Tammuz

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tammuz was in de Babylonische en Kanaänietische mythologie de god van de vegetatie en de oogst, die beurtelings opkwam en stierf zoals het graan. Zijn cultus was erg populair bij het volk, al ging het niet om een godheid van hoge rang. Zijn huwelijk met de godin van de liefde en de vruchtbaarheid Isjtar leidde steevast tot zijn dood, net zoals het koren plots werd gemaaid op het gloriemoment van zijn bestaan, zo ook werd Tammuz gedwongen naar de onderwereld Aralu te keren. Ishtar was dan overweldigd van verdriet door haar verlies van de jeugdige krachtige echtgenoot en onderging een periode van diepe rouw en lamentatie.

Jaarlijks namen de aanhangers van Tammuz en Ishtar deel aan de rituele rouwperiode.

Naamvariaties[bewerken]

Noordwest Semitisch Tammuz (Aramees ܬܡܘܙ, Hebreeuws תַּמּוּז, Standaard Hebreeuws Tammuz, Tiberisch Hebreeuws Tammûz), Arabisch تمّوز Tammūz; Akkadisch Duʾzu, Dūzu; Sumerisch Dumuzid (DUMU.ZID 𒌉𒍣 "de ware zoon"). De Aramese naam "Tammuz" schijnt te zijn afgeleid van de Akkadische vorm Tammuzi, gebaseerd op het oude Sumerisch Damu-zid. De latere vorm in standaard Sumerisch Dumu-zid werd op zijn beurt Dumuzi in het Akkadisch.

De mythe[bewerken]

Volgens de mythe kreeg Isjtar het van haar zus Eresjkigal in de onderwereld gedaan om hem terug te krijgen, op voorwaarde dat hij de tweede helft van het jaar opnieuw bij haar mocht doorbrengen. Daarop keerde Tammuz terug bij de levenden en hernam zijn positie aan de poort van de hemelgod Anu.

Aan die hemelpoort kwam de wijze Adapa hem tegen, nadat die zelf door Anu terecht was gewezen voor het toepassen van te veel macht. Adapa vleide Tammuz, die in ruil tussenbeide kwam in zijn zaak.

Rituele rouw[bewerken]

Het bewenen van zijn dood was onderwerp van een belangrijke cultus, die lang op vele plaatsen in het Midden-Oosten, beoefend werd.

In Babylonië werd de maand Tammuz aan de gelijknamige god gewijd, die oorspronkelijk een Sumerische herdersgod was, Dumuzi(d), de echtgenoot van Inanna, en in zijn Akkadische vorm die van Ishtar. De Syrische Adonis ("heer") die in het pantheon van de Griekse mythologie werd betrokken via de Phrygische mythologie was eveneens een weergave van dezelfde godheid, zoon-echtgenoot.[1]

In de Hebreeuwse bijbel wordt verwezen naar een gelijknamige god. Tot afschuw van de profeet Ezechiël (8.14-15) beweenden aan de tempelpoort in Jeruzalem een aantal vrouwen "De Tammuz" (Hebreeuws: התמוז) nog zeker tot in 720 v.Chr..

Bij het zomersolstitium ving er in het oude Nabije Oosten evenals in Anatolië en het Oude Griekenland een periode van inkeer en rouw aan. De Babyloniërs zagen dat de dagen gingen korten en merkten de voortgang van de zomerhitte en de droogte op. Zij markeerden deze samengang met een periode van zes dagen rouw voor de gestorven god.

Belili was de zus van Tammuz volgens een tekst. Maar het zou ook om Bilulu kunnen gaan. In de Sumerische mythologie werd Tammuz gekend als Dumuzi, de echtgenoot van Inanna.

Tammuz als Iraakse raket[bewerken]

Tammuz is ook de te lande geprodcueerde raket die gemaakt werd toen Saddam Hoessein Irak bestuurde. Het is een kruisraket met reikwijdte van zo'n 2.000 km. Maar er is weinig over geweten. Er werd gesuggereerd dat, gezien Saddams animositeit tegenover de Israëliers, deze raket geïnspireerd was op de Hebreeuwse maand Tammuz, waarvan de zeventiende dag soms met rampen wordt geassocieerd.

Tammuz in de Tamil cultuur[bewerken]

De naam van Dumuzi/Tammuz werd door een Pandyaanse koning van de Tamils gedragen Tammuzh in de context van de Dravidische cultuur van het oude India. De taal en de culturele term 'Tamil' is een verwestelijkte vorm van de oorspronkelijke naam Tamizhi தமிழ் (IPA [/t̪ɐmɨɻ/]?). Er is een gelijkenis tussen de oudste koningen van de Cholas en de koningslijst van Ur. De Pandyanen onderhielden handelsbetrekkingen met het Ptolemeïsche Egypte en via daar ook met Rome rond de eerste eeuw voor Christus.

Noten[bewerken]

  1. Joseph Campbell "the dead and resurrected god Tammuz (Sumerian Dumuzi), prototype of the Classical Adonis, who was the consort as well as son by virgin birth, of the goddess-mother of many names: Inanna, Ninhursag, Ishtar, Astarte, Artemis, Demeter, Aphrodite, Venus" (in Oriental Mythology: The Masks of God pp 39-40).

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Campbell, Joseph, 1962, Oriental Mythology: The Masks of God (New York:Viking Penguin)
  • Campbell, Joseph, 1964. Occidental Mythology: The Masks of God (New York:Viking Penguin)
  • Kramer, Samuel Noah and Diane Wolkstein, 1983. Inanna : Queen of Heaven and Earth (New York : Harper & Row) ISBN 0-06-090854-8

Zie ook[bewerken]