeologen graf van vrouw en zoon Alexander de Grote ontdekt?, deredactie.be, 13 augustus 2014
  5. The Mystery of Ancient Amphipolis, greekreporter.com, 11 augustus 2014
  6. Amphipolis Greek Tomb Discovery: New Caryatid Marble Statues Discovered, ibtimes.com, 8 september 2014
  7. Archaeologists find two ancient caryatids guarding tomb at Amphipolis, ancient-origins.net, 7 september 2014
  8. Amphipolis: Two caryatids of exceptional artistry found, archaeology.wiki, 8 september 2014
  9. Amphipolis: Toumba Kasta revisited (and visited by the PM Samaras...), Archaeologymatters2.blogspot.be, 12 augustus 2014
  10. The Lion of Amphipolis, Archaiologia.gr, 1 april 2013)