Titus Maccius Plautus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Titus Maccius Plautus

Titus Maccius Plautus (Sarsina, vóór 250 v.Chr.Rome, 184 v.Chr.) was een Latijns blijspeldichter.

Biografie[bewerken]

Titus Maccius Plautus werd geboren te Sarsina in Umbrië en is gestorven in 184 v.C.. De precieze datum van sterven kent men echter niet. Uit een bericht van Cicero (Cato Maior 50) blijkt dat de komedie Pseudolus van Plautus uitgevoerd werd toen hijzelf een oud man was. Aangezien een leeftijd van zestig volgens Romeinse termen gezien wordt als oude leeftijd, wordt zijn geboortejaar geschat tussen 250 v. Chr. - 255 v. Chr.. Plautus kwam op jeugdige leeftijd naar Rome, waar hij aan de kost kwam als theaterknecht. Op die manier leerde hij de voorliefde en de verlangens van het theaterpubliek kennen, en deed hij tezelfdertijd ook de nodige toneelervaring op. Als auteur vermeed Plautus de verwikkelingen van de politiek. Aanvankelijk was hij zowel auteur als acteur en producer, en vergaarde op die manier een klein vermogen. Volgens de (weinig geloofwaardige) overlevering verloor hij echter zijn spaarcenten met de handel op zee, waardoor hij werd gedwongen terug te komen naar Rome en voor een bakker te gaan werken in een molen. In deze tijd schreef hij een drietal komedies, die zo gunstig ontvangen werden dat hij zich van nu af geheel aan het schrijven van blijspelen kon wijden. The data van deze werken zijn onbekend, maar ze liggen waarschijnlijk tussen de laatste jaren van de 2e punische oorlog en het einde van Plautus’ leven.

Naam[bewerken]

De naam Titus Maccius Plautus is niet helemaal zeker. Meestal wordt er naar hem verwezen als Plautus, wat komt van de bijnaam Plotus, wat “platvoet” of “grootoor” betekent. Dit deel is in ieder geval zeker.

Werken[bewerken]

Het genre dat Plautus beoefende wordt ‘Fabula pallitia genoemd: Toneel in Griekse kostuums. Daarbij gaat het om vrije vertalingen of bewerkingen van Griekse komedies, met name die van de Atheense dichter Menander. Hierbij volgde Plautus Griekse voorbeelden: de intrige werd, naar wij uit de prologen weten in grote trekken aan stukken van de Griekse Nieuwe Komedie ontleend. Maar de dichter bewerkte ze op een geheel eigen wijze: hij wil de massa aanspreken en het publiek amuseren door een populaire schrijftrant en een – dikwijls nogal grove – humor

Plautus herschikt de Griekse toneelstukken en hij verhoogt de hoeveelheid zang in deze stukken. In overige stukken gebruikte Plautus muziek erg vrij. Ook speelt de slaaf een centrale rol in de spelen van Plautus. Vaak is de slaaf de oplosser van alle problemen die zich voordoen in het verhaal. Deze verhalen werden vaak op grote festivals voorgedragen, zoals The Ludi Romani, Plebei en Apollinares. Plautus werk is van belang, want hij was de oudste Latijnse auteur wiens werk volledig is overgeleverd, samen met Terentius; in de oudheid waren er 130 stukken onder zijn naam in omloop (een duidelijke aanwijzing voor zijn populariteit), waarvan Varro er 21 als echt beschouwde. Plautus' talent manifesteert zich in de humor die hij in zijn stukken weet te brengen, en in zijn creativiteit. Hierdoor is hij erg populair geworden, en zijn veel van zijn werken herschreven door anderen.

Wanneer je Plautus stukken op chronologische volgorde zet zie je een zekere ontwikkeling terug. Zijn eerste stukken zijn vaak een aaneenschakeling van vermakelijke scènes, zijn latere stukken hebben wat meer samenhang. Dit kan komen doordat in Rome de eisen aan de kunst geleidelijk steeds hoger werden. Dit hangt samen met de groeiende Griekse invloed na de Tweede Punische oorlog. Pas aan het eind van de tweede eeuw v. Chr. Kwamen liefhebbers op het idee de stukken te verzamelen en te bestuderen. We kunnen er dus nooit zeker van zijn dat de ons overgeleverde teksten in hun huidige vorm de schrijftafel van Plautus hebben verlaten.


Plautus' schrijfstijl[bewerken]

Plautus schreef spelen met een soort structuur, dat verscheidend was van de Griekse tragedies en komedies van voorheen.

Het gaat Plautus op de eerste plaats om toneeleffect, niet om literair effect. Ook heeft hij geen politieke betrokkenheid of maatschappijkritiek. Voor zijn komedies heeft hij Attische (Griekse) komedies als voorbeeld gebruikt, maar die heeft hij zeer vrij weergegeven en met vele wijzigingen. Door het meesterlijk gebruik van de Latijnse volkstaal, het transponeren van de handeling naar Romeinse toestanden, het invoegen van liederen en het samenvoegen van stukken uit verschillende komedies, wist hij de stukken tot originele scheppingen te maken, die knap in elkaar zitten.

De griekse originelen volgt Plautus niet slaafs. De romeinse inslag is bij hem veel groter. Dit bespeurt men in de klankmiddelen van de taal die hij toepast, in de echt-Romeinse alliteraties waarmee hij zijn stukken kruidt, en in de beschrijving van het Romeinse leven en van de tradfiftionele gebruiken. Hier wemelt het van de orginele vondsten en echte volkshumor, maar daarnaast schrikt hij niet terug voor grove scherts. Plautus zelfstandige scheppingskracht blijkt ook uit de cantica, liederen die door fluitmuziek begeleid worden. Deze gevarieerde lyrische metra kwamen in de Nieuwe Komedie niet voor. Romeinse en Griekse invloed zie je ook terug in het woordgebruik. De woordkeus van Plautus is herkenbaar, niet alleen door de vele Latijnse woorden, maar ook door een hoog aantal Griekse of half-Griekse. Het bleek dat Plautus even intiem was met de Griekse en Latijnse taal. Daarom mixte hij en gebruikte hij ze vaak samen.

Opvallend is dat Plautus de strenge Romeinse normen en waarden belachelijk maakt: slaven winnen het vaak van meesters, zoons draaien hun vaders een poot uit, geld wordt onbekommerd over de balk gesmeten, en wordt vaak overspel gepleegd. Deze tijdelijke omkering van de moraal in een toneelstuk diende goed als uitlaatklep, die uiteindelijk natuurlijk normbevestigend werkte. Ook wilde hij graag de details begrijpelijk houden voor het publiek, maar dit ging dikwijls ten koste van de bouw en er ontstond een vergroving in de karaktertekening. Tevens zien we Plautus originaliteit terug in de metrische vormen, de liederen en de stijl.


Plautus' succes[bewerken]

Tijdens de Romeinse republiek circuleerden zijn werken rond als scripts, en werden vaak uitgevoerd. Zijn naam werd vaak gebruikt om werken, die rond deze tijd gemaakt werden, aan te duiden. Zijn naam omvatte immers een soort genre. Wie Plautus naam gebruikte bij zijn werken, had meer kans op succes.

Ook tijdens de Renaissance was Plautus erg geliefd. Hij was toen een van de meest invloedhebbende Latijnse schrijvers.

In de middeleeuwen werden alleen de eerste acht stukken van Plautus gelezen (Amphitruo t/m Epidicus). De andere twaalf waren vrijwel onbekend rond deze tijd.

In de moderne tijd schommelde het succes van Plautus. In de zeventiende eeuw verzoende men zich niet met de neo-klassieke stijl van Plautus. Maar in de Achtiende eeuw werden zijn werken ‘herondekt’.


Plautus' werken samengevat[bewerken]

Zijn werken heeft hij waarschijnlijk allemaal geschreven tussen de laatste jaren van de tweede Punische Oorlog en zijn dood. De chronologie van zijn werken is deels onbekend, waardoor ze gewoonlijk in alfabetische volgorde worden gegeven:

Amphitruo: De Amphitruo is genoemd naar een Thebaans veldheer van die naam uit de sagenwereld. Deze moet een veldtocht ondernemen, waardoor hij zijn vrouw moet achterlaten. Jupiter begeeft zich in Amphitruo’s gedaante naar de aarde om haar te bezoeken. Zijn begeleider Mercurius heeft de gedaante van Sosia, een dienaar van Amphitruo, aangenomen. Als de ware Amphitruo en Sosia terugkomen, ontwikkelt zich een spel van vergissingen.

Asinaria: Een jonge man bedenkt een plan om zijn geliefde vrij te kopen, met behulp van een slimme slaaf en zijn vader. Dat lukt, maar dan verschijnt er ook nog een rivaal.

Aulularia: De vrek Aulularia heeft een pot met goudstukken gevonden, die hij verstopt. Door de vrees deze kwijt te raken leeft hij voortdurend in angst.

Bacchides (naar Menander): Twee jongelui vinden hun vaders als mederivalen bij het dingen naar de gunst van de tweelingzusters Bacchis. Dit heeft verschillende verwikkelingen en intriges ten gevolge.

Captivi (naar Diphilus): In de Captivi (‘De krijgsgevangenen’) vernemen wij dat een zekere Hegio zijn beide zoons verloren heeft. Een van hen was lang geleden geroofd door een weggelopen slaaf, die het kind verkocht had; de andere was korte tijd tevoren door bewoners vvan het gebied Elis gevangen genomen. De vader hoopt deze laatste zoon tegen een andere slaaf te kunnen ruilen. Om deze transactie tot stand te brengen weet hij een aanzienlijk krijgsgevangene met diens slaaf te kopen. De slaaf wordt naar Elis gestuurd om over de uitwisseling te onderhandelen. Er blijkt echter heimelijk een verwisseling met zijn heer Philocrates te hebben plaatsgehad, zodat deze in plaats van zijn slaaf vertrokken is. Alles wendt zich echter ten goede. Phliocrates brengt niet alleen Hegio’s krijgsgevangen zoon, maar ook de vroeger gevluchte slaaf mee, die bekent dat Philodcrates’slaaf de zoon van Hegio is. Zo heeft Hegio onverwacht zijn beide zoons weer terug.

Casina: Een oude man en zijn zoon willen allebei met een dezelfde vrouw, Casina, trouwen, een vondeling die zij in huis hebben. Maar de vader wordt misleid en vindt een man in zijn bed in plaats van Casina. Uiteindelijk komen ze er achter dat Casina eigenlijk een vrij persoon is en mag de zoon met haar trouwen.

Cistellaria (naar Menander): Een jongeman wil met een meisje trouwen, maar zij is niet van goede afkomst. Zijn vader heeft juist een meisje voor hem uitgezocht, die wel van goede afkomst is. Maar echte liefde overwint alles.

Curculio: Curcilio is de “parasiet” van een jonge man die verliefd is op een prostituee. Om hem te helpen misleid Curcilio de pooier en een soldaat die haar wilde kopen. Later ontdekken ze dat ze eigenlijk een vrij persoon is en mag daardoor met de jonge man trouwen.

Epidicus: De jonge meester van de slaaf Epidicus wordt verliefd op twee verschillende meisjes, wat veel moeilijkheden veroorzaakt. Maar dan blijkt een van de meisjes zijn zus te zijn, waardoor er maar een overblijft en alles goed komt.

Menaechmi: De twee tweelingbroers Menaechmus worden voortdurend met elkaar verwisseld, waardoor er veel verwarring ontstaat.

Mercator (naar Philemon): Een vader en zijn zoon zijn allebei verliefd op hetzelfde meisje. Dit veroorzaakt een lange strijd waarin de jonge man zijn vader verslaat, en zo het meisje wint.

Miles Gloriosus: De Miles gloriosus, een van de beste stukken van Plautus, (‘De snoevende kapitein’) is naar een militair genoemd die onophoudelijk bluft en opsnijdt en die bovendien in de mening verkeert dat alle meisjes op hem verliefd zijn. Als hij het meisje van de Athener Pseusicles ontvoerd heeft, neemt deze zijn intrek bij een vriend die toevallig naast het huis woont waar de centurio verblijft, met de bedoeling haar uit de handen van de kapitein te bevrijden. Deze vriend geeft hiertoe een meisje, dat op de hoogte is van het plan, uit voor zijn vrouw. Ze bericht aan de centurio dat ze hem gaarne wil spreken omdat ze hevig verliefd op hem is. Ze zegt dat ze zich reeds heeft laten scheiden. Nu de zaken zo staan, wil de kapitein het ontvoerde meisje graag kwijt en hij geeft het mee aan de vermonde Pseusicles die het uit naam van haar moeder komt halen. Als hij zich daarop naar huis van zijn bewonderaarste begeeft, wordt hij door de slaven die hem opwachten op een pak slaag onthaald.

Mostellaria (naar Diphilus): In de Mostellaria (‘Het spookhuis’) vernemen wij dat een jongeman van een reis van zijn vader geprofiteerd heeft om de bloemetjes eens buiten te zetten samen met een vriend en een paar meisjes. Als de vader plotseling naar huis terugkeert, is Leiden in last, maar een slaaf weet een oplossing: hij heeft snel het huis gesloten en vertelt dat het verlaten is, omdat het er spookt. Vandaar de naam van het stuk.

Persa: Een slaaf is verliefd op een meisje, en samen met een andere slaaf doet hij zich voor als iemand anders. Zo weten ze het meisje te krijgen.

Poenulus: De oude Carthager Hanno vindt zijn geroofde dochters terug, die in handen waren gevallen van een koppelaar.

Pseudolus: De slaaf Pseudolus weet op handige wijze de slavenkoopman Ballio om de tuin te leiden om zo het meisje waar zijn meester verliefd op in handen te krijgen.

Rudens:De Rudens (‘Het kabeltouw’) ontleent zijn naam aan het touw waarmee een kistje uit het water gehaald wordt waarin zich herkenningstekenen van de dochter van Daemones bevinden, die op zeer jeugdige leeftijd geroofd en aan een slavenhandelaar verkocht is. Als een zekere Plesippides op haar verliefd geworden is, wil de slavenhandelaar het meisje op een slavenmarkt verkopen. Op weg daarheen lijdt men schipbreuk, waarbij echter zowel het meisje als de slavenhandelaar gered worden. Ze bevinden zich nu toevallig vlak bij het landgoed van Daemones, waar ook Plesippides verblijft, die met opzet tevoren door de slavenhandelaar daarheen gestuurd was. Daemones en Plesippides weten samen het meisje uit de handen van de slavenhandelaar te redden. Daarop volgt ook de episode van de herkenning.

Stichus: Een man heeft twee dochters die getrouwd zijn met twee mannen, die op handelsreis zijn, maar hij wil hen dwingen te scheiden. Dat wordt voorkomen door de terugkomst van de mannen.

Trinummus (naar Philemon): Ook de Trinummus (‘Het driestuiverstuk’) behoort tot de bekendste komedies van Plautus. Charmides vertrouwt, als hij op reis gaat, zijn zoon en dochter, alsmede zijn huis met een daarin verborgen schat, toe aan zijn vriend Callicles. De zoon van Charmides leidt in de tussentijd echter een al te vrolijk leventje en wil tijdens afwezigheid van Callicles het huis van zijn vader uit geldgebrek verkopen. Deze laatste ziet zich nu wel gedwongen zelf het huis te kopen om de schat voor zijn vriend te redden. Als verder de dochter van Charmides ten huwelijk gevraagd wordt, wil Callicles een deel van de verborgen schat afnemen als bruidsschat voor het meisje. Voor de luttele som van drie stuivers huurt hij iemand die zal voorgeven de bruidsschat uit naam van de vader over te brengen. Dan komt plotseling Charmides zelf thuis en na het ontwarren van de nodige knopen komt alles weer in het reine.

Truculentus: Phronesium kent veel truckjes, waarmee ze haar drie minnaars vaak gebruikt en om de tuin leidt.

Het laatste werk, Vidularia, is helaas grotendeels verloren gegaan. Er was maar één van, en daar is een deel van de Latijnse Bijbel overheen geschreven en de chemicaliën om de originele tekst tevoorschijn te halen zijn onprofessioneel gebruikt, waardoor grote stukken totaal vernietigd zijn. Gelukkig kon met de achtergebleven stukken het plot nog achterhaald worden. De jongen Nicodemus lijdt schipbreuk, samen met de visser Gorgines.

Waardering en invloed[bewerken]

De invloed van Plautus is in de Middeleeuwen, toen zijn werk op de Latijnse scholen werd gelezen en vaak ook gespeeld, zeer groot geweest. Typen als de snoevende krijgsman uit zijn Miles Gloriosus handhaafden zich onder andere in de Commedia dell'arte en vanaf de 15e eeuw hebben talrijke auteurs zich door zijn blijspelen laten inspireren: zo vormde Amphitruo het voorbeeld voor Molières Amphytrion (1668), Aulularia voor voor Molières L'Avare (1668) en voor P.C. Hoofts Warenar (1617), Menaechmi voor Shakespeares Comedy of errors (1592?). In 1966 maakte de Britse regisseur Richard Lester de komische film A Funny Thing happened on the Way to the Forum, die geïnspireerd is door de Mostelaria, de Miles Gloriosus en de Pseudolus.

Behalve als grootste Latijnse komediedichter is Plautus ook van belang omdat zijn werk de voornaamste bron vormt voor de kennis van het archaïsch Latijn.

Bronnen, noten en/of referenties
  • http://www.thelatinlibrary.com
  • http://www.oudheid.nl/
  • P. Gerbrandy, Het feest van Saturnus, Athenaeum-Polak & Van Gennep 2007, p. 30-39.
  • G.B. Conte, Latin Literature: A History, The Johns Hopkins University Press 1999, p. 49-63.
  • G.J.M. Bartelink, Geschiedenis van de klassieke letterkunde, Het Spectrum 2006, p. 173-177.
  • H.J. Rose, A Handbook of Latin Literature, Bolchazy-Carducci Publishers 1996, p. 40-62.