Horatius
Quintus Horatius Flaccus (Venusia, 8 december 65 - Rome, 27 november 8 v.Chr.) was een Romeins dichter.
Inhoud |
[bewerken] Leven
Horatius werd geboren op 8 december 65 v.Chr. Zijn vader, Flaccus, was een vrijgelaten gemeenteslaaf in de Romeinse kolonie Venusia, nu Venosa gelegen langs de Via Appia, op de grens tussen Apulië en Lucanië. Horatius' moeder is niet bekend, waarschijnlijk stierf ze bij of kort na zijn geboorte, want zij wordt nooit in zijn werken vermeld.
Op zijn tiende ging hij met zijn vader naar Rome. Daar kreeg hij een uitstekende opvoeding, zoals normaal alleen de zonen van patriciërs of senatoren die kregen. In 45 v.Chr. ging hij naar Athene, om zich er te verdiepen in de Griekse cultuur en de wijsbegeerte. Daar ontmoette hij Marcus Brutus, die pas Caesar had vermoord en daar jonge Romeinse soldaten aan het ronselen was voor de strijd tegen Octavianus en Antonius. Hij nam het voorstel zich bij hen aan te sluiten aan en werd tot krijgstribuun in het leger van Brutus benoemd. Hij nam deel aan de veldslag bij Philippi in 42 v.Chr., waar Octavianus en Antonius een overwinning behaalden op Brutus.
Dankzij amnestie kon hij naar Rome terugkeren, waar intussen zijn vader overleden was en zijn erfdeel verbeurd verklaard was, omdat hij in het kamp van de verliezers was. Als geletterd man ging hij bij de schatkist werken als klerk (scriba quaestorius), maar heel tevreden was hij niet met dit beroep. In deze periode schreef hij zijn eerste poëzie, namelijk satiren en epoden.
Zijn literair talent werd snel opgemerkt, en rond 38 v.Chr. werd hij opgenomen in de literaire kring rond Maecenas. Deze schonk hem in 33 v.Chr. een landgoed in de Sabijnse bergen. Daar zou hij zich bijna voor de rest van zijn leven bezighouden met zijn poëzie. Toen in 19 v.Chr. Vergilius en Rufus, twee van zijn beste vrienden, stierven, bleef hij ontroostbaar achter als enige van een grote generatie dichters.
In 17 v.Chr. viel Horatius de eer te beurt om het carmen saeculare ter gelegenheid van de ludi saeculares te schrijven.
In 8 v.Chr. stierf Maecenas, en enkele maanden later, op 27 november 8 v.Chr. overleed Horatius ook. Hij werd begraven naast Maecenas en liet zijn bezittingen aan de keizer na.
[bewerken] Werk
- Epodae (Epoden, 41-30 v.Chr.): in navolging van de Griekse dichter Archilochus probeert hij zijn gevoelens van onbehagen en rancune een plaats te geven door er gedichten aan te wijden.
- Sermones (Satiren, 35-30 v.Chr.): in navolging van de Romeinse dichter Lucilius stelt hij met milde spot in gesprekken (Lat.: sermones) dwaasheden en fouten van het Romeinse volk aan de kaak.
- Carmina (Oden, vanaf 30 v.Chr.): in navolging van de Griekse lyrici, vooral Alcaeus en Sappho, verwerkt hij allerlei onderwerpen in korte, lyrische gedichten.
- Epistulae (20 en 14 v.Chr.): net als in de Sermones bekritiseert hij de volkse dwaasheden, alleen minder scherp.
- Ars poetica (12 v.Chr.): ook bekend als de Epistula ad Pisones, een leerdicht over het schrijven van poëzie.
- Carmen saeculare (17 v.Chr.): het Eeuwgedicht dat Horatius schreef voor het eeuwfeest dat aanvang juni 17 v.Chr. in Rome gevierd werd. Het Carmen saeculare bestaat uit negentien strofen van vier verzen (totaal: 76 verzen); de dichter richt zich tot Apollo en Diana. Het Eeuwgedicht werd gezongen door koren van jongens en meisjes.
In zijn werken zijn duidelijk invloeden van het epicurisme merkbaar.
[bewerken] De Soracte-ode
De Soracte-ode is een gedicht waarin Horatius een zekere Thaliarchus aanspoort om bij de dag te leven en ervan te genieten.
- Latijnse tekst:
- Vides ut alta stet nive candidum
- Soracte, nec iam sustineant onus
- silvae laborantes, geluque
- flumina constiterint acuto?
- Dissolve frigus ligna super foco
- large reponens atque benignius
- deprome quadrimum Sabina,
- o Thaliarche, merum diota.
- Permitte divis cetera, qui simul
- stravere ventos aequore fervido
- deproeliantes, nec cupressi
- nec veteres agitantur orni.
- Quid sit futurum cras, fuge quaerere et
- quem Fors dierum cumque dabit, lucro
- appone, nec dulces amores
- sperne, puer, neque tu choreas,
- donec virenti canities abest
- morosa. Nunc et Campus et areae
- lenesque sub noctem susurri
- composita repetantur hora,
- nunc et latentis proditor intimo
- gratus puellae risus ab angulo
- pignusque dereptum lacertis
- aut digito male pertinaci
- Nederlandse vertaling:
- Zie je hoe de Soracte blinkend wit
- door de diepe sneeuw staat, en (hoe) de zwoegende bossen
- de last niet meer kunnen dragen,
- en de rivieren bevroren zijn door de felle vorst?
- Verdrijf de koude, doordat je rijkelijk hout
- op de haard gooit en haal overvloediger
- vier jaar oude onvermengde wijn te voorschijn.
- Oh Thaliarchus, uit Sabijnse kruik.
- Laat de rest aan de goden over; zodra zij
- de winden die vechten op de bruisende zee,
- tot rust hebben gebracht, worden noch de cipressen
- noch de oude essen hevig geschud.
- Wat er morgen zal zijn, wil dat niet vragen en
- boek als winst welke ook maar van de dagen het Lot zal geven,
- en versmaad jij, als jongen, niet de zoete liefde
- en ook niet de koordansen,
- zolang als het lastige grijze haar afwezig is (bij jou),
- in de kracht van je leven (lett: die krachtig bent). Laten nu het Marsveld en de pleinen
- en het zachte gefluister tegen de nacht
- worden opgezocht op het afgesproken uur.
- en nu (laat ook) het aangename gelach, dat haar verraadt, van het meisje dat zich verbergt vanuit
- een verborgen hoekje (opgezocht worden)
- en het onderpand, ontnomen aan haar armen
- of aan de vinger die nauwelijks tegenstribbelt.
[bewerken] Carpe Diem
- Latijnse tekst:
- Tu ne quaesieris, quem mihi, quem tibi
- finem di dederint, Leuconoe, nec Babylonios
- temptaris numeros. Ut melius, quidquid erit, pati!
- Seu plures hiemes seu tribuit Iuppiter ultimam,
- quae nunc oppositis debilitat pumicibus mare
- Tyrrhenum, sapias: vina liques et spatio brevi
- spem longam reseces. Dum loquimur, fugerit invida
- aetas: carpe diem, quam minimum credula postero.
- Nederlandse vertaling:
- Onderzoek niet, welk einde de goden aan mij, welk aan jou
- hebben gegeven, Leuconoë, en raadpleeg ook niet de berekeningen
- van de Babyloniërs. Hoeveel beter is het, wat het ook maar zal zijn, te dragen!
- Hetzij Jupiter meer winters, hetzij hij deze als laatste toedeelt,
- die de Tyrreense Zee nu met er tegenover gelegen rotsen verzwakt,
- moge je wijs zijn: moge je de wijn zeven en op korte termijn
- lange hoop snoeien. Terwijl wij praten zal de afgunstige tijd al gevlucht zijn
- Pluk de dag, zo min mogelijk vertrouwend op de volgende (dag).
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- (la) Sermones, Carmina en Epistulae van Horatius, Latijnse tekst, van website thelatinlibrary.com. Geraadpleegd 9 november 2010.
- (en) A rhytmical translation of the First Book of the Satires of Horace. By R.M. Millington, M.A.. London: Longmans, Green, Reader, and Dyer. 1869.
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Quintus Horatius Flaccus op Wikimedia Commons. |
| Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Horatius op de Nederlandstalige Wikisource. |