Orpheus (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Orpheus naar een schilderij van Camille Corot

Orpheus (Oudgrieks: Ὀρφεύς) is een figuur uit de Griekse mythologie. Hij is een van de beroemdste onder de oude zangers en dichters. Deze heros werd in de oudheid als een historisch persoon gezien. Hij werd ook wel als god van de muziek beschouwd en door sommigen zelfs tot de Zeven Wijzen gerekend.

Orpheus, de Thracische prins[bewerken]

Orpheus bij de Thraciërs. (Attische amfora, gevonden te Gela.)

Orpheus was afkomstig uit Thracië, en was een zoon van koning Oiagros, of van Apollon zelf. De muze Kalliope was zijn moeder, en de even beroemde zanger Linos zijn broer of leermeester. De macht, die hij door de invloed van zijn betoverende stem, die hij met zijn lier begeleidde, uitoefende, was zó groot, dat hij niet alleen zijn nog geheel onbeschaafde tijdgenoten tot zachtere zeden en gewoonten wist te brengen, hen aan de landbouw en het maatschappelijk leven gewende en hen daardoor tot het bouwen van steden noopte, maar ook dat de wilde dieren uit het woud door hem werden getemd, en zelfs de levenloze natuur door hem bezield en in verrukking gebracht werd. Leeuwen en tijgers verlieten hun holen en legden zich aan zijn voeten neer om naar hem te luisteren, de bomen bogen hun toppen en takken en bewezen de goddelijke meester hun hulde, de bloemen keerden hun kelken om en omgaven de zanger met de liefelijkste geuren, onweer en storm bedaarden, de stenen voegden zich op de maatslag van zijn lier vanzelf tot een muur samen.

Orpheus en Eurydice[bewerken]

Hermes, Eurydice en Orpheus (reliëf in de Villa Albani, Rome).
Nuvola single chevron right.svg Zie Orpheus en Eurydice voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Evenals Herakles (= Hercules) vertrouwde op zijn lichaamskracht, durfde dan ook Orpheus op de wondermacht van zijn lier vertrouwen en het wagen in de Tartaros af te dalen, ten einde de god van de onderwereld te smeken, hem zijn geliefde gade Eurydice terug te geven, die hem door een noodlottig toeval vroegtijdig ontrukt, en met wier dood hem alle levensvreugde ontnomen was. Hij daalde naar de Tartaros en vroeg Hades om een gunst zijn vrouw terug te geven, Hades wilde dit niet. Toen ging Orpheus op zijn lier spelen en ontroerde Hades zo dat hij er mee instemde. Er was slechts een addertje onder het gras, hij mocht niet omkijken naar Eurydice tot dat zij uit de Tartaros waren. Onderweg vroeg Orpheus de hele tijd aan Eurydice: Ben je daar nog? zij antwoordde keer op keer met: Ja, liefste, ik ben er nog. Op een keer kwam er geen antwoord. Daarom keek Orpheus in zijn schrik om zonder erbij na te denken en verloor hierdoor zijn eeuwige liefde Eurydice.

Orpheus' zwerftochten[bewerken]

Toen hij zijn gade nu voor eeuwig verloren had, zwierf hij, zijn leed aan bossen en velden klagende, van het ene land naar het andere; daarop verborg hij zich in de bergen van de Haimos in de grootste eenzaamheid en schuwde de nabijheid van de mensen, vooral die van de vrouwen. Op zijn omzwervingen kwam hij, volgens sommige mythen, ook in Azië en Egypte, waar reeds lang een beschaafde maatschappelijke toestand bestond. Na zijn terugkomst ontrukte hij, zo luidt dit verhaal, de woeste Thracische stammen aan de onbeschaafde staat, waarin zij leefden, maakte hen met kunsten en wetenschappen bekend, voerde bij hen godsdienst en geregelde wetten in, en schafte de mensenoffers en de bloedwraak af. Hij werd ook de stichter van de naar hem genoemde heilige Orphische mysteriën, welke omstreeks het jaar 600 v.Chr. zich vrij snel in Griekenland verbreidden. De latere Grieken prezen daarom Orpheus als een van de grootste weldoeners van het menselijk geslacht. Hoogbejaard vergezelde hij de Argonauten op hun gevaarvolle tocht naar Colchis, en deze hadden zowel aan zijn wijze raadgevingen, als aan de tovermacht van zijn spel hun redding uit talrijke gevaren te danken. Daarenboven hoorden de goden steeds naar zijn beden, daar zij de vrome sterveling als hun vriend beschouwden. Hij keerde dan ook behouden naar Hellas terug.

De dood van Orpheus[bewerken]

Orpheus' dood (Attische roodfigurige stamnos, ca. 470 v.Chr., Louvre).

Daar wachtte hem echter een vreselijk einde. Toen hij weer eens in Thracië, door de velden van Pierië rondzwierf, werd een troep razende vrouwen, dienaressen van Dionysus, door zijn gezang naar hem toegelokt; de woeste Maenaden geraakten door de tonen van Orpheus' lier in de hoogste verrukking, doch toen zij hem herkenden, de verachter van de vrouwen, die na de dood van de jeugdige Eurydice zich nooit een tweede gade had willen kiezen, wierpen zij zich in razende woede op hem en scheurden hem in stukken.

Het hoofd en de lier van de vermoorde dichter wierpen zij in de bruisende Hebros; de god van die stroom was echter een vriend van zijn vader, de stroomgod Oiagros, en deed ze daarom afdrijven naar het strand van Lesbos, terwijl de stervende tong nog zachte, weemoedige geluiden voortbracht en de lier, door de golven aangeraakt, nog de liefelijkste tonen deed horen. Zij werd daarop door de goden als een sterrenbeeld aan de hemel geplaatst.

Orphische liederen[bewerken]

Er is een bundel Orphische liederen over, die echter reeds door Aristoteles († 322 v.Chr.) voor onecht verklaard werden. Dit waren enkele gedichten en filosofische stellingen, die aan hem werden toegeschreven. Zij bevatten een godsdienstig leerstelsel en werden de grondslag van vele Griekse mysteriën.

De persoonlijkheid Orpheus[bewerken]

Men heeft gepoogd de persoonlijkheid van Orpheus te splitsen en een Orpheus aan te nemen, die de beroemde zanger zou zijn geweest, een tweede, die als een heilig priester de Orphische mysteriën zou hebben gesticht, een derde, die de dichter van de Orphische liederen zou geweest zijn. Maar hetgeen omtrent Orpheus verhaald wordt behoort zó geheel bij elkaar, dat al zijn ook de verschillende verhalen in verschillende tijdperken ontstaan, zij toch alle zonder enigen twijfel betrekking hebben op een en dezelfde persoonlijkheid. Oorspronkelijk staat hij - en dit bewijst juist de oudheid van de hem betreffende mythe - in het aller-nauwste verband met de natuur. Zijn gade, die door een slangenbeet omkwam, is het beeld van de in de winter wegstervende natuur. Het verlof, dat zij kreeg om uit de onderwereld terug te keren, terwijl zij halverwege gekomen weer naar het schimmenrijk moest afdalen, wijst op de snelle vergankelijkheid van de bloeitijd van de natuur, die, nauwelijks tot ontwikkeling gekomen, zich weer in de schoot van de aarde terugtrekt. Ook de rampzalige dood van Orpheus is niets anders dan een zinnebeeldige voorstelling van het wegsterven van het leven van de natuur.

Orphische mysteriën[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Orphisme (godsdienst) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wat de leer van de Orphische mysteriën betreft, deze schijnen voor een deel uit den vreemde, vooral uit Egypte naar Griekenland te zijn overgebracht. Strenge tucht en onthouding was er het voornaamste kenmerk van. Vooral richtten zij zich én tegen de godenleer, die in de gedichten van Homerus werd aangetroffen, én tegen de voorstellingen, die daarin werden gegeven omtrent het leven na den dood. Zij hebben dan ook tot de laatste bolwerken behoord, waarmee de oude godsdienst de strijd tegen het christendom volhield.

Bron