Xenophanes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Xenophanes in Thomas Stanley's History of Philosophy

Xenophanes (Oudgrieks: Ξενοφάνης ὁ Κολοφώνιος) (Colophon, 560 - circa 478 v.Chr.) was een Grieks filosoof en dichter[1]. Betrouwbare gegevens over zijn leven zijn schaars. Hij vluchtte al vroeg uit zijn geboorteplaats naar Sicilië, vanwege de Perzische invallen die zijn land destijds teisterden. Van Sicilië verhuisde hij naar Magna Graecia, waar hij filosoof werd in de school van Pythagoras. Hier kreeg hij aanzienlijke vrijheden, en weerstond de doctrines van Epimenides, Thales en Pythagoras. Uiteindelijk vestigde hij zich in Elea in Zuid-Italië, waar hij in ca. 475 voor Chr. overleed.

Xenophanes zette de aanval in op het Griekse polytheïsme.

Van hem is de volgende humoristische uitspraak:

‘Homerus en Hesiodus hebben aan de goden alle dingen toegeschreven die schandelijk en onterend zijn voor de stervelingen: diefstal, overspel en leugen.’
‘De stervelingen menen dat de goden verwekt zijn evenals zij, en kleren, een stem en gestalte hebben als zij... ja, als de ossen en paarden en leeuwen handen bezaten en kunstwerken konden scheppen, zoals de mensen, zouden de paarden de goden als paarden afbeelden, de ossen daarentegen als ossen.’
‘De Ethiopiërs maken hun goden zwart met stompe neuzen; de Thraciërs zeggen dat de hunne blauwe ogen en rood haar bezitten.’
‘In werkelijkheid hebben de mensen nooit iets zekers aangaande de goden geweten en zullen dat ook nooit weten.’

Xenophanes stelt dus dat de mensen nooit iets zeker van goden hebben geweten, en ze zullen dat ook nooit weten. Xenophanes is daarmee de eerste agnost.

Maar hij voegt daaraan toe:

‘De goden hebben echt niet vanaf het begin alles aan de stervelingen geopenbaard, maar mettertijd vinden zij zoekend het betere.’

Vooral het laatste deel van deze zin is belangwekkend, omdat hij daarmee de grondslag legt voor de empirische wetenschap. Hij laat de goden voor wat ze wel of niet zijn, omdat je daar toch niets over kunt weten, maar richt zich op het verwerven van kennis door empirisch onderzoek zoals dat sedertdien in de natuurwetenschap gebruikelijk is geworden.

Dit empirisme van Xenophanes is voor zijn tijd buitengewoon vernieuwend. Want daarmee formuleert hij voor het eerst een methode tot het verwerven van kennis die niet, zoals in zijn tijd gebruikelijk, gebaseerd is op openbaring of zienerschap en alleen toegankelijk voor priesters, profeten en andere ingewijden of uitverkorenen. De kennis waar Xenophanes op duidt is voor iedereen verwerfbaar door de juiste methode. Hier ontstaat dus ook het onderscheid tussen natuurlijke en bovennatuurlijke kennis. Xenophanes verwerpt alle bovennatuurlijke kennis: De goden hebben echt niet vanaf het begin alles aan de stervelingen geopenbaard.

Thales van Milete formuleerde als eerste westerse filosoof het principe van het reductionisme. Het reductionisme van Thales en het empirisme van Xenophanes vormen samen nog steeds de methodische grondslag van de natuurwetenschap.

Xenophanes haalde zijn argumenten met name uit de meteorologie, en bracht de Griekse goden een voor een terug tot weerverschijnselen. Men veronderstelt wel dat hij hiermee voortbouwde op de kosmologie van Anaximandros.

Volgens Xenophanes kan er maar één hoogste wezen bestaan: een alomtegenwoordige god, die identiek is met de wereld. Achter de veelheid van de verschijnselen is er dus volgens hem één eeuwig, onveranderlijk Zijn. Dat onveranderlijke Zijn is echter niet transcendent, zoals later bij Plato, maar immanent, aanwezig in deze werkelijkheid en daarmee zelfs samenvallend. De leerlingen van Xenophanes zouden deze leer tot de uiterste consequenties uitwerken. Men denkt dat Parmenides een leerling van Xenophanes is geweest. We vinden die opvatting later ook weer terug bij Spinoza die zei 'God en de natuur zijn één'.

Als oerelement, waaruit alles is voortgekomen, zag hij aarde en water.

Literatuur[bewerken]

  • Xenophanes van Colophon, tegen de fabels van weleer, Fragmenten van de dichter-filosoof, ingeleid, vertaald en toegelicht door Prof. dr. R. Bakker en Prof. dr. B.Delfgaauw, Kok, Agora, Kampen 1987.
  • Alle overgeleverde fragmenten van Xenophanes' teksten vindt men in het standaardwerk over de voorsocratici van Hermann Diels, Die Fragmente der Vorsokratiker, 6de druk, herzien door Walther Kranz (Berlijn 1952). De herdrukken na de 6de zijn daaraan nagenoeg gelijk. De eerste uitgave is van 1903.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Zie ook: Griekse Elegie