Epicurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Epicurus.

Epicurus (Oudgrieks: Ἐπίκουρος, Epikouros; 341 v.Chr. - 270 v.Chr.) was een Grieks filosoof, hedonist en aanhanger van het atomisme. Hij was de grondlegger van het Epicurisme, een van de scholen uit de Hellenistische filosofie.

Leven[bewerken]

Epicurus is waarschijnlijk geboren op het Griekse eiland Samos, een Atheense nederzetting waar zijn ouders naar toe waren getrokken. Rond 323 v.Chr. ging hij naar Athene om daar als “efebe”, een jonge burger in militaire training, zijn dienstplicht te vervullen. De toneelschrijver Menander diende in dezelfde leeftijdsgroep. Daarna is hij onder andere in de Ionische stad Teos geweest, alwaar hij sterk beïnvloed werd door de filosoof Nausiphanes, die hem inwijdde in de leer van de atomist Democritus.

In 311 v.Chr. vestigde hij zich te Mytilene, waar hij zijn eerste leerlingen om zich heen verzamelde.

Rond 307/6 v.Chr. keerde hij terug naar Athene, en zette daar zijn school voort, die de naam “tuin” (Gr. kèpos) kreeg, vernoemd naar de grote tuin die hij bezat en waar hij met zijn vrienden en leerlingen verbleef. Hij stichtte deze school in bewuste oppositie, zo mag men aannemen, met het Lykeion van de Peripatetici en de Akademie van de Platonisten. Tot aan zijn dood stond hij aan het hoofd van deze school. Epicurus is nooit getrouwd en heeft voor zover bekend geen nageslacht. Hij leed aan pijnlijke nierstenen, in 270 v.Chr. is hij op 72-jarige leeftijd overleden.

Al tijdens zijn leven is zijn leer snel verspreid en ontstonden elders groepen aanhangers, onder andere in Ionië en Egypte. Ook in Rome bevonden zich later aanhangers van zijn leer en persoon. Kenmerk van dat laatste is dat elk jaar zijn verjaardag werd gevierd.

Werk[bewerken]

Epicurus heeft zeer veel geschreven, maar het merendeel van zijn werk is verloren gegaan.

Volgende geschriften zijn overgeleverd:

  • Spreuken (leerstellingen); de zgn. Hoofdpunten van het systeem (Ratae Sententiae) en de Sententiae Vaticanae;
  • Losse fragmenten overgeleverd door latere schrijvers uit de oudheid;
  • Drie “leerbrieven”:
    • de brief aan Herodotus: behandelt zijn kennisleer en de atoomtheorie;
    • de brief aan Pythocles: gaat over de hemelverschijnselen;
    • de brief aan Menoikeus: een uiteenzetting over zijn ethiek.

Filosofie[bewerken]

Waar het om gaat in de filosofie is het persoonlijk geluk, volgens Epicurus het hoogste goed in het menselijk leven. Centraal hierbij staat het vermijden van pijn en verdriet. Als de filosofie ons niet van onze angsten zou bevrijden, met name van onze angst voor de goden en voor de dood, dan zou er geen reden zijn om haar serieus te nemen. Dit betekent, dat de rest van Epicurus' filosofie in dienst staat van deze ethiek. Een logica of politieke filosofie heeft hij niet ontwikkeld.

Lichamelijk genot

Nastrevenswaardig is genot. Hierbij dient opgemerkt te worden dat Epicurus' benadering afwijkt van die van Aristippus in die zin dat het Epicurus om de lange termijn gaat. Zo is het onverstandig om veel te eten, wat direct genot oplevert, als dit leidt tot maagpijn. Genieten dus met mate. Daarnaast is bekend dat Epicurus zelf tevreden was met brood en water, met andere woorden een uiterst sober leven leidde. Hij schreef eens "Zend mij wat kaas, opdat ik, als ik dat wil, een feestmaal kan houden".

Het is volgens Epicurus een door de natuur gegeven feit, dat zowel dier als mens het vermijden van pijn en het verkrijgen van genot nastreeft. Dit betreft puur het lichamelijke aspect. Hierbij geldt evenwel dat het verkrijgen van genot alleen bestaat uit het voldoen aan “natuurlijke” behoeften. Voor wat betreft behoeften onderscheidt Epicurus drie soorten: de natuurlijke en noodzakelijke (bijvoorbeeld eten en drinken), de natuurlijke maar niet-noodzakelijke (bijvoorbeeld iets lekkers eten), en de niet-natuurlijke, niet-noodzakelijke verlangens (bijvoorbeeld streven naar bekendheid, rijkdom etc.). Het “genot” waar het Epicurus om gaat is een bevrediging van de natuurlijke behoeften. Zijn deze bevredigd, dan is er geen reden verder genot na te streven. Bedoeld is dus zeker niet het kweken van nieuwe verlangens, om die dan vervolgens proberen te vervullen, want dat schept alleen maar geestelijke onrust.

Ataraxia, geestelijk “genot”.

De ataraxia (onverstoorbaarheid) wordt als zodanig niet als primair doel geformuleerd, maar het verkrijgen hiervan is wel nastrevenswaard. Ataraxia is een toestand van gemoedsrust en een blijvend gevoel van welbehagen, een geestelijk “genot” dus. Maar ataraxia is een resultaat, een toestand, daar waar het fysieke genot met een activiteit te maken heeft, die van de behoeftenbevrediging.

Afwezigheid van vrees voor de dood of voor de goden, is een van de “ingrediënten” die Epicurus' fysica aandraagt, en die daarmee bijdraagt aan de ataraxia. “De dood gaat ons niets aan”, is een uitspraak van Epicurus, om aan te geven dat het leven belangrijk is om te leven.

Het beste leven volgens Epicurus is een teruggetrokken leven te midden van vrienden. De vriendschap speelt een grote rol: de epicuristische school stond bekend als besloten. Elke persoon die zich aansloot bij het epicurisme kon rekenen op de steun en het vertrouwen van de andere epicuristen. Epicurus' motto Leef in het verborgene duidt erop dat hij afraadt om publieke functies te bekleden, of anderszins te veel in de schijnwerpers te treden.

Als er fysieke pijn is, kan die niet ontkend worden. Maar we kunnen wel een tegenwicht oproepen, door te denken aan aangename dingen die we meegemaakt hebben. Dus een geestelijk plezier als tegenhanger voor fysiek ongemak.

Theologie

Er bestaan volgens Epicurus ook goden die een zorgeloos leven leiden in de ruimten tussen de diverse werelden. Net als al het andere zijn zij samengesteld uit atomen, maar ze lijken wel eeuwig te zijn, omdat zij op de plek waar zij verblijven niet in botsing kunnen komen met andere atomen. Ze worden geacht volmaakt gelukkig te zijn, en daarbij past niet dat ze zich met ons mensen bemoeien. Ze lijken een soort ideaal-mensen te zijn.[1] Omdat ze feitelijk geen functie in Epicurus' wereldbeeld hebben, kan men zich afvragen of het puur traditionalisme is geweest, dat Epicurus ertoe gebracht heeft goden te laten bestaan. Hij zegt evenwel, dat de mensen van hun bestaan op de hoogte zijn, doordat ze in dromen soms iets van hen zien.

Waarneming / Kennisleer

De waarneming is volgens Epicurus de enige bron van kennis. Er bestaat niet zoiets als aangeboren ideeën, er is geen niet-zinnelijke wereld waar mensen op een bepaalde manier kennis van zouden hebben.

De waarneming verklaart Epicurus door te zeggen dat voorwerpen voortdurend beelden (Gr. eidōla) afscheiden die de zintuigen bereiken. Sommige van deze beelden dringen door tot in de ziel, bijvoorbeeld beelden van de Goden in dromen. Er is geen van de waarneming onafhankelijke instantie die de waarheid van onze zintuiglijke indrukken kan beoordelen. Alleen verdere waarneming kan een eerdere waarneming corrigeren.

Atomisme

Epicurus beweerde niet dat hij de atomen kon zien. Voor deze theorie geldt, dat ze niet in tegenspraak is met de waarneming, en een afdoende verklaring geeft van de wereld. Meer pretenties had Epicurus niet wat betreft de “waarheid” van deze theorie. Een andere theorie zou ook goed kunnen zijn, zolang deze maar geen elementen bevat die mensen vrees zouden kunnen inboezemen (bijvoorbeeld wrede goden).

In Epicurus' optiek betekent het atomisme dat alles mechanistisch verklaard kan worden; er is geen bedoeling achter ons universum (noch achter de talloze andere die steeds ontstaan en vergaan), alles is een toevallig samenstel van atomen. Ook het bestaande universum zal weer uit elkaar vallen.

Volgens Epicurus is de dood niets anders dan een uiteengaan van de atomen waaruit het lichaam en de ziel bestaan; alles houdt op, en er is geen leven na de dood. De grootste bronnen van vrees worden zodoende weggenomen.

Een verschil met het atomisme van Democritus is dat volgens Epicurus de atomen allemaal in één richting bewegen, daar waar ze volgens Democritus in allerlei richtingen dwarrelden, botsten en samenklonterden en zo alle voorwerpen en het hele universum tot stand brachten. Epicurus stelt het zo voor: de atomen bewegen weliswaar in een richting, maar er vindt af en toe een niet te verklaren afwijking plaats, waarbij atomen uit hun baan raken, en daardoor botsingen en dergelijke veroorzaken. Deze grillige afwijkingen zijn bedoeld om te ontkomen aan een determinisme zoals bijvoorbeeld de Stoïcijnen dat aanhingen, en ook om het element van de vrije menselijke wil in de natuur te verankeren.

Kleine bloemlezing[bewerken]

  • Alle verlangens die niet tot pijn leiden indien ze onvervuld blijven, zijn niet-noodzakelijk. (RS 26)
  • Van al hetgeen de wijsheid verschaft met het oog op levenslang durend geluk, is het bezit van vriendschap verreweg het belangrijkst. (RS 27)
  • Onrecht is geen kwaad op zich, maar alleen vanwege de vrees die ligt in de verwachting dat men niet zal kunnen ontkomen aan hen die straffen. (RS 34)
  • Dwang is een kwaad, maar er bestaat geen enkele dwang om onder dwang te leven. (VS 9)
  • De roep van het vlees is: geen honger, geen dorst, geen kou lijden. Degene die hier niet aan lijdt, en erop vertrouwen mag dat dit zo blijft, kan zelfs met Zeus wedijveren in geluk. (VS 33)
  • Bederf niet hetgeen je hebt door te verlangen naar wat je niet hebt; herinner je, dat wat je nu hebt ooit iets was waar je naar verlangde. (VS 35)
  • Niets is toereikend voor degene voor wie het toereikende te weinig is. (VS 68)
  • Doe niets in je leven waarvan je bang zou zijn dat je naaste het ontdekt. (VS 70)

En het bekende fragment uit de brief aan Idomeneus, geschreven vlak voor zijn dood:

  • Terwijl wij de gelukzalige en tevens laatste dag van ons leven doorbrachten, hebben wij dit geschreven. De pijnen in blaas en darmen waren onafgebroken en konden in hevigheid niet meer toenemen. Maar de innerlijke zielsvreugde bij de herinnering aan de door ons gevoerde gesprekken weegt daar tegenop. Jou verzoek ik om zorg te dragen voor de kinderen van Metrodorus, en je verder waardig te betonen aan de toewijding aan mij en aan de filosofie, zoals je die van jongs af aan hebt laten zien.

Latere interpretatie[bewerken]

Veelal werd Epicurus afgeschilderd als een oppervlakkige, genotzuchtige filosoof; dit gebeurde in de oudheid al, en werd in verhevigde mate voortgezet door de kerkvaders. Als ketter werd hij ook beschouwd door Dante die hem in De goddelijke komedie een plaats in de hel toedenkt.

Karl Marx heeft in zijn dissertatie uit 1841, Differenz der demokritischen und epikureischen Naturphilosophie als eerste het onderscheid tussen het atomisme van Democritus en Epicurus beschreven. Hij zag zichzelf als pionier op dit gebied.[2]

Ettore Bignone[3] stelde dat Epicurus in zijn werk polemiseert tegen het vroege werk van Aristoteles, met name tegen diens (grotendeels verloren gegane) dialogen. Daarmee werd Epicurus' leer uit een soort geestelijk isolement gehaald.

A.-J. Festugière[4] ging verder op deze weg, en stelde dat Epicurus m.n. de goden bestrijdt, zoals die te vinden zijn in het latere werk van Plato, dat wil zeggen het 10e boek van de Wetten en de Epinomis. Dit was een soort sterren-religie, met onwrikbare wetten met straffen voor wie slecht geleefd heeft. Deze “religie” zou voor Epicurus een nog veel groter kwaad zijn geweest om te bestrijden dan de traditionele Griekse religie uit zijn tijd.

Zie ook[bewerken]

Voetnoten

  1. Wir dürfen annehmen, daß sie sich in dialektfreiem Griechisch unterhalten, merkt Max Pohlenz ietwat spottend op. Gestalten aus Hellas, p. 573.
  2. Sachverständige wissen, daß für den Gegenstand dieser Abhandlung keine irgendwie brauchbaren Vorarbeiten existieren. Was Cicero und Plutarch geschwatzt haben, ist bis auf die heutige Stunde nachgeschwatzt worden. (Vorrede.) Voor een Engelse vertaling van deze dissertatie zie hier.
  3. L'Aristotele perduto e la formazione filosofica di Epicuro, 1936.
  4. Epicure et ses dieux, 1946.)

Secundaire literatuur

  • Engelse vertaling van alle teksten van Epicurus.
  • Artikel uit de Stanford Encyclopedia over Epicurus.
  • Catherine Wilson: Epicureanism at the origins of modernity, uitg. Oxford University Press, Oxford (2008) ISBN 9780199238811
  • Geert Roskam: Live unnoticed: on the vicissitudes of an Epicurean doctrine, uitg. Brill, Leiden (2007) ISBN 978-90-04-16171-9
  • Patrick Nieuwenhuyse: Epicurus in 90 minuten uitg. Holland, Haarlem (1999) ISBN 90-251-0909-8
  • Georg Mende & Ernst Günther Schmidt: Doktordissertation von Karl Marx (1841) - Differenz der demokritischen und epikureischen Naturphilosophie, uitg. Friedrich-Schiller-Universität, Jena (1964).
  • K. Algra: Over de natuur en het geluk. Vertaling van de belangrijkste geschriften plus inleiding. Groningen 1998.
  • Hans Warren en Mario Molegraaf: Epicurus. Over het geluk. Amsterdam, 1995. Griekse tekst plus vertaling. ISBN 90-5333-420-3
  • H.-W. Krautz: Epikur. Briefe, Sprüche, Werkfragmente. Reclam uitgave, Stuttgart, 1980. Griekse tekst plus Duitse vertaling en nawoord.
  • J.-A. Festugiére: Epicure et ses dieux. Parijs, 1946.
  • B. Farrington: The faith of Epicurus. New York, 1967. Marxistische interpretatie.
  • J.H. Leopold: Uit den tuin van Epicurus. In: Verzameld Werk, II. blz. 531-591. Ook op de DBNL website te vinden.
  • Marcel Verweij: De remedie van Epicurus. Soesterberg, 2010.