Titus Lucretius Carus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Titus Lucretius Carus (99 v.Chr. - 55 v.Chr.) was een Romeins dichter en filosoof, bekend om zijn leerdicht De Rerum Natura. Wanneer hij geboren werd en overleed is onduidelijk. Sommige manuscripten van Hieronymus zeggen dat hij geboren werd in 96 v.Chr., anderen zeggen in 94 v.Chr. Zijn doodsjaar varieert van 53 v.Chr. tot 51 v.Chr.[1]

Biografie[bewerken]

Over Lucretius' leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Het is bekend dat Lucretius hield van oude Latijnse gedichten, vooral Ennius. Zijn dichtstijl komt terug in zijn eigen werk; hij eindigt zijn hexameters soms op dezelfde manier. [2]Lucretius' cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?).[3] Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd),[3] heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. In Lucretius' ogen was Memmius, die bekendstond om zijn morele en financiële corruptie, hét voorbeeld van iemand die verkeerd leefde. In de Kroniek van de christelijke auteur Hiëronymus (4e eeuw na Chr.), die zelf uit een literatuurgeschiedenis van Suetonius lijkt te putten, lezen we dat Lucretius psychisch gestoord was, liefdesdranken dronk en op zijn 44ste zelfmoord heeft gepleegd. Dit is weinig waarschijnlijk. Geen enkele andere auteur vermeldt het, en in zijn werk waarschuwt Lucretius juist tegen hartstochtelijke liefde en tegen zelfmoord. Het kwam vaker voor bij vroeg-christelijke auteurs dat materialistische filosofen zoals de epicuristen als krankzinnigen werden afgeschilderd. Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius' leer was, postuum uitgegeven.[3] Deze schreef aan zijn broer Quintus: ‘de gedichten van Lucretius zijn inderdaad zoals je schrijft: ze bevatten veel momenten waarop zijn genie opvlamt, maar ook veel techniek.'[4]

Werk: De Rerum Natura[bewerken]

Lucretius' leerdicht De Rerum Naturā (d.i. "Over de natuur der dingen") beschrijft in zes boeken (in totaal 7400 verzen, dactylische hexameters), de verschijningsvormen van de natuur en hun ontstaan. In het werk predikt hij de levensbeschouwing van de Griekse filosoof Epicurus, die voor zijn fysische verklaringen teruggreep naar de atoomtheorie van Democritus, en Lucretius stelt zich tot doel de lezers op die manier te bevrijden van de angst voor en het bijgeloof aan de macht van de goden. Het werk relativeert ook de plaats van de mens in de kosmos. In tegenstelling tot andere Latijnse gedichten, beschrijft Lucretius een filosofie, in plaats van de grootsheid van de Romeinen.[2]De titel van De Rerum Natura wijst naar een van Epicurus meest belangrijke werken, het verloren Peri physeos, met 37 boeken. Hiervan werd een nieuwe tekst afgeleid. Een kleinere tekst, die bewaard is gebleven als een brief aan Herodotus. Een grotere tekst, die verloren is gegaan, bevatte waarschijnlijk de belangrijkste hoofdlijnen die Lucretius volgde.[1] Na het voorwoord, met onder andere een aanroeping tot Venus, vraagt Lucretius de lezer de leer die hij gaat presenteren niet als goddeloos te beschouwen, maar om na te denken over de heersende, vaak wrede religie. Hierbij roept hij het voorbeeld van Agamemnon, die zijn dochter doodt omwille van de goden. Religie is hier volgens Lucretius een iets dat ervoor zorgt dat mensen angstig zijn. Mensen kunnen van die angst bevrijd worden door kennis van de wetten van het universum, die mensen vertellen over hun sterfelijkheid en ziel.[1]

Samenvatting van de zes boeken:

  1. In het eerste boek betoogt Lucretius met de atoomtheorie dat de traditionele opvattingen, dat de natuur door een scheppende godheid zou zijn ontstaan, totaal onwetenschappelijk zijn.
  2. idem, zie 1.
  3. Uiteenzetting dat de atoomtheorie ook van toepassing is op de mens, op zijn ziel zowel als op zijn lichaam. Van onsterfelijkheid is helemaal geen sprake.
  4. Over de betrouwbaarheid van onze waarnemingen. Wanneer er fouten optreden, komt dat doordat onze geest deze waarnemingen onjuist interpreteert. De waarnemingen vormen ook de grond van onze indrukken van smart en genot, en van de dromen, instincten en driften, inclusief de seksuele. Het 4e boek eindigt met een satirische schildering van de liefde in al haar verschijningsvormen.
  5. Behandelt het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren, en eindigt met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur.
  6. Bespreking van bijzondere meteorologische verschijnselen, en deze vanuit de atoomtheorie verklaard. Extreme weersomstandigheden en natuurrampen ontstaan via natuurlijke weg, en hebben niets met goddelijke ingrepen te maken. Het boek eindigt abrupt met de evocatie van de pest te Athene: het is duidelijk dat de dood Lucretius heeft verhinderd de laatste hand aan zijn werk te leggen.

Literaire betekenis[bewerken]

De vele poëtische uitweidingen tonen Lucretius als een dichter met een groot beeldend taalvermogen.[3]Qua verstechniek had hij veel aan zijn voorbeeld Ennius (239-169 v.Chr.) te danken, maar Lucretius' verzen zijn veel soepeler. Herhaaldelijk verlevendigt Lucretius "prozaïsche" technische uiteenzettingen met dichterlijke beelden. Zelf had Lucretius weer belangrijke invloed op latere dichters, met name op Vergilius.[3]

Lucretius was, behalve dichter, in de eerste plaats een gedreven verkondiger van een bevrijdende leer, die de angst en de beperktheid uit het leven van de mensen wilde wegnemen door hun blik te verruimen. Daarvan was hij zich ten volle bewust. Zijn taak was niet licht: de wetenschappelijke ontdekkingen van de Grieken waren op zich al moeilijke stof, en ze in degelijke Latijnse verzen weergeven was evenmin eenvoudig. Het Latijnse vocabularium was destijds nog arm en ongedifferentieerd, en Lucretius moest dus nieuwe taalidiomen creëren om over al deze ongehoorde zaken te spreken.

Vanaf de triomf van het christendom in het Romeinse Rijk (ca. 300 na Chr.) was er veel weerstand tegen Lucretius en zijn werk. Vooral de eerste christenen hadden weinig begrip voor de atoomtheorie van Lucretius. Lucretius’ werk is eerst bestreden en vervolgens eeuwenlang "doodgezwegen" en vergeten. Pas in de 15e eeuw, na herontdekking door de Italiaanse humanist en geleerde Poggio Bracciolini, is het werk opnieuw uitgegeven. Lucretius' leerdicht is het eerste Latijnse leerdicht dat volledig overgeleverd is.[4] Op zich is het apart te noemen dat Lucretius Epicurus’ leer in een gedicht heeft uitgedrukt. Lucretius was namelijk een tegenstander van poëzie, want deze uitdrukkingsvorm zou niet exact genoeg zijn.[4] Lucretius ging overigens niet de straat op met zijn filosofie, zoals Socrates deed.[2] In tegenstelling tot veel Latijnse dichters, vertelt Lucretius wat verteld moet worden, het liefst door alles systematisch uit te leggen, met een passie voor filosofie. Geen gedicht over vechtende mannen, maar over intellect. De enige held die naar voren komt is Epicurus[5]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c Gian Biagio Conte: Latin Literature: A History, vertaald door Josepth B. Solodow, herzien door Don Fowler & Glenn W. Most. Hoofdstuk Pliny the Elder and Specialist Knowledge. Gepubliceerd in 1987 in Florence in het Italiaans. Eerste Engelse versie in 1994. Editie uit 1999. Blz. 155, 158 en 163.
  2. a b c H.J. Rose, A Handbook of Latin Literature: From the earliest times to the death of St. Augustine. Eerste druk in 1936 in Londen, uitgebreide en herziende uitgave uit 1966. Druk uit 1996. Blz. 121 en 128.
  3. a b c Uit Piet Gerbrandy, Het feest van Saturnus: De literatuur van het heidense Rome, 2007, eerste druk in Amsterdam. Blz. 87-89.
  4. Lucretius, The Way Things Are, vertaald door Rolfe Humphries, gepubliceerd in 1969 in de VS in het Engels. Editie uit 1969. Foreword by the Translator. Blz. 11 en 12