Titus Lucretius Carus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Titus Lucretius Carus (99 v.Chr. - 15 oktober 55 v.Chr. [1]) was een Romeins dichter en filosoof, bekend om zijn leerdicht De Rerum Natura. Wanneer hij geboren werd en overleed is onduidelijk. Sommige manuscripten van Hieronymus zeggen dat hij geboren werd in 96 v.Chr., anderen zeggen in 94 v.Chr, het jaar 93 v.Chr. is ook mogelijk [2]. Vermeldingen van zijn doodsjaar variëren van 53 v.Chr. tot 51 v.Chr.[3] Aelius Donatus beweert dat Lucretius overleed in het jaar waarin Vergilius de toga virulis mocht dragen en Pompeius en Crassus voor de tweede keer consul waren. Dit duidt op 15 oktober 55 v.Chr. [1][3]

Biografie[bewerken]

Over Lucretius' leven is heel weinig bekend. Zijn kennis van de Griekse en Romeinse letterkunde en filosofie getuigt van een degelijke opvoeding. Uit zijn werk blijkt dat hij goed op de hoogte was van het leven in Rome, maar zijn vertrouwdheid met het platteland wijst erop dat hij niet steeds in Rome woonde. Het is bekend dat Lucretius hield van oude Latijnse gedichten, vooral Ennius. Zijn dichtstijl komt terug in zijn eigen werk; hij eindigt zijn hexameters soms op dezelfde manier. [1]Lucretius' cognomen Carus verwijst mogelijk naar een Keltische afkomst (uit Noord-Italië?).[4] Hij was waarschijnlijk bevriend met enkele vooraanstaande aristocraten. Aan één van hen, een zekere Memmius (praetor in 58 v.Chr., wellicht dezelfde die ook door Catullus wordt genoemd),[4] heeft hij zijn bewaard gebleven werk opgedragen. In Lucretius' ogen was Memmius, die bekendstond om zijn morele en financiële corruptie, hét voorbeeld van iemand die verkeerd leefde. In de Kroniek van de christelijke auteur Hiëronymus (4e eeuw na Chr.), die zelf uit een literatuurgeschiedenis van Suetonius lijkt te putten, lezen we dat Lucretius door een liefdesdrank gek geworden is en op zijn 44ste zelfmoord heeft gepleegd. Hij zou op heldere momenten een paar boeken geschreven hebben die later door Cicero uitgegeven zouden zijn[2]. Dit is niet erg waarschijnlijk. Geen enkele andere auteur vermeldt het, en in zijn werk waarschuwt Lucretius juist tegen hartstochtelijke liefde en tegen zelfmoord. Het kwam vaker voor bij vroegchristelijke auteurs dat materialistische filosofen zoals de epicuristen als krankzinnigen werden afgeschilderd. Zijn werk De Rerum Natura is, behalve om de inhoud, ook om zijn literaire kwaliteiten van grote betekenis, en werd door toedoen van Cicero, die zelf allerminst een aanhanger van Lucretius' leer was, postuum uitgegeven.[4] Deze schreef aan zijn broer Quintus: ‘de gedichten van Lucretius zijn inderdaad zoals je schrijft: ze bevatten veel momenten waarop zijn genie opvlamt, maar ook veel techniek.' [5] Naast deze melding over Lucretius door Cicero, wordt door nog een tijdgenoot over Luctetius gesproken. Dit werd gedaan door de Romeinse geschiedschrijver Cornelius Nepos door te zeggen “na de dood van Lucretius en Catullus[2]

De Rerum Natura[bewerken]

Lucretius' leerdicht De Rerum Naturā (d.i. "Over de natuur der dingen") beschrijft in zes boeken (in totaal 7415 verzen[3], dactylische hexameters), de verschijningsvormen van de natuur en hun ontstaan. In het werk predikt hij de levensbeschouwing van de Griekse filosoof Epicurus, die voor zijn fysische verklaringen teruggreep naar de atoomtheorie van Democritus, en Lucretius stelt zich tot doel de lezers op die manier te bevrijden van de angst voor en het bijgeloof aan de macht van de goden. Het werk relativeert ook de plaats van de mens in de kosmos. In tegenstelling tot andere Latijnse gedichten, beschrijft Lucretius een filosofie, in plaats van de grootsheid van de Romeinen.[1]De titel van De Rerum Natura wijst naar een van Epicurus meest belangrijke werken, het verloren Peri physeos, met 37 boeken. Hiervan werd een nieuwe tekst afgeleid. Een kleinere tekst, die bewaard is gebleven als een brief aan Herodotus. Een grotere tekst, die verloren is gegaan, bevatte waarschijnlijk de belangrijkste hoofdlijnen die Lucretius volgde.[3] Na het voorwoord, met onder andere een aanroeping tot Venus, vraagt Lucretius de lezer de leer die hij gaat presenteren niet als goddeloos te beschouwen, maar om na te denken over de heersende, vaak wrede religie. Hierbij roept hij het voorbeeld van Agamemnon, die zijn dochter doodt omwille van de goden. Religie is hier volgens Lucretius een iets dat ervoor zorgt dat mensen angstig zijn. Mensen kunnen van die angst bevrijd worden door kennis van de wetten van het universum, die mensen vertellen over hun sterfelijkheid en ziel.[3] Omdat het gedicht in dichtvorm is en Epicurus daar zelf tegen was omdat het taalgebruik dan niet duidelijk is. Daarnaast speelt Venus een andere rol dan wat Lucretius over het algemeen over de goden zegt. Verder bestrijdt hij vormen van bijgeloof die bij geen enkele ontwikkelde Romein lijkt voor te komen. Dit heeft ertoe geleid dat men is gaan vermoeden dat de dichter gek was.[5]. Lucretius was zelf zeer bewust van Epicurus' afkeer van poëzie. Hij zegt zelf dat hij de dichtvorm heeft gebruikt om mensen te misleiden. Op dezelfde manier als artsen kinderen een bitter drankje met alsem laten drinken door de rand van de beker in te smeren met zoete honing[5].

Samenvatting van de zes boeken[bewerken]

  1. In het eerste boek weerlegt Lucretius met de principes van een wereld opgebouwd uit atomen de theorieën van pre-Socratische filosofen. Waaronder Heracletius, Empedocles en Anaxagoras. Hij bestreed hier ook het stoïcisme. [2]
  2. idem, zie 1.
  3. Uiteenzetting dat de atoomtheorie ook van toepassing is op de mens, op zijn ziel zowel als op zijn lichaam. Van onsterfelijkheid is helemaal geen sprake. Dit deel eindigt hij met een “preek” in het thema “de dood is niks”.
  4. Over de betrouwbaarheid van onze waarnemingen. Wanneer er fouten optreden, komt dat doordat onze geest deze waarnemingen onjuist interpreteert. De waarnemingen vormen ook de grond van onze indrukken van smart en genot, en van de dromen, instincten en driften, inclusief de seksuele. Het 4e boek eindigt met een satirische schildering van de liefde in al haar verschijningsvormen.
  5. Behandelt het ontstaan van aarde, zon, maan en sterren, van planten en dieren, en eindigt met een uitvoerige beschouwing over de evolutie van de mens en zijn cultuur.
  6. Bespreking van bijzondere meteorologische verschijnselen, en deze vanuit de atoomtheorie verklaard. Extreme weersomstandigheden en natuurrampen ontstaan via natuurlijke weg, en hebben niets met goddelijke ingrepen te maken. Hierbij gaat het vooral om bliksem en onweer. Het boek eindigt abrupt met de evocatie van de pest te Athene, een somber einde in contrast met de lofzang waarmee het begon. Het is duidelijk dat de dood Lucretius heeft verhinderd de laatste hand aan zijn werk te leggen.

De argumentatie in het gedicht[bewerken]

  1. Niks is ontstaan uit het niets of is terug te delen tot het niets. Het universum heeft een oneindige hoeveelheid ruimte, of leegte. Ook heeft het een oneindig aantal niet deelbare deeltjes (Atomen). Hoewel er oneindig zijn is de variatie ervan beperkt. Deze deeltjes verschillen alleen maar in gewicht, maat en vorm. Ze zijn allemaal ondoordringbaar hard, ze veranderen niet en ze blijven voor eeuwig bestaan. [3] Ze zijn opgebouwd uit kleinere ondeelbare delen. De grotere atomen hebben daar meer van. De atomen zouden tot het oneindige zijn blijven uitdijen als ze niet een keer atomische systemen hadden gevormd. Hierdoor zijn er oneindig veel werelden, door uitwijkingen komen er afwijkingen in de normale gebeurtenissen en is er ruimte voor de vrije wil. Alles is uiteindelijk opgebouwd uit atomen, met grotere of kleinere stukken leegte ertussen. Alle systemen bestaan uit atomen, en kunnen daardoor geheel verdwijnen, alle verandering is te verklaren door het toevoegen, verwijderen of veranderen van atomen.
  2. De ziel is gemaakt uit kleinere en soepelere atomen dan het lichaam. [3] De ziel is op twee plekken het verbonden met het lichaam. De ‘anima’ die door heel het lichaam heen zit en zorgt voor gevoel en de ‘animus’ die zorgt voor het bewustzijn. Deze zit rond het hart. De ziel groeit mee met het lichaam en bij dood verspreid het net als rook. [2]
  3. Hoewel de goden bestaan, zullen ze nooit ingrijpen op de wereld. Ze hebben die dus ook niet gemaakt. Als wezens van buitengewoon fijne atomen leven ze ver weg, zich niet druk makend om de mensen. Ze zijn de voorbeelden van een leven met perfecte vreugde (geen pijn, slechte gevoelens en een eeuwig bestaan).
  4. Men weet door waarneming en beargumenteerd door rede en bepaalde regels. Hoewel de waarnemingen onfeilbaar zijn, worden er fouten gemaakt door de rede. Objecten worden gezien door een ontlading op het oppervlak van een object, dit komt in het oog net als geur in de neus. Losse atomen zijn op zich niet waarneembaar omdat ze geen ontladende deeltjes hebben. De zintuigen nemen deze waarnemingen waar, en de rede reageert hierop. Zo worden de bewegingen van het lichaam verklaard.
  5. De mens zoekt vanaf het begin genot en wil pijn ontwijken. Hun doel is zo dat ze het maximale genot krijgen en het minimale pijn. Dit kan alleen als het ze lukt om door filosofie de angst voor de dood en de goden te overwinnen. [2]

Literaire betekenis[bewerken]

De vele poëtische uitweidingen tonen Lucretius als een dichter met een groot beeldend taalvermogen.[4] Het is aan zijn stijl te zien dat hij veel van de oude gedichten afwist. Vooral die van Ennius (239-169 v.Chr.) [1]. Lucretius' verzen zijn veel soepeler. Herhaaldelijk verlevendigt Lucretius "prozaïsche" technische uiteenzettingen met dichterlijke beelden. Zelf had Lucretius weer belangrijke invloed op latere dichters, met name op Vergilius.[4]

Lucretius was, behalve dichter, in de eerste plaats een gedreven verkondiger van een bevrijdende leer, die de angst en de beperktheid uit het leven van de mensen wilde wegnemen door hun blik te verruimen. Daarvan was hij zich ten volle bewust. Zijn taak was niet licht: de wetenschappelijke ontdekkingen van de Grieken waren op zich al moeilijke stof, en ze in degelijke Latijnse verzen weergeven was evenmin eenvoudig. Het Latijnse vocabularium was destijds nog arm en ongedifferentieerd, en Lucretius moest dus nieuwe taalidiomen creëren om over al deze ongehoorde zaken te spreken. .[5]

Vanaf de triomf van het christendom in het Romeinse Rijk (ca. 300 na Chr.) was er veel weerstand tegen Lucretius en zijn werk. Vooral de eerste christenen hadden weinig begrip voor de atoomtheorie van Lucretius. Lucretius’ werk is eerst bestreden en vervolgens eeuwenlang "doodgezwegen" en vergeten. Pas in de 15e eeuw, na herontdekking door de Italiaanse humanist en geleerde Poggio Bracciolini, is het werk opnieuw uitgegeven. Lucretius' leerdicht is het eerste Latijnse leerdicht dat volledig overgeleverd is.[5] Op zich is het apart te noemen dat Lucretius Epicurus’ leer in een gedicht heeft uitgedrukt. Lucretius was namelijk een tegenstander van poëzie, want deze uitdrukkingsvorm zou niet exact genoeg zijn.[5] Lucretius ging overigens niet de straat op met zijn filosofie, zoals Socrates deed.[1] In tegenstelling tot veel Latijnse dichters, vertelt Lucretius wat verteld moet worden, het liefst door alles systematisch uit te leggen, met een passie voor filosofie. Geen gedicht over vechtende mannen, maar over intellect. De enige held die naar voren komt is Epicurus[6]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d e f H.J. Rose, A Handbook of Latin Literature: From the earliest times to the death of St. Augustine. Eerste druk in 1936 in Londen, uitgebreide en herziende uitgave uit 1966. Druk uit 1996. Blz. 121 en 128.
  2. a b c d e f ‘‘Encyclopaedia Britannica 15e editie volume 7’’Eerste druk in 1974. Editie uit 1994 Blz. 543 en 544
  3. a b c d e f g Gian Biagio Conte: Latin Literature: A History, vertaald door Josepth B. Solodow, herzien door Don Fowler & Glenn W. Most. Hoofdstuk Pliny the Elder and Specialist Knowledge. Gepubliceerd in 1987 in Florence in het Italiaans. Eerste Engelse versie in 1994. Editie uit 1999. Blz. 155- 159 en 163.
  4. a b c d e f uit Piet Gerbrandy, Het feest van Saturnus: De literatuur van het heidense Rome, 2007, eerste druk in Amsterdam. Blz. 87-89, 92.
  5. Lucretius, The Way Things Are, vertaald door Rolfe Humphries, gepubliceerd in 1969 in de VS in het Engels. Editie uit 1969. Foreword by the Translator. Blz. 11 en 12