Slag aan de Granicus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Granicus (Biga çayi)
Alexander de Grote in de slag tegen de Perzen bij de Granikos, Cornelis Troost, 1737

De Slag bij Granikos is een slag die begin juni 334 v. Chr. plaatsvond. Alexander de Grote versloeg het eerste grote Perzische leger dat hij ontmoette tijdens zijn invasie van het Perzische rijk. De Perzische troepen bestonden uit de lokale troepen uit de westelijke satrapie, Griekse huurlingen, en versterkingen van koning Darius III. Het Perzische leger had verschillende commandanten, waaronder meerdere Satrapen, generaals, de Griekse huurling Memnon van Rhodos, en was ruim 2.5 keer groter dan dat van Alexander. Alexander behaalde echter een grote overwinning en wist de meesten satrapen te doden.

Voorspel[bewerken]

Na de oversteek van de Hellespont, de verbinding tussen Europa en Azië bij Troje, wilde Alexander doorstoten naar het zuiden, waar enkele Griekse steden met de Macedoniërs sympathiseerden. Memnon stelde voor de Macedoniërs te ontwijken en hun opmars onmogelijk te maken door de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen. De Perzische commandanten, met name Arsites, wezen dit plan af en besloten tot een confrontatie.

Memnon trok zijn troepen nu ten oosten van Troje samen. Zo dwong hij Alexander tot een omweg: zou hij naar het zuiden gaan, dan zouden zijn aanvoerlijnen worden afgesneden. Bovendien kon het Perzische leger bij de Granicus makkelijk worden bevoorraad vanuit Dascylium, een Perzisch bestuurscentrum. Zo kwam Alexander uiteindelijk aan de rivier de Granicus, de huidige Biga çayi in het noordwesten van het Aziatische deel van Turkije.

Voorbereidingen[bewerken]

Het staat vast dat de twee legers contact maakten aan het einde van de middag. Parmenion, een van de meest ervaren generaals in het Macedonische leger, zou (volgens Arrianus en Plutarchus) een afwachtende houding hebben voorgesteld, maar daar zou Alexander niet op zijn ingegaan. Hij zou, nog steeds volgens Arrianus en Plutarchus, nog die middag van de westelijke naar de oostelijke oever zijn overgestoken.

Dit wordt weersproken door Diodoros van Sicilië, die schrijft dat Alexander pas in de vroege ochtend aanviel - met andere woorden, het advies van Parmenion overnam. De situatie ter plekke lijkt dit te bevestigen: ook in de Oudheid waren de oevers vermoedelijk te steil om een cavaleriecharge door de rivier mogelijk te maken. De Perzische opstelling, met de cavalerie vóór de infanterie, suggereert eveneens dat het gevecht niet langs de oevers plaatsvond, maar op de vlakte daar achter; het Perzische doel zou zijn geweest de zwakke Macedonische ruiterij te verslaan en vervolgens de Macedonische falanx in de rug aan te vallen.

Alexander had 12.000 hoplieten in zijn falanx. Daar kwamen nog eens 7.000 huurlingen en 3.000 lichter bewapende hoplieten bij. De lichte troepen bestonden voornamelijk uit Thraciërs (6.000 man), Ilyriërs (1.000 man), Kretenzers (500 man) en Agrianen (500 man). Samen met de zogenaamde "Gezellen" (de beste cavaleristen in Alexanders leger), Griekse huurlingen en Griekse soldaten die waren opgeroepen via de Korinthische Bond, had het leger een getalsterkte van om en nabij 45.000 soldaten.

Daar tegenover stond een Perzische strijdmacht, volgens mogelijke lagere schattingen iets kleiner die uit infanterie bestond uit ongeveer 20.000 Griekse huurlingen en daarnaast was er een aanzienlijke cavalerie (17.000 in totaal), wat dus een licht overwicht bezorgde. Een hogere schatting van Diodoros stelt dat het Perzische leger 100.000 infanterie soldaten van dienstplichtigen en professionele soldaten uit het Perzische rijk had, en 10.000 cavalerie soldaten, en dit samen met de 20.000 Griekse huurlingen hield in dat ze een leger van 130.000 soldaten zouden hebben. Een grote meerderheid vergeleeke bij de Macdeoniers, ook een mogelijk aangezien het leger de troepen van vrijwel alle Satrapen uit Klein-Azië had die vaak ook dienstplichtigen gebruikten.

Slag[bewerken]

De Perzen stelde zich verdedigend op de oever van de rivier en maakte gebruik van boogschutters en speerwerpers.De Macedoniers begonnen met een schein aanval van hun cavaleri op de linkse Perzische flank, maar de Perzen gebruikten hun groote aantallen aan infanterie en cavalerie om troepen te sturen die ze terugdreven. De Macedonie verloren veel troepen terwijl zij probeerden van de rivier de oefer op te klimmen. Memnon storte zich samen met zijn zonen ook in het gevecht. Nu echter viel Alexander met zijn elite cavalerie de vastgezette infanterie aan, did leidde tot grote verliezen onder de Perzen waarna de cavalerie op Alexander afging. Hij wist de cavalerie echter door door speerwerpers en verassings aanvallen ook zware verliezen toe te brengen. Toen ontstond een cavaleriegevecht, waarin Alexander zelf vooraan ging en meerdere duellen aanging en de satrapen Mithradates en Roasaces allebei wist te doden. Toen ging hij een derde duel aanging met een zekere Spithridates, die Alexander een eerste maal sloeg met zijn strijdbijl. Toen hij de genadeslag wilde geven, werd het leven van de Macedonische koning gered door Clitus, die de opgeheven arm van Spithridates afhakte. Clitus werd later door Alexander in een vlaag van alcoholische woede gedood.

Alexander`s afleiding zorgde ervoor dat nu een groot deel van de Macedonische infanterie, waaronder de falanxen, de speerwerpers en zilvere schilden de oever op konden en de verwarde Perzen konden overrompelen.

Tijdens het cavaleriegevecht viel de Griekse cavalarie de Perzische cavalrie op hun rechter flank aan, en er ontstond een gat in de Perzische linie, Parmenion trok toen met de infanterie om de Perzen heen en viel hen in de rug aan. De meeste Perzische generaals waren all gedood. Zonder weerstand gaven de Griekse huurlingen zich over, maar Alexander deinsde niet terug en viel hen aan. Na een slachtpartij liet hij de overblijvende soldaten als slaven naar de Macedonische mijnen sturen als een voorbeeld voor iedereen die tegenstand zou bieden aan zijn heerschappij.

Gevolgen[bewerken]

De Perzische strijdmachten in Anatolië waren verdwenen, en hadden tienduizenden Perzische soldaten en ook Griekse huurlingen verloren, en Alexander kon zonder problemen doorstoten naar het zuiden, waar de Griekse steden hem als bevrijder binnenhaalden. Meerdere satrapen waren omgekomen waaronder: Niphates, Spithridates, Mithrobarzanes, Arbupales, Mithridates, Pharnaces, Omares, Arsites en Rhoesaces. De Perzische satrapie-hoofdsteden werden niet verdedigd: Dascylium en Gordium gaven zich over aan Parmenion, Sardes aan Alexander. Pas bij Milete en Halicarnassus ontmoetten de Macedoniërs weer weerstand, doordat deze havensteden werden bevoorraad door de Perzische vloot.

De behandeling van de Griekse huurlingen maakte dat deze troepen de beste bondgenoten werden van de Perzische koning: ze wisten dat de Macedoniërs hen niet in dienst zouden nemen, en vochten tijdens alle volgende veldslagen tot het bittere einde door. Pas na de dood van Darius III traden zij aarzelend in Macedonische dienst, maar tijdens de Lamische Oorlog zouden de Griekse huurlingen zich wreken op de Macedoniërs.

Bronnen[bewerken]

Externe links[bewerken]