Caracalla

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over keizer Caracalla (198-217). Voor keizer Marcus Aurelius (121-180), zie Marcus Aurelius.
Antoninus Caracalla
Geboortedatum 188
Sterfdatum 217
Tijdvak Severische dynastie
Periode 198-217
Voorganger Septimius Severus (193-211)
Opvolger Macrinus
Staatsvorm principaat
Medekeizer Septimius Severus (198-4 februari 211)
Geta (209-19 december 211)
Caesar onder Septimius Severus (195-198)
Imperator alleenheerser van 19 december 211 tot 217
Persoonlijke gegevens
Naam bij geboorte Lucius Septimius Bassianus/Lucius Iulius Bassianus
Naam als keizer Marcus Aurelius Antoninus
Bijnaam Caracalla
Zoon van Septimius Severus
Julia Domna
Gehuwd met Plautilla
Broer van Geta (keizer)
Neef van Julia Soaemias
Julia Maesa
Julia Mamaea
Romeinse keizers
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Marcus Aurelius Antoninus (188-217), beter bekend onder de naam Caracalla, was de zoon van keizer Septimius Severus en was Romeins keizer van 198 tot 217. Hij staat bekend als de bouwer van de Thermen van Caracalla maar ook als een wrede, geestelijk gestoorde keizer, die zijn broer Geta vermoordde en uiteindelijk zelf door de praetoriaanse garde vermoord werd.

Jeugd[bewerken]

Lucius Septimius Bassianus (ook geschreven als "Bessaianus"), zoals hij oorspronkelijk heette, werd geboren in Lugdunum, het tegenwoordige Lyon. Zijn vader, keizer Septimus Severus was in Leptis Magna geboren; zijn moeder kwam uit Syrië. Hij groeide op als een zachtaardige jongeman. Hij zou zelfs tijdens gladiatorengevechten zijn hoofd hebben afgewend als het te bloederig werd.

In 195 maakte zijn vader zijn adoptie in de familie van Marcus Aurelius bekend en doopte zijn zoon om tot Marcus Aurelius Antoninus, wat vanaf dat moment zijn officiële naam werd. In 202 werd Antoninus consul met zijn vader Septimius Severus en in hetzelfde jaar trouwde hij met Plautilla, dochter van Plautianus, de machtige prefect van de Praetoriaanse garde (die minder dan drie jaar later uit de weg geruimd zou worden - zie Plautilla). In 205 werd hij voor de tweede keer consul, ditmaal met zijn broer Geta. Antoninus en Geta namen met hun vader deel aan de campagnes in Britannia.

Keizer met broer Geta[bewerken]

Toen Severus in 211 in Britannia stierf, bestegen Antoninus en Geta samen de troon als elkaars medekeizers. Hoewel hun vader hen meerdere malen, zelfs op zijn sterfbed, op het hart had gedrukt geen ruzie te maken en het Romeinse Rijk samen te besturen, werd de kloof tussen beiden na de dood van hun vader alleen maar groter.

Na hun terugkeer naar Rome moest hun moeder Julia Domna tussenbeide komen om te verhinderen dat de ruziënde broers het Romeinse Rijk onder elkaar zouden verdelen. Op 19 december 211 haalde Antoninus zijn moeder en broer over om met hem te spreken om de geschillen bij te leggen. Kort na de aankomst van zijn broer, stormde Antoninus met een groep soldaten binnen en vermoordde Geta.

Alleen keizer[bewerken]

Daarop (zie boven) haastte Antoninus zich naar het Praetoriaanse kamp om de steun van de garde te kopen via speciale donativa en een flinke loonsverhoging ter ere van wat hij noemde zijn 'ontsnapping aan het complot van Geta'. Vervolgens werd een bloedbad aangericht onder alle vrienden en aanhangers van Geta (zie Geta).

In 212 lijkt Antoninus aan alle vrije mannen in het Romeinse Rijk het volle Romeinse burgerschap te hebben verleend. Dit besluit, dat traditioneel bekendstaat als het ‘Edict van Caracalla’, blijkt vermoedelijk alleen uit deze ene zin bij historicus Cassius Dio: "Dit vormde de reden, waarom hij alle mensen in zijn rijk tot Romeinse staatsburgers maakte; in schijn eerde hij hen, maar zijn echt doel bestond erin, om zo zijn inkomsten te verhogen, want niet-burgers waren vrijgesteld van de meeste belastingen."[1]

In 213 begon Antoninus aan een serie campagnes in Germanië en behaalde overwinningen op de Alemanni. Tijdens deze oorlogen gebruikte de keizer vaak een Keltische soldatencape die caracallus genoemd werd en waaraan hij zijn bijnaam 'Caracalla' de danken heeft.

In 214 vertrok hij naar het oostelijk deel van het rijk, waarbij zijn geestelijke gestoordheid steeds duidelijker werd. Zo vereenzelvigde hij zich met Alexander de Grote, bouwde een leger op van 16,000 man verkleed als soldaten van een half millennium daarvoor, liet soldaten uit Sparta komen en voegde olifanten toe aan zijn kolossale toneelspel. Hij liet vervolgens de oorlogen van Troje naspelen, waarbij hij zelf Achilles was en een van zijn beste vrienden Festus. Diens dood was met de juiste dosering gif perfect ge-timed zodat zijn echte begrafenis een groots spektakel voor de gevallen Festus kon worden.

Het volgend jaar bezocht hij Alexandrië en liet er een enorm bloedbad onder de bevolking aanrichten. Tienduizenden ongewapende burgers kwamen om in een slachtpartij die dagenlang doorging onder het voorwendsel dat sommigen hem bespot zouden hebben. Datzelfde jaar werden in Rome de beroemde Thermen van Caracalla voltooid, het grootste architectonische project tijdens zijn regering.

Rond 216 werden de oorlogen in het oosten heviger, werd onder andere het Koninkrijk Armenië tijdelijk veroverd en staken de Romeinse legers zonder veel tegenstand de Tigris over. Tijdens deze oorlogen was de weerstand tegen de waanzinnige keizer zo hoog opgelopen dat hij op 8 april 217 bij Carrhae door een complot van Macrinus, prefect van de praetoriaanse garde werd vermoord.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties