Horatius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Disambig-dark.svg Zie Horatius (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Horatius.
Fantasieportret van Horatius, van de hand van Anton von Werner (1843-1915)

Quintus Horatius Flaccus (Venusia, 8 december 65 - Rome, 27 november 8 v.Chr.) was een Romeins dichter.

Inhoud

[bewerken] Leven

Horatius werd geboren op 8 december 65 v.Chr. Zijn vader, Flaccus, was een vrijgelaten gemeenteslaaf in de Romeinse kolonie Venusia, nu Venosa gelegen langs de Via Appia, op de grens tussen Apulië en Lucanië. Horatius' moeder is niet bekend, waarschijnlijk stierf ze bij of kort na zijn geboorte, want zij wordt nooit in zijn werken vermeld.

Op zijn tiende ging hij met zijn vader naar Rome. Daar kreeg hij een uitstekende opvoeding, zoals normaal alleen de zonen van patriciërs of senatoren die kregen. In 45 v.Chr. ging hij naar Athene, om zich er te verdiepen in de Griekse cultuur en de wijsbegeerte. Daar ontmoette hij Marcus Brutus, die pas Caesar had vermoord en daar jonge Romeinse soldaten aan het ronselen was voor de strijd tegen Octavianus en Antonius. Hij nam het voorstel zich bij hen aan te sluiten aan en werd tot krijgstribuun in het leger van Brutus benoemd. Hij nam deel aan de veldslag bij Philippi in 42 v.Chr., waar Octavianus en Antonius een overwinning behaalden op Brutus.

Dankzij amnestie kon hij naar Rome terugkeren, waar intussen zijn vader overleden was en zijn erfdeel verbeurd verklaard was, omdat hij in het kamp van de verliezers was. Als geletterd man ging hij bij de schatkist werken als klerk (scriba quaestorius), maar heel tevreden was hij niet met dit beroep. In deze periode schreef hij zijn eerste poëzie, namelijk satiren en epoden.

Zijn literair talent werd snel opgemerkt, en rond 38 v.Chr. werd hij opgenomen in de literaire kring rond Maecenas. Deze schonk hem in 33 v.Chr. een landgoed in de Sabijnse bergen. Daar zou hij zich bijna voor de rest van zijn leven bezighouden met zijn poëzie. Toen in 19 v.Chr. Vergilius en Rufus, twee van zijn beste vrienden, stierven, bleef hij ontroostbaar achter als enige van een grote generatie dichters.

In 17 v.Chr. viel Horatius de eer te beurt om het carmen saeculare ter gelegenheid van de ludi saeculares te schrijven.

In 8 v.Chr. stierf Maecenas, en enkele maanden later, op 27 november 8 v.Chr. overleed Horatius ook. Hij werd begraven naast Maecenas en liet zijn bezittingen aan de keizer na.

[bewerken] Werk

  • Epodae (Epoden, 41-30 v.Chr.): in navolging van de Griekse dichter Archilochus probeert hij zijn gevoelens van onbehagen en rancune een plaats te geven door er gedichten aan te wijden.
  • Sermones (Satiren, 35-30 v.Chr.): in navolging van de Romeinse dichter Lucilius stelt hij met milde spot in gesprekken (Lat.: sermones) dwaasheden en fouten van het Romeinse volk aan de kaak.
  • Carmina (Oden, vanaf 30 v.Chr.): in navolging van de Griekse lyrici, vooral Alcaeus en Sappho, verwerkt hij allerlei onderwerpen in korte, lyrische gedichten.
  • Epistulae (20 en 14 v.Chr.): net als in de Sermones bekritiseert hij de volkse dwaasheden, alleen minder scherp.
  • Ars poetica (12 v.Chr.): ook bekend als de Epistula ad Pisones, een leerdicht over het schrijven van poëzie.
  • Carmen saeculare (17 v.Chr.): het Eeuwgedicht dat Horatius schreef voor het eeuwfeest dat aanvang juni 17 v.Chr. in Rome gevierd werd. Het Carmen saeculare bestaat uit negentien strofen van vier verzen (totaal: 76 verzen); de dichter richt zich tot Apollo en Diana. Het Eeuwgedicht werd gezongen door koren van jongens en meisjes.

In zijn werken zijn duidelijk invloeden van het epicurisme merkbaar.

[bewerken] De Soracte-ode

De Soracte-ode is een gedicht waarin Horatius een zekere Thaliarchus aanspoort om bij de dag te leven en ervan te genieten.

Latijnse tekst:
Vides ut alta stet nive candidum
Soracte, nec iam sustineant onus
silvae laborantes, geluque
flumina constiterint acuto?
Dissolve frigus ligna super foco
large reponens atque benignius
deprome quadrimum Sabina,
o Thaliarche, merum diota.
Permitte divis cetera, qui simul
stravere ventos aequore fervido
deproeliantes, nec cupressi
nec veteres agitantur orni.
Quid sit futurum cras, fuge quaerere et
quem Fors dierum cumque dabit, lucro
appone, nec dulces amores
sperne, puer, neque tu choreas,
donec virenti canities abest
morosa. Nunc et Campus et areae
lenesque sub noctem susurri
composita repetantur hora,
nunc et latentis proditor intimo
gratus puellae risus ab angulo
pignusque dereptum lacertis
aut digito male pertinaci


Nederlandse vertaling:
Zie je hoe de Soracte blinkend wit
door de diepe sneeuw staat, en (hoe) de zwoegende bossen
de last niet meer kunnen dragen,
en de rivieren bevroren zijn door de felle vorst?
Verdrijf de koude, doordat je rijkelijk hout
op de haard gooit en haal overvloediger
vier jaar oude onvermengde wijn te voorschijn.
Oh Thaliarchus, uit Sabijnse kruik.
Laat de rest aan de goden over; zodra zij
de winden die vechten op de bruisende zee,
tot rust hebben gebracht, worden noch de cipressen
noch de oude essen hevig geschud.
Wat er morgen zal zijn, wil dat niet vragen en
boek als winst welke ook maar van de dagen het Lot zal geven,
en versmaad jij, als jongen, niet de zoete liefde
en ook niet de koordansen,
zolang als het lastige grijze haar afwezig is (bij jou),
in de kracht van je leven (lett: die krachtig bent). Laten nu het Marsveld en de pleinen
en het zachte gefluister tegen de nacht
worden opgezocht op het afgesproken uur.
en nu (laat ook) het aangename gelach, dat haar verraadt, van het meisje dat zich verbergt vanuit
een verborgen hoekje (opgezocht worden)
en het onderpand, ontnomen aan haar armen
of aan de vinger die nauwelijks tegenstribbelt.


[bewerken] Carpe Diem
Latijnse tekst:
Tu ne quaesieris, quem mihi, quem tibi
finem di dederint, Leuconoe, nec Babylonios
temptaris numeros. Ut melius, quidquid erit, pati!
Seu plures hiemes seu tribuit Iuppiter ultimam,
quae nunc oppositis debilitat pumicibus mare
Tyrrhenum, sapias: vina liques et spatio brevi
spem longam reseces. Dum loquimur, fugerit invida
aetas: carpe diem, quam minimum credula postero.
Nederlandse vertaling:
Onderzoek niet, welk einde de goden aan mij, welk aan jou
hebben gegeven, Leuconoë, en raadpleeg ook niet de berekeningen
van de Babyloniërs. Hoeveel beter is het, wat het ook maar zal zijn, te dragen!
Hetzij Jupiter meer winters, hetzij hij deze als laatste toedeelt,
die de Tyrreense Zee nu met er tegenover gelegen rotsen verzwakt,
moge je wijs zijn: moge je de wijn zeven en op korte termijn
lange hoop snoeien. Terwijl wij praten zal de afgunstige tijd al gevlucht zijn
Pluk de dag, zo min mogelijk vertrouwend op de volgende (dag).

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

Wikisource NL Meer bronnen die bij deze auteur horen, kan men vinden op de pagina Horatius op de Nederlandstalige Wikisource.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen