Darius I

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Darius I de Grote
549 - 486 v.Chr.
Een vaas met de afbeelding van Darius
Een vaas met de afbeelding van Darius
Sjahansjah van Perzië (Achaemeniden)
Periode 521 - 486 v.Chr.
Voorganger Smerdis
Opvolger Xerxes I
Farao van Egypte (27e Dynastie)
Periode 521 - 486 v.Chr.
Voorganger Smerdis
Opvolger Xerxes I
Vader Hystaspes
Moeder Rhodogune
Een blik op Persepolis, de stad die Darius stichtte als hoofdstad van het Perzische Rijk

Darius de Grote (Perzisch: داریوش/Dâriûsh, Oud-Perzisch: Darayavaush, Grieks Δαρεῖος/Dareios), zoon van Hystaspes, was van 522 v.Chr. tot 485 v.Chr. koning van Perzië, uit het huis der Achaemeniden, opvolger van Cambyses II.

Bronnen[bewerken]

De hoofdbron over het leven van Darius I de Grote zijn zijn eigen inscripties, vooral de Behistuninscriptie, waarin hij vertelt hoe hij koning kon worden en daarna vele opstanden onderdrukte. Verder zijn er nog de verhalen die de Griekse auteurs Herodotus en Ctesias opschreven, en waarvan onduidelijk is waarop ze zijn gebaseerd.[1] Beïnvloeding door de Behistuninscriptie is voor Herodotus weliswaar bewezen, maar de precieze wijze waarop dit gebeurde is nog niet opgehelderd.

Staatsgreep[bewerken]

Darius was de zoon van Hystaspes en beweert familie te zijn geweest van Cyrus II, de stichter van het Perzische Rijk. Er bestaat twijfel over Darius' relatie tot laatstgenoemde; zelf behoort hij echter zeker tot het huis der Achaemeniden.

Wanneer Cambyses II in maart van het jaar 522 v.Chr. onder voor ons onduidelijke omstandigheden om het leven komt, kan Gaumata, onder de naam Smerdis, de troon opeisen, bewerend de zoon van Cyrus II te zijn, die ook Smerdis heette. Darius beweert “met de hulp van AhuramazdaSmerdis als usurpator te hebben verslagen. Het is onduidelijk hoe legitiem Gaumata's heerschappij was; hoe dat ook zij, Darius regeert vanaf september 521 v.Chr.

Darius werd bij zijn (contra)coup geholpen door zes Perzische edelen. Volgens een inscriptie van Darius uit Susa (DSz) waren zijn vader, Hystaspes en zelfs zijn grootvader Arsames op het moment van zijn staatsgreep nog in leven. Hoewel zij ouder waren en volgens sommige oosterse rechtssystemen méér aanspraak hadden op de troon,[2] kregen zij die niet. Wel moet opgemerkt worden dat Darius, na de dood van Smerdis, met diens weduwe Atossa huwde, wellicht om zijn greep op de troon te versterken. (Atossa werd de moeder van Xerxes I, de opvolger van Darius.)

De dubbele staatsgreep deed een ware schokgolf door het rijk gaan: een aantal oostelijke rijksdelen begon een opstand tegen de Perzische overheersing. Deze revolte trof onder meer Susiana, Babylonië, Medië, Sagartië en Margiana. Zelfs in Perzië zelf, de thuisbasis van Darius, was er een opstandeling - Vahyazdata - die het voorbeeld van Smerdis overnam en zich voor het volk voordeed als de echte troonopvolger. Darius voerde weliswaar het bevel over het koninklijke leger van Cambyses, dat bestond uit Perzen en Meden, maar alleen door de kwaliteiten van ook andere veldheren kon hij alle opstanden neerslaan. Pas in april van 520 v.Chr. kon het centrale gezag hersteld worden.

Regering[bewerken]

Tijdens zijn regering zou blijken dat Darius een goede bestuurder en organisator was. De tijd dat het Achaemenidische rijk veroverde en uitbreidde was voorbij: de oorlogen die Darius ondernam waren enkel bedoeld om zijn rijk natuurlijke grenzen te geven, net zoals we dat zien bij de Romeinse keizer Augustus. Deze grenzen konden dan gemakkelijk verdedigd worden tegen de invallen van rondtrekkende volkeren. Zo voerde hij oorlog tegen de naties van het Zwarte Zee-gebied en Armenië om de grens van het rijk op de Kaukasus te laten lopen.

Op bestuursvlak bleek hij een waardige opvolger te zijn van Cyrus II: de organisatie van zijn rijk en het vastleggen van de tributen die verwonnen volkeren elk jaar tot bij hem moesten brengen worden beschreven door Herodotus, (Historiën, 3.90). Darius verdeelde het Perzische Rijk in ruwweg twintig provincies of satrapieën, met elk een gouverneur of Satraap aan het hoofd. Deze functie was erfelijk en was grotendeels autonoom, zodat elke regio zijn eigen wetten, tradities en uitvoerende macht kon hebben, zonder dat de Perzen zich daarbij te veel moeiden. Toch moest elke satrapie elk jaar een tribuut in de vorm van goud, zilver of luxeproducten brengen.

Er is wel aangenomen dat Darius, die in zijn inscripties vaak de hulp van de oppergod Ahuramazda aanroept, monotheïst zou zijn geweest, of althans de vele goden van de oude wereld zou hebben kunnen beschouwen als manifestaties van één opperwezen. Hij zou zelfs een aanhanger van de profeet Zarathustra zijn geweest, maar hierover is toch wel enige twijfel mogelijk.[3]

Hij trachtte tegelijkertijd de gunst van zijn onderdanen te winnen en gaf ze de religieuze vrijheid: hij stond de Joden toe om de Tempel van Jeruzalem te bouwen (hij gaf daar zelfs geld voor). In Egypte verscheen zijn naam op de tempels die hij bouwde in Memphis, Edfu en de Grote Oase (Fajoem). Hij verplaatste de hogepriester van Sais, Tzahor, naar Susa en gaf hem de absolute macht om het ‘huis van het leven’ (de grote medische school in Sais) te reorganiseren.

Gevleugelde sphinx van het paleis van Darius in Susa

In de Egyptische tradities wordt hij als een van de grootste weldoeners en wetgevers beschouwd, die het land ooit gehad heeft. Hij gedroeg zich op diezelfde manier ten opzichte van de Griek en de Griekse heiligdommen. Hij verleende bijvoorbeeld de vrijheid aan belastingen aan het Heiligdom van Apollon; hierdoor kozen alle Griekse orakels in Anatolië (Klein-Azië) en Europa de kant van Darius tijdens de Perzische Oorlogen. Zij probeerden de Grieken ervan te overtuigen om geen verzet te bieden, tevergeefs (zie verder).

Darius staat ook bekend om de introductie van een muntstelsel gebaseerd op de Dareik ("goudstuk"). In theorie zou dit overal in het rijk geldig moeten zijn, maar archeologische munten bevestigen dat het vooral in de westelijke satrapieën circuleerde.

Darius wilde vermoedelijk de handel in zijn rijk stimuleren. Daarvoor stuurde hij bijvoorbeeld ook de Carische bevelhebber Scylax op een expeditie naar Kabul en langs de Indus. Deze expeditie verkende de Indische Oceaan van de monding van de Indus tot Suez, in Egypte. Daar liet Darius een kanaal graven van de Nijl tot de Rode Zee, zodat Perzische handelaars van de Persis tot in de Middellandse Zee konden varen. Dit kanaal liet dan ook toe dat hij relaties met Carthago kon onderhouden en dat hij de kusten van Sicilië en Italië kon verkennen.

Rond 514 v.Chr. ondernam Darius een veldtocht tegen Scythië, een nomadenvolk dat ten noorden van het Perzische Rijk woonde. Een groot leger stak de Bosporus over, onderwierp het oosten van Thracië en stak de Donau over. De reden van deze veldtocht was waarschijnlijk het aanvallen van de nomadenvolkeren, om zo een vrede te forceren op de noordelijke grens van het rijk. Dit was gebaseerd op een fout geografische denkbeeld. De Perzen dachten dat hun rijk als het ware rond de Zwarte Zee en de Kaspische Zee was gekruld en dat ze zo, door de Zwarte Zee te blijven volgen, vrij snel terug op Perzisch grondgebied zouden zijn. Een veldtocht die was ondernomen op deze grond, kon slechts falen: na enkele weken door vlaktes van het huidige Oekraïne te hebben rondgetrokken, keerde de expeditie terug (volgens Herodotus bereikte Darius de Volga!).

Hoewel het Europese deel van Griekenland zich zeer betrokken voelde met de kusten van Anatolië en bevolkingsgroepen van nog vrije staten van Griekenland voortdurend Darius’ hulp in riepen, bemoeide Darius zich weinig met de Grieken. De Griekse steden in Ionië en vooral Milete, zagen hun handel echter ineenkrimpen en ontketenden een opstand. Hoewel deze opstand aanvankelijk succes had, werd zij later door Darius de kop ingedrukt. Omdat Athene en Eretria de opstand hadden gesteund, voelde Darius zich gedwongen een strafexpeditie te zenden. Maar de eerste, die van Mardonius, faalde toen de vloot in een storm bij het voorgebergte Athos verging, terwijl het leger dat door Datis in 490 v.Chr. werd uitgestuurd om in Athene de pro-Perzische tyran Hippias aan de macht te brengen, bij Marathon werd verslagen.

Nog voor Darius een derde expeditie kon sturen, brak er (in 486 v.Chr.) een opstand in Egypte uit. De grote koning stierf het volgende jaar, in oktober 485 v.Chr., na zesendertig jaar lang koning geweest te zijn. Hij liet de strafexpeditie na aan Xerxes, zijn zoon en opvolger.

Voetnoten[bewerken]

  1. De bronnen achter het relaas van Herodotus worden behandeld in verschillende hoofdstukken van Brills Companion to Herodotus (2002). Voor Ctesias, zie bijvoorbeeld Jan P. Stronk, "Ctesias of Cnidus, a Reappraisal" in: Mnemosyne 60 (2007) 25-58.
  2. Zo liet Belsazar na zijn staatsgreep in Babylonië zijn vader Nabonidus koning worden.
  3. Tot degenen die Darius' Zoroastrisme voor feit aannemen, behoorde onder meer Mary Boyce; tot degenen die twijfel koesterden, Heleen Sancisi-Weerdenburg.

Literatuur[bewerken]

  • Pierre Briant (1995): "Histoire de l' Empire Perse"
  • Tom Holland (2005): "Perzisch vuur"

Externe links[bewerken]

Voorganger:
Smerdis
Koning van Perzië Opvolger:
Xerxes I
Voorganger:
Smerdis
Farao van Egypte
27e Dynastie van Egypte
Opvolger:
Xerxes I
Achaemeniden: Cyrus · Cambyses · Smerdis · Darius I · Xerxes I · Artaxerxes I · Darius II · Artaxerxes II · Artaxerxes III · Darius III
Macedoniërs: Alexander de Grote · Philippos III Arridaios · Alexander IV
Seleuciden: Seleucus I Nicator · Antiochus I Soter · Antiochus II Theos · Seleucus II Callinicus · Seleucus III Ceraunus · Antiochus III de Grote · Seleucus IV Philopator · Antiochus IV Epiphanes
Parthen: Arsaces I · Arsaces II · Priapitius · Phraates I · Mithridates I de Grote · Phraates II · Artabanus I · Mithridates II de Grote · Gotarzes I · Orodes I · Sinatrukes · Phraates III · Mithridates III · Orodes II · Phraates IV · Tiridates II · Phraataces · Orodes III · Vonones I · Artabanus II · Tiridates III · Vardanes I · Gotarzes II · Sanabares · Vonones II · Vologases I · Vardanes II · Vologases II · Pacorus II · Artabanus III · Vologases III · Osroes I · Mithridates IV · Vologases IV · Osroes II · Vologases V · Vologases VI · Artabanus IV
Sassaniden: Ardashir · Sjapoer I · Hormazd I · Bahram I · Bahram II · Bahram III · Narses · Hormazd II · Sjapoer II · Ardashir II · Sjapoer III · Bahram IV · Yazdagird I · Bahram V · Yazdagird II · Hormazd III · Peroz · Valash · Kavad I · Zamasp · Khusro I · Hormazd IV · Khusro II · Bahram VI · Kavad II · Ardashir III · Boran · Hormazd V · Yazdagird III
Ghaznaviden: Alptigin · Sebük Tigin · Ismail · Mahmud · Mohammed · Mas'ud I
Il-kans: Hulagu · Abaka · Teguder · Arghun · Geikhatu · Baidu · Ghazan · Öljeitü · Abu Sa'id · Arpa · Musa · Mohammed
Timoeriden: Timoer Lenk · Pir Mohammed · Shahrukh Mirza · Abu'l-Qasim Bābar · Sjāh Mahmūd · Ibrāhim · Sultān Abu Sa’id Gūrgān · Yādgār Muhammad · Sultān Hussayn · Badi ul-Zamān · Muzaffar Hussayn
Safawiden: Ismail I · Tahmasp I · Ismail II · Mohammed Khodabanda · Abbas I · Safi · Abbas II · Suleiman I · Soltan Hoseyn I · Tahmasp II · Abbas III · Suleiman II · Ismail III
Afshariden: Nadir Sjah Afshar · Adil Sjah Afshar · Ebrahim Sjah Afshar · Shahrokh Sjah Afshar
Zand: Karim Khan · Mohammad Ali Khan · Abol Fath Khan · Sadiq Khan · Ali Murad Khan · Jafar Khan · Lotf Ali Khan
Kadjaren: Agha Mohammed Khan Kadjar · Fath'Ali Kadjar · Mohammad Sjah Kadjar · Ali · Hossein Ali Kadjar · Naser ed-Din Kadjar · Mozaffar ed-Din Kadjar · Mohammed Ali Kadjar · Soltan Ahmad Kadjar · Ali Reza Khan-e Kadjar · Nasir al-Mulk · Mohammed Hassan Mirza
Pahlavi: Reza Pahlavi · Mohammad Reza Pahlavi