Sardis (Lydië)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het koninkrijk Lydië

Sardis, (ook Sardes) was de hoofdstad van het oude koninkrijk Lydië, de zetel van een conventus onder het Imperium Romanum, de metropool van de provincie Lydia in laat-antieke en Byzantijnse periode, en ligt in het midden van de Hermusvallei, bij de voet de Tmolusberg, een steile helling die de citadel vormde en ligt 20 km ten zuiden van de Hermus.

Sardis was via de Perzische koningsweg verbonden met onder andere Susa en Persepolis in Iran.

Sardis is een van de zeven gemeenten in Klein-Azië uit de Openbaring van Johannes.

Ligging van de stad[bewerken]

Het Gymnasium van Sardis
De tempel van Artemis in Sardis
De binnenkant van de Synagoge van Sardis
De binnenplaats van de Synagoge van Sardis
Ruïnes van winkels in Sardis

Sardis lag enkele tientallen kilometers landinwaarts van de Middellandse Zee in wat nu West-Turkije is, ongeveer 10 km ten westen van Salihli bij het tegenwoordige dorpje Sart. Het lag aan de voet van de berg Tmolos in de vruchtbare vlakte van de Hermosrivier, in de vallei van de Pactolosrivier. De Hermosvlakte was een natuurlijke corridor tussen de Ionische steden in Klein-Azië en Anatolië. Sardis was de hoofdstad van het Koninkrijk Lydië waarover Herodotos al schreef. Later werd het de hoofdstad van de satrapie Lydië in het Perzische rijk. In de Hellenistische en Romeinse tijd was het, hoewel vaak in oorlog betrokken, nog steeds een belangrijk administratief en handelsknooppunt waar zich ook een grote joodse en later christelijke gemeenschap vestigde. De neergang kwam er zowel door de opkomst van de oostelijke hoofdstad Byzantium waardoor het met de aanleg van een nieuw wegennet zijn strategische positie deels verloor, als door de opkomst van de Turken.

Economie[bewerken]

De grote rijkdom van de stad (zo rijk als Croesos) kende waarschijnlijk zijn oorsprong in zijn strategische positie tussen Ionië en Anatolië. Alle karavanen en handelaars passeerden langs dit strategische knooppunt en zo werd Sardis dan ook al gauw een stad waar Griekse en Oosterse rijkdom overvloedig aanwezig was. Ook de wol- en tapijtverfindustrie die in de stad gelegen was, vormde een bron van grote rijkdom. Maar de belangrijkste oorzaak van de mythische rijkdom was waarschijnlijk de Pactolosrivier, die erg rijk was van goud. Dat volgens Herodotos de eerste munten hier geslagen werden, heeft dus ook waarschijnlijk te maken met het goud dat hier gevonden werd.

Mythe[bewerken]

De stad was volgens Herodotos gesticht door de dynastie van de Herakliden, koningen van Lydië. Zij waren zogezegd afstammelingen van Herakles. De laatste koning van deze dynastie was Kandaules. Hij zou vermoord geweest zijn door Gyges, nadat die zijn vrouw naakt gezien had. Zij zou Gyges toen voor de keuze gesteld hebben haar man Kandaules te vermoorden óf zelfmoord te plegen. Kandaules’ vierde opvolger, koning Croesus, kreeg van het orakel van Delphi te horen dat “een groot rijk ten onder zou gaan” toen hij haar raad vroeg over zijn nakende aanval tegen de Perzen. Gerustgesteld viel hij aan, niet wetende dat het zijn groot rijk betrof, dat ten val zou komen.

Oorsprong[bewerken]

Opgravingen hebben uitgewezen dat er continu bewoning was vanaf ten minste 3000 v.C. Het Myceens en protegeometrisch aardewerk (1200-900 v.C.) dat er gevonden is, staaft de bewering dat de Grieken (zonen van Herakles, Herakliden) er al heel lang aanwezig waren. De laatste koning van de Herakliden, Kandaules, werd vermoord en vervangen door Gyges en de burgeroorlog die hierop volgde, eindigde met de (gekochte) zegen van het orakel van Delphi aan Gyges. Dit zijn duidelijke tekenen van de vroege verbondenheid van deze Aziatische stad met de Griekse wereld.

Mermnaden[bewerken]

Gyges was de stichter van de dynastie van de Mermnaden. Hijzelf en zijn opvolgers legden zich toe op de consolidatie van hun koninkrijk, de economische expansie en hun militaire macht. Lydië werd een sterke mogendheid die ook vele Ionische (Griekse) steden domineerde. Zijn citadel werd onneembaar geacht. Een zwarte bladzijde uit de vroege geschiedenis van Sardis is de plundering en later ook bezetting van (het lagere deel van) de stad door de Cimmeriërs. Gyges en zijn opvolger slaagden er wel in om ze terug te drijven, maar Gyges vond hierin zijn dood. De laatste koning van de Mermnaden was Croesos. Volgens Herodotos was hij fabelachtig rijk en was hij de ‘uitvinder’ van de geslagen munt. Opgravingen van half gouden, half zilveren munten wijzen aan dat Sardis hier inderdaad een pioniersrol zou kunnen gespeeld hebben. Croesos werd echter na een overmoedige aanval op het Perzië van Cyros de Grote verslagen. Dit betekende het einde van de dynastie rond 547 v.C.

Perzen[bewerken]

Onder de Perzen werd Sardis een van de rijkste en belangrijkste handelscentra van zijn tijd en de hoofdstad van de satrapie Lydië. Het was ook het westelijke beginpunt van de beroemde koninklijke weg, wat zeker heeft bijgedragen tot zijn rijkdom. De Perzische satrapen van Lydië speelden een grote rol in de Griekse wereld en ook zelfs verder dan de overheersing van de Ionische steden in Klein-Azië. Zo was er bijvoorbeeld Tissaphernes, die een belangrijke rol speelde in de Peloponnesische oorlog als financier van de vloot van Lysander en de Spartanen. Ook Cyros de jongere, die met de huurlingen van Xenophon de Perzische troon van zijn broer wilde veroveren, was satraap in Sardis. Anderzijds leidde de constante wisselwerking tussen de Perzen en de Grieken er ook toe dat, buiten de grote rijkdom die het de stad bracht, de Atheners de stad verbrandden in 499 v.C. De Perzische dominantie eindigde in 334 v.C. met de overgave van de stad aan Alexander de Grote.

Diadochen[bewerken]

Na de dood van Alexander de Grote in 323 v.C. werd Sardis uiteindelijk veroverd door Seleucos, één van de diadochen (opvolgers). Hoewel de stad omstreden was, bleef ze toch in de invloedssfeer van de Seleuciden, de satrapen van Babylon. Van hen kreeg ze het statuut van een Griekse stadstaat met veel autonomie. Sardis was nog steeds een van de rijkste steden in Klein-Azië. Tijdens de heerschappij van de diadochen, helleniseerde Sardis. Ook werd de joodse gemeenschap, die hier al sinds de 5e eeuw v.C. woonde, veel groter toen er joodse veteranen geplaatst werden. Sardis werd in 213 vernietigd door de seleuciet Antiochus III de Grote tijdens een intern Seleuciedenconflict, maar de stad werd heropgebouwd naar een hellenistisch patroon. De grootste uitdager voor de controle over Sardis, was het koninkrijk Pergamon en later ook zijn bondgenoot, de Romeinse republiek. Toen Antiochos verslagen werd door de Romeinen in een oorlog waarvoor hij zelf verantwoordelijk was, ging Sardis op in het koninkrijk Pergamon. Maar de Pergamese dynastie stierf uit en de laatste koning schonk het grondgebied aan de SPQR in 133 v.C.

Rome en de Byzantijnse tijd[bewerken]

Onder de Romeinen verloor Sardis zijn plaats als administratief centrum aan Efeze, maar het bleef wel een belangrijk regionaal centrum, onder andere als juridische hoofdplaats. De joodse gemeenschap was er zeer machtig en hieruit ontstond later ook een belangrijke christelijke gemeenschap. In 17 n.C. werd Sardis getroffen door een zware aardbeving, die hele delen van de stad in puin legde. Keizer Tiberius schonk 10 000 000 sestertiën voor de wederopbouw van de stad. Sardis bleef een belangrijk knooppunt tot in de 6e eeuw n.C. Vanaf dan ging het echter, zowel wat het politiek belang betreft, als het bevolkingsaantal, langzaam bergaf, ook al overleefde het prestige van de stad zijn daadwerkelijk belang. Zo bleef Sardis de bisschopszetel van Lydië bezitten (vanaf 295). In 616 werd de stad geplunderd door de Sassanidische Pers Chosroes. Dit markeert waarschijnlijk het einde van de antieke stad Sardis. Door de uitbouw van een nieuw wegennet door de Byzantijnse keizer verloor Sardis aan betekenis en dit bleek een trend te zijn die niet te keren viel.

Einde onder de Turken[bewerken]

In de elfde eeuw had Sardis steeds meer te lijden onder Seldjoekse invallen. Hieraan kwam een einde door de successen van generaal Philocales en door de zwakte van de Seldsjoeken zelf in die tijd. Toen de Franken Byzantium veroverden in 1204, werd het deel van het Byzantijnse Rijk van Nicea. Toen de Byzantijnen echter Byzantium heroverden in 1261, verloor men Sardis en heel Klein-Azië uit het oog, zodat het uiteindelijk werd veroverd door en overgedragen aan de Ghazi emirs. Het verval van de stad zette zich voort tot aan zijn vernietiging door Timoer in 1402.

Archeologische vondsten[bewerken]

In de 19e eeuw was Sardis één grote ruïne. Opgravingen startten in 1910 met een team van de Amerikaanse Princeton universiteit. Onderbroken door de Eerste Wereldoorlog en de Turkse onafhankelijkheidsoorlog, werden er vele vondsten gedaan en vindt er tot op heden nog archeologisch onderzoek plaats. Grote vondsten waren o.a. : De Lydische marktplaats. Deze marktplaats is een van de weinige overblijfselen die uit de Lydische tijd stammen. De meeste ruïnes behoren tot de Hellenistische en Romeinse tijd. De Lydische grafheuvels in Bin Tepe (Turks voor 1000 heuvels). Ook zij vormen een indrukwekkend overblijfsel van de vroegere periode. Een gedicht van Hyponax suggereert zelfs dat de middelste en ook grootste grafheuvel de tombe van Gyges bevat. Het grote gymnasium met de synagoge. Dit werd gebouwd onder keizer Septimus Severus rond 200 n.C. Het grote complex toont het belang van de stad en van zijn joodse gemeenschap in die tijd. Het werd vernietigd door de Sassaniden in 616. De tempel van Artemis, waaraan men in de tijd van de Seleuciden begon te bouwen, was zo groots bedoeld, dat de constructie ervan verschillende eeuwen duurde, aangezien er vaak geen geld was.

Bibliografie[bewerken]

  • HANFMANN (G.M.A.) and (W. E.) MIERSE. Sardis from Prehistoric to Roman Times: Results of the Archaeological Exploration of Sardis 1958-1975. Cambridge, Harvard university press, 1983, 466 p.
  • HANFMANN (G.M.A). Letters from Sardis. Cambridge, Harvard university press, 1972, 366 p.
  • PEDLEY (J.G.). Sardis in the age of Croesus. Oklahoma, University of Oklahoma press, 1968, 146 p.
  • HANFMANN (G.M.A). From Croesus to Constantine the cities of western Asia Minor and their arts in Greek and Roman times. Michigan, University of Michigan press, 1975, 127 p.
  • GREENEWALT (C.H.). “When a Mighty Empire Was Destroyed: The Common Man at the Fall of Sardis, ca. 546 B. C.” In: Proceedings of the American Philosophical Society, Vol. 136, No. 2 ( 1992), pp. 247-271.
  • TALBERT (R.J.A) e.al. Barrington atlas of the Greek and Roman world. Princeton, Princeton University press, 2000, 102 p.