Thraciërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Thracische goudschat uit Panagyurishte, Bulgarije

De Thraciërs waren een Indo-Europees volk, bewoners van Thracië. Zij spraken de Thracische taal.

Geschiedenis[bewerken]

In het 2e millennium vóór Christus bewoonden de Thraciërs Zuid-Rusland en het gebied rond Roemenië, Bulgarije en Noord-Griekenland. In de 5e eeuw vóór Christus was de Thracische aanwezigheid blijkbaar zo opvallend dat Herodotus hen het op één na (na de Indiërs) meest talrijke volk van de bekende wereld noemde en mogelijk het machtigste. Hij suggereerde dat - gezien de uitgestrektheid van de landen die ze bewoonden en controleerden - de Thraciërs "indien ze zich verenigd hadden" een enorm imperium gevormd zouden hebben.

De Thraciërs waren echter verdeeld in een groot aantal stamstaten die veelal onderling strijd leverden. Gedurende enkele periodes werden evenwel een aantal machtige staten georganiseerd. Voorbeelden hiervan zijn het Odrysische koninkrijk in Thracië en het Dacië van Boerebista.

In de Ilias stemden de Thraciërs toe om aan de zijde van de Myceense Grieken te vechten in de Trojaanse Oorlog. Volgens Homerus hebben de Thraciërs deze belofte niet gehouden. In de Odyssee plunderden Odysseus en zijn mannen Thracië, op de terugweg van de oorlog, als straf voor hun "lafheid" volgens de Odyssee-tekst. De werkelijke reden waarom de Thraciërs niet meestreden in de Trojaanse Oorlog is onbekend. Mogelijk waren er economische redenen of werden andere allianties aangegaan.

Een aantal mythologische figuren, onder meer de god Dionysos, de prinses Europa en de held Orpheus werden door de Grieken ontleend aan hun Thracische buren.

Flavius Josephus beweert dat de Bijbelse figuur Tiras, zoon van Jafet, de stichter was van de Thraciërs. "Tiras noemde ook hen over wie hij heerste de Tirassiërs, maar de Grieken veranderden de naam later in Thraciërs." AotJ I:6.

Gevonden overblijfselen[bewerken]

Thracische graftombe nabij Starosel, Centraal-Bulgarije

In de 20e eeuw en de eerste jaren van de 21e eeuw werden zeer opmerkelijke ontdekkingen gedaan in Centraal-Bulgarije, meer bepaald in het gebied ten zuiden van het Balkangebergte tussen Shipka en Kazanlik. Dit gebied wordt aangeduid als de "Vallei van de Thracische koningen". Zowel het Thracisch graf van Kazanlak als het Thracisch graf van Sveshtari staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

In juli 2005 hebben Bulgaarse archeologen in het zuidoosten van het land een graftombe gevonden van een Thracische koning uit de 4e eeuw vóór Christus. De tombe was gevuld met schatten (onder meer gouden en zilveren ringen, kronen en bekers). Het was de rijkst gevulde Thracische tombe die in honderd jaar was gevonden. De koning was begraven met zijn hond en twee paarden.

In oktober 2012 werd opnieuw een goudschat gevonden in een grafheuvel in de buurt van Sveshtari.[1]

Thracische stammen[bewerken]

Van de volgende stammen is niet met zekerheid geweten of ze Thracisch waren:

Beroemde Thraciërs[bewerken]

  • Orpheus was, in de Griekse mythologie, een meesterzanger en lierspeler. Hij had een grote rol in de religieuze geschiedenis van Griekenland en Bulgarije.
  • Spartacus was een Thraciër die door de Romeinen tot slaaf was gemaakt. Hij leidde een grote slavenopstand in Rome tussen 73 en 71 v.Chr.. Zijn leger van ontsnapte gladiatoren en slaven versloeg verscheidene Romeinse legioenen in wat bekendstaat als de Derde Servile Oorlog.
  • Arsinoë II (316 - 270 v.Chr.), was koningin van Thracië, en later medeheerser met haar broer Ptolemaeus II Philadelphus over Egypte.

Referenties[bewerken]

Hoddinott, Ralph F., The Thracians, 1981.

Bronnen, noten en/of referenties